Je lichaam werkt H8 biologie Repetitie begrippen

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/72

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

alle begrippen leren

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

73 Terms

1
New cards

ademcentrum

deel van je hersenen dat de ademhaling regelt; impulsen vanuit de koolstofdioxide zintuigcellen worden er verwerkt en het verstuurt impulsen naar de tussenribspieren en middenrifspieren

2
New cards

ademfrequentie

het aantal ademhalingen per minuut

3
New cards

ademhalingsstelsel

bestaat uit de organen luchtpijp, bronchiën en longen en heeft als functie zuurstof opnemen uit de lucht en koolstofdioxide afgeven aan de lucht

4
New cards

ademvolume

de hoeveelheid lucht in liters die je per minuut kunt in- en uitademen

5
New cards

aders

bloedvaten die het bloed van de organen terugvoeren naar het hart

6
New cards

aorta

grootste slagader; voert zuurstofrijk bloed vanuit de linkerkamer in de richting van alle organen, behalve de longen

7
New cards

AV-knoop

groep cellen die de impulsen vanaf de boezems opvangt en vertraagd doorgeeft aan de harttussenwand

8
New cards

bloedcellen

zitten in je bloed; er zijn rode en witte bloedcellen

9
New cards

bloeddruk

kracht waarmee bloed tegen de wanden van de bloedvaten drukt

10
New cards

bloedplasma

lichtgele vloeistof in je bloed; hierin zitten onder andere voedingsstoffen en afvalstoffen opgelost

11
New cards

bloedvatenstelsel

bestaat uit de organen hart en bloedvaten en heeft als functie het vervoeren van stoffen naar en van alle organen in je lichaam

12
New cards

boezems

twee bovenste ruimten in je hart

13
New cards

borstademhaling

ribademhaling, het bewegen van je ribben om te ademen

14
New cards

bovendruk

de bloeddruk die ontstaat bij het samentrekken van de kamers; dit is de grootste druk

15
New cards

bronchiën

vertakkingen van de luchtpijp

16
New cards

buikademhaling

middenrifademhaling, het bewegen van je middenrif om te ademen

17
New cards

celkern

bevat het DNA en regelt alles wat in de cel gebeurt

18
New cards

celmembraan

buitenkant van een cel; laat stoffen passeren en zorgt voor contact met de omgeving

19
New cards

cytoplasma

water met opgeloste stoffen in een cel

20
New cards

elektrocardiogram (ecg)

hartfilmpje; een grafiek van de elektrische spanning van het hart, gemeten tijdens verschillende fasen van de hartslag

21
New cards

endoplasmatisch reticulum

transportkanalen in de cel voor het vervoeren van eiwitten

22
New cards

energie

heb je nodig voor levensprocessen, activiteit en om warm te blijven; energie komt vrij bij de verbranding van energierijke voedingsstoffen zoals glucose

23
New cards

gaswisseling

uitwisselen van gassen, bijvoorbeeld tussen lucht en bloed

24
New cards

glucose

belangrijkste energierijke voedingsstof voor de verbranding

25
New cards

grote bloedsomloop

bloed stroomt vanuit de linkerkamer, via een orgaan, naar je rechterboezem; de functie is onder andere het afgeven van zuurstof aan de cellen en het opnemen van koolstofdioxide

26
New cards

haarvaten

kleinste soort bloedvaten; hier gaan stoffen in of uit het bloed

27
New cards

hartkleppen

kleppen tussen boezems en kamers; voorkomen dat het bloed terugstroomt naar de boezems

28
New cards

hartslag

pompbeweging van het hart: boezems trekken samen – kamers trekken samen – hartpauze

29
New cards

hartslagfrequentie

het aantal hartslagen per minuut

30
New cards

harttussenwand

verdeelt het hart in een linker- en een rechterhelft

31
New cards

hemoglobine

ijzer bevattende stof in de rode bloedcellen; zuurstof hecht zich in je longen aan hemoglobine, in je andere organen laat zuurstof weer los

32
New cards

holle aders

twee grote aders die zuurstofarm bloed uit de andere aders naar de rechterboezem voeren

33
New cards

kamers

twee onderste ruimten in je hart

34
New cards

kleppen

voorkomen dat bloed terugstroomt; ze zitten in veel aders en in en bij het hart

35
New cards

koolstofdioxide

afvalstof van de verbranding van glucose; je geeft het af aan de lucht

36
New cards

koolstofdioxide-zintuigcellen

zintuigcellen in je bloedvaten die gevoelig zijn voor veranderingen van het koolstofdioxidegehalte van het bloed

37
New cards

kransaders

aders die zuurstofarm bloed van het hart zelf naar een holle ader vervoeren

38
New cards

kransslagaders

slagaders die het hart zelf van zuurstof en voedingsstoffen voorzien

39
New cards

longader

ader die zuurstofrijk bloed van de longen naar de linkerboezem voert

40
New cards

longblaasjes

blaasjes aan het einde van de luchtpijptakjes; hier vindt de opname van zuurstof en de afgifte van koolstofdioxide plaats

41
New cards

longen

in je longen gaat zuurstof vanuit de lucht in je bloed en koolstofdioxide vanuit je bloed naar de lucht

42
New cards

longslagader

slagader die zuurstofarm bloed vanuit de rechterkamer naar de longen voert

43
New cards

luchtpijp

adembuis, is verstevigd met kraakbeenringen

44
New cards

lymfe

vloeistof in de lymfevaten

45
New cards

lymfeklier

hier komen een aantal lymfevaten bij elkaar; ze bevatten veel witte bloedcellen

46
New cards

lymfeknoop

ander woord voor lymfeklier; zie bij ‘lymfeklier’

47
New cards

lymfevaten

buisjes die de overtollige weefselvloeistof uit de weefsels wegvoeren

48
New cards

lymfevatenstelsel

orgaanstelsel dat bestaat uit lymfevaten en lymfeklieren; het zorgt dat weefselvloeistof terug in de bloedbaan komt en dat ziekteverwekkers bestreden worden

49
New cards

middenrifademhaling

buikademhaling, het bewegen van je middenrif om te ademen

50
New cards

mitochondrium (mitochondriën)

‘energiecentrale’ van een cel; het organel waarin de verbranding van glucose plaatsvindt

51
New cards

organel

onderdeel van een cel met een bepaalde functie

52
New cards

receptoren

structuren met verschillende vormen op een celmembraan; op deze plaats kunnen hormonen zich hechten aan een cel

53
New cards

restvolume (Vrest)

hoeveelheid lucht die altijd in je longen achterblijft

54
New cards

ribademhaling

borstademhaling, het bewegen van je ribben om te ademen

55
New cards

ribosomen

organellen die eiwitten maken

56
New cards

rode bloedcellen

cellen in het bloed die zuurstof vervoeren

57
New cards

rustvolume (Vrust)

hoeveelheid lucht die je in rust uit- en inademt

58
New cards

sinusknoop

groep cellen op de rechterboezem waarin de impulsen voor het samentrekken van het hart ontstaan

59
New cards

slagaderkleppen

kleppen aan het begin van de longslagader en de aorta; ze voorkomen dat het bloed terugstroomt naar de kamers

60
New cards

slagaders

bloedvaten met dikke, gespierde wanden, die bloed van het hart naar de organen voeren

61
New cards

slijmcel

cel in slijmvlies; produceert slijm

62
New cards

spirogram

grafiek van het ademvolume dat tijdens een longfunctieonderzoek met een spirometer is gemeten

63
New cards

totale longvolume (TLC)

maximale hoeveelheid lucht die in je longen kan zitten; restvolume en vitale capaciteit samen

64
New cards

trilhaartjes

deel van trilhaarcel; transporteert slijm met stofdeeltjes naar de keelholte

65
New cards

uitscheidingsstelsel

bestaat uit onder andere nieren en blaas; de functie is het verwijderen van afvalstoffen en overtollige stoffen uit het lichaam

66
New cards

verbranding

afbreken van glucose in aanwezigheid van zuurstof; het levert een cel de benodigde energie: glucose + zuurstof → koolstofdioxide + water + energie

67
New cards

verteringsstelsel

bestaat uit onder andere slokdarm, maag en dunne en dikke darm; de functie is het kleiner maken van grote voedingsstoffen, zodat ze in het bloed kunnen worden opgenomen

68
New cards

vitale capaciteit (VC)

hoeveelheid lucht die je maximaal uit kan ademen na een diepe inademing

69
New cards

water

afvalstof van de verbranding van glucose; je scheidt het uit via urine, door zweten en uitademen

70
New cards

weefselvloeistof

vloeistof die rond je cellen stroomt; je cellen nemen zuurstof en voedingsstoffen op uit de weefselvloeistof en geven er koolstofdioxide en andere afvalstoffen aan af

71
New cards

witte bloedcellen

cellen in je bloed die ziekteverwekkers bestrijden

72
New cards

zenuwstelsel

bestaat uit hersenen, ruggenmerg en zenuwen; de functie is het aansturen en laten samenwerken van je organen

73
New cards

zuurstof

gas in de lucht die je inademt; is nodig voor de verbranding van glucose

Explore top flashcards

100 fautes (1-50)
Updated 713d ago
flashcards Flashcards (161)
English Vocab
Updated 826d ago
flashcards Flashcards (40)
Parents
Updated 424d ago
flashcards Flashcards (28)
lung cancer
Updated 368d ago
flashcards Flashcards (61)
AP Bio - Genetics
Updated 289d ago
flashcards Flashcards (74)
100 fautes (1-50)
Updated 713d ago
flashcards Flashcards (161)
English Vocab
Updated 826d ago
flashcards Flashcards (40)
Parents
Updated 424d ago
flashcards Flashcards (28)
lung cancer
Updated 368d ago
flashcards Flashcards (61)
AP Bio - Genetics
Updated 289d ago
flashcards Flashcards (74)