maatschappij h10

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/32

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

huidige postmoderne samenleving

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

33 Terms

1
New cards

modernisering

  • samenhangende maatschappelijke veranderingen vanaf de Industriële Revolutie

    • spectaculaire veranderingen

    • trage veranderingen

2
New cards

4 domeinen van verandering

  1. politiek

  2. economisch

  3. sociaal

  4. cultureel

3
New cards

politiek

  • samenleving: staatsverband

  • staat

  • 5 staatsvormingen

4
New cards

staat (4)

  • politiek georganiseerde sl

  • wetgevende, uitvoerende & reguliere macht

  • monopolie: geweld ( leger)

  • burgers; rechten & plichten

5
New cards

5 staatsvormingen

  1. centralisering

  2. juridisering

  3. bureaucratisering

  4. natievorming

  5. democratisering

6
New cards
  1. centralisering

van kleine instabiele politieke eenheden => grotere polit eenheden

vn koninkrijken <=> vorsthuizen ( meer macht & gebied)

=> nastreven concentratie van macht

  • gecentraliseerd: heersen = boven de rest

    • controle & uitbreiding grondgebied

7
New cards
  1. juridisering

  • toenemende regeldichtheid: wetten = belangrijk ( hygiëne)

  • burger; plicht → houden ad wetten

  • wetten => centralere macht

8
New cards
  1. bureaucratisering

  • vorming & uitbreiding ambtenarenapparaat

    • niet meer gebonden: specifieke persoon

    • betaald personeel → deskundigen

  • regels & voorschriften ( nu)

9
New cards
  1. natievorming

  • verschillende eenheidsstaten: moderne bureaucratie

  • groepen; verbondenheid

  • staten <=> naties/natiestaten

    • sl: leden besef → verbondenheid met elkaar ( politiek & cultureel)

    • symbolen & rituelen

    • politiek, eco & cult vlak

10
New cards
  1. democratisering

  • proces: vermindering vn ongelijkheid in politieke rechten => bevolkingsgroepen → betrokken; polit besluiten

  • 3 deelontwikkelingen

11
New cards

3 deelontwikkelingen

  • toenemende wettelijke gelijkheid

  • ontstaan parlementair stelsel

  • uitbreiding kiesrecht

12
New cards

toenemende wettelijke gelijkheid

  • iedereen = gelijk vr de wet

  • aanspraak: burgerrechten => burgerschap

13
New cards

ontstaan parlementair stelsel

  • parlement: hoogste politiek gezag

  • gebonden ad aangenomen wetten

14
New cards

uitbreiding kiesrecht

  • vroeger; vrouwen niet stemmen

  • nu: nieuwe moderne politieke partijen

15
New cards

economisch (2)

  • industrialisering

  • kapitalisme

16
New cards

industrialisering

  • technologisch verschijnsel → ontwikkeling & verspreiding van nieuwe productietechnieken

    • nieuwe energiebronnen

    • scheiding werk & privé

    • veranderde productieorganisatie

    • veranderende arbeidsverhouding

      • volgens loon & tijd werken

17
New cards

kapitalisme

  • productie vn goederen & diensten od markt brengen in ruil → geld

  • streven → winst & welvaart

    • men meer handel

    • toename geldgebruik

    • arbeidskracht

    • vrijemarkt principe

    • verzorgingsstaat

18
New cards

sociaal

industriële revolutie => stedelijke leven( verstedelijking)

  • veranderde leefpatronen & uiterlijk

  • betere landbouwtechnieken => steden

  • brede boulevaars, toename handelsverkeer

  • bedreigend → sloppenwijken, armoede

19
New cards

cultureel

  • traditioneel wereldbeeld <=> rationale denkwijze

  • waarheid buiten zichzelf zoeken ( God)

  • wetenschappelijke methodes → ingenieuze technologie ( uurwerk, drukpers)

  • medische vooruitgang

  • ow: belangrijke rol

20
New cards

3 onderliggende dynamieken vh moderniseringsproces

  1. differentiatie

  2. commodificatie

  3. rationalisatie

21
New cards

differentiatie

vroeger: sociale bindingen ( gevoelens, solidariteit)

  • toenemende scheiding & verzelfstandelijking vd eenheden

  • tijdruimtelijk

  • structurele scheiding: groepen, instituten

  • 4 domeinen

22
New cards

differentiatie ( 4 domeinen)

specifieke toewijzing v/taken → specialisatie; afh v/elkaar

  • politiek

  • sociaal

  • economisch

  • cultureel

23
New cards

politiek

  • macht & regelgeving = centraler & officiëler

24
New cards

sociaal

  • gezin: koesterfunctie

  • samenzijn, plezier

25
New cards

economisch

  • focus op winst ipv nadeel vr werkkracht

26
New cards

cultureel

  • wetenschap; verdeeld → deelwet

  • psychologen, pedagogen

27
New cards
  1. commodificatie

proces: meer aspecten vd mens bestaat tot voorwaarde van marktruil

mogeliijk → privé-eigendom verkopen/kopen

  • contract

  • loonarbeid

  • zakelijke relaties

  • wareneconomie

    • productie ruilen → geld

  • markt: vraag& aanbod

  • 4 domeinen

28
New cards

politiek

  • zakelijke relaties

29
New cards

sociaal

  • koesterfunctie

    • organisatie & persoon = cliënt

30
New cards

economisch

  • vermarkting, kunstverkoop

  • afh vd marktwaarde

31
New cards

cultureel

  • wetenschap: afstand van geloof

32
New cards
  1. rationalisatie

toenemende invloed: onpersoonlijke planmatige of berekende relatie [ mensen]

  • nieuw denk-gedragsmodel

    • beïnvloedt handelen van mensen

33
New cards

3 thema’s

  • toenemend belang van kennis & wetenschap

  • grotere anonimiteit id samenleving

  • toenemende controle & beheersing van natuur & sociale wereld