1/69
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
aller
gaan
faire
doen/maken
contrefaire
namaken
défaire
losmaken
refaire
opnieuw maken
satisfaire
voldoen/tevreden stellen
devenir
worden
intervenir
tussenkomen
parvenir (Ă )
erin slagen te
se souvenir de
zich herinneren
venir
komen
appartenir Ă
behoren tot
obtenir
bekomen/verkrijgen
retenir
onthouden
soutenir
steunen
tenir
(vast) houden
prendre
nemen
apprendre
leren
comprendre
begrijpen
entreprendre
ondernemen
reprendre
terugnemen
surprendre
verrassen
pouvoir
kunnen/mogen
vouloir
willen
devoir
moeten
recevoir
ontvangen
apercevoir
opmerken
décevoir
ontgoochelen
dire
zeggen
redire
herhalen
Ă©crire
schrijven
lire
lezen
décrire
beschrijven
(s’) inscrire
(zich) inschrijven
prescrire
voorschrijven
souscrire
onderschrijven (abonneren)
Ă©lire
verkiezen
relire
herlezen
sourire
glimlachen
rire
lachen
croire
geloven
prévoir
voorzien
revoir
terugzien
voir
zien
envoyer
verzenden
renvoyer
terugsturen
savoir
weten
boire
drinken
mettre
zetten/plaatsen
admettre
toegeven
Ă©mettre
uitzenden
permettre
toelaten
promettre
beloven
soumettre
onderwerpen
transmettre
doorsturen/overhandigen
connaitre
kennen
apparaitre
verschijnen
disparaitre
verdwijnen
paraitre
verschijnen
reconnaitre
herkennen
s’asseoir
gaan zitten
courir
lopen
accourir
toesnellen
recourir Ă
beroep doen op
secourir
helpen
vivre
leven
survivre
overleven
revivre
herleven
mourir
sterven
naitre
geboren worden