1/74
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
aanslibbingskust
kust waarbij de afzetting van materiaal overheerst
aardkorst
dunne laag gesteente om de aarde, met een dikte van gemiddeld 8km onder oceanen en 35 km onder continenten
afbraakkust
kust waarbij het wegslaan van materiaal overheerst
atmosfeer
de lucht om ons heen
benedenloop
het laatste stuk van een rivier, dicht bij de zee
biosfeer
het leven op aarde: planten, dieren, mensen
bovenloop
het eerste stuk van een rivier dicht bij de bron
branding
de breking van golven in ondiep water (aan de kust)
breuk
barst of scheur in de aardkorst
chemische verwering
verwering waarbij de samenstelling van het gesteente verandert
debiet
de hoeveelheid water die op een bepaald punt door de rivier stroomt in m3 per seconde
delta
een gebied vlak voor de monding waar de rivier zich vertakt in veel rivierlopen
eindmorene
verpulverd materiaal dat een glestjer voor zich uit heeft geschoven en dat na het afsmelten van de gletsjer is blijven liggen
endogene kracht
kracht die de aardkorst van binnenuit verandert
erosie
het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met verweringmateriaal geladen water, ijs of wind
firn
korrelige, overjarige en ijsachtige sneeuw
firnbekken
verzamelbekken van overjarige sneeuw hoog in de bergen
gemengde rivier
rivier die behalve regenwater ook smeltwater van glestsjers afvoert
geofactor
factor die de vorming van het landschap mede bepaalt
gesteentekringloop
proces waarbij gesteenten door geologische processen (erosie, verwering, sedimentatie en gesteentevorming) telkens worden afgebroken en omgevormd
glaciaal
korte periode waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen
gletsjer
enorme ijsmassa die langzaam naar beneden schuift
gletsjerpoort
de plek waar het smeltwater van een gletsjer stroomt
gletsjerrivier
rivier die smeltwater van een gletsjer afvoert
gletsjertunnel
tunnel die onder een gletsjer ontstaat als zich daar veel smeltwater verzamelt
grondmorene
sediment dat onder het ijs ligt en dat achterblijft als de gletsjer smelt
heuvelland
gebied met een hoogteligging tussen 200 tot 500m
hoefijzermeer
meer dat is gevormd door de afsnijding van een meander van een rivier
hogedrukcentrale
een centrale meestal in de bergen waar elektriciteit wordt opwekt door vallend of snelstromend water
hogedrukgebied
gebied met dalende lucht, veel zon en weinig bewolking
hooggebergte
gebied met bergen die hoger zijn dan 1500 meter
horst
een langs een breukvlak liggend deel van het aardoppervlak dat minder naar beneden is gezakt dan de slenk
hydro-elektriciteit
elektriciteit opgewekt door waterkracht
hydrosfeer
het water op aarde
ijstijd
koude periode waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen. heet ook glaciaal
infiltratie
binnendringen van water in de grond
interglaciaal
warmere periode tussen twee ijstijden (glacialen) in
isobaar
lijn die punten met een gelijke luchtdruk met elkaar verbint
jong gebergte
gebergte dat pas enkele tientallen miljoenen jaar oud is
klifkust
steile kust die is ontstaan doordat de kracht van de zee de onderkant heeft afebrokkeld en afgekalfd
kustduin
heuvel die langs de kustlijn is ontstaan doordat de wind zand op een hoop heeft geblazen
laagland
gebied met een hoogteligging lager dan 200m
lagedrukgebied
gebied met stijgende lucht, vaak bewolking en/of regen
landschapskringloop
het proces van verwering en erosie waardoor een landschap telkens van uiterlijk verandert
lengteprofiel
doorsnede van een rivier van bron tot monding
meander
natuurlijke bocht in een rivier
nechanische verwering
het uiteenvallen van het gesteente waarbij de samenstelling van het gesteente niet verandert
metamorf gesteente
stollings- of afzettingsgesteente dat onder invloed van hoge druk en/of hoge temperatuur ander eigenschappen heeft gekregen
middelgebergte
gebied waar de meeste bergtoppen ttussen de 500 en 1500 m hoog zijn
middenloop
deel van de rivier tussen de boven- en benedenloop in
neerslag
water dat in vaste of vloeibare vorm uit de dampkring (atmosfeer) naar beneden komt
oud gebergte
gebergte dat enkele honderden miljoenen jaren oud is
plaat
stuk van de aardkorst. heet ook schol
hooiingsgebergte
gebergte dat is ontstaan door plooiing van stukken van de aardkorst
regiem
schommelingen in de waterafvoer van een rivier in de loop van een jaar
relief
hoogteverschillen in het landschap
rivier
een natuurlijke waterloop die water afvoert uit een gebied
sediment
meegevoerde zand- en kleideeltjes die bezinken. heet ook afzettingsmateriaal
sedimentatie
afzetting van materiaal dat is meegenomen door water, wind of ijs
sedimentgesteente
gesteente dat is ontstaan uit materiaal dat is aangevoerd door ijs, water of wind
slenk
een langs een breukvlak omlaag gezakt deel van de aardkorts
stollingsgesteente
gesteente dat is ontstaan door de stolling van magma of lava
strandwal
zandbank die door de branding is opgeworpen en boven zeeniveau ligt
stroomgebied
het gebied dat afwatert op de hoofdrivier van een stroomstelsel
stroomstelsel
rivier met alle zijrivier en vertakkingen die del uitmaken van hetzelfde stroomgebied
U-dal
dal dat de vorm van een u heeft en is ontstaan door de uitschurende werking van een rivier
V-dal
dal dat de vorm van een v heeft en is ontstaan door de uitschurende werking van een rivier
verhang
het verval per kilometer
verstening
toename van het bebouwde oppervlak en de infrastrictuur
vertragingstijd
de tijd die verstrijkt tussen het tijdstip dat de neerslag ergens in het stroomgebied valt en het moment dat het waterpeil stroomafwaarts in de rivier gaat stijgen
verval
hoogteverschil tussen 2 plaatsen aan een rivier
verwering
het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en plantengroei
verweringsmateriaal
puin dat ontstaat bij verwering
waterscheiding
grens tussen 2 stroomgebieden
zijmorene
gletsjerpuin aan de zijkant van een gletsjer