1/21
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
farmacokenitiek
Beschrijft het lot van een stof die het lichaam is binnengekomen. - Kijkt naar snelheid van opname in weefsel - Hoe verspreiding in bloedbanen - Hoe het wordt afgebroken/Hoe verdwijnt het uit het lichaam? etc
farmacodynamiek
Beschrijft de biochemische en fysiologische effecten van stoffen: -Kijkt naar receptorinteractie -Kijkt naar de manier waarop de stof interactie heeft met neurotransmitters (agonisten, partiële agonisten, antagonisten) Stoffen die binden aan de heropname transporters of autoreceptoren en negatieve terugkoppeling remmen of stimuleren Stoffen die binden aan enzymen en afbraak van neurotransmitters remmen
→ Teveel neurotransmitter = overprikkeling + toxiciteit
→ Te weinig neurotransmitter = onder activatie + depressie + traagheid
biochemische effecten
Primaire interactie met receptor die verbonden zijn aan ionenkanaal/transporter of zenuwcel. → Affiniteit = hierbij van belang, hoe goed een stof aan een receptor bindt.
fysiologische effecten
Verandering in postsynaptische cel, na binding met de receptor (receptordoelmatigheid) of de neurotransmitter à de mate van binding aan de receptor leidt tot een postsynaptisch effect.
dosis-responscurve
De DRC verschaft inzicht in hoeveel er moet worden toegediend van een bepaalde stof om een bepaald effect te bereiken -> Leidt tot uitspraken over wat de optimale dosis (hoeveelheid) of dosering (toegediende hoeveelheid) is.
X-as: Oplopende dosis (=hoeveelheid)/dosering (=toegediende hoeveelheid) van de stof, meestal in eenheden als mg/kg (milligram per kilogram). De 1e eenheid verwijst naar de hoeveelheid stof, de 2e eenheid naar het gewicht van het organisme/persoon.
Y-as: Het effect is te zien aan de waarden, dit effect kan van alles betreffen bijv. Observatie van gedrag, een hersenproces of de concentratie van een andere stof in de hersenen.
potentie
wanneer het effect merkbaar is → hoeveel je dan van een stof nodig hebt
doelmatigheid
hoe snel het maximale effect bereikt
therapeutisch venster
speelruimte tussen gewenste en ongewenste effecten van een stof
receptorinteractie
2 stoffen die elkaar ontmoeten bij de receptoren en/ of gedrag van de ene stof onder invloed van de 2e stof (statische interactie = o.a. effect van de stof en effect verandering taak) → Een statische interactie betekent NIET dat er in dat geval ook altijd sprake is van een receptorinteractie. De hypothese van een receptorinteractie leidt WEL tot statische reactie. (Hier kijken psychofarmacologen graag naar).
Simpel gezegd: Hoe een stof (=sleutel) (zoals een medicijn) contact maakt met een receptor (= slotje) en wat er daarna gebeurt à Als het ware de interactie tussen sleutel en slot
het biochemisch effect
de primaire interactie met de receptor, die verbonden kan zijn aan een ionkanaal, een transporter of die op een andere manier iets kan veranderen in de zenuwcel.
het fysiologische effect
Betreft datgene wat er verandert in de postsynaptische cel als gevolg van de binding met de receptor van de stof/neurotransmitter → receptordoelmatigheid is hier essentieel.
receptordoelmatigheid
Verwijst naar de mate waarin binding van de neurotransmitter aan de receptor leidt tot een synaptisch effect bijv. opengaan van kanalen.
positieve allosterische modulator
Een stof die zich bindt aan een receptor op een andere plek dan de eigenlijke bindingsplaats van de neurotransmitter (de allosterische site) en de werking van die neurotransmitter versterkt. PAM’s activeren de receptor NIET zelf, maar zorgen er WEL voor dat de neurotransmitter effectiever werkt à Benzodiazepinen (zoals diazepam en lorazepam) zijn positieve allosterische modulatoren van de GABA_A-receptor. Ze binden aan een specifieke allosterische plek op de receptor en zorgen ervoor dat GABA sterker werkt. Hierdoor wordt de remmende werking op het zenuwstelsel vergroot, wat leidt tot effecten zoals angstvermindering, spierverslapping en slaapbevordering.
negatieve allosterische modulator
Een stof die zich bindt aan een receptor op een andere plek dan de bindingsplek van de neurotransmitter (de allosterische site) en de werking van de neurotransmitter verzwakt. NAM’s blokkeren de receptor NIET direct, maar verminderen de efficiëntie van de neurotransmitter. à Picrotoxine is een negatieve allosterische modulator van de GABA_A-receptor. GABA is een remmende neurotransmitter die normaal gesproken de activiteit van neuronen verlaagt door de chloridekanalen in de GABA_A-receptor te openen. Picrotoxine verstoort dit proces door zich aan een allosterische plek van de GABA_A-receptor te binden en de chloridekanalen te blokkeren. Hierdoor wordt de remmende werking van GABA verminderd, wat leidt tot verhoogde prikkelbaarheid van het zenuwstelsel.
competitieve antagonist
Bindt aan dezelfde plek op de receptor als de neurotransmitter, waardoor de neurotransmitter niet meer kan binden. Dit betekent dat de neurotransmitter en de antagonist concurreren om dezelfde bindingsplaats.
non-competitieve antagonist
Bindt aan een andere plek op de receptor dan de neurotransmitter (de allosterische site). Hierdoor verandert de vorm van de receptor, waardoor de neurotransmitter niet meer effectief kan binden of de receptor niet meer goed functioneert.
inverse antagonist
Een stof die zich bindt aan een receptor en het tegenovergestelde effect veroorzaakt van een agonist. Dit betekent dat de receptor niet alleen wordt geblokkeerd, maar de basale activiteit ook actief wordt verminderd.
farmacokinetiek
Betreft het lot van een stof die op de 1 of andere manier in het lichaam is gekomen. Hoe snel wordt deze opgenomen? Hoe verspreidt het zich en waar en in welke mate wordt de stof afgebroken? En hoe verdwijnt deze weer uit het lichaam?
sensititsatie
en cel of systeem wordt gevoeliger à Een kleine prikkel veroorzaakt al een grote reactie = Het tegenovergestelde van desensitisatie. à Te zien bij ziekte van Parkinson, bv. met een tremor of een ander ongecontroleerde beweging; door eerst te weinig dopamine en dan ineens een ‘grote shot’ dopamine. Het kan ook als gevolg van herhaalde stimulatie doordat de afgifte van een neurotransmitter in de synaps op 1 of andere manier stokt; de postsynaptische receptoren zijn dan hypersensitief
acute effect
Bij een eerste toediening van een stof, kan binnen een minuut maar ook pas na een paar uur merkbaar zijn. Afhankelijk van de stof, de wijze van toediening en of de gebruiker naïef is ten aanzien van het middel. Dat wil zeggen dat hij/zij het nog nooit eerder heeft gebruikt
chronische effect
De meeste psychoactieve geneesmiddelen/sommige drugs moeten eerst een aantal keren/weken gebruikt worden voordat het gewenste effect merkbaar wordt. Hier zijn 2 dingen van belang; 1 Hoe is de hersenfunctie/gedrag veranderd door de chronische toediening van de stof 2. Hoe is de acute respons op de veranderd door de voorafgaande chronische toediening? -> Desensitisatie kan een belangrijke rol spelen bij chronische effecten, de vraag is dan waar en in welke mate treedt de desensitisatie op?
metabolische intolerantie
Een drug wordt sneller afgebroken of gemetaboliseerd dan normaal, waardoor er grotere hoeveelheden van die drug nodig zijn om hetzelfde effect te hebben.