Algemene chemie: termen

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/120

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:53 PM on 1/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

121 Terms

1
New cards

atoomnummer (Z)

het aantal protonen in de kern van een atoom

<p>het aantal protonen in de kern van een atoom</p>
2
New cards

massagetal (A)

som van de protonen en neutronen in een atoom

<p>som van de protonen en neutronen in een atoom</p>
3
New cards

Isotopen

atomen met hetzelfde aantal protonen en elektronen, maar verschillend aantal neutronen en dus ook verschillende massa

4
New cards

relatieve atoommassa 

een getal dat uitdrukt hoeveel keer de massa van dat getal groter is dan de atomaire massaeenheid

5
New cards

atomaire massaeenheid

1/12 van de absolute massa van een koolstof-12isotoop (1,66×10-24g)

6
New cards

hoofdgroepen

A-groepen

7
New cards

nevengroepen

B-groepen

8
New cards

transitie-elementen

elementen in de nevengroepen

9
New cards

inner-transitie-elementen

lathaniden en actiniden

10
New cards

orbitaal

ruimte rond een atoomkern waar de elektronen het meest waarschijnlijk voorkomen

11
New cards

s-orbitaal (vorm)

sfeer

<p>sfeer</p>
12
New cards

verschil 1s en 2s-orbitaal

2s is groter dan 1s-orbitaal

<p>2s is groter dan 1s-orbitaal</p>
13
New cards

knoopvlak

denkbeeldig vlak in een orbitaal waar de kans om een elektron te vinden onbestaand is

<p>denkbeeldig vlak in een orbitaal waar de kans om een elektron te vinden onbestaand is</p>
14
New cards

p-orbitalen (vorm)

2 lobben

<p>2 lobben</p>
15
New cards

d-orbitalen

knowt flashcard image
16
New cards

atoomorbitaal

hoogstens 2 elektronen met verschillende spin

17
New cards

opbouwprincipe (definitie)

volgorde waarin de atoomorbitalen worden opgevuld om de grondtoestand (=meest stabiele toestand) te verkrijgen.

18
New cards

opbouwprincipe (volgorde)

diagonaalregel: 1s 2s 2p 3s 3p 4s 3d 4p 5s 4d 5p 6s 4f 5d 6p 7s 5f

<p>diagonaalregel: 1s 2s 2p 3s 3p 4s 3d 4p 5s 4d 5p 6s 4f 5d 6p 7s 5f</p>
19
New cards

valentie-elektronen

elektronen op de buitenste schil

20
New cards

elektronenconfiguratie in grondtoestand van 1e 10 elementen (met orbitaaldiagram, best schrijven)

Orbitaaldiagram:

Bv. H: 1    1S1              1S: ↑

He: 2    1S2                  1S: ↑↓ (gepaarde spin)

Li: 3      1S2 2S1            1S: ↑↓ 2S: ↑

= [He] 2S1

B: 5      [He] 2S2 2P1    2S: ↑↓ 2Px: ↑

C: 6      [He] 2S2 2P2    2S: ↑↓ 2Px: ↑ 2Py: ↑

N: 7     [He]  2S2 2P3    2S: ↑↓ 2Px:↑ 2Py: ↑ 2Pz: ↑

O: 8      [He] 2S2 2P4    2S: ↑↓ 2Px: ↑↓: 2Py: 2Pz: ↑

P: 9

Ne: 10  [He] 2S2 2P6    2S: ↑↓ 2Px:↑↓ 2Py: ↑↓ 2Pz: ↑↓ (Edelgasconfiguratie)

21
New cards

uitzonderingen elektronenconfiguratie

<p></p>
22
New cards

energiediagram

knowt flashcard image
23
New cards

periodieke eigenschappen

knowt flashcard image
24
New cards

ionische binding 

elektronen worden overgedragen, het ene atoom wordt kation, het ander anion. (Voorbeelden: NaCl, LiAlH4)

25
New cards

kation

positief geladen ion

26
New cards

anion

negatief geladen ion

27
New cards

gewone covalente binding

Ø  twee dezelfde atomen vormen 1 tot 3 bindingen door voor elke binding elk één elektron ter beschikking te stellen. Ze delen dus hun elektronen. (Voorbeelden: H2, N2)

28
New cards

coördinatieve/datieve covalente binding

tussen twee verschillende atomen. Beide elektronen in de binding zijn van één van de atomen afkomstig. (Voorbeeld: H3O+)

29
New cards

polaire covalente binding

tussen twee verschillende atomen. Beide atomen geven één elektron per binding, maar t.g.v. de verschillende elektronegativiteiten worden de twee elektronen meer naar één van de atomen toegetrokken (deelladingen δ, dipoolmoment µ)

30
New cards

formele lading

de lading die aan een atoom in een molecule of samengesteld ion wordt 

#valentie-elektronen - #toegekende elektronen

<p>de lading die aan een atoom in een molecule of samengesteld ion wordt&nbsp;</p><p>#valentie-elektronen - #toegekende elektronen</p>
31
New cards

elektronegativiteit

mate waarin een atoom elektronen naar zich toe trekt

32
New cards

partiële lading

gedeeltelijke lading van een atoom binnnen een molecuul

33
New cards

elektrische dipool

wordt gevormd door de twee partiële ladingen voorgesteld door een vector

34
New cards

dipoolmoment

de grootte van de vector van een elektrische dipool.

is het product van de lading en de afstand

35
New cards

Uitzondering edelgasconfiguratie (minder)

BF3: 6VE, alternatief is ongunstig door lading van dubbele binding tussen B en Fl (elektronegativiteit)

<p>BF<sub>3</sub>: 6VE, alternatief is ongunstig door lading van dubbele binding tussen B en Fl (elektronegativiteit)</p>
36
New cards

Uitzondering edelgasconfiguratie (meer)

Bij moleculen waarin het centrale atoom, een element van de derde periode is (s-, p- en d-orbitalen). Als d-orbitalen gebruikt worden voor bindingen kunnen meer dan 8VE zijn.

<p>Bij moleculen waarin het centrale atoom, een element van de derde periode is (s-, p- en d-orbitalen). Als d-orbitalen gebruikt worden voor bindingen kunnen meer dan 8VE zijn.</p>
37
New cards

alifatische verbindingen

zijn alle verbindingen gemaakt door koolwaterstoffen die niet aromatisch (ook niet anit-aromatisch) zijn

38
New cards

cyclische verbindingen

de koolstoffen zijn in een ringvorm verbonden met elkaar

39
New cards

aromatische verbindingen

verbindingen die een aromatische ring zoals vb. benzeen bevatten

40
New cards

Verzadigd-Onverzadigd koolwaterstoffen

Verzadigd: enkele bindingen aan H vanuit C-atomen

Onverzadigd: als er dubbele bindingen zitten tussen de koolstofatomen

41
New cards

cis/trans isomerie

cis: alkeen waarbij de 2 gelijke substituenten op zitten aan dezelfde kant en tegenover zitten de waterstoffen

trans: alkeen waarbij de 2 gelijke substituenten op schuin tegenover elkaar bevinden en de waterstoffen vult de rest op

42
New cards

E/Z-configuratie

Volgens CIP prioriteitsregel.

E=entgegen, de zware ketens zitten schuin tegenover elkaar

Z=zusammen, de zware ketens zitten aan dezelfde kant

43
New cards

CIP prioriteitsregel

CIP=Cahn-Ingold-Prelog: substituenten op dezelfde koolstof-atoom worden vergeleken op basis van het atoomnummer van het atoom dat rechtstreeks op de dubbele binding staat.

<p>CIP=Cahn-Ingold-Prelog: substituenten op dezelfde koolstof-atoom worden vergeleken op basis van het atoomnummer van het atoom dat rechtstreeks op de dubbele binding staat.</p>
44
New cards

benzeen (definitie)

eenvoudigste aromaat: zeshoek met 3 dubbele bindingen

45
New cards

arylgroep (definitie)

substituent/functionele groep afgeleid van aromaat door het verwijderen van 1 H-atoom

<p>substituent/functionele groep afgeleid van aromaat door het verwijderen van 1 H-atoom</p>
46
New cards

carbonylgroep (definitie)

groep bestaande uit een koolstofatoom dubbel gebonden met een zuurstofatoom

<p>groep bestaande uit een koolstofatoom dubbel gebonden met een zuurstofatoom</p>
47
New cards

carboxylgroep (definitie)

combinatie van carbonyl- en hydroxylgroep

<p>combinatie van carbonyl- en hydroxylgroep</p>
48
New cards

carbonzuurderivaten (definitie)

carbonzuren waarbij hydroxylgroepen vervangen is door een ander elektronegatieve substituent Y.

<p>carbonzuren waarbij hydroxylgroepen vervangen is door een ander elektronegatieve substituent Y.</p>
49
New cards

identificeren van hoofdketen

knowt flashcard image
50
New cards

nummering hoofdketen

<p></p>
51
New cards

Getal van Avogrado

NA = 6,02×10²³

52
New cards

gasconstante

R = 8,314 J*mol-1*K-1

53
New cards

molariteit

=concentratie

aantal mol/liter

54
New cards

normaliteit

~molariteit (aantal reagerende functionele groepen per molecule)

bv. 1 wijnsteenzuur + 2 NaOH —> zuurrest + 2 Na+ + 2 H2O

normaliteit van NaOH = 2N

normaliteit van wijnsteenzuur = 1N

55
New cards

partieeldruk (definitie)

de druk van gas A (in een mengsel) wanneer alleen A in hetzelfde volume V (totale volume mengsel) aanwezig is.

56
New cards

omzettingsgraad (definitie)

Xt = (aantal mol A weggereageerd op tijd t)/(aantal mol op tijd 0)

57
New cards

opbrengst (definitie)

Yt = (aantal mol C reëel gevormd)/(aantal mol C dat maximaal kan gevormd worden)

58
New cards

invloed potentiaal op redox (redoxpotentiaal = E0)

hoe negatiever, hoe beter de reductans

hoe positiever, hoe beter de oxidans

59
New cards

reactiesnelheid (definitie)

v = (∆concentratie)/(∆tijd)

is evenredig met de concentraties van de reagentia

→ v = k*[reagens1]*[reagens2]

k is de snelheidsconstante

60
New cards

evenwichtsconstante (definitie + vergelijking)

constante K drukt de verhouding uit van de concentraties bij chemisch evenwicht. (waterconcentratie niet constante opgenomen bij zuren of basen)

a*A + b*B ⇌ c*C + d*D

vloeistof: K = ([C]c*[D]d)/([A]a*[B]b) (concentraties bij evenwicht)

vaste stof: K= verhouding van molfractie

gas: K = verhouding van partieeldrukken

<p>constante K drukt de verhouding uit van de concentraties bij chemisch evenwicht. (waterconcentratie niet constante opgenomen bij zuren of basen)</p><p>a*A + b*B ⇌ c*C + d*D</p><p></p><p>vloeistof: K = ([C]<sup>c</sup>*[D]<sup>d</sup>)/([A]<sup>a</sup>*[B]<sup>b</sup>) (concentraties bij evenwicht)</p><p>vaste stof: K= verhouding van molfractie</p><p>gas: K = verhouding van partieeldrukken</p>
61
New cards

inwendige energie (definitie)

Bij inwendige energie (U) wordt meestal het verschil in inwendige energie (∆U) gebruikt, om zo te weten te komen of het energie opneemt of afgeeft.

∆U = ∆H + p*∆V

62
New cards

enthalpie (defintie)

Enthalpie (H) is de wartme-energie die stof heeft. Het verschil in enthalpie is wel voor reacties. Indien het energie wordt afgegeven is ∆H negatief en bij opname positief.

∆H, negatief = exotherm → spontane reacties

∆H, positief = endotherm

De verandering hangt af van de sterkte en het aantal bindingen die gebroken/gevormd worden. (zie p.6.10 voor meer informatie)

63
New cards

arbeid bij chemische reacties (definitie)

De arbeid (w) is de energie gebruikt bij het expanderen van de volume om de druk in de opstelling gelijk te houden aan de buitendruk.

w = p*∆V

64
New cards

entropie (definitie)

Entropie (S) is een maat voor de wanorde in een systeem. Hoe meer mogelijke manier om de atomen, de molecules in het systeem geschikt kan worden hoe wanordelijker.

Mengen zorgt voor entropieverhoging en wanneer een vaste stof smelt een vloeistof wordt ook.

<p>Entropie (S) is een maat voor de wanorde in een systeem. Hoe meer mogelijke manier om de atomen, de molecules in het systeem geschikt kan worden hoe wanordelijker.</p><p>Mengen zorgt voor entropieverhoging en wanneer een vaste stof smelt een vloeistof wordt ook.</p>
65
New cards

vije energie (definitie)

Vrije energie (G) is de grootheid die de trends van enthalpie en entropie combineerd. Een reactie verloopt spontaan bij een negatieve ∆G.

∆G = ∆H - T∆S

negatieve ∆G = exergonische reactie = reactie loopt verder

∆G = 0 = chemisch evenwicht

positieve ∆G = endergonische reactie = reactie loopt terug

66
New cards

reactiequotiënt (definitie)

Analoog aan evenwichtsconstante K, maar een momentopname. d.w.z. ipv bij evenwicht, worden de concentraties op een gegeven moment gebruikt om het quotient Q te berekenen.

67
New cards

vrije energie verandering (∆rG0) (formule)

rG0 = -R*T*ln(K)

bij chemisch evenwicht: ∆rG = 0 = ∆rG0 + R*T*ln(K) → ∆rG0 = -R*T*ln(K)

68
New cards

effect van externe factoren op chemisch evenwicht (invloeden + formules)

Temperatuur: hangt af van exotherme of endotherme karakter van reactie.

  • endotherme reactie: evenwicht meer rechts bij hogere temperatuur

  • exotherme reactie: evenwicht meer rechts bij lagere temperatuur

ln(KT) = ln(K298) - (∆rH0/R)*(1/T - 1/298) rG0T = -R*T*ln(KT)

Reactievolume/Druk (voor gassen):

  • als gasmoleculen toeneemt in heenreactie en drukverhoging → chemisch evenwicht naar links

  • als gasmoleculen afneemt en drukverhoging → chemisch evenwicht naar rechts

Concentratie:

  • toevoegen van extra reagentia of verwijderen van producten → reactie-evenwicht naar rechts

  • toevoegen van producten → evenwicht naar links

69
New cards

exergonisch/endergonisch (betekenis)

exergonisch: spontaan

endergonisch: niet spontaan

70
New cards

gekoppelde reactie (definitie)

Een gekoppelde reactie is een proces waarbij een thermodynamisch ongunstige reactie toch verloopt doordat ze direct gekoppeld is aan een gunstige reactie, zodat de totale ΔG negatief is.

Voorbeeld: dehydrogenatie van alkaan naar alkeen adhv reactie van H2 met O2

Anders gezegd: een endergonische reactie wordt gekoppeld aan een reactie die nog sterker exergonisch is.

<p>Een gekoppelde reactie is een proces waarbij een thermodynamisch ongunstige reactie toch verloopt doordat ze direct gekoppeld is aan een gunstige reactie, zodat de <strong>totale ΔG negatief is</strong>.</p><p><em>Voorbeeld: dehydrogenatie van alkaan naar alkeen adhv reactie van H<sub>2</sub> met O<sub>2</sub> </em></p><p>Anders gezegd: een endergonische reactie wordt gekoppeld aan een reactie die nog sterker exergonisch is.</p>
71
New cards

sterke zuren (definitie)

dissociëren volledig in protonen (of H3O+) en het bijhorende anion A-

<p>dissociëren volledig in protonen (of H<sub>3</sub>O<sup>+</sup>) en het bijhorende anion A<sup>-</sup></p>
72
New cards

Leveling effect:

In water is H3O+ de sterkste zuur dat kan bestaan, bij toevoeging van sterkere zuren → reactie met water en meteen H3O+ gemaakt.

→ zuursterkte van toegevoegde zuren worden verwaarloosd en geëvenaard

Bij sterke base analoog aan sterke zuren:

<p>In water is H<sub>3</sub>O<sup>+</sup> de sterkste zuur dat kan bestaan, bij toevoeging van sterkere zuren → reactie met water en meteen H<sub>3</sub>O<sup>+ </sup>gemaakt.</p><p>→ zuursterkte van toegevoegde zuren worden verwaarloosd en geëvenaard</p><p>Bij sterke base analoog aan sterke zuren: </p>
73
New cards

sterke basen (definitie)

hierbij treedt zoals bij sterke zuren volledige dissociatie. (vaak eenwaardige of tweewaardige metaalionen: Na+, Mg2+)

<p>hierbij treedt zoals bij sterke zuren volledige dissociatie. (vaak eenwaardige of tweewaardige metaalionen: Na<sup>+</sup>, Mg<sup>2+</sup>)</p>
74
New cards

zwakke zuren en basen (soort reactie)

Bij deze soort stoffen treedt er een onvolledige reactie op (gedeeltelijke dissociatie) Evenwicht ligt naar links = Ka << 1 → grotere pKa-waarde

75
New cards

zuurdissociatieconstante (definitie)

=Ka: Analoog aan gewone evenwichtsconstante, maar dan bij zuren waardoor water uit de vergelijking gelaten wordt.

  • Evenwicht ligt naar links: Ka << 1 (= grotere pKa-waarde) = zwakke zuur

  • Evenwicht naar rechts: lagere pKa-waarde = sterke zuur

→ evenwichtsconstante van zuren pKa waarbij,

pKa = - log(Ka)

<p>=K<sub>a</sub>: Analoog aan gewone evenwichtsconstante, maar dan bij zuren waardoor water uit de vergelijking gelaten wordt.</p><ul><li><p>Evenwicht ligt naar links: K<sub>a</sub> &lt;&lt; 1 (= grotere pK<sub>a</sub>-waarde) = zwakke zuur</p></li><li><p>Evenwicht naar rechts: lagere pK<sub>a</sub>-waarde = sterke zuur</p></li></ul><p>→ evenwichtsconstante van zuren pK<sub>a</sub> waarbij,</p><p>pK<sub>a</sub> = - log(K<sub>a</sub>)</p>
76
New cards

basiciteitsconstante (definitie)

=Kb:

  • sterke base: Kb-waarde groter (maar typisch nog steeds << 1) → kleinere pKb

77
New cards

geconjugeerde zuur (definitie)

Geprotoneerde vorm van een base.

Hoe zwakker de base, hoe meer neiging de geconjugeerde base heeft om weer een proton af te geven.

78
New cards

Reacties tussen zuren en basen (reacties opnoemen)

  • sterke zuur + sterke base: aflopend

  • zwake zuur + sterke base of sterke zuur + zwakke base: aflopend

  • zwakke zuur + zwakke base: pKa en pKb controleren voor evenwicht te zien

(zie p. 7.8 voor examenvraag)

79
New cards

pH berekenen van zouten/zuur-base(de verschillende situaties)

  • Oplossingen van zouten van zwakke zuren: (K: metaalkation, A: anion, GB: geconjugeerde base)
    ZZ → K+ + A- (oplossing, H2O) A- + H2O → GB + OH-
    pOH = -log([OH-]) → pH = 14 - pOH

  • Oplossingen van zouten van zwakke basen: analoog met geconjugeerde zuur
    pH = -log([H3O+)

  • Oplossingen van sterk zuur + zwak zuur: dissociatie van sterk zuur is volledig waardoor evenwicht van dissociatie van zwak zuur naar links gaat. → De pH wordt dan volledig bepaald door het sterke zuur.

  • Oplossingen van sterke + zwakke base: analoog aan sterk zuur met zwak zuur, maar dan met OH-Enkel sterke base beïnvloedt pH.

  • Oplossingen van zwakke base + sterke zuur: pH wordt bepaald door de relatieve hoeveelheden die gemengd worden. (zie p.7.10)

  • Oplossingen van zwak zuur + sterke base: bepalen de concentraties naar welk stof er gekeken moet worden. (zie p. 7.10-11 en afbeelding)

  • Oplossingen van zwak zuur + zwak base: wordt bepaald door overmaat zuur of base. (zie p.7.11-12)

<ul><li><p><strong>Oplossingen van zouten van zwakke zuren:</strong> (K: metaalkation, A: anion, GB: geconjugeerde base)<br>ZZ → K<sup>+</sup> + A<sup>- </sup>(oplossing, H<sub>2</sub>O) <span>↔</span><sup> </sup>A<sup>-</sup> + H<sub>2</sub>O → GB + OH<sup>-</sup><br>pOH = -log([OH<sup>-</sup>]) → pH = 14 - pOH</p></li><li><p><strong>Oplossingen van zouten van zwakke basen:</strong> analoog met geconjugeerde zuur<br>pH = -log([H<sub>3</sub>O<sup>+</sup>)</p></li><li><p><strong>Oplossingen van sterk zuur + zwak zuur:</strong> dissociatie van sterk zuur is volledig waardoor evenwicht van dissociatie van zwak zuur naar links gaat. → <u>De pH wordt dan volledig bepaald door het sterke zuur.</u></p></li><li><p><strong>Oplossingen van sterke + zwakke base:</strong> analoog aan sterk zuur met zwak zuur, maar dan met OH<sup>-</sup> → <u>Enkel sterke base beïnvloedt pH.</u></p></li><li><p><strong>Oplossingen van zwakke base + sterke zuur: </strong><u>pH wordt bepaald door de relatieve hoeveelheden die gemengd worden. (zie p.7.10)</u></p></li><li><p><strong>Oplossingen van zwak zuur + sterke base:</strong> bepalen de concentraties naar welk stof er gekeken moet worden. (zie p. 7.10-11 en afbeelding)</p></li><li><p><strong>Oplossingen van zwak zuur + zwak base: </strong>wordt bepaald door overmaat zuur of base. (zie p.7.11-12)</p></li></ul><p></p>
80
New cards

intermediairen/IM (definitie)

Vrij stabiele tussenstapen in een reactieverloop. Op de G-curve vormen ze lokale minima.

Voorbeelden: carbokationen, carbonanionen, radicalen (met ongepaard e- op C, of op O, etc.)

81
New cards

Elementaire stap (definitie)

Elke stap van reagentia tot product met daar tussen IM’n.

82
New cards

Transitietoestand/TS (definitie)

Het maximum van G na een elementaire stap, waarbij een binding is gebroken en de nieuwe bindingen nog moeten gevormd worden. Aangeduid door ++ bij een ∆G.

83
New cards

activatie-vrije-energie/∆G++ (definitie)

Het verschil in vrije energie tussen de reagerende moleculen aan het begin van elke elementaire reactie en de volgende transitietoestand

84
New cards

geactiveerd complex (definitie)

Reagerende moleculen in transitietoestand.

<p>Reagerende moleculen in transitietoestand.</p>
85
New cards

snelheidsvergelijking (definitie)

drukt uit hoe de snelheid afhangt van de concentraties van de reagentia. De snelheid hangt ook af van de katalysatorconcentratie.

<p>drukt uit hoe de snelheid afhangt van de concentraties van de reagentia. De snelheid hangt ook af van de katalysatorconcentratie. </p>
86
New cards

orde van de reactie (definitie)

De exponenten van de concentraties, kunnen 0, 1, 2 of een niet-geheel getal.

Hierbij is k de snelheidsconstante die beschrijft hoe v afhangt van de concentraties.

De totale orde is gelijk aan de som van de orde van de reagentia.

<p>De exponenten van de concentraties, kunnen 0, 1, 2 of een niet-geheel getal.</p><p>Hierbij is k de snelheidsconstante die beschrijft hoe v afhangt van de concentraties.</p><p>De totale orde is gelijk aan de som van de orde van de reagentia.</p>
87
New cards

berekenen orde?

  • Op basis van gemeten vinit.
    Zo kan zelfs niet-gehele ordes bepaald worden.

  • Toepassing van geïntegreerde snelheidsvergelikingen
    Hierbij wordt de concentratie in functie van de tijd op een grafiek gezet en gekeken bij welke orde het best past.

<ul><li><p>Op basis van gemeten v<sub>init</sub>.<br>Zo kan zelfs niet-gehele ordes bepaald worden.</p></li><li><p>Toepassing van geïntegreerde snelheidsvergelikingen<br>Hierbij wordt de concentratie in functie van de tijd op een grafiek gezet en gekeken bij welke orde het best past.</p></li></ul><p></p>
88
New cards

Snelheidsbepaling reacties (algemeen)

De snelheid wordt vooral bepaald door de reactiesnelheid van de traagste elementaire stap, deze stap noemen we dan snelheidsbepalend.

<p>De snelheid wordt vooral bepaald door de reactiesnelheid van de traagste elementaire stap, deze stap noemen we dan <strong>snelheidsbepalend</strong>.</p>
89
New cards

Arrhenius relatie (formule + gebruik)

Hiermee kan snelheidsconstante berekend worden. Uit de k kan dan weer de activeringsenergie berekend worden.

<p>Hiermee kan snelheidsconstante berekend worden. Uit de k kan dan weer de activeringsenergie berekend worden.</p>
90
New cards

Katalysator (rol+voorbeelden)

Een katalysator versnelt een reactie, maar reageert zelf niet weg. De katalysator verlaagt de activeringsenergie waardoor er sneller reactie kan gebeuren.

Voorbeelden:

  • Zuren en basen: door protonering, van bv. alkanen

    • Metaalionen: verschillende reagentia rond zich schikken, van oxidatietrap veranderen → redox vlotter.

91
New cards

Thermodynamische + kinetische controle (def)

Wanneer er een systeem tussen twee reacties kan kiezen, waarin ze beiden van vrije energie daalt, maar niet noodzakelijk in dezelfde mate.

  • Wordt de reactieweg met de laagste vrije energie verkozen, dit wordt thermodynmische controle genoemd.

  • Dit is wel niet altijd het geval, soms is de reactiesnelheid van de andere reactieweg sneller door een katalysator en zo wordt deze reactieweg verkozen. Kinetische controle

92
New cards

VSEPR-model (definitie + gebruik)

=valentieschil-elektronenpaar-repulsiemodel

Visuele representatie om de geometrie van een Lewisstructuur de weergeven.

<p>=<strong>v</strong>alentie<strong>s</strong>chil-<strong>e</strong>lektronen<strong>p</strong>aar-<strong>r</strong>epulsiemodel</p><p>Visuele representatie om de geometrie van een Lewisstructuur de weergeven.</p>
93
New cards

valentiebindingstheorie (definitie)

Beschrijft het vormen van bindingen via het overlappen van atomaire orbitalen en het delen van elektronen. De valentiue-elektronen behoren tot specifieke atomen.

94
New cards

molecuulorbitaaltheorie (definitie)

De atomaire orbitalen worden gecombineerd om nieuwe moleculaire orbitalen te vormen die zich over het hele molecuul uitstrekken. De elektronen behoren niet langer tot specifieke atomen, maar bevinden zich in deze moleculaire orbitalen.

Valentiebindingstheorie, niet verkeerd gewoon in verkeerde context. In dit geval gaat het over orbitalen van de atomen in een hele molecule en niet tussen 2 atomen → hybridisatie.

95
New cards

hybridisatie (definitie)

Dat is het mixen van verschillende atoomorbitalen op hetzelfde atoom tot een neieuwe equivalente orbitaal.

96
New cards

staggered Newman-projectieformule

De waterstoffen zijn geschrankt.

<p>De waterstoffen zijn geschrankt.</p>
97
New cards

eclipsed Newman-projectieformule

De waterstoffen zijn parallel.

<p>De waterstoffen zijn parallel. </p>
98
New cards

conformaties (definitie+speciaal geval)

De verschillende standen die de waterstofatomen kunnen aannemen in een molecuul.

Bij cyclohexaan zijn er maar 2 conformaties: stoel- en bootconformaties

  • stoelvorm: meest stabiel, geen sterische hindering, alle koolstof-waterstof-bindingen zitten in een gunstige staggered situatie → eigenlijk zijn er hiervan 2, waarbij de axiale veranderen in equatoriale bindingen, de vormen worden voortdurend omgezet in elkaar

  • bootvorm: minder stabiel, hogere energie door eclipsed waterstoffen C5-C6, en C1 en C4 te dicht op elkaar

<p>De verschillende standen die de waterstofatomen kunnen aannemen in een molecuul.</p><p>Bij cyclohexaan zijn er maar 2 conformaties: stoel- en bootconformaties</p><ul><li><p>stoelvorm: meest stabiel, geen sterische hindering, alle koolstof-waterstof-bindingen zitten in een gunstige staggered situatie → eigenlijk zijn er hiervan 2, waarbij de axiale veranderen in equatoriale bindingen, de vormen worden voortdurend omgezet in elkaar</p></li><li><p>bootvorm: minder stabiel, hogere energie door eclipsed waterstoffen C5-C6, en C1 en C4 te dicht op elkaar</p></li></ul><p></p>
99
New cards

orientatie C-H bindingen (cyclohexaan stoelconfiguratie)

axiale bindingen: loodrecht op de ring

equatoriale bindingen: de rest ligt min of meer in het vlak van de ring

<p>axiale bindingen: loodrecht op de ring</p><p>equatoriale bindingen: de rest ligt min of meer in het vlak van de ring</p>
100
New cards

bindingsdissociatie energie (definitie)

Energie die nodig is om binding te breken.