3. Waarneming en geheugen

0.0(0)
studied byStudied by 3 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/44

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen verschillende belangrijke termen en concepten uit de inleiding in de psychologie, met een focus op waarneming en geheugen.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

45 Terms

1
New cards

Waarneming

  • Een actief en cognitief proces waarbij patronen van sensaties worden opgenomen, geselecteerd en georganiseerd en geïnterpreteerd om betekenis te geven aan de omgeving.

  • Geen passieve registratie maar actieve constructie van werkelijkheid

  • Proces wordt sterk beinvloed door herinneringen, motivatie en emoties

<ul><li><p>Een actief en cognitief proces waarbij patronen van sensaties worden opgenomen, geselecteerd en georganiseerd en geïnterpreteerd om betekenis te geven aan de omgeving.</p></li><li><p>Geen passieve registratie maar actieve constructie van werkelijkheid</p></li><li><p>Proces wordt sterk beinvloed door herinneringen, motivatie en emoties</p></li></ul><p></p>
2
New cards

Sensatie

Het vroeg stadium van waarneming waarin neuronen van zintuiglijke receptoren een stimulus omzetten in neurale impulsen(via transductie).

  • Sensatie = het ontvangen van prikkels

  • Transductie = het omzetten van die prikkels in zenuwsignalen

3
New cards

Transductie

Het proces waarbij een stimulus wordt omgezet naar neurale impulsen.

Transductie is een stap binnen de sensatie: het proces waarbij die fysieke prikkels worden omgezet in elektrische signalen (zenuwimpulsen) die je hersenen kunnen begrijpen.

Het gaat dus om het omzetten van energie (licht, geluid, druk) in neurale signalen

4
New cards

Perceptie

De interpretatie van sensaties door de hersenen.

5
New cards

Verschil tussen gewaarworden en waarnemen

Gewaarworden verwijst naar de fysieke detectie van stimuli, terwijl waarnemen het actief interpreteren en betekenis geven aan deze stimuli inhoudt.

6
New cards

Wat zijn fosfenen?

Fosfenen zijn de visuele effecten die je ziet wanneer je druk op je ogen uitoefent, vaak beschreven als zachte lichtvlekken of patronen.

Kunnen ook optreden bij migraine.

7
New cards

Associatiegebieden

Gebieden in de hersenen die ruwe zintuiglijke informatie koppelen aan betekenis, herinneringen en context.

8
New cards

somatosensorische cortex

•verwerkingsgebied voor informatie tastzin, temperatuur, pijn en druk over hele lichaam

•Informatie doorgeven aan mentale plattegrond van lichaam zodat we herkomst van gewaarwordingen kunnen bepalen

9
New cards

neurobiologie van waarneming

•Sensaties worden voor bewerking doorgestuurd naar zintuiglijke verwerkingsgebieden in hersenen: somatosensorische -, auditieve - en visuele cortex, …

Associatiegebieden integreren vervolgens informatie met geheugen, herinneringen en emotie, zodat we iets begrijpen in plaats van enkel zien of horen of voelen.

10
New cards

van waarneming tot besluitvorming : vb. cyanose

Vb. uit het ziekenhuis:

•Wanneer je iets waarneemt (bv. patiënt met blauwe verkleuring rond lippen):

Sensorische gebieden (visuele cortex) registreren kleur, vorm, beweging

Associatiegebieden koppelen deze informatie aan betekenis:

•“blauw = cyanose”

•“cyanose = zuurstoftekort”

Prefrontale cortex gebruikt dit inzicht voor klinisch redeneren en besluitvorming (“ik moet zuurstof meten”)

Zo vormen associatiegebieden de brug tussen waarneming en handelen

11
New cards

Wat we waarnemen hangt af van de zintuigen waarover we beschikken

Zintuig

Orgaan

Fysische prikkeling

Gewaarwording

Exteroceptieve zintuigen

Zicht

Ogen

lichtenergie

Kleuren en vormen

Gehoor

Oren

Vibrerende drukveranderingen

Geluiden

Reuk

Neus

Chemische moleculen

Geuren

Smaak

Tong of zacht gehelmte

Chemische moleculen

Smaken

Gevoel

Huid

Druk, warmte, koude, beschadiging

Tast, druk, warmte, koude, pijn

Proprioceptieve zintuigen

Evenwichtszin

Labyrint in binnenoor

Statische druk, lineaire of circulaire bewegingen

Positie van hoofd, evenwichtsgevoel

Bewegingszin

Spieren, pezen, gewrichten

Druk, rekking

Positie van lichaam, zwaartegevoel

Interoceptieve zintuigen

Inwendige sensibiliteit

Inwendige organen

Druk, beschadiging

Innerlijke orgaangewaarwordingen

12
New cards

Gestaltprincipes

Principes die beschrijven hoe we prikkels structureren in een samenhangend geheel.

13
New cards

Selectieve aandacht

Het proces waarbij we ons concentreren op specifieke stimuli en andere negeren.

14
New cards

Differentiële gevoeligheid

Het minimumverschil dat nodig is om twee prikkels van elkaar te kunnen onderscheiden.

15
New cards

Habituatie

Het proces waarbij constante prikkels na verloop van tijd door ons bewustzijn worden genegeerd.

16
New cards

Zintuiglijk geheugen

De korte, automatische registratie van zintuiglijke input.

•Registreert zintuiglijke input (vnml. licht & geluid) kort en automatisch, voordat bewuste verwerking plaatsvindt

•Kenmerken:

•Tijd: 0,5 tot maximaal 2 seconden

•Verwerking: Selectieve aandacht voor overdracht van stimuli naar KTG

  • Afhankelijk van behoefte aan informatie en opvallendheid van stimuli

  • Filter (verzwakken van niet belangrijk/relevante stimuli)

17
New cards

Leg het 3 fasen model van het geheugen uit

Het 3 fasen model van het geheugen beschrijft de processen van informatieverwerking in drie stadia: sensorisch/zintuiglijk geheugen, werkgeheugen (kortetermijngeheugen) en langetermijngeheugen.

In het sensorisch/zintuiglijk) geheugen worden zintuiglijke informatie kort opgeslagen, waarna relevante informatie verdergaat naar het werkgeheugen(Korte termijngeheugen) voor tijdelijke verwerking, en uiteindelijk kan het in het langetermijngeheugen worden opgeslagen voor langere tijd.

Herhaling is een manier om zaken uit kortetermijngeheugen over te brengen naar LTG

<p>Het 3 fasen model van het geheugen beschrijft de processen van informatieverwerking in drie stadia: <strong>sensorisch/zintuiglijk geheugen, werkgeheugen (kortetermijngeheugen) en langetermijngeheugen</strong>. </p><p>In het sensorisch/zintuiglijk) geheugen worden zintuiglijke informatie kort opgeslagen, waarna relevante informatie verdergaat naar het werkgeheugen(Korte termijngeheugen) voor tijdelijke verwerking, en uiteindelijk kan het in het langetermijngeheugen worden opgeslagen voor langere tijd. </p><p>Herhaling is een manier om zaken uit kortetermijngeheugen over te brengen naar LTG</p>
18
New cards

Kortetermijngeheugen / werkgeheugen (KTG)

Doorlopend verwerkings- en opslagsysteem voor informatie die actief bewerkt wordt.

duur : +- 30 sec

max : 7 +-2 elementen

Verwerking is top down (op basis van verwachtingen, kennis, motivatie, gevoelens wordt de vanuit ZTG ontvangen info verwerkt door KTG

19
New cards

Langetermijngeheugen

Permanent opslagsysteem voor informatie met onbeperkte opname- en opslagcapaciteit.

•Informatie kan op 3 manieren worden opgeslagen:

  • Verbale code: symbolen (woorden, betekenissen, categorieën, getallen)

  • Sensorische code: visuele beelden, geluiden, geuren, …

  • Motorische code: bewegingen (bv zwemmen, fietsen, ..) à onbewust

•Opslaan van informatie in LTG:

  • Adhv samenhang is effectiever

  • Tweevoudige codering is effectiever

  • Verdiepende herhaling is effectiever

  • Interesse

20
New cards

Episodisch geheugen

Het geheugen voor persoonlijke ervaringen.

21
New cards

Semantisch geheugen

Het geheugen voor feiten en algemene kennis.

22
New cards

Procedureel geheugen

Het geheugen voor vaardigheden en handelingen.

23
New cards

Emotionele arousal zorgt voor beter onthouden (3)

Fysiologische opwinding die het geheugen kan versterken:

  • Dit gebeurt doordat de amygdala door emoties informatie beter vastlegt, doordat de amygdala de hippocampus activeert en de consolidatie van herinneringen bevordert.

  • Adrenaline en noradrenaline verhogen signaaloverdracht tussen amygdala en hippocampus.

  • Angst, verrassing en vreugde verhogen de aandacht en zorgen voor diepere codering van informatie

24
New cards

Retro-actieve interferentie

Wanneer nieuwe informatie de herinnering aan oude informatie verstoort.

25
New cards

Pro-actieve interferentie

Wanneer oude informatie het leren of ophalen van nieuwe informatie verstoort.

26
New cards

Wat is de absolute drempel van waarneming?

kleinste sterkte van een stimulus waarbij deze in ≥ 50 % van de gevallen wordt gedetecteerd.

vb :

Waarneming

Absolute drempel

Zien

In heldere nacht een brandende kaars die 48km verder staat

Horen

Het tikken van een horloge op 7m in een lege kamer

Smaak

Een theelepel suiker, opgelost in 10 liter water

Ruiken

Een druppel parfum in een 3 kamer appartement

Voelen

Een vleugel van een bij die van 1cm hoogte op je arm valt

Warmte

Een verschil van 1°C in temperatuur van de huid

27
New cards

Wat is de differentiële drempel van waarneming?

De kleinste waarneembare verandering in stimulussterkte die nodig is om een verschil te kunnen detecteren.

28
New cards

Welke zijn de externe factoren die selectieve aandacht bepalen?

  • Intensiteit/grootte van prikkels

  • Contrast

  • Beweging

  • Habituatie

29
New cards

Welke zijn de interne factoren die selectieve aandacht bepalen?

•Behoeften

•Interesses

•Verwachtingen

•Emoties

30
New cards

Leg de 6 Gestaltprincipes uit

De 7 Gestaltprincipes zijn basisconcepten die beschrijven hoe mensen visuele elementen organiseren en waarnemen. Deze omvatten:

  • nabijheid 👉 Wat bij elkaar staat, hoort bij elkaar.

  • gelijkenis 👉 Wat op elkaar lijkt, hoort bij elkaar

  • continuïteit : vloeiende, doorlopende lijnen of patronen te zien in plaats van losse stukken.

  • sluiting : 👉 Ons brein maakt het plaatje “af

  • gemeenschappelijk lot: 👉 Wat samen beweegt, hoort samen

  • figuur-achtergrond. : We onderscheiden automatisch wat op de voorgrond (figuur) staat en wat de achtergrond is. MEEST ELEMENTAIRE PRINCIPE VAN WAARNEMING

  • Symmetrie : •Symmetrische vormen of patronen zien we sneller als één geheel en als stabieler of georganiseerder dan asymmetrische vormen

31
New cards

Wat is een ander woord voor het visuele ZTG?

iconische geheugen

32
New cards

Wat is een ander woord voor het auditieve geheugen?

Echoïsch geheugen

33
New cards

Onderverdelingen LTG

  • Expliciet geheugen

    • Episodisch

    • Semantisch

  • Impliciet geheugen

    • Procedureel

vb. autorijden

34
New cards

Wat is loci (mnemotechnische methode)?

Een geheugensteuntechniek waarbij informatie wordt geassocieerd met specifieke locaties of punten in een vertrouwde omgeving.

Hoe werkt het? (stappen)

  1. Kies een bekende route of plek (bijv. je huis).

  2. Bepaal vaste plaatsen (deur, bank, tafel, bed).

  3. Koppel elk te onthouden item aan één plek.

  4. Maak er een vreemd of opvallend beeld van.

  5. Loop de route in gedachten langs om alles te herinneren.

35
New cards

Welke mnemotechnische technieken helpen opslaan in LTG?

•Chunking

•Loci

•Verhaal

•Verbeelding

•Omgeving

36
New cards

Wat zijn Flashbulb memories?

Flashbulb memories zijn levendige, gedetailleerde herinneringen aan bijzonder emotionele of betekenisvolle gebeurtenissen. Ze kunnen de context en details van de gebeurtenis bevatten, zoals de locatie en gevoelens op dat moment.

37
New cards

Waarom kunnen Stress en negatieve emoties geheugen verstoren? (4)

•Chronische stress verhoogt cortisol, wat hippocampale werking onderdrukt

•Angst en depressieve stemming verminderen aandacht en werkgeheugencapaciteit

•Te hoge arousal → verstoorde informatiecodering (Yerkes-Dodson-wet)

•Trauma’s kunnen leiden tot fragmentarisch of onderdrukt geheugen à ‘verdringing’ (bv. bij PTSS)

38
New cards

Wat is de Yerkes-Dodson wet?

De Yerkes-Dodson wet stelt dat er een omgekeerde U-vormige relatie is tussen arousal en prestaties, waarbij een gematigde arousal optimaal is voor prestaties, terwijl te lage of te hoge arousal leidt tot slechte prestaties.

<p>De Yerkes-Dodson wet stelt dat er een omgekeerde U-vormige relatie is tussen arousal en prestaties, waarbij een gematigde arousal optimaal is voor prestaties, terwijl te lage of te hoge arousal leidt tot slechte prestaties. </p>
39
New cards

Welke 3 typen geheugenproblemen bestaan er?

•Anterograde amnesie → onvermogen om nieuwe herinneringen op te slaan

•Retrograde amnesie → verlies van bestaande herinneringen

•Normale vergeetachtigheid → hoort bij veroudering of overbelasting

40
New cards

Oorzaken van geheugenproblemen (2×4)

→ Neurologisch:

  • NAH  (Niet Aangeboren Hersenletsel – bv. ongeval, beroerte)

  • Neurodegeneratieve ziekten (bv. MS, Alzheimer, Parkinson)

  • Zuurstoftekort of epilepsie

  • Mild cognitive impairment (MCI)

→ Psychologisch:

  • Stress, depressie, angst → verstoren codering en aandacht

  • Slaaptekort → belemmert consolidatie (overdracht naar langetermijngeheugen)

  • Verdringing

  • Interferentie: oude en nieuwe informatie hinderen elkaar (proactief / retroactief)

41
New cards

Wat is MCI?

Mild Cognitive Impairment (MCI) is een aandoening gemarkeerd door cognitieve achteruitgang die ernstiger is dan normale veroudering, maar niet genoeg om de diagnose van dementie te rechtvaardigen. Personen met MCI ervaren vaak geheugenproblemen en andere cognitieve verliezen die hun dagelijks functioneren kunnen beïnvloeden.

42
New cards

Wat zijn MS, Parkinson en Alzheimer?

  • Bij MS (auto-immuunziekte) raakt de beschermlaag rond zenuwen (myeline)beschadigd, waardoor signalen slecht worden doorgegeven

  • Bij Parkinson sterven dopaminecellen af, wat leidt tot trillingen en trage, stijve bewegingen

  • Bij Alzheimer sterven hersencellen af, waardoor geheugen en denkvermogen steeds verder achteruitgaan.

43
New cards

Welke behandelingen zijn er voor geheugenproblemen?

Geheugentraining is effectief wanneer ze gestructureerd, herhalend en functioneel relevant is

Doel = herstel van cognitieve functies én compensatie van blijvende tekorten

Belangrijkste principes:

  • Herhaalde oefening van geheugenprocessen (coderen, ophalen, associëren)

  • Compensatiestrategieën: gebruik van externe hulpmiddelen (agenda, apps, notities)

  • Functionele context: oefeningen gekoppeld aan dagelijkse activiteiten

  • Individuele aanpassing: afgestemd op het niveau en de doelen van de cliënt

Effecten (volgens Cicerone et al., 2019):

  • Verbetering van werkgeheugen en episodisch geheugen bij hersenletsel en MCI

  • Verhoogde zelfredzaamheid en kwaliteit van leven

  • Langdurig effect bij regelmatige toepassing en begeleiding

44
New cards

Welke factoren zijn van invloed op het opslaan en herinneren van informatie?

•Actief of spontaan

•Via oproepaanwijzing

•Opslag is inhoudsgebaseerd(samenhangende eenheden) :

  • Verbonden met andere informatie

  • meer aanwijzingen herinnert makkelijker

  • goede aanwijzingen niet verbonden met teveel andere informatie

•Opslag is gedistribueerd

•Opslag is selectief

•Interferentie

•Emoties

45
New cards

Opslag is selectief : leg uit

•Kenmerken van informatie (opvallendheid)

•Zaken waarop we aandacht richten (doelgerichtheid)

•Schema’s (passendheid)

•Schema = georganiseerde voorstelling van de structuur van gebeurtenissen, bv. stage

•Vervorming van herinneringen à valse herinneringen