1/35
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Centrale rol van water
Stroomt over land, neemt sedimenten mee en zet ze ergens anders weer af
> vorming van geulen, rivierdalen en sedimentaire lagen in meren en oceanen
> Huidige landschappen begrijpen en voorspellen hoe landschappen in de toekomt zullen evolueren
Erosie door water
het proces waarbij gesteente en bodemmateriaal worden verplaatst door stromend water in rivieren, beekjes en zeeën.
sedimentatie
Wanneer dat materiaal stilvalt en wordt afgezet
Soorten erosie
•Verticale erosie
• Horizontale erosie
•Laterale erosie
•Differentiële erosie
Verticale erosie
• rivier of beek snijdt in de diepte
> bodem van rivier/beek wordt steeds dieper
•In bergachtige gebieden (hoge stroomsnelheid)

Horizontale erosie
• erosie aan zijkanten van een beek/rivier
> bedding van de rivier wordt breder
•In vlakke gebieden met lage stroomsnelheid

Laterale erosie
• combinatie van verticale en horizontale erosie
•Rivier verdiept én verbreedt
•In meanderende rivieren:
-Buitenbocht erodeert
-Binnenbocht sedimenteert
> scherpe bochten en variabel rivierbed
BV: de Rijn

Meandervorming
bochten in de rivier

soorten transport
•Suspensie
•Saltatie
•Rollen of grondtransport
•Bedload
Suspensie
•Wanneer fijne deeltjes (bv. Klei of silt) in het water blijven zweven en worden meegevoerd zonder dat ze zich aan de bodem hechten
•In snelstromend water (bv. Bergrivier)
Saltatie
•Zwaardere en grotere sedimentdeeltjes (bv. Grind en stenen) stuiteren langs de bodem en bewegen zich in sprongetjes voort
•Wanneer de stroomsnelheid hoog genoeg is om die grotere deeltjes op te tillen, maar niet hoog genoeg om ze continu in suspensie te houden
•Continu proces van erosie van de rivierbedding
Rollen/ grondtransport
•Draaiende en schuivende beweging van deeltjes over de bodem
•Grotere en zwaardere deeltjes die niet in suspensie worden gehouden of stuiteren zoals bij saltatie
Bedload
•Verzamelnaam voor transport van sediment over de bodem van de rivier (saltatie + grondtransport).

Sedimentatie
wanneer het transporterende water zijn snelheid verliest en sediment afzet.
Soorten sedimentatie
•Delta's
•Zandbanken
•Meanders
•Oxbow Lakes
• Alluviale afzettingen
delta's
•Locatie: waar een rivier uitmondt in een stillere watermassa (zee, meer,...)
•Afname stroomsnelheid à rivier zet meegenomen sediment af
•Waaiervormige structuur
•Vaak zeer vruchtbaar !
•Voorbeeld: Nijldelta Egypte
zandbanken
•Wat? Ophopingen van zand ontstaan door getijden en stromingen
•Belangrijk voor kustlandschap en ecologie
•Voorbeeld: langs Waddenzee (NL)
meanders
•Wat? Natuurlijke kronkels die rivieren vormen a.g.v. laterale erosie
•Werking:
-Binnenbocht: lagere stroomsnelheid > sedimentatie
-Buitenbocht: hogere stroomsnelheid > erosie
> scherpe bochten

Oxbow lakes
•Wat? Gebogen waterlichamen die ontstaan wanneer een meander zo ver geërodeerd is dat de rivier zich een nieuwe rechte weg baant, waardoor de oude meander afgesneden wordt.
Alluviale afzettingen
•Wat? Sedimentlagen die zijn afgezet door een rivier in haar vallei.
•Bestaan vaak uit zand, klei en grind à vaak erg vruchtbaar (landbouw)
•Voorbeeld: langs oevers van de Rijn
Rivierprofiel
verandering op vlak van breedte, diepte, snelheid van stromend water, ... > uniek voor elke rivier
Rivier
natuurlijke waterloop in een bepaald gebied.
Stroombekken
het geografisch gebied waarbinnen al de neerslag (sneeuw, regen,...) wordt verzameld en wordt afgevoerd door een enkele rivier, de hoofdstroom en haar zijrivieren.
Bovenloop
= deel van de rivier dichtst bij de bron
•Meestal hoge stroomsnelheid door groot verval (hoogteverschil tussen bron en lager gelegen gebied)
> water versnelt
> erosiekracht neemt toe (vooral bij steil reliëf)
> sterke verticale erosie (insnijding van de rivier in de bodem)
> diepe kloven en ravijnen
> watervallen
Debiet
= hoeveelheid water die per seconde door een bepaald punt van de rivier stroomt
varieert - afhankelijk van neerslag en smeltwater
Verval
•hoogteverschil dat water aflegt over bepaalde afstand
•Bepaalt hoe snel een rivier stroomt: hoe groter het verval, hoe sneller de stroming
•Groot verval
> vaak steiler profiel
> meer erosie, diepe insnijdingen
> bovenloop
•Naarmate de rivier afdaalt en het verval afneemt
> stroomsnelheid neemt af
> eerder sedimentatie dan erosie
Middenloop
•Minder steil > lagere stroomsnelheid > laterale/zijdelingse erosie
•Rivier beweegt zich zijwaarts door de grond en creëert bredere dalen
•Meanderen:
•Sedimentatie van fijne materialen in de binnenbochten
•Vruchtbare alluviale grond
•Rijk aan fauna en flora
Benedenloop
•Dichtst bij de monding van de rivier
•Stroomsnelheid neemt verder af
•Laag transportvermogen > neerslaan en afzetting van sediment:
•Sedimentatie
•Vorming van brede riviermonding (soms delta of estuarium*)
*estuarium: waar de rivier haar zoet water mengt met het zoute zeewater à ontstaan van brakwatergebied met unieke getijdenwerking en sedimentafzettingen
Monding
punt waar de rivier haar water afvoert in een grotere watermassa (bv. Zee of meer)
•Ophoping van sediment > netwerk van vertakkingen en kanalen vanuit de rivier naar de watermassa (delta, estuarium)
•Belangrijke ecosystemen
•Natuurlijke buffers tegen overstromingen
U dal, kloofdal, Vdal
hoge snelheiden, verticale erosie

Vlakbodem dal, boogdal, vlakdal
Lage stroom snelheiden, laterale en horizontale erosie

stroomsnelheid
•Hoe sneller het water stroomt, hoe meer materiaal de rivier kan meenemen
•Uitgedrukt in debiet
Laag debiet
droogte of watertekort
Hoog debiet
> kans op overstromingen
> groter erosie- en transportvermogen
> bv. Mekong (Zuidoost-Azië - regenseizoen)
Ondergrond
Zandige of zachte grond > snellere erosie dan een rivier die door rotsachtig gebied loopt
vegetatie
Vegetatie langs de rivier kan erosie net tegengaan (wortels stabiliseren de bodem en beperken zo erosie)