FUCK NEDERLANDS

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/104

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:17 PM on 6/21/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

105 Terms

1
New cards
column
Een kort stukje proza waarin de auteur spits en uitdagend zijn mening geeft. Dit wordt gebruikt in een krant of tijdschrift, maar kan ook gesproken zijn via radio of televisie
2
New cards
columnist
iemand die columns schrijft over onderwerpen die op dat moment actueel zijn in de maatschappij of politiek of over onderwerpen die hem zelf op dat moment bezighouden
3
New cards
editoriaal
een hoofdartikel in een krant
4
New cards
hoofdartikel
een redactioneel artikel over een actuele kwestie
5
New cards
het loopt de spuigaten uit
het wordt te erg (uitdrukking)
6
New cards
op de keper beschouw
nauwkeurig onderzoeken (uitdrukking)
7
New cards
veel in zijn mars hebben
veel kunnen (uitdrukking)
8
New cards
uit de band springen
zeer ongewoon, losjes gedragen (uitdrukking)
9
New cards
iemand aan de tand voelen
iemand ondervragen naar betrokkenheid bij iets (uitdrukking)
10
New cards
bakzeil halen
een minder hoge toon aanslaan (uitdrukking)
11
New cards
een gele kaart krijgen
een vermaning krijgen (uitdrukking)
12
New cards
met stille trom vertrekken
in stilte weggaan (uitdrukking)
13
New cards
de eerste viool spelen
de voornaamste zijn (uitdrukking)
14
New cards
iemand de loef aansteken
iemand voorbij streven (uitdrukking)
15
New cards
inhoudswoorden of lexicale woorden
Woorden die een zelfstandige betekenis hebben die onafhankelijk is van de situatie waarin je ze gebruikt. Vb.: huis, deur, lopen,...
16
New cards
deiktische woorden
Woorden die een betekenis hebben die een situatie verbonden is. Vb.: "ik zie hem daar", 'ik' verwijst naar Jan, An, de lerares,... Die woorden hebben dus geen onafhankelijke, maar een verwijzende betekenis.
17
New cards
functiewoorden
Woorden als de, het, een, in, op, maar, of, toch, als, lidwoorden, voorzetsels en voegwoorden. Ze krijgen alleen betekenis in de woordgroep waarin ze gebruikt worden. Vb.: het huis, de deur, in de zaal,... Het zijn woorden met een groepswaarde.
18
New cards
asielzoeker
vreemdeling die erkenning van vluchtelingenstatus aanvraagt (politieke vluchteling)
19
New cards
etniciteit
culturele identiteit die een bepaalde groep mensen of een aantal bevolkingsgroepen verbindt
20
New cards
illegaal
persoon zonder geldige verblijfsvergunning
21
New cards
kleurling
in Zuid-Afrika vaak gebruikt voor bevolkingsgroepen bestaande uit mensen van gemengde afkomst
22
New cards
marginalisering
groep herkent zich niet meer in de eigen cultuur noch in de cultuur van het gastland
23
New cards
integratie
samenleving waarin verschillen erkent worden en waarin de mensen met die verschillen leren omgaan
24
New cards
segregatie
een groep migranten staat op één of meer terreinen van de samenleving apart
25
New cards
assimilatie
de minderheid neemt de sociale en culturele kenmerken van de meerderheid over en gaat ten slotte volledig op in de dominante cultuur.
26
New cards
xenofobie
ongegronde angst voor vreemdelingen met name in de vorm van racisme
27
New cards
globalisering
een wereldmarkt met steeds minder grenzen waarbij producten wereldwijd verkrijgbaar zijn
28
New cards
degeneratie
de achteruitgang van eigenschappen
29
New cards
determinatie
filosofisch concept dat stelt dat elke gebeurtenis of stand van zaken niet zomaar willekeurig is, maar een oorzaak heeft
30
New cards
doosdecor
verschillende wanden die op de scène van een toneel opgesteld worden, waardoor het decor er uitziet als een doos waarbij de vierde wand is weggehaald zodat het publiek kan binnenkijken
31
New cards
driedimensionaal
met breedte, hoogte en diepte, met drie dimensies
32
New cards
fatalisme
de leer die aanneemt dat de mens geen enkele invloed heeft op zijn lot, alles staat al vast en er is geen ontkomen aan
33
New cards
geëngageerde literatuur
literatuur die ten dienste wil staan van een bepaalde mens- en maatschappijvisie
34
New cards
naturalisme
Laten zien hoe het leven van de (gewone) mens was en ook verklaren waarom het zo geworden was. Het gaat daarbij uit van determinisme.
35
New cards
realisme
laten zien hoe het leven van de (gewone) mens was
36
New cards
socialisme
Politieke maatschappijvorm gebaseerd op socialisatie en het collectief eigendomsrecht van de productiemiddelen. Kerngedachte binnen deze stroming is dat het collectief de hoogste beslissingsbevoegdheid heeft over de verdeling van macht en goederen.
37
New cards
toneelklassieker
een toneelstuk dat iedereen zou moeten gezien hebben of zou moeten kennen
38
New cards
tragikomedie
een combinatie van een tragedie (of treurspel) en een komedie (of blijspel)
39
New cards
vierde wand
de kant van een decor die open is en waardoor het publiek kan binnenkijken
40
New cards
linguïstische context
tekst voor en soms ook na een bepaalde tekstpassage
41
New cards
situationele context
wie, waar, wanneer ...
42
New cards
gebruikscontext
de situatie waarin iets effectief gebruikt wordt
43
New cards
impliceren
iets bedoelen zonder het expliciet te zeggen
44
New cards
maximes van Grice
de vier richtlijnen waaraan sprekers zich meestal (zouden moeten) houden: gepaste kwaliteit, kwantiteit, stijl en relevantie
45
New cards
pragmatiek
het gedeelte van taalkunde waarin men de relatie tussen taaluitingen en taalgebruikers bestudeert, of het echte nut en de bruikbaarheid van iets analyseert
46
New cards
referentiekader
het geheel van kennis die je hebt waardoor je taaluitingen ook begrijpt
47
New cards
taalgebruik
de manier waar taal hanteert
48
New cards
taaluiting
dat wat men laat zien of merken door woorden
49
New cards
vooronderstelling
een aanname die als vanzelfsprekend wordt aangenomen, zonder dat het daarom juist is
50
New cards
presupposities
wanneer je met iemand communiceert en zaken al van vooraf aanneemt
51
New cards
kennis van de wereld
de hoeveelheid informatie die een zender aan iemand gaat geven hangt hiervan af
52
New cards
taalhandeling
wat iemand doet door middel van taal, hoe iemand handelt met taal
53
New cards
deixis
wanneer woorden verwijzen naar iets en dus pas betekenis krijgen door de taalkundige context waarin je ze gebruikt
54
New cards
deiktische woorden
deze woorden verwijzen naar iets en krijgen dus pas betekenis door de taalkundige context waarin je ze gebruikt
55
New cards
implicatuur
waar je vanuit gaat wanneer je met iemand spreekt of welke boodschap je meegeeft zonder het expliciet te zeggen
56
New cards
pragmatische gepastheid
Taaluitingen moeten passen bij de gebruikscontext. Kennis hiervan behoort tot de communicatieve competentie van de taalgebruiker.
57
New cards
denotatie
woordenboekbetekenis van een woord
58
New cards
connotatie
gevoelsbetekenis
59
New cards
eufemismen
woorden met een positieve gevoelswaarde
60
New cards
dysfemisme
woorden met een negatieve gevoelswaarde
61
New cards
modaliteit
de houding van de spreker t.o.v. de werkelijkheid en de manier waarop die persoon dit uitdrukt
62
New cards
altruïsme
onbaatzuchtigheid
63
New cards
chauvinisme
overdreven vaderlandsliefde
64
New cards
recidivisme
het opnieuw vervallen in dezelfde zonde of fout
65
New cards
stoïcisme
onverstoorbaarheid in pijn, leed of moeilijkheden
66
New cards
hedonisme
leer dat genot het hoogste goed is, dat de mens dient te streven naar de bevrediging van zijn zinnerlijke verlangens
67
New cards
dilettantisme
oppervlakkige beoefening van kunst of wetenschap
68
New cards
revisionisme
ontkenning van de Holocaust en relativering van de wreedheden uit WOII
69
New cards
daltonisme
gebrek aan gezichtsvermogen waardoor men enige kleuren (vooral rood en groen) niet kan onderscheiden
70
New cards
creationisme
opvatting dat het scheppingsverhaal strikt en letterlijk genomen moet worden
71
New cards
aforisme
korte pittige spreuk
72
New cards
maniërisme
stijl in de kunst, gekenmerkt door overladen uitdrukkingsvormen
73
New cards
anachronisme
persoon of zaak die misplaats is in de tijd waarin hij gesteld is of zich voordoet, die tot een ander (vroeger) tijdperk behoort
74
New cards
spreektalig register
losser, meer ongedwongen en niet-zakelijke woordenschat
75
New cards
stijl
de wijze waarop iemand zich schriftelijk of mondeling uitspreekt
76
New cards
stilistische taalvariatie
de taal van een persoon die zich aanpast aan verschillende situaties
77
New cards
taalmengtafelmodel
visualisatie van onze competentie om relatieve keuzes te maken in ons taalregister op basis van sociale parameters zoals: de situatie, de toehoorder ...
78
New cards
taalnorm
Een historisch bepaalde reeks veelgebruikte taalmiddelen, evenals regels voor hun selectie en gebruik. De samenleving heeft deze erkent als meest geschikte taalmiddelen in een bepaalde historische periode.
79
New cards
taalsociologie
de wetenschappelijke discipline die zich met de sociale aspecten van taal bezighoudt
80
New cards
taalvariëteit
het verschil dat optreedt tussen taalfamilies, talen, streektalen, dialecten...
81
New cards
uitgebreide code
kenmerken hiervan zijn: gevarieerde woordenschat, langere zinnen en complexere grammatica
82
New cards
vaktaal
terminologie die eigen is aan een bepaald vak of beroep
83
New cards
vrouwentaal
taal die eigen is aan een bepaald geslacht, in dit geval vrouwelijk
84
New cards
vulgair register
plat, minderwaardig, grof, gemeen, laag taalgebruik
85
New cards
accommodatie
een tijdelijke verblijfsplaats voor bijvoorbeeld een vakantie
86
New cards
archaïsch taalgebruik
ouderwets taalgebruik
87
New cards
beperkte code
impliciet taalgebruik dat vaak slechts door een beperkte groep mensen begrepen wordt
88
New cards
convergentie
samenlopen, naar elkaar toe gaan
89
New cards
divergentie
uit elkaar lopen, uit elkaar gaan
90
New cards
etnolect
een variëteit van een taal die ontwikkeld wordt door een groep met een bepaalde etnische achtergrond
91
New cards
formeel register
zakelijk, officieel taalgebruik
92
New cards
genderlect
taalvariëteit die afhankelijk is van je geslacht
93
New cards
idiolect
taalgebruik dat specifiek is aan een bepaald persoon
94
New cards
informeel register
niet-zakelijk, ongedwongen taalgebruik
95
New cards
jargon
Taalgebruik binnen een vakgebied of een groep mensen, die voor buitenstaanders vaak moeilijk te volgen is. Synoniem van vaktaal.
96
New cards
mannentaal
taalgebruik dat typisch met mannen geassocieerd wordt
97
New cards
modieuze taal
taalgebruik waarin veel nieuwe woorden zitten die op dat ogenblik vaak worden gebruikt
98
New cards
natiolect
taalgebruik afhankelijk van het land
99
New cards
ongemarkeerd register
taalgebruik waaruit je niet kan afleiden uit welke bevolkingsgroep, afkomst, leeftijdsgroep ... je komt
100
New cards
regiolect
taalgebruik dat hoort bij een bepaalde streek