1/24
sociale ongelijkheid
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
sociale ongelijkheid
verschillen [ individuen & groepen]
mensen leven toz elkaar: gunstige & ongunstige situaties
resultaat: ongelijke verdeling vn sociale goederen
verschillende gebieden ( allochtonen, vrouwen ivm loon)
sociale goederen ( 2)
materiële middelen
inkomen, diploma
ideële zaken
status, recht, macht
sociale stratificiatie
samenleving: opgedeeld → lagen/ strata
1 laag: verzameling: gelijke sociale posities
plek od sociale ladder
verschil: waardering, rijkdom, prestige
ongelijkheid: hiërarchische mechanisme
huidige klassenmaatschappij (7 klassen)
eliten
salariaat
proficians
arbeidsklasse
precariaat
werklozen
afhakers
eliten
rijke
invloed od beslissingen vd overheid
salariaat
stabiele/ voltijdse job
middenklassers; loon, pensioen
proficians
combinatie; vrije beropeen & technicians
denken: eigen verlangen, wensen
arbeidsklasse
loonarbeid → loondienst
werk: minder zelf vorm geven
precariaat
grotere waarderende groep ( hoge & laaggeschoolden)
afhankelijk: tijdelijk werk & onzeker → inkomsten & toekomst
vatbaar; extreem gedachtengoed & populisme
pikkety ( 3 klasse)
onderklasse
middenklasse
bovenklasse
onderklasse ( 50%)
horeca, dienstverlenende beroepen
helft; schuldenlast → even groot als vermogen
middenklasse ( 40%)
inkomst → arbeid
25/35% van totale vermogen
bovenklassen ( 60%)
topsalarissen
advocaten, dokters…
macht
anderen beïnvloeden → denken & doen
vr eigen belang of anderen
machtsongelijkheid
schaars goed
machtsongelijkheid
sommige posities: meer toegang → bronnen
hoog; ladder → meer invloed
schaars goed ( 3)
onafhankelijk zijn, eigen baad
eigen behoeften bevredigen
anderen helpen
definitie van macht
Handelingsmogelijkheden v/ anderen beperken of op bepaalde manier doen handelen ( tegen hun wil)
machtsbronnen (4)
politieke macht
economische macht
sociale macht
culturele macht
politieke macht
mogelijkheid: legitiem te sanctioneren
vb ouders; geen zakgeld meer
rechter; vonnis uitspreken
economische macht
mensen: schaarse middelen geven/ wegnemen
controle → verdemo,g
vb: werknemers ontslaan, aannemen, loon betalen
sociale macht
groep mobiliseren → gedachtengoed/ belangen: solidariteit
collectieve acties & organisaties
vb: vakbond: leden → staken
culturele macht
handelen van anderen sturen → beroep doen op waarden & verbondenheid
informeren/ getuigen
vb: religieuze leider: betoging
machtselite
groep: mensen kan sturen → verschillende machtsvormen
veel macht: eco, polit, soc
pluralisme
macht = meerdimensionaal
sl: beperkingen => omzetbaarheid van machtssoorten
vb diploma: niet kopen
burgerschap
lidmaatschap vd SL
rechten & plichten
ongelijkheid verminderen
ied: minimum aan macht