1/31
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Resultatenrekening
Film van het intern eigen vermogen
Intern eigen vermogen kan veranderen:
Stijging: winst blijft in het bedrijf
Daling:
bedrijf maakt verlies
bedrijf maakt winst, maar de uitgekeerde dividend is hoger dan de winst
→ mogelijk als er nog winsten uit verleden in bedrijf zaten
Laat zien of er in de voorbije periode winst of verlies gemaakt is
+ geeft details over hoe die winst tot stand kwam
Winst
Positief resultaat
Verlies = negatief resultaat
Resultaat (winst/verlies):
Opbrengsten - kosten
Winst is toegevoegde waarde
= indicator die aangeeft welke toegevoegde waarde een bedrijf maakte in een bepaalde periode (1 jaar)
winst = verkoop - corresponderende kosten
Hoe winst berekenen?
2 vragen:
Wat waren de verkopen/opbrengsten dit jaar?
Welke kosten waren nodig om die verkopen te kunnen realiseren
Resultatenrekening → elk getal geeft antwoord op een van de vragen
Boekjaar
Een volledig jaar waarin alle gebeurtenissen worden opgenomen
Dividenden
Vergoeding voor aandeelhouders, beslist in de jaarlijkse algemene vergadering
Indeling van de resultatenrekening
resultaat van de onderneming (winst/verlies) verklaart wijziging van intern vermogen
zien hoe resultaat van bepaalde periode (jaar/kwartaal/maand) is opgebouwd
→ resultaat = opgebouwd in 4 blokken
4 blokken van Resultaat
Resultaat = opbrengst - kosten
bedrijfsresultaat = bedrijfsopbrengsten - bedrijfskosten
EBIT (completer)
EBITDA (objectiever)
financieel resultaat = financiële opbrengsten - financiële kosten
uitzonderlijk resultaat = uitzonderlijke opbrengsten - uitzonderlijke kosten
belastingen
Bedrijfsresultaat
Belangrijkste blok van resultatenrekening
→ geeft belangrijk deel van de activiteit weer, maar niet helemaal
→ Voor berekenen van winst moeten ook het financieel en uitzonderlijk resultaat meegeteld worden
Bedrijfswinst = positief bedrijfsresultaat
Bedrijfsverlies = negatief bedrijfsresultaat
Br: Bedrijfsopbrengsten
Voornaamste bedrijfsopbrengsten = verkoop/omzet
→ Financiële begrip van verkoop = financieel gezien heeft een bedrijf verkocht vanaf het moment dat de vordering onstaat
Soms wordt vordering onmiddelijk omgezet in geld
Maar veel bedrijven geven betalingsuitstel aan klanten
→ sturen factuur en worden pas later betaald
Voor veel bedrijven = verkoop = facturen sturen
Facturen
Verkopen → facturen sturen
Aankopen → facturen ontvangen
Hoe beter je je betalingen opvolgt en hoe sneller je facturen maakt, hoe sneller je kan groeien
Br: Bedrijfskosten
Kosten gemaakt voor de eigenlijke bedrijfsactiviteit
Goederen en diensten
handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
(“dingen” nodig voor kern van activiteit)
Lonen = salarissen en alle kosten die hiermee gepaard gaan
bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
(lonen → investering geen kost)
Diensten (voor derden) en diverse goederen
(“dingen” buiten kern van activiteit)
Afschrijvingen op vaste activa = toepassing van een belangrijk principe → de eenheid van boekjaar
(kosten maar geen uitgaven - winst daalt maar geen impact op cash)
Voorzieningen
Br: Verband tussen afschrijven en eenheid van boekjaar
Resultatenrekening geeft info over hoe het bedrijf voorbije jaar winst of verlies maakte
Winst hebben:
kosten worden gemaakt
men hoopt dat die kosten opbrengsten gaan voortbrengen
Kosten → nodig om activiteiten draaiende te houden
Bestaat niet alleen uit goederen, diensten en lonen
Ook vaste activa zijn nodig om winst te maken
Nemen enkel het gebruikte stukje vaste actief mee in de resultatenrekening
= afschrijvingen
Afschrijvingen => subjectieve factor van reulstatenrekening
Bv: hoelang gaat machine mee?
Als afschrijvingen subjectief zijn, dan is winst ook subjectief
Waardevermindering
→ te maken met waardedaling van actief
Waardevermindering:
vlottend actief dat waarde verliest, meestal onverwacht
Afschrijving:
vast actief die in waarde daalt
→ Meestal relatief klein bedrag
Br: Voorzieningen
Synoniem: provisies
Betekenis voor financiële leek: → je legt wat geld opzij voor later
Betekenis voor boekhouder: → door een voorziening te boeken, daalt de winst
Br: Boekwaarde zegt weinig over waarde
Boekwaarde v/e actief = beginwaarde, verminderd met de afschrijvingen
→ begrip dat in boekhoudkundig concept enkele belangrijke nadelen kent
Boekwaarde van een actief zegt niets over de marktwaarde
Boekwaarde van een actief zegt niets over de gebruikswaarde
Bij overname van bedrijf → kijken naar balans
Alle activa staan namelijk geboekt tegen hun boekwaarde
Niet alleen voor vaste activa, vlottende activa (zoals voorraad en vorderingen) moeten kritisch bekeken worden
Br: Provisies in grote bedrijven betekenen meestal iets anders
Financiële afdeling doet maandelijks een afsluiting of closing
→ winst word maandelijks berekend
Dit heeft veel gevolgen:
Facturen die je over 1 jaar betaalt
→ verdelen over 12 maanden
Provisies boekt men niet enkel voor kosten
→ kan ook om verkoop gaan
Financieel resultaat
Vermeldt de opbrengsten en de kosten v/h financieel beheer v/d onderneming
Voornaamste kosten = interesten die betaald worden op schulden
Voor veel bedrijven negatief → niet erg
→ kloppend hart van bedrijf zit in het bedrijfsresultaat
→ moet sterk genoeg zijn om financiële lasten te dekken
Financieel resultaat:
→ niet enkel zaak van financiële afdeling
Actief van iedereen in het bedrijf kunnen gevolgen op financieel resultaat hebben
Uitzonderlijk resultaat
Het resultaat dat voorkomt uit activiteiten die buiten de normale bedrijfsactiviteiten staan
maakt deel uit v/h bedrijfsresultaat → terugvinden bij de niet-recurrente opbrengsten en kosten
Belastingen
Bedrijf dat winst maakt moet belastingen betalen
→ Vennootschapsbelastingen zijn niet de enige
In loonkosten zitten grote geldsommen → bestemd voor de sociale zekerheid
→ gaat naar overheid
Hoe hoog/laag belastingen zijn verschilt van land tot land
Dividend
Meestal apart rapport dat vermeldt hoe de aandeelhouders beslissen over de winst
Als er winst is, kan aandeelhouder dividend krijgen
→ kunnen ook vergoedingen aan bestuurders (tantièmes) worden toegekend en soms krijgt het personeel een aandeel in de winst
Wordt op de jaarlijkse Algemene Vergadering beslist
Wordt de winst niet uitgekeerd → vergroot het intern eigen vermogen
De toelichting: vaak onterecht vergeten
Toelichting bevat een schat aan informatie
in terug te vinden hoe vaste activa zijn geëvolueerd:
Welke bedragen werden geïnvesteerd?
Hoeveel werd afgeschreven?
Welke vaste activa werden verkocht of buiten gebruik gesteld?
Ratio’s in de resultatenrekening
Rentabiliteit
Netto winstmarge
Brutomarge
EBITDA
EBITDA-marge
EBIT
EBIT-marge
Rentabiliteit
Enkele eenvoudige berekeningen die een goed beeld kunnen geven gezondheid v/d verkoop
→ geeft de verhouding weer van de gemaakte winst, ten opzichte van het geïnvesteerde vermogen.
Deze ratio’s of KPI’s (key performance indicators) worden vaak ROS-ratio’s genoemd
ROS = return on sales
Netto winstmarge
Beginnen met:
winst na belasting / verkoop
→ makkelijk om grote en kleine bedrijven met elkaar vergelijken
Marge berekening komt altijd op zelfde principe neer:
→ je neemt een tussentotaal in de resultatenrekening en deelt dit door de verkoop
Brutomarge
Vaak eerste tussentotaal dat wordt berekent:
brutomarge = verkoop − goederen − diensten
Zegt hoeveel ven de verkoop overblijft na de kosten van goederen en diensten
Daarna doe je volgende formule:
brutomarge / verkoop
Na deze formule gedaan te hebben kom je op een percentage
→ Dit percentage geeft weer hoeveel € er overblijft na kosten van goederen en diensten (na elke 100€ die verkocht werd)
Het geld dat overblijft moet voldoende zijn om alle andere kosten te dekken
personeel, afschrijvingen, waardeverminderingen, interesten en belastingen
EBITDA
Erg populaire indicator
Om begrip toe te passen → vertalen naar engels
Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization
→ Winst VOOR interesten, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen
EBITDA = verkoop - goederen - diensten - lonen
→ hoeveel winst er over is van de verkoop na de kosten van goederen, diensten en personeelslonen
Moet voldoende zijn om de andere kosten te dekken
→ afschrijven, waardeverminderingen, interesten en belastingen

EBITDA-marge
EBITDA-marge = EBITDA / verkoop
Lijdt tot een percentage:
→ Dit percentage geeft weer hoeveel € er overblijft na kosten van goederen, diensten en personeel (na elke 100€ die verkocht werd)
EBIT
Earnings Before Interest and Taxes
→ Winst VOOR interesten en belastingen
EBIT = verkoop - goederen - diensten - lonen - afschrijvingen - waardeverminderingen
→ hoeveel winst er over is van de verkoop na de kosten van goederen, diensten, personeelslonen, afschrijvingen en waardeverminderingen
Moet voldoende zijn om de andere kosten te dekken
→ interesten en belastingen
EBIT-marge
EBIT-marge = EBIT / verkoop
Lijdt tot een percentage:
→ Dit percentage geeft weer hoeveel € er overblijft na kosten van goederen, diensten, personeel, afschrijvingen en waardeverminderingen (na elke 100€ die verkocht werd)
Resultatenrekening als filter
De waarde van marge berekening wordt heel duidelijk als je ze visueel voorstelt
→ bekijken en analyseren van elk deel geeft heel nuttige managementinformatie
Analyse mag nooit het doel op zich zijn:
→ een middel dat moet leiden tot acties
Waarom zijn EBIT en EBITDA zo populair?
Vaak gebruikt als interne KPI’s in bedrijven
→ Alle medewerkers kunnen het beïnvloeden
Afschrijvingen vormen het belangrijkste verschil tussen EBIt en EBITDA
Maakt duidelijk wat het voor- en nadeel van deze indicatoren is
Omdat afschrijvingen niet in EBITDA zitten, is deze KPI objectiever dan EBIT (waar wel afschrijvingen in zitten)
Hoe populair ze ook zijn →je moet altijd de resultatenrekening lezen, als je een goed beeld wilt krijgen v/d capaciteit van een bedrijf om winst te maken