1/18
Deze flashcards dekken belangrijke concepten over leren, geheugen, gehechtheid en opvoedingsstijlen, zoals beschreven in de cursusnotities.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Neurale plasticiteit
Het vermogen van de hersenen om te veranderen door ervaringen.
Procedureel geheugen
Weten hoe; vaardigheden, motoriek.
Declaratief geheugen
Weten wat; feiten, kennis.
Klassieke conditionering
Leren door associatie tussen stimuli.
Operante conditionering
Leren door de gevolgen van gedrag, zoals beloning en straf.
Cognitief leren
Actieve verwerking van informatie, waarbij mentale veranderingen plaatsvinden.
Gehechtheid
De emotionele band tussen een kind en een vertrouwde verzorger.
Innerlijk werkmodel
Onbewust schema over jezelf, anderen en relaties, gebaseerd op vroege ervaringen.
Veilige hechting
Ouders zijn warm en voorspelbaar, waardoor het kind durft te exploreren.
Angstig-ambivalente hechting
Wisselend warm/afwijzend gedrag van ouders, waardoor het kind moeilijk te troosten is.
Vermijdende hechting
Afstandelijke ouders, het kind onderdrukt nabijheidsbehoefte en doet dingen zelf.
Gedesorganiseerde hechting
Ouders zijn bron van zowel troost als angst, wat leidt tot tegenstrijdig gedrag bij het kind.
Vreemdenangst
Angst voor onbekenden, ontwikkeld rond 7-8 maanden.
Scheidingsangst
Sterke reactie bij scheiding van ouder, meestal piek rond 12-18 maanden.
Theory of Mind (ToM)
Het besef dat andere mensen eigen gedachten, gevoelens en kennis hebben.
Autoritatief opvoedingsstijl
Een democratische stijl met warmte en duidelijke grenzen.
Autoritair opvoedingsstijl
Veel controle en weinig warmte, wat leidt tot angst zonder innerlijke motivatie.
Permissief opvoedingsstijl
Veel warmte maar weinig grenzen, wat kan leiden tot moeite met regels.
Verwaarlozend opvoedingsstijl
Weinig warmte en weinig grenzen, wat de kans op onveilige hechting vergroot.