de exacte ligging (geografische breedte en lengte) van een plaats, weergegeven in coördinaten.
4
New cards
Absolute ligging kunnen aflezen op een atlas kaart EN de absolute ligging van plaatsen kunnen geven!!!!
Begrijpen niet van buiten leren.
5
New cards
Relatieve ligging
is een beschrijving van de ligging ten opzichte van de omgeving.
vb: Rotselaar ligt boven Leuven
6
New cards
Global positioning system (GPS)
een wereldwijd satelliet plaatsbepalingssysteem dat kan bepalen waar op aarde je staat.
7
New cards
Geografisch informatiesysteem (GIS)
een elektronisch databeheerssysteem/informatiesysteem dat geografische informatie opslaat, bewerkt en analyseert.
8
New cards
voorbeelden en toepassingen van GIS-databanken
wordt toegepast in: planologie, economie, leger...
Belangrijkste functies:
o Grote hoeveelheden topografische data digitaliseren o Aanleggen van databanken o Visualiseren van informatie, kaarten, grafieken...
Voorbeelden functies
o Een telefoonmaatschappij kan aanduiden op de kaart in welke regio’s hoge en lage rekeningen zijn. o Het kan het stemgedrag van de bevolking onderzoeken per gemeente/provincie/... o Het kan de reactietijden van natuurrampen berekenen o Het kan berekenen welke hulpdiensten het snelst ter plaatse kunnen zijn.
9
New cards
Verschil tussen doel GPS en GIS
GPS worden gebruikt om de exacte locatie van dingen te vinden.
GIS worden gebruikt om informatie vast te leggen op een map
10
New cards
Hoeveel satelieten zijn er minstens nodig voor een nauwkeurige plaatsbepaling
4
11
New cards
Afstand bereken met een Lijnschaal
Je krijgt een lijnstuk met een bepaalde lengte. Je krijgt ook eenheden bv 1cm=2m dit wil zeggen dat elke 1cm op het lijnstuk 2m is in het echt.
12
New cards
Afstand berekenen met een Breukschaal
Om de echte afstand te achterhalen, moet je de afstand die je op de kaart meet vermenigvuldigen met de noemer (het onderste van de breuk) om de echte afstand te weten te komen.
\ Dus als de schaal 1/10.000 zou zijn en de afstand tussen de 2 punten 2 cm is doe je 2 centimeter maal de noemer,
dus: 2 x 10.000 = 20.000cm = 0,2 km
13
New cards
Kaarten ingedeeld naar inhoud
Topografische kaarten, Overzichtskaarten, Staatkundige kaarten en Natuurkundige kaarten.
14
New cards
Kenmerken Topografische kaarten
Topografische kaarten zijn op een niet erg grote schaal, omdat ze heel gedetailleerd zijn.
proberen het landschap zo duidelijk mogelijk te maken met rivieren, spoorwegen, kanalen, huizen...
Zo veel mogelijk detail geven
15
New cards
Kenmerken Overzichtskaarten
Grote schaal
Willen een overzicht geven
Toont : Water, grenzen, sporen…
16
New cards
Staatkundige kaart
Wil vooral aantonen waar de grenzen zijn.
Meestal is elke stad/gemeente een andere kleur.
\
17
New cards
Kenmerken Natuurkundige kaart
focust op de natuur, dus: reliëf, rivieren, zeeën...
Hierop zijn de grenzen en menselijke ingrepen meer op de achtergrond.
18
New cards
Thematische kaarten
Ze tonen een minimum aan topografische informatie, in functie van het beter begrijpen van de gegevens van het thema.
Thematische kaarten focussen zich dus op één bepaald onderwerp/thema, het kan over heel uiteenlopende onderwerpen gaan;
19
New cards
Kenmerken Stippenkaart
Gegevens worden door middel van stippen, die een constante waarde hebben, weergegeven op de bepaalde plaatsen.
* Geeft spreiding weer
20
New cards
Kenmerken Figuratieve kaart
Gelijkaardig aan de stippenkaart, maar de stippen variëren hier in grootte om de hoeveelheid te bepalen
* Geeft aantallen weer
21
New cards
Kenmerken Choropleet
Weergegeven per oppervlakte-eenheid (hectare, km...)
* Geeft dichtheid weer
22
New cards
Kenmerken Chorochromatische kaart
Geeft geen administratieve grenzen weer, maar kwalitatieve grenzen
* Totaal verschillende kleuren * Geeft kwaliteiten, eigenschappen weer.
23
New cards
Kenmerken isolijnen kaart
Gebruikt kleur en hoogtelijnen om een bepaald verschijnsel (hoogte, diepte...) weer te geven.
* Wordt vaak gebruikt rond het klimaat, temperatuur... * Geeft intensiteit, druk... weer
24
New cards
Kenmerken Ruimtelijk model
Driedimensionale kaart
* Gebruikt om dingen duidelijker te maken, valt meer op * Om ernst van een zaak weer te geven
25
New cards
Kenmerken Cartogram
* Diagram en kaart samengevoegd * Geeft statistische gegevens weer
26
New cards
Kenmerken bewegingskaart
* Gebruikt pijlen, routes... * Geeft beweging van mensen, goederen, dieren... weer
27
New cards
Het site van een stad
De oorspronkelijke ligging van een stad.
Het site van een stad is de plaats waar de nederzetting is ontstaan, en dit door de lokale landschapskenmerken, zoals rivieren, vruchtbare gebieden...
28
New cards
Stadspatroon
Een stadspatroon is de vorm van het stratenplan, het is het patroon waaruit een stad is opgebouwd.
29
New cards
Kenmerken radiaal stadspatroon
* Ontstond in het begin van onze jaartelling * Ontstond omdat volken zich wouden verdedigen en daarom muren bouwde rond hun stad * Armen leven aan de buitenste muur * ‘Cirkelvormig’ * er wordt een nieuwe muur gebouwd als de stad groter wordt * Europees middeleeuws patroon
30
New cards
Kenmerken Dambordpatroon/Gridstructuur
* Twee loodrecht lopenede straten komen elkaar tegen in het centrum * Rechthoekig * Ontstaan in Mesopotamië en de Chinese oudheid. * Er worden nieuwe wijken gebouwd als de stad groter wordt * Europees middeleeuws patroon
31
New cards
Voordelen/Nadelen van een Dambord/Gridstructuur
\+ Goedkoper door efficiënt ruimtegebruik
Voetgangvriendelijker door veel kruispunten
Er kan minder snel gereden worden
\-Er is geen stadscentrum waardoor de belangrijke functies verspreid zijn over de 2 straten.
Er is geen politiek, commercieel of toeristisch hart
32
New cards
Kenmerken Spinnenwebpatroon
* Hoofdwegen die naar de stadskern lopen * Vroeger waren die hoofdwegen muren * Grote straten zijn verbonden door zijwegen * Onregelmatig type * Gesloten stadsbeeld * Europees middeleeuws patroon
33
New cards
Voor en Nadelen van een spinnenwebpatroon
\+ functies zijn gecentraliseerd (winkelzones, Woonzones)
\- Ruimte wordt niet efficiënt gebruikt
De kleine straatjes zorgen ervoor dat het verkeer moeizaam verloopt
34
New cards
Kenmerken Concentrisch zonnenmodel
* Ontstaan in 1925 * Als eerste toegepast op Chicago * Opgedeeld in 5 concentrische ringen met elk een andere functie * Ook wel het model van Burgess genoemd * Armen leven meer centraal rijken meer aan de buitenzijden
35
New cards
Voordelen en Nadelen van Het concentrisch Zonne model
\+ Arme mensen wonen centraal waardoor alles voor hun dichterbij is waardoor ze niet (veel) moeten betalen voor vervoer
\ \- Houdt geen rekening met het feit dat het landschap niet overal hetzelfde is
Het houdt geen rekening met gentrificatie.
\
36
New cards
Gentrificatie
de opwaardering of upgrade van een oude buurt in een stad met als doel rijkere bewoners aan te trekken.
37
New cards
Gevolg van Gentrificatie
Oorspronkelijke bewoners kunnen vervreemden van de wijk, met al die onbekende mensen en winkels. Ook verdringing kan optreden, want gentrificatie gaat vaak gepaard met hogere – en voor de oorspronkelijke bewoners onbetaalbare – huizenprijzen.
38
New cards
Kenmerken Sectorale zonering
* Ontworpen door Hoyt * Ontworpen in 1932 * Gebaseerd op de huurprijzen van verschillende Amerikaanse Steden
\
39
New cards
Voor en Nadelen Sectorale zonering
\+ De koop en huurprijzen zijn constant in elk deel
\ \- Het is ontworpen voor steden met een centraal treinstation en niet voor de auto
\
40
New cards
Kenmerken MeerKernenmodel
* Ontworpen in 1945 * Ontworpen door Harris Ullman * Heeft meerdere kernen die elk een aparte functie vervullen
\
41
New cards
Voordelen en nadelen meerKernenmodel
\+ Lage klassen wonen dichtbij de kern en het bedrijfsgebied
\- De verschillende kernen zijn niet gelijkwaardig aan elkaar
\- De abrupte scheiding tussen zones
42
New cards
Stedelijke Hiërarchie definitie + benoemingen (Klein naar groot + voorbeeld)
Een rangorde die steden rangschikt op basis van verschillende factoren
Dorp/gemeente (gaasbeek) - Kleine stad (doornik) - Regionale stad (Oostende) - Grote Stad (Antwerpen)
\
43
New cards
Dorp Op vlak van Handel, Onderwijs, Vrije tijd en Medisch
Handel: Dagdagelijkse voorzieningen (Bakker…)
Onderwijs: Basisonderwijs, Lager onderwijs
Vrije tijd: Voetbalveld, Speeltuin
Medisch: Huisarts, tandarts, apotheker
44
New cards
Kleine stad op vlak van Handel, Onderwijs, Vrije tijd en Medisch
handel: Grootwarenhuis (bv Grote kledingwinkel)
Onderwijs: Middelbaar onderwijs
Vrije tijd: Sporthal, Kleine bioscoop
Medisch: Ziekenhuis
\
45
New cards
Regionale stad op vlak van Handel, Onderwijs, Vrije tijd en Medisch
Handel: Meerdere grote warenhuizen, Kwantitatief hoog winkelniveau
Onderwijs: Hoge school
Vrije tijd: Cultureel centrum, Bioscopencomplex
Medisch: Gespecialiseerd ziekenhuis
46
New cards
Grote stad op vlak van Handel, Onderwijs, Vrije tijd en Medisch
bv Winkelcentrum, Groothandel maar ook Bakker, Slager
57
New cards
Industriële Functie (Stedelijke functies)
Het belangrijkste inkomen van de stad. Dit houdt de economie draaiende.
Fabrieken, Brouwerij, Haven…
58
New cards
Morfologische verstedelijking
De wegen en Woonzones komen dichter bij elkaar. Je kunt de stad ZIEN uitbreiden.
* de bebouwde oppervlakte neemt toe, * de grond wordt meer en meer bezet door de mens * de bevolkingsdichtheid neemt toe,
59
New cards
Functionele verstedelijking
het verzorgingsgebied van een stad wordt groter, de stad krijgt een grotere invloedsfeer, een uitbreiding van stadsproductie en distributie.
er komen meer:
* bibliotheken, * musea, * haven wordt uitgebreid, * personeel voor de administratie van de stad...
60
New cards
Sociaaleconomische verstedelijking
Beroepsstructuur wijzigt: de plattelandsbevolking wordt verdrongen en overgenomen door mensen werkzaam in de stad, heen en weer reizen voor werk neemt toe...
* Files door vele heen en weer reizen * De woningen worden duurder
\
61
New cards
Sociologische verstedelijking
er ontstaat een gesloten maatschappelijke structuur;
* de nauwe band tussen inwoners verdwijnt, * wijken worden aangepast aan migratie, * plattelandsbevolking past zich aan de stadsbevolking aan... * Sterke controle op migratie * Meer interesse in cultuur * Meer psychische problemen door individualisatie
62
New cards
Ruimtegebruik in Vlaanderen
Totale Oppervlakte *1.368.238,00 hectare*
\ 70\.000 hectare beschermd Patriomonium 5%
\ 29% van de oppervlakte is bebouwd (Woningen 44%, Vervoer 30%. Anderen zijn : Industriegebied, Ontspanning gebied, Openbare gebouwen.)
\ 15% Verharde oppervlakte
\ Bodembedekking: Akkers, Bomen, Gras en Struiken, ca. 55%
Het hart van de stad, Er is een grote concentratie aan Regio gebonden handel en diensten.
65
New cards
Dichtbebouwde stedelijke wijken
* gebied waarin hoofdzakelijk woningen zijn, * ook handel, scholen, ziekenhuizen... komen voor. * In Europese steden is dit meestal het deel dat vroeger binnen de stadswal lag,
66
New cards
Kernstad
* Het deel omringd door de stadsrand * Bestaat vooral uit woningen en groene ruimtes * In grote steden kan hier ook handels, Dienst of industriekernen voorkomen
67
New cards
Agglomeratie
* Kernstad samen met de stadsrand * Wanneer meer dan 50% inwoners van een gemeente in de stedelijke woonkern woont, wordt de hele gemeente in de agglomeratie opgenomen.
68
New cards
Banlieue (stadsomgeving)
* De zone rond de agglomeratie * nog geen uitgesproken morfologische verstedelijking, * Wel functionele verstedelijking
69
New cards
Stadsgewest agglomeratie + Banlieue
de hele ruimtelijke structuur, waarbinnen overwegend de stedelijke functies gelokaliseerd zijn.
70
New cards
Forensenwoonzone
* een gemeente waarin minstens 15% van de inwoners in het stadsgewest werken. * De zone rond het stadsgewest waarin veel mensen wonen
\
71
New cards
Stedelijk leefcomplex
* forensenzone + het stadsgewest
72
New cards
Problemen veroorzaakt door verstedelijking (6)
1. Sociale ongelijkheid 2. Veel migranten 3. Minder ruimte 4. Meer verkeer 5. Meer vervuiling 6. Ziektes verspreiden makkelijker
\
\
73
New cards
Voorbeelden van oplossingen van problemen veroorzaakt door verstedelijking.
1. werk creëren 2. meer recreatie in slaapgemeentes 3. milieuzones 4. aanmoedigen fiets en openbaar vervoer 5. gezinsplanning 6. interne solidariteit 7. waterzuiveringsinstallaties
1. elektrische auto’s...
74
New cards
Fysisch-geografische elementen van: Duinen
* zandig * droog * Weinig plantgroei * Hoogte van ongeveer 20 meter
75
New cards
Fysisch-geografische elementen van:
Polders
* Vlak, Open gebied * Laaggelegen * Vruchtbare grond
\
76
New cards
Fysisch-geografische elementen van: Zandstreken
* Zandig * Laaggelegen * Vlak gebied * Veel rivieren/ Grachten * Landbouw gebied
77
New cards
Fysisch-geografische elementen van: Zandleemstreek
* Vormt overgang tussen noordelijk gelegen zandstreek en zuidelijke leemstreek à noorden meer zandig, zuiden meer leem * Heuvelachtig landschap
78
New cards
Fysisch-geografische elementen van: Leemstreek
* Dikke leemlaag * Zeer vruchtbare grond * Vochtig
79
New cards
Wat zijn de fysisch- geografische streken + Welke zijn er in belgie (ligging ook kennen)
* weinig bebouwing * Boerderijen, akkers, weiden… * Verspreid in België * Meer in Wallonië dan Vlaanderen
92
New cards
Socio-economische elementen: Stedelijk Landschap
* Bijna alleen menselijke landschapskenmerken * Veel bebouwing * Woningen, Winkels, Bestrating, kantoren… * Verspreid in België * Meer in Wallonië dan Vlaanderen
93
New cards
Socio-economische elementen: Industrielandschap
* Bijna alleen menselijke landschapskenmerken * Veel bebouwing * Fabrieksgebouwen, bestrating… * Belangrijke industrielandschappen * Ieper, Luik, Henegouwen, De Kempen
94
New cards
Socio-economische elementen: Havenlandschap
* Vooral menselijke landschapskenmerken * Grote watervlakken * Haven in * Antwerpen en Zeebrugge
* Kan menselijke en natuurlijke landschapskenmerken hebben * Is voor toeristen
\
96
New cards
Visuele Perceptie elementen:
Open Landschap
* Je kan ver en wijd kijken * Meer dan een km ver kijken * 180 graden wijd kunnen kijken * Bevind zich in * Hoge Venen, Droog Haspengouw…
97
New cards
Visuele Perceptie elementen:
Gesloten Landschap
* Beperkt zich in ALLE richtingen * Kijkafstand minder dan 250 meter * De ruimte is verdeeld ( Door bebossing etc..) * Voorbeelden * Bossen, Steden
98
New cards
Visuele Perceptie elementen:
Compartimentenlandschap
* Afwisseling tussen open en gesloten landschap * Verdeeld door * Bebouwing, Begroeiing * Bevindt zich op verschillende plaatsen
\
99
New cards
Visuele Perceptie elementen:
Coulisselandschap:
* transparante begroeiing * Ontstaan door aanplanten * Bevindt zich langs weilanden
100
New cards
Wat is RSV
* Ruimtelijke structuurplan Vlaanderen. * een onderbouwde visie over hoe we in Vlaanderen met onze schaarse ruimte moeten omgaan om een zo groot mogelijke ruimtelijke kwaliteit te krijgen.