1/12
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Moral development theory: Piaget
Richt zich op moreel begrip via sociale interactie (bv. samenwerking, rechtvaardigheid).
Mensen willen harmonie, stabiliteit en veiligheid behouden.
Onderscheid tussen:
Heteronome moraliteit – regels komen van buitenaf
Autonome moraliteit – interne morele principes
Ethic of constraint versus ethic of cooperation
Moreel denken (moral thought) en moreel handelen (moral action) een relatie hebben: denken beïnvloedt handelen en vice versa.
Moral development theory: Kohlberg
Gebaseerd op Piaget, maar specifieker in stadia van moraliteit: preconventioneel, conventioneel, postconventioneel.
Verandering van kennis (deontic judgment) naar wil en verantwoordelijkheid (responsibility judgment).
Houdt rekening met situatiespecifieke factoren en vaardigheden, maar wordt soms bekritiseerd vanwege excessieve nadruk op rationaliteit.
Ook hier is er een wisselwerking tussen denken en handelen.
Moral development theory: Rest
Richt zich op het proces van morele beslissingen:
Interpreteer de situatie
Formuleer een moreel ideaal
Maak een beslissing
Voer de actie uit
Nadruk: kennis alleen is niet genoeg; motivatie en persoonlijkheid zijn ook cruciaal.
Moral development theory: Gilligan & Straughan
Focus op motivatie achter moreel gedrag:
Shame ethic vs guilt ethic (schaamte vs schuldgevoel) beïnvloedt morele keuzes.
Deze emoties fungeren als motivational factors.
Moral development theory: Damon
Morality + self system come together during adolescence. only if it is important to yourself, you will act in a moral way
Nadruk op verschil tussen moreel oordeel en daadwerkelijk moreel gedrag.
Studie van morele exemplaren laat zien hoe rolmodellen morele ontwikkeling beïnvloeden.
Moral development theory: Blasi
Kijkt naar zelfconsistentie en morele emoties.
Morele overtreding kan leiden tot zelfverraad of innerlijke conflicten.
Kinderen van 4 begrijpen al goed/fout, maar het handelen wordt pas op latere leeftijd gestuurd door morele emoties en motivatie.
Moral disengagement van Bandura
Moral principles lead to selfworth + satisfaction
soms houden we ons niet aan ons moraal en dan excuses verzinnen om van de guilt en shame af te komen zoals bij bullies (even higher in victims door coping mechanism)
both a process and a trait
3 soorten Cognitive Restructuration (Cognitieve herstructurering)
Moral justification: Iets verkeerds doen wordt gerechtvaardigd door te zeggen dat het voor een hoger doel is.
Euphemistic labeling: Het gedrag zachter of acceptabeler maken door het anders te noemen (bijv. "plagen" in plaats van "pesten").
Advantageous comparison: Je eigen daden vergelijken met ergere daden van anderen, zodat jouw gedrag minder slecht lijkt.
Distorting the consequences (Vertekend beeld van de gevolgen)
Disregarding or distorting the consequences: De schade of gevolgen van je gedrag negeren of minimaliseren, bijvoorbeeld denken “het doet haar vast geen pijn” of “ze vindt het stiekem leuk dat we aandacht aan haar besteden.”
2 soorten minimizing one’s agentivity (Eigen verantwoordelijkheid minimaliseren)
Displacement of responsibility: Zeggen dat iemand anders verantwoordelijk is, bv. “ik ben er niet mee begonnen, het is iemands anders schuld.”
Diffusion of responsibility: Zeggen dat verantwoordelijkheid gedeeld wordt, bv. “het is niet alleen mijn schuld.”
2 soorten victim attribution (Slachtoffer attribuering)
Dehumanization: Het slachtoffer als minder menselijk zien, bv. “ze is een beest” zodat het makkelijker is om hen te pesten.
Blaming the victim: Het slachtoffer de schuld geven voor wat hen overkomt, bv. “ze had zich zo gekleed, dus dit is haar eigen schuld.”
Self esteem
Stabiliteit: adolescentie ingaan met hoog se is ook verlaten met hoof
Fluctuatie: grootste onzekerheid 12-14 jaar door egocentrisme, verhoogde gevoeligheid menig leeftijdsgenoten en tegenstrijdige signalen ouders/vrienden
Determinanten: fysiek uiterlijk grootste voorspeller se
reciprocal influence
als ouders niet helemaal zelf bepalen wat voor kin/hoe het kind zich gedraagd. individual variability.