FiF - 3. De resultatenrekening

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/31

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:46 PM on 1/16/24
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

32 Terms

1
New cards

Resultatenrekening

Film van het intern eigen vermogen

Intern eigen vermogen kan veranderen:

  • Stijging: winst blijft in het bedrijf

  • Daling:

    • bedrijf maakt verlies

    • bedrijf maakt winst, maar de uitgekeerde dividend is hoger dan de winst
      → mogelijk als er nog winsten uit verleden in bedrijf zaten

Laat zien of er in de voorbije periode winst of verlies gemaakt is

+ geeft details over hoe die winst tot stand kwam

2
New cards

Winst

Positief resultaat

Verlies = negatief resultaat

3
New cards

Resultaat (winst/verlies):

Opbrengsten - kosten

4
New cards

Winst is toegevoegde waarde

= indicator die aangeeft welke toegevoegde waarde een bedrijf maakte in een bepaalde periode (1 jaar)

winst = verkoop - corresponderende kosten

5
New cards

Hoe winst berekenen?

2 vragen:

  • Wat waren de verkopen/opbrengsten dit jaar?

  • Welke kosten waren nodig om die verkopen te kunnen realiseren

Resultatenrekening → elk getal geeft antwoord op een van de vragen

6
New cards

Boekjaar

Een volledig jaar waarin alle gebeurtenissen worden opgenomen

7
New cards

Dividenden

Vergoeding voor aandeelhouders, beslist in de jaarlijkse algemene vergadering

8
New cards

Indeling van de resultatenrekening

  • resultaat van de onderneming (winst/verlies) verklaart wijziging van intern vermogen

  • zien hoe resultaat van bepaalde periode (jaar/kwartaal/maand) is opgebouwd

  • → resultaat = opgebouwd in 4 blokken

9
New cards

4 blokken van Resultaat

Resultaat = opbrengst - kosten

  • bedrijfsresultaat = bedrijfsopbrengsten - bedrijfskosten

    • EBIT (completer)

    • EBITDA (objectiever)

  • financieel resultaat = financiële opbrengsten - financiële kosten

  • uitzonderlijk resultaat = uitzonderlijke opbrengsten - uitzonderlijke kosten

  • belastingen

10
New cards

Bedrijfsresultaat

Belangrijkste blok van resultatenrekening

→ geeft belangrijk deel van de activiteit weer, maar niet helemaal

→ Voor berekenen van winst moeten ook het financieel en uitzonderlijk resultaat meegeteld worden

Bedrijfswinst = positief bedrijfsresultaat
Bedrijfsverlies = negatief bedrijfsresultaat

11
New cards

Br: Bedrijfsopbrengsten

Voornaamste bedrijfsopbrengsten = verkoop/omzet
→ Financiële begrip van verkoop = financieel gezien heeft een bedrijf verkocht vanaf het moment dat de vordering onstaat

  • Soms wordt vordering onmiddelijk omgezet in geld

  • Maar veel bedrijven geven betalingsuitstel aan klanten
    → sturen factuur en worden pas later betaald

  • Voor veel bedrijven = verkoop = facturen sturen

12
New cards

Facturen

Verkopen → facturen sturen

Aankopen → facturen ontvangen

Hoe beter je je betalingen opvolgt en hoe sneller je facturen maakt, hoe sneller je kan groeien

13
New cards

Br: Bedrijfskosten

Kosten gemaakt voor de eigenlijke bedrijfsactiviteit

  • Goederen en diensten

    • handelsgoederen, grond- en hulpstoffen

    • (“dingen” nodig voor kern van activiteit)

  • Lonen = salarissen en alle kosten die hiermee gepaard gaan

    • bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen

    • (lonen → investering geen kost)

  • Diensten (voor derden) en diverse goederen

    • (“dingen” buiten kern van activiteit)

  • Afschrijvingen op vaste activa = toepassing van een belangrijk principe → de eenheid van boekjaar

    • (kosten maar geen uitgaven - winst daalt maar geen impact op cash)

  • Voorzieningen

14
New cards

Br: Verband tussen afschrijven en eenheid van boekjaar

Resultatenrekening geeft info over hoe het bedrijf voorbije jaar winst of verlies maakte

  • Winst hebben:

    • kosten worden gemaakt

    • men hoopt dat die kosten opbrengsten gaan voortbrengen

  • Kosten → nodig om activiteiten draaiende te houden

    • Bestaat niet alleen uit goederen, diensten en lonen

    • Ook vaste activa zijn nodig om winst te maken

  • Nemen enkel het gebruikte stukje vaste actief mee in de resultatenrekening
    = afschrijvingen

  • Afschrijvingen => subjectieve factor van reulstatenrekening

    Bv: hoelang gaat machine mee?

Als afschrijvingen subjectief zijn, dan is winst ook subjectief

Waardevermindering
→ te maken met waardedaling van actief

  • Waardevermindering:

    • vlottend actief dat waarde verliest, meestal onverwacht

  • Afschrijving:

    • vast actief die in waarde daalt

→ Meestal relatief klein bedrag

15
New cards

Br: Voorzieningen

Synoniem: provisies

  • Betekenis voor financiële leek: → je legt wat geld opzij voor later

  • Betekenis voor boekhouder: → door een voorziening te boeken, daalt de winst

16
New cards

Br: Boekwaarde zegt weinig over waarde

Boekwaarde v/e actief = beginwaarde, verminderd met de afschrijvingen
→ begrip dat in boekhoudkundig concept enkele belangrijke nadelen kent

  • Boekwaarde van een actief zegt niets over de marktwaarde

  • Boekwaarde van een actief zegt niets over de gebruikswaarde

Bij overname van bedrijf → kijken naar balans

  • Alle activa staan namelijk geboekt tegen hun boekwaarde

  • Niet alleen voor vaste activa, vlottende activa (zoals voorraad en vorderingen) moeten kritisch bekeken worden

17
New cards

Br: Provisies in grote bedrijven betekenen meestal iets anders

Financiële afdeling doet maandelijks een afsluiting of closing
→ winst word maandelijks berekend

Dit heeft veel gevolgen:

  • Facturen die je over 1 jaar betaalt
    → verdelen over 12 maanden

  • Provisies boekt men niet enkel voor kosten
    → kan ook om verkoop gaan

18
New cards

Financieel resultaat

Vermeldt de opbrengsten en de kosten v/h financieel beheer v/d onderneming

  • Voornaamste kosten = interesten die betaald worden op schulden

    • Voor veel bedrijven negatief → niet erg
      → kloppend hart van bedrijf zit in het bedrijfsresultaat
      → moet sterk genoeg zijn om financiële lasten te dekken

Financieel resultaat:
→ niet enkel zaak van financiële afdeling

  • Actief van iedereen in het bedrijf kunnen gevolgen op financieel resultaat hebben

19
New cards

Uitzonderlijk resultaat

Het resultaat dat voorkomt uit activiteiten die buiten de normale bedrijfsactiviteiten staan

  • maakt deel uit v/h bedrijfsresultaat → terugvinden bij de niet-recurrente opbrengsten en kosten

20
New cards

Belastingen

  • Bedrijf dat winst maakt moet belastingen betalen
    → Vennootschapsbelastingen zijn niet de enige

  • In loonkosten zitten grote geldsommen → bestemd voor de sociale zekerheid

    → gaat naar overheid

  • Hoe hoog/laag belastingen zijn verschilt van land tot land

21
New cards

Dividend

Meestal apart rapport dat vermeldt hoe de aandeelhouders beslissen over de winst

  • Als er winst is, kan aandeelhouder dividend krijgen
    → kunnen ook vergoedingen aan bestuurders (tantièmes) worden toegekend en soms krijgt het personeel een aandeel in de winst

  • Wordt op de jaarlijkse Algemene Vergadering beslist

  • Wordt de winst niet uitgekeerd → vergroot het intern eigen vermogen

22
New cards

De toelichting: vaak onterecht vergeten

Toelichting bevat een schat aan informatie

  • in terug te vinden hoe vaste activa zijn geëvolueerd:

    • Welke bedragen werden geïnvesteerd?

    • Hoeveel werd afgeschreven?

    • Welke vaste activa werden verkocht of buiten gebruik gesteld?

23
New cards

Ratio’s in de resultatenrekening

  • Rentabiliteit

  • Netto winstmarge

  • Brutomarge

  • EBITDA

  • EBITDA-marge

  • EBIT

  • EBIT-marge

24
New cards

Rentabiliteit

Enkele eenvoudige berekeningen die een goed beeld kunnen geven gezondheid v/d verkoop
→ geeft de verhouding weer van de gemaakte winst, ten opzichte van het geïnvesteerde vermogen.

Deze ratio’s of KPI’s (key performance indicators) worden vaak ROS-ratio’s genoemd

  • ROS = return on sales

25
New cards

Netto winstmarge

Beginnen met:

  • winst na belasting / verkoop

→ makkelijk om grote en kleine bedrijven met elkaar vergelijken

Marge berekening komt altijd op zelfde principe neer:

→ je neemt een tussentotaal in de resultatenrekening en deelt dit door de verkoop

26
New cards

Brutomarge

Vaak eerste tussentotaal dat wordt berekent:

  • brutomarge = verkoop − goederen − diensten

Zegt hoeveel ven de verkoop overblijft na de kosten van goederen en diensten

Daarna doe je volgende formule:

  • brutomarge / verkoop

Na deze formule gedaan te hebben kom je op een percentage
→ Dit percentage geeft weer hoeveel € er overblijft na kosten van goederen en diensten (na elke 100€ die verkocht werd)

Het geld dat overblijft moet voldoende zijn om alle andere kosten te dekken

  • personeel, afschrijvingen, waardeverminderingen, interesten en belastingen

27
New cards

EBITDA

Erg populaire indicator

Om begrip toe te passen → vertalen naar engels

  • Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization

    → Winst VOOR interesten, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen

  • EBITDA = verkoop - goederen - diensten - lonen

    → hoeveel winst er over is van de verkoop na de kosten van goederen, diensten en personeelslonen

Moet voldoende zijn om de andere kosten te dekken

→ afschrijven, waardeverminderingen, interesten en belastingen

<p>Erg populaire indicator</p><p>Om begrip toe te passen → vertalen naar engels</p><ul><li><p>Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization</p><p>→ Winst VOOR interesten, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen</p><p></p></li><li><p>EBITDA = verkoop - goederen - diensten - lonen</p><p>→ hoeveel winst er over is van de verkoop na de kosten van goederen, diensten en personeelslonen</p></li></ul><p>Moet voldoende zijn om de andere kosten te dekken</p><p>→ afschrijven, waardeverminderingen, interesten en belastingen</p>
28
New cards

EBITDA-marge

  • EBITDA-marge = EBITDA / verkoop

Lijdt tot een percentage:
Dit percentage geeft weer hoeveel € er overblijft na kosten van goederen, diensten en personeel (na elke 100€ die verkocht werd)

29
New cards

EBIT

  • Earnings Before Interest and Taxes

    → Winst VOOR interesten en belastingen

  • EBIT = verkoop - goederen - diensten - lonen - afschrijvingen - waardeverminderingen

    → hoeveel winst er over is van de verkoop na de kosten van goederen, diensten, personeelslonen, afschrijvingen en waardeverminderingen

Moet voldoende zijn om de andere kosten te dekken

→ interesten en belastingen

30
New cards

EBIT-marge

  • EBIT-marge = EBIT / verkoop

Lijdt tot een percentage:
→ Dit percentage geeft weer hoeveel € er overblijft na kosten van goederen, diensten, personeel, afschrijvingen en waardeverminderingen (na elke 100€ die verkocht werd)

31
New cards

Resultatenrekening als filter

De waarde van marge berekening wordt heel duidelijk als je ze visueel voorstelt

→ bekijken en analyseren van elk deel geeft heel nuttige managementinformatie
Analyse mag nooit het doel op zich zijn:
→ een middel dat moet leiden tot acties

32
New cards

Waarom zijn EBIT en EBITDA zo populair?

Vaak gebruikt als interne KPI’s in bedrijven
→ Alle medewerkers kunnen het beïnvloeden

  • Afschrijvingen vormen het belangrijkste verschil tussen EBIt en EBITDA

    • Maakt duidelijk wat het voor- en nadeel van deze indicatoren is

  • Omdat afschrijvingen niet in EBITDA zitten, is deze KPI objectiever dan EBIT (waar wel afschrijvingen in zitten)

Hoe populair ze ook zijn →je moet altijd de resultatenrekening lezen, als je een goed beeld wilt krijgen v/d capaciteit van een bedrijf om winst te maken

Explore top flashcards