1/55
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
MLSS (afkorting)
maximale lactaat steady state
MLSS
maximale inspanningsintensiteit waarvoor de lactaat-productie en eliminatie nog net in evenwicht zijn
bij intensiteit die hoger ligt dan de MLSS
lactaatproductie > eliminatie, gaat buffercapaciteit opgebruiken en gaat verzuren
type I vezels zijn gespecialiseerd in
het aeroob metabolisme van koolhydraten (veel mitochondriën)
type II vezels zijn gespecialiseerd in
de glycolyse (produceren gemakkelijk MZ)
lactaat-shuttle
bij een inspanning waarbij zowel de snelle als de trage vezels actief zijn, kunnen de snelle vezels fungeren als leverancier van lactaat als energiesubstraat voor de trage vezels
MCT-4 (functie)
transport van lactaat uit de type II spiervezels
MCT-1 (functie)
opname van lactaat in de type I spiervezels
lactaatshuttle kan zowel voor
- spiervezels binnen eenzelfde spier (rechtstreeks contact)
- spiervezels in verschillende spieren
lactaat beantwoordt aan de criteria van
een koolhydraat
optimale tempo om los te lopen na inspanning voor lactaateliminatie
tempo waarbij je zo veel mogelijk type I vezels activeert, zonder type II vezels te activeren
beste intensiteit voor lactaateliminatie
intensiteit van de fatmax
gluconeogenese lactaat
lactaat uit het bloed wordt opgenomen in de lever en wordt daar omgevormd tot pyruvaat en dan tot glucose, die dan in het bloed gesecreteerd wordt als bloedglucose
lactylation
een van de mechanismen van trainingsadaptatie, geeft aanleiding tot de vorming van nieuwe mitochondriën en andere fysiologische aanpassingen
mechanisme lactylation
binding van lactaat aan nucleotiden in de celkern
wat maakt het verschil bij marathonlopers op het hoogste niveau
loopefficiëntie
wat is er limiterend in het verhaal van zuurstoftransport, zuurstofextractie en zuurstofverbruik
zuurstoftransport
ademhalingscentrum zit in
de thalamus
ademhalingscentrum gaat reageren op een aantal factoren tijdens inspanning
1) skeletspieren sturen signalen dat er contracties zijn
2) afferente info vanuit de gewrichten
3) verhoging van de plasma adrenaline concentratie en kalium concentratie
longventilatie in functie van de intensiteit van de inspanning
lineair verband
VT2 is gelinkt aan
de PCR-drempel
link tussen VT2 en PCR-drempel
als je echt gaat verzuren, zorgt die verzuring ervoor dat je longventilatie exponentieel gaat stijgen
hoe vergroten we het getij volume tijdens inspanning
- eerst dieper ademhalen
- dan pas verhogen van de ademfrequentie (VT2)
bicarbonaat evenwicht
H+ + HCO3- <-> H2CO3 <-> H2O + CO2
als je bicarbonaat buffersysteem goed wil laten werken moet je
ten allen tijden vermijden dat de arteriële CO2 concentratie gaat stijgen (ventilatie opdrijven)
PO2 arterieel bloed
100
PCO2 arterieel bloed
40
tijd nodig voor CO2 om uit capillairen te diffunderen bij gasuitwisseling
<250 ms
tijd nodig voor O2 om terug aan te vullen in capillairen bij gasuitwisseling
300ms
normale transittijd
750ms (bij 5L/min)
effect van training op de longfunctie
- training heeft GEEN invloed op de longkwaliteit (volume, structuur, capaciteit)
- versterken ademhalingsspieren
- gebruikt groter % van je longvolume
functie van de longen tijdens inspanning
1) regeling arteriële PO2: 100mmHg
2) regeling arteriële PCO2: 40mmHg
3) zuurs-base evenwicht: hyperventilatie
probleem van de ademhaling
via de ademhaling verlies je redelijk veel vocht, dit kan leiden tot dehydratatie
zijn de longen een limiterende factor voor de vo2max?
neen
de longen zijn geen limiterende factor voor de VO2max omdat
- behoud van arteriële PO2 op 100mmHg
- daling van arteriële PCO2 <40mmHg
- longventilatie max inspanning < max longventilatie
uitzonderingen op goed behoud van de arteriële PO2
- sporters met een zeer hoog maximaal hartdebiet
- longaandoeningen
- daling PO2 op hoogte
de maximale hoeveelheid zuurstof die tijdens inspanning naar de spieren getransporteerd kan worden, is afhankelijk van
- maximaal hartdebiet
- concentratie zuurstof in het arterieel bloed
formule hartdebiet
HD = SV x HF
effect van detraining op het hart
hartvolume neemt af (minder spiermassa linkerventrikel) en compliantie van de linkerventrikel neemt af
compliantie
gemakkelijkheid waarmee het hart uitrekt bij vulling en nadien terug samentrekt
effect van training op het hart
- toename van het hartvolume
- toename van het bloedvolume
- toename maximaal hartdebiet
- verbetering myocardcompliantie
- verbetering myocardcontractiliteit
effect van veroudering op het hart
hartvolume neemt af en compliantie vermindert
waarom is er een grotere toename in hartdebiet dan in hartvolume?
hartdebiet stijgt ook omdat de elasticiteit van je hart verbetert en het hart sterker wordt
verband tussen hartvolume en slagvolume
lineair verband
waarom stijgt de VO2max door training (belangrijkste oorzaak)?
doordat het maximaal hartdebiet toeneemt
zuurstoftransportcapaciteit van het bloed bepalen door
de hemoglobinemassa te meten (niet Hb-waarde)
verband tussen hemoglobinemassa en VO2max
bijna perfect lineair verband
donation effect
gaat bloed afgeven en VO2max zal dalen met 10% (minder Hb)
re-infusion effect
gaat de RBC herinfunderen, VO2max zal stijgen met 10-15%
effect van training op RBC-productie
RBC-productie gaat verminderen
limiterende factoren VO2max
maximaal hartdebiet (Qmax) en arteriële zuurstofconcentratie (CaO2)
⍺-1 receptoren (functie)
zorgen bij verhoging van hartdebiet voor perifere vasoconstrictie
mechanismes in de actieve spieren die de vasoconstrictie gedaan maken
- toename kalium
- toename adenosine
- toename temperatuur
effecten van uithoudingstraining op het oxidatieve metabolisme
- meer mitochondriën
- grotere mitochondriën
- toename in concentratie van oxidatieve enzymes in de mitochondriën (meer kwaliteit)
- meer capillairen (diffusie-afstand & transittijd)
bij een te korte transittijd
neemt veneuze PO2 in spiercapillairen toe, slechte extractie
zijn perifeer zuurstofverbruik en extractie limiterend voor de VO2max
neen