Voorgeschiedenis, de tijd voordat er geschreven bronnen waren
6
New cards
Klassieke Oudheid
800 v.C. - 500
7
New cards
middeleeuwen
derde historische periode (500-1500)
8
New cards
vroegmoderne tijd
vierde periode (1500-1800)
9
New cards
moderne tijd
1750-1945
10
New cards
eigen tijd
1945 - nu
11
New cards
Ontvoogdingsstrijd
Strijd om emancipatie in de 19de eeuw vooral een strijd van de arbeiders-en vrouwenbeweging om (gelijke) rechten
12
New cards
vrijemarkteconomie
Economisch systeem waarbij de productie in handen is van particuliere ondernemers.
13
New cards
klassensamenleving
samenleving waarin de burgers ingedeeld zijn in verschillende groepen die van elkaar verschillen in bezit en macht
14
New cards
sociale kwestie
het probleem van de slechte leef- en werkomstandigheden van de arbeiders
15
New cards
communisme
het streven naar een samenleving waarin iedereen gelijk is
16
New cards
dictatuur
Bestuur waarin één persoon of een kleine groep mensen de macht heeft.
17
New cards
fascisme
antidemocratische, totalitaire, gewelddadige en extreem nationalistische politieke beweging
18
New cards
imperialisme
het proces waarbij Europese landen hun macht en invloed willen vergroten door kolonies te veroveren
19
New cards
Liberalisme
politiek-maatschappelijke beweging die streeft naar meer vrijheid
20
New cards
nationalisme
grote liefde voor eigen land, volk en cultuur
21
New cards
particratie
staatsvorm waarbij de macht in handen is van politieke partijen
22
New cards
socialisme
politiek-maatschappelijke beweging die streeft naar meer gelijkheid
23
New cards
verzuiling
maatschappelijke situatie waarbij een sterke scheiding bestaat tussen politieke en religieuze groeperingen die elk hun eigen organisaties hebben
24
New cards
evolutietheorie
het idee dat het leven op aarde zich langzaam ontwikkeld heeft uit eerdere levenssoorten
25
New cards
Darwinisme
Wetenschappelijke leer van Charles Darwin die een verklaring geeft voor de evolutie van plant- en diersoorten.
26
New cards
Franse Revolutie
democratische revolutie in Frankrijk vanaf 1789
27
New cards
Concert européen
Congres van Wenen
28
New cards
Congres van Wenen
Bijeenkomst van een aantal Europese landen in Wenen (1814-1815), na de overwinning op Napoleon, waar gesproken werd over de toekomst van Europa.
29
New cards
Volkerenslag bij Leipzig
1813
30
New cards
volkerenslag bij Waterloo
1815
31
New cards
bufferstaat
land dat tussen twee andere landen ligt om te voorkomen dat deze landen oorlog kunnen krijgen
32
New cards
Interventierecht
Het recht van een land om ongevraagd zich met een bepaald conflict te bemoeien en militair in te grijpen
33
New cards
Grote Alliantie
Een politiek-militair bondgenootschap tussen R, OH, Pruisen en GB dat nationalistische en liberale opstanden zou gaan onderdrukken. (1814/1818)
34
New cards
Heilige Alliantie
Verbond van Europese vorsten, in 1815 opgericht door de Russische tsaar Alexander I. Op basis van het christendom gaven de vorsten zichzelf het recht om op te treden tegen nationalistische en liberale onrust. Tevens wilden zij de onderlinge vrede handhaven.
35
New cards
absolute monarchie
regeringsvorm waarbij de koning alle macht heeft
36
New cards
constitutionele monarchie
koninkrijk met een grondwet
37
New cards
republiek
land dat geen koning of keizer heeft
38
New cards
grondwet
wet waarin staat hoe een land geregeerd wordt en wat de grondrechten van de burgers zijn
39
New cards
parlementaire democratie
politiek systeem waarbij de regering verantwoording schuldig is aan een met algemeen kiesrecht gekozen parlement
40
New cards
scheiding der machten
Het bestuur in een staat opdelen in drie machtsgebieden: de uitvoerende- wetgevende- en rechtsprekende machten.
41
New cards
Wet Le Chapelier
Franse wet uit 1791, waarbij verenigingen van arbeiders en boeren verboden werden.
42
New cards
volkssoevereiniteit
het idee dat het volk de hoogste macht heeft
43
New cards
cijnskiesrecht
verkiezingssysteem waarbij alleen wie een bepaalde hoeveelheid cijns (belastingen) betaalde mocht stemmen
44
New cards
algemeen stemrecht
Kiessysteem waarbij iedereen (minstens alle volwassen mannen) stemrecht heeft. (1919)
45
New cards
conservatisme
het streven om bestaande toestanden te behouden
46
New cards
Liberalisme
politiek-maatschappelijke beweging die streeft naar meer vrijheid
47
New cards
Zuid-Europese en Zuid-amerikaanse revolutie
(1820) kolonies komen in opstand
48
New cards
Belgische revolutie
afscheiding van Frankrijk (West- & Noord-EU) (1830)
49
New cards
Europese revolutie
(1848) economische crisis door misoogst
50
New cards
Liberale revoluties in Europa
(1820) verzet tegen herstel koniklijke macht/conservatieve houding van de regering
51
New cards
Nationalistische revolutie
(1830) verzet tegen onderdrukking door een vreemd volk/EU-vereniging
52
New cards
calvinisme
protestantse leer van Calvijn
53
New cards
rooms-katholieke kerk
kerk onder leiding van de paus
54
New cards
referendum
stemming van het volk over een beslissing die de regering moet nemen
55
New cards
Perscensuur
Het verbod op vrije meningsuiting van journalisten
56
New cards
mechanisatie
vervanging van menselijke arbeid door machines
57
New cards
nijverheid
producten maken
58
New cards
Staten-Generaal
De afgevaardigden van alle gewestelijke Staten bij elkaar.
59
New cards
Julirevolutie
(27/07/1830) mensen vinden dat de franse koning te veel macht heeft \> koning treedt af
60
New cards
bemiddelingspoging
poging om partijen tot een vergelijk of overeenstemming te laten komen
61
New cards
Tiendaagse veldtocht
inval van het Hollandse leger (02/08/1830)
62
New cards
klerikaal
de geestelijke stand betreffende
63
New cards
kieswethervormingzn
(1848-1919)
64
New cards
geheime stemming
de kiezer heeft in een democratie het recht om zijn stem anoniem uit te brengen. Dit voorkomt dat hij onder druk gezet kan worden om op een bepaalde partij of een bepaald individu te stemmen. Ook na de verkiezingen kan hij zodoende niet worden vervolgd voor zijn stem. (1877)
65
New cards
kieslijst
alle namen van kandidaten van een partij voor een verkiezing (1877)
66
New cards
Opkomstplicht
alle belgen van minstens 18 jaar moeten deelnemen aan de verkiezingen. Een stem uitbrengen op een lijst of kandidaat is niet verplicht omdat je ook blanco kan stemmen. (1893)
67
New cards
algemeen meervoudig stemrecht
Stemrecht waarbij alle mannen in principe één stem hadden, maar sommige mannen 2 of 3. Mannen met een eigen huis in bezit kregen nl. een extra stem, mannen met een diploma hoger onderwijs ook. Het algemeen meervoudig stemrecht was in België van kracht tussen 1894 en 1919. (1893)
68
New cards
evenredigheidsstelsel
(1899)kiesstelsel waarbij de zetels in een kieskring evenredig worden verdeeld volgens het behaalde aantal stemmen
69
New cards
kiesdrempel
(1848) voor stad en platteland gelijkgesteld
70
New cards
onderwijswet
lagere scholen op initiatief van de gemeente (1884)
71
New cards
onderwijswet
verplicht neutraal lager onderwijs in elke gemeente (1879)
72
New cards
taalwetten
(1872-1883) Frans in justitie, administratie en onderwijs
73
New cards
gelijkheidswet
gelijkheid FR/NL in hele land (1898)
74
New cards
Anti-globalisten
Mensen die zich verzetten tegen iedere vorm van globalisering. Zij zien globalisering als een bedreiging van de lokale economie en cultuur.
75
New cards
andersglobalisten
Groep internationale actievoerders die zich verzet tegen de huidige, sterk door de mno's vormgegeven, globalisering.
76
New cards
globalisten
voorstanders van globalisering
77
New cards
agrarisch
gebaseerd op landbouw
78
New cards
bevolkingsgroei
toename van de bevolking in een bepaalde periode
79
New cards
verstedelijking
proces waarbij mensen van het platteland naar de stad trekken
80
New cards
kolonisatie
het stichten van kolonies
81
New cards
kapitaal
groot bedrag aan geld
82
New cards
afzetmarkt
het aantal klanten dat producten wil kopen
83
New cards
Adam Smith
"inquiry into nature and the causes of the wealth of nations" (1776); maker van de onzichtbare hand; gelooft dat betere organisatie van arbeid dat mensen zich meer vervuld in hun leven zullen voelen; verlichtdenker
84
New cards
arbeid
primaire bron van rijkdom
85
New cards
marktmechanisme
de werking van vraag en aanbod zorgt ervoor dat op de markt een evenwichtsprijs tot stand komt
86
New cards
onzichtbare hand
benaming voor de coördinerende werking van het marktmechanisme
87
New cards
vrijemarktprincipe
vrijemarkteconomie
88
New cards
subsidie
geld (meestal van de overheid) dat bedoeld is om mensen, verenigingen etc. te steunen
89
New cards
protectionisme
De bescherming van de binnenlandse markt en bedrijven tegen buitenlandse concurrentie.
90
New cards
Eerste Industriële Revolutie
de overgang van handmatig naar machinaal goederen die samen ging met grote organisatiele en sociale veranderingen.
91
New cards
verlichting
beweging van mensen die vinden dat met het verstand alles kan worden verklaard en dat de maatschappij op de rede gebaseerd moet zijn
92
New cards
renaissance (wedergeboorte)
vernieuwing van de Europese cultuur vanaf omstreeks 1500 met een herboren belangstelling voor de klassieke cultuur
93
New cards
Tweede Industriële Revolutie
Periode vanaf het einde van de 19e eeuw, waarin staal, elektriciteit en de verbrandingsmotor werden toegepast in de industrie.
94
New cards
Derde industriële revolutie
periode rond 1960 waar waar alles geautomatiseerd wordt; energiebron= kernenergie
95
New cards
Vierde Industriële Revolutie
periode rond 2010 waaqr er vooral kleinschalige productie aanwezig is
96
New cards
fabrieksproletariaat
fabrieksarbeiders
97
New cards
proletariaat
bevolkingsgroep van bezitloze armen
98
New cards
koopkracht
de hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen