1/22
Flashcards ter voorbereiding op het examen over leren, geheugen, gehechtheid en ontwikkelingspsychologie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Neurale plasticiteit
Het vermogen van de hersenen om te veranderen door ervaringen.
Procedureel geheugen
Weten hoe (vaardigheden, motoriek).
Declaratief geheugen
Weten wat (feiten, kennis).
Pre-operationeel stadium
Cognitieve ontwikkelingsfase van 2-7 jaar, gekenmerkt door egocentrisme en concreet denken.
Concreet-operationeel stadium
Cognitieve ontwikkelingsfase van 7-11 jaar, gekenmerkt door logisch denken over concrete situaties.
Formeel-operationeel stadium
Cognitieve ontwikkelingsfase van 11 jaar en ouder, gekenmerkt door abstract en hypothetisch denken.
Klassieke conditionering
Leren door associatie tussen stimuli.
Operante conditionering
Leren door gevolgen van gedrag, zoals beloning of straf.
Cognitief leren
Actief verwerken van informatie, waarbij mentale veranderingen plaatsvinden.
Hechting
De emotionele band tussen kind en vertrouwde verzorger, die zorgt voor veiligheid en stressregulatie.
Innerlijk werkmodel
Onbewust schema over jezelf, anderen en relaties, dat voortkomt uit vroege ervaringen.
Veilige hechting
Ouderlijke beschikbaarheid en warmte waardoor het kind durft te exploreren.
Angstig-ambivalente hechting
Wisselende ouderlijke warmte die leidt tot onveiligheid en afhankelijkheid van het kind.
Vermijdende hechting
Afstandelijke ouders waardoor het kind zijn nabijheidsbehoefte onderdrukt.
Gedesorganiseerde hechting
Ouders als bron van zowel troost als angst, leidend tot inconsistent gedrag bij het kind.
Vreemdenangst
Angst voor onbekenden die zich ontwikkelt rond 7-8 maanden.
Scheidingsangst
Sterke reactie van het kind bij scheiding van een ouder, meestal rond 12-18 maanden.
Social referencing
Het gebruik van de emotie van een ouder als gids door het kind.
Theory of Mind (ToM)
Het besef dat andere mensen eigen gedachten en gevoelens hebben, anders dan die van jou.
Autoritatieve opvoedstijl
Komt overeen met warmte en duidelijke grenzen; bevorderlijk voor veilige hechting.
Autoritaire opvoedstijl
Kenmerk van veel controle met weinig warmte, wat kan leiden tot angst.
Permissieve opvoedstijl
Veel warmte maar weinig grenzen, wat kan leiden tot problemen met regels.
Verwaarlozende opvoedstijl
Weinig warmte en weinig grenzen, wat kan resulteren in onveilige hechting.