1/37
neuropsychologie
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Modal-Model geheugen model
Sensorisch < 1s
Echoisch (kortdurend audiatief) & iconisch geheugen (heel kort visueel)
Kortetermijngeheugen/werkgeheugen (STM): sec, min.
Kort vasthouden & manipuleren
Lange termijn geheugen (LTM): dagen, maanden, jaren
Verankeren
unicinate fasciculus
belangrijke rol tussen gebieden prefrontaal en mediaal temporaal lob structuren.
bij een laesie hiervoor onthoud je dingen na 30 seconden. Consolidatie gaat niet. Van werkgeheugen naar STM lukt niet.
path integration test
blinddoek omdoen en snelste route naar de plek waar je stond terugvinden. Mensen met vroegtijdig alzheimer diagnose hebben hier moeite mee. Taxi drivers hadden grotere hippocampi, gebruikte spatiƫle strategie ipv egocentrische strategie.
digit span test
werkgeheugen van amnesiepatiƫnten testen
Hierbij krijgen de patiƫnten 5 cijfers achter elkaar te horen en moeten dit herhalen, je ziet dat hun werkgeheugen is aangetast. Ze doen er aanzienlijk vaker over om het goed te raden.
Werkgeheugenmodel van Baddeley & Hitch
stelt dat er een driedelige werkgeheugen systeem is een centraal uitvoerend mechanisme (central executive) die op te delen is in phonological loop en visualspatial sketchpad en het langetermijngeheugen. Ze kwamen achter de phonological loop nadat de proefpersonen letters auditief opslaan. De visualspatial sketchpad gebruiken mensen bij het onthouden van woorden door ze visuospatieel op te slaan. Denk hierbij aan het onthouden van maanden met je knokkels.
n-back taak
Bij de n-back taak krijg je continu een stroom van stimuli, bijvoorbeeld letters. De proefpersonen moeten dan op een knop drukken wanneer een stimulus voor de tweede keer voorkomt of voor de 3e keer of voor de 4e keer. Hoe ingewikkelder de taak, hoe meer activatie anterieur.
amnesie
beschadiging mediaal temporaal lob
Wel procedureel leren (nog wel automatische dingen, hij weet nog wel wat dingen, procedurele kennis)
star tracing (laat dissociatie zien tussen impliciet en expliciet geheugen) patient leerde het wel, maar kon niet herinneren dat hij het had geleerd
alzheimer
vorm van dementie
Amyloid plaques, tangles, atrofie MTL
MTL
mediaal temporaal lob, schade hieraan kan oorzaak zijn van amnesie
korsakoff
Alcoholisme & slechte voeding ā vitamine B1 te kort
Verstoorde dorsomedial thalamus & corpus mamillare (papez circuit)
Symptomen: anterograde & retrograde amnesia, confabulaties (verzinnen waarom iets op een bepaalde manier gebeurd is)
Wat is een vroeg signaal voor alzheimers
moeite met richting en afstand
Bijv. path integration test
Ook bij chronische stress, PTSD, depressie, ervaring van āverdwaald zijnā, hippocampus atrofie. (kan gepaard gaan met slecht geheugen en desorientatie)
Single cell onderzoek bij ratten: spatiele cellen in hippocampus (grid cells, place cells, boudary cells, heading cells).
semantisch geheugen
feitenkennis, weten
Neuropsychologische testen: objecten benoemen, semantische inschatting (bij elkaar horen), Category fluency (categorieƫn benoemen, bijv. boerderijdieren).
Activatie verspreid over de cortex, afhankelijk van type informatie
Benoemingsprobleem: anomia (kenmerk amnesie)
episodisch geheugen
medio temporaal lob
Bewust herinneren van persoonlijke en specifieke aan tijd en plaats gebonden informatie.
Testen: woorden of plaatjes herinneren na een delay.
Delay kort: STM (prefrontaal)
Delay langer: LTM (mediotemporaal)
Rey complex figure test: moeilijke tekening na een tijd natekenen
Bij korte termijn (prefrontaal) is de delay korter dan bij lange termijn (mediotemporaal).
declaratief geheugen voor bewegen
Semantisch geheugen: tekstboekkennis. Hoe zou je een beweging moeten uitvoeren.
Feitenkennis over hoe je moet bewegingen
Episodisch geheugen: Hoe voerde ik die beweging net uit? (Herinnering laatste beweging).
expertise induced amnesia
automatisch handelen, weinig episodisch geheugen
Goede semantische kennis over beweging. Voor geautomatiseerde bewegingen (expertise) is er beperkt episodisch geheugen. (Verstoring automatische beweging, meer episodisch geheugen). Voor beginners is er veel focus voor uitvoeren beweging, dus meer episodisch geheugen.
werkgeheugen
prefrontaal
reactivatie (maintenance = vasthouden in kortetermijngeheugen, onderdeel van werkgeheugen) en manipulatie van informatie voor de actuele situatie.
Capaciteitsgebrensd.
Dorsolaterale prefontaal cortex (central executive) + meerdere subnetwerken (dynamic filtering).
phonological loop
taken met verbale component
Word span test: zo veel mogelijk woorden onthouden (lastiger onthouden als woorden hetzelfde klinken)
digit span test
Patiƫnt H.M.
PatieĢnt H.M. had last van epilepsie en daarom werd bilateraal een deel van zijn mediale temporale kwab verwijdert. Na de operatie ontwikkelde hij een beperkt vermogen om informatie op te slaan, herinnerde hij zich nog wel feiten van vroeger, had hij een relatief intact kortetermijngeheugen maar was hij ernstig verstoord in het opslaan van herinneringen in het langetermijngeheugen, oftewel anterograde amnesie.
visualspatial sketchpad
korte termijn geheugen dat parallel ligt aan de phonoligcal loop en visuele of visuospatiele informatie bevat. De test hiervoor is mensen een lijst met woorden laten onthouden. Ze konden dit doen door het gewoon uit hun hoofd te leren of door visuospatiele strategie dmv imagery mnemonic. Het bleek dat mensen die de visuospatiele strategie gebruikten beter konden onthouden.
impliciet geheugen
niet declaratief
niet verwoordbaar, bv hoe je moet fietsen
Onderscheid tussen procedureel (leren bewegen), priming (herkennen na meerdere keren zien) en conditionering & habitatie
onbewust leren van vaardigheden
gebieden bij impliciet geheugen
Amnesiepatiƫnten (bijv. H.M.), alzheimer & Korsakoff patiƫnten hebben soms intact procedureel geheugen/leervermogen, dus onafhankelijk van hippocampale geheugen structuren.
Parkinson & Huntington patiƫnten hebben meer moeite met impliciet leren, basale ganglia betrokken.
fMRI: Activatie in motor cortex & basale ganglia (putamenten) bij het impliciet leren van een motorische sequentie.
Impliciet meer dorsale route (procedureel), expliciet meer ventral route (bewust)
priming
verandering in snelheid, nauwkeurigheid of bias ten aanzien van een stimulus door eerdere exposure
Intact in alzheimer en amnesiepatiƫnten.
Testen: Gollin incomplete figure test (incomplete figuren herkennen), woorden afmaken.
perceptuele priming
Als je een plaatje ziet en je ziet daarna het plaatje verstoord dan zie je eerder wat het moet woorden dan wanneer je dat plaatje niet van tevoren hebt gezien.
conceptuele priming
Als je steeds woorden hoort die met oud te maken hebben ga je zelf langzamer lopen. Of als je een warme kop koffie krijgt dan vind je de interviewer aardiger. Dit is non-declaratief lang termijn geheugen.
semantische priming
conceptuele priming in tegenstelling tot perceptuele priming
Prime woorden zoals rimpels, vergeetachtig, leesbril zorgt ervoor dat je langzamer het lab uit loopt (Bargh et al., 1996).
Warme kop koffie zorgt dat je de interviewer aardiger vindt (Ijerman et al, 2009)
Greenwashing: logo groen maken dan is het āgezonderā
Meer prefrontale activatie bij semantische dan perceptuele priming
klassiek conditioneren
Verstoord in Alzheimer, Korsakoff en cerebellaire patiƫnten
Intact bij basale ganglia laesies & MTL amnesie
Cerebellum lijkt betrokken bij S-R conditionering.
emotioneel leren
Angst conditioneren, dubbele dissociatie
Vierkantje zien + schok krijgen. Daarna al alert bij alleen zien vierkant.
Interactie Hippocampus & amygdala
Hippocampale declaratieve herinnering kan amygdala activiteit beĆÆnvloeden; instructed fear (op basis van kennis (bang voor hond), respons (als iemand iets over hond verteld heb je reactie)
Amygdala kan expliciete herinneringen voor emotionele gebeurtenissen versterken; arousal kan geheugen voor details.
amygdala (emotie) letsel
herkent de geconditioneerde stimulus (vierkant), maar geen geconditioneerde huidrespons (galvanix skinrespons).
grote rol bij fear conditionering
hippocampus (amnesie patiƫnt) letsel
geen expliciete kennis van de geconditioneerde stimulus (weten niet dat vierkant bij schok hoort) maar wel huidrespons.
Welk kwab wordt geassocieerd met het opslaan van nieuwe herinneringen
temporele kwab
consolidatie
Het proces waarbij informatie vaak genoeg in het kortetermijngeheugen wordt herhaald om vervolgens overgebracht te worden naar het langetermijngeheugen
De hippocampus is belangrijk voor de snelle opslag van herinneringen, bij schade aan de hippocampus verliest een persoon zijn korte consolidatie.
Het semantische langetermijngeheugen nestelt zich in de neocorticale gebieden van het brein.
Ribotās law
tijdsafhankelijke amnesie
sensorisch geheugen
Dat hetgene wat je hebt gezien of gehoord nog even in je geheugen blijft zitten als een soort van echo.
confabulaties
soort verzinselen die mensen invullen voor momenten die ze zijn vergeten om er wel een logisch verhaal van te maken.
Echoic sensorische geheugen
het aller kortste geheugen voor geluid. Dit is bijvoorbeeld wanneer iemand tegen je praat terwijl je niet oplet en je dan toch nog de laatste zin kan herhalen
iconic sensorisch geheugen
het aller korste geheugen voor beeld. Dit is bijvoorbeeld wanneer je snel een plaatje ziet en vervolgens een ander plaatje ziet waarbij iets is weg gehaald en je dan moet zeggen wat er ontbreekt.
valence en arousal
Valance is of je een prettig/goed of onprettig/fout gevoel krijgt en arousal is of je er heftig of niet zo heftig emotioneel op reageert.
Kluver-Bucy syndroom
Het Kluver-Bucy syndroom ontstaat bij schade aan amygdala. Mensen met dit syndroom krijgen afgestompte emoties waardoor ze bijvoorbeeld geen angst ervaren.