PDF 5. principes van psychofarmacologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:43 AM on 4/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

22 Terms

1
New cards

farmacokenitiek

Beschrijft het lot van een stof die het lichaam is binnengekomen. - Kijkt naar snelheid van opname in weefsel - Hoe verspreiding in bloedbanen - Hoe het wordt afgebroken/Hoe verdwijnt het uit het lichaam? etc

2
New cards

farmacodynamiek

Beschrijft de biochemische en fysiologische effecten van stoffen: -Kijkt naar receptorinteractie -Kijkt naar de manier waarop de stof interactie heeft met neurotransmitters (agonisten, partiële agonisten, antagonisten) Stoffen die binden aan de heropname transporters of autoreceptoren en negatieve terugkoppeling remmen of stimuleren Stoffen die binden aan enzymen en afbraak van neurotransmitters remmen

→ Teveel neurotransmitter = overprikkeling + toxiciteit

→ Te weinig neurotransmitter = onder activatie + depressie + traagheid

3
New cards

biochemische effecten

Primaire interactie met receptor die verbonden zijn aan ionenkanaal/transporter of zenuwcel. → Affiniteit = hierbij van belang, hoe goed een stof aan een receptor bindt.

4
New cards

fysiologische effecten

Verandering in postsynaptische cel, na binding met de receptor (receptordoelmatigheid) of de neurotransmitter à de mate van binding aan de receptor leidt tot een postsynaptisch effect.

5
New cards

dosis-responscurve

De DRC verschaft inzicht in hoeveel er moet worden toegediend van een bepaalde stof om een bepaald effect te bereiken -> Leidt tot uitspraken over wat de optimale dosis (hoeveelheid) of dosering (toegediende hoeveelheid) is.

  • X-as: Oplopende dosis (=hoeveelheid)/dosering (=toegediende hoeveelheid) van de stof, meestal in eenheden als mg/kg (milligram per kilogram). De 1e eenheid verwijst naar de hoeveelheid stof, de 2e eenheid naar het gewicht van het organisme/persoon.

  • Y-as: Het effect is te zien aan de waarden, dit effect kan van alles betreffen bijv. Observatie van gedrag, een hersenproces of de concentratie van een andere stof in de hersenen.

6
New cards

potentie

wanneer het effect merkbaar is → hoeveel je dan van een stof nodig hebt

7
New cards

doelmatigheid

hoe snel het maximale effect bereikt

8
New cards

therapeutisch venster

speelruimte tussen gewenste en ongewenste effecten van een stof

9
New cards

receptorinteractie

2 stoffen die elkaar ontmoeten bij de receptoren en/ of gedrag van de ene stof onder invloed van de 2e stof (statische interactie = o.a. effect van de stof en effect verandering taak) → Een statische interactie betekent NIET dat er in dat geval ook altijd sprake is van een receptorinteractie. De hypothese van een receptorinteractie leidt WEL tot statische reactie. (Hier kijken psychofarmacologen graag naar).

Simpel gezegd: Hoe een stof (=sleutel) (zoals een medicijn) contact maakt met een receptor (= slotje) en wat er daarna gebeurt à Als het ware de interactie tussen sleutel en slot

10
New cards

het biochemisch effect

de primaire interactie met de receptor, die verbonden kan zijn aan een ionkanaal, een transporter of die op een andere manier iets kan veranderen in de zenuwcel.

11
New cards

het fysiologische effect

Betreft datgene wat er verandert in de postsynaptische cel als gevolg van de binding met de receptor van de stof/neurotransmitter → receptordoelmatigheid is hier essentieel.

12
New cards

receptordoelmatigheid

Verwijst naar de mate waarin binding van de neurotransmitter aan de receptor leidt tot een synaptisch effect bijv. opengaan van kanalen.

13
New cards

positieve allosterische modulator

Een stof die zich bindt aan een receptor op een andere plek dan de eigenlijke bindingsplaats van de neurotransmitter (de allosterische site) en de werking van die neurotransmitter versterkt. PAM’s activeren de receptor NIET zelf, maar zorgen er WEL voor dat de neurotransmitter effectiever werkt à Benzodiazepinen (zoals diazepam en lorazepam) zijn positieve allosterische modulatoren van de GABA_A-receptor. Ze binden aan een specifieke allosterische plek op de receptor en zorgen ervoor dat GABA sterker werkt. Hierdoor wordt de remmende werking op het zenuwstelsel vergroot, wat leidt tot effecten zoals angstvermindering, spierverslapping en slaapbevordering.

14
New cards

negatieve allosterische modulator

Een stof die zich bindt aan een receptor op een andere plek dan de bindingsplek van de neurotransmitter (de allosterische site) en de werking van de neurotransmitter verzwakt. NAM’s blokkeren de receptor NIET direct, maar verminderen de efficiëntie van de neurotransmitter. à Picrotoxine is een negatieve allosterische modulator van de GABA_A-receptor. GABA is een remmende neurotransmitter die normaal gesproken de activiteit van neuronen verlaagt door de chloridekanalen in de GABA_A-receptor te openen. Picrotoxine verstoort dit proces door zich aan een allosterische plek van de GABA_A-receptor te binden en de chloridekanalen te blokkeren. Hierdoor wordt de remmende werking van GABA verminderd, wat leidt tot verhoogde prikkelbaarheid van het zenuwstelsel.

15
New cards

competitieve antagonist

Bindt aan dezelfde plek op de receptor als de neurotransmitter, waardoor de neurotransmitter niet meer kan binden. Dit betekent dat de neurotransmitter en de antagonist concurreren om dezelfde bindingsplaats.

16
New cards

non-competitieve antagonist

Bindt aan een andere plek op de receptor dan de neurotransmitter (de allosterische site). Hierdoor verandert de vorm van de receptor, waardoor de neurotransmitter niet meer effectief kan binden of de receptor niet meer goed functioneert.

17
New cards

inverse antagonist

Een stof die zich bindt aan een receptor en het tegenovergestelde effect veroorzaakt van een agonist. Dit betekent dat de receptor niet alleen wordt geblokkeerd, maar de basale activiteit ook actief wordt verminderd.

18
New cards

farmacokinetiek

Betreft het lot van een stof die op de 1 of andere manier in het lichaam is gekomen. Hoe snel wordt deze opgenomen? Hoe verspreidt het zich en waar en in welke mate wordt de stof afgebroken? En hoe verdwijnt deze weer uit het lichaam?

19
New cards

sensititsatie

en cel of systeem wordt gevoeliger à Een kleine prikkel veroorzaakt al een grote reactie = Het tegenovergestelde van desensitisatie. à Te zien bij ziekte van Parkinson, bv. met een tremor of een ander ongecontroleerde beweging; door eerst te weinig dopamine en dan ineens een ‘grote shot’ dopamine. Het kan ook als gevolg van herhaalde stimulatie doordat de afgifte van een neurotransmitter in de synaps op 1 of andere manier stokt; de postsynaptische receptoren zijn dan hypersensitief

20
New cards

acute effect

Bij een eerste toediening van een stof, kan binnen een minuut maar ook pas na een paar uur merkbaar zijn. Afhankelijk van de stof, de wijze van toediening en of de gebruiker naïef is ten aanzien van het middel. Dat wil zeggen dat hij/zij het nog nooit eerder heeft gebruikt

21
New cards

chronische effect

De meeste psychoactieve geneesmiddelen/sommige drugs moeten eerst een aantal keren/weken gebruikt worden voordat het gewenste effect merkbaar wordt. Hier zijn 2 dingen van belang; 1 Hoe is de hersenfunctie/gedrag veranderd door de chronische toediening van de stof 2. Hoe is de acute respons op de veranderd door de voorafgaande chronische toediening? -> Desensitisatie kan een belangrijke rol spelen bij chronische effecten, de vraag is dan waar en in welke mate treedt de desensitisatie op?

22
New cards

metabolische intolerantie

Een drug wordt sneller afgebroken of gemetaboliseerd dan normaal, waardoor er grotere hoeveelheden van die drug nodig zijn om hetzelfde effect te hebben.

Explore top notes

note
RPH: Did Rizal Retract?
Updated 1273d ago
0.0(0)
note
Jeopardy: Genetics Review
Updated 401d ago
0.0(0)
note
Chapter 6: A New Nation
Updated 1287d ago
0.0(0)
note
Disasters affect our Biodiversity
Updated 1276d ago
0.0(0)
note
APHUG-All Units
Updated 544d ago
0.0(0)
note
Structure  of an atom
Updated 1187d ago
0.0(0)
note
Chapter 5: Stoichiometry
Updated 1094d ago
0.0(0)
note
RPH: Did Rizal Retract?
Updated 1273d ago
0.0(0)
note
Jeopardy: Genetics Review
Updated 401d ago
0.0(0)
note
Chapter 6: A New Nation
Updated 1287d ago
0.0(0)
note
Disasters affect our Biodiversity
Updated 1276d ago
0.0(0)
note
APHUG-All Units
Updated 544d ago
0.0(0)
note
Structure  of an atom
Updated 1187d ago
0.0(0)
note
Chapter 5: Stoichiometry
Updated 1094d ago
0.0(0)

Explore top flashcards

flashcards
civics vocab 7th
121
Updated 1066d ago
0.0(0)
flashcards
unit 5
98
Updated 1135d ago
0.0(0)
flashcards
AP gov Unit 5
23
Updated 565d ago
0.0(0)
flashcards
Climate and Weather 1
22
Updated 355d ago
0.0(0)
flashcards
Microscopic Pathogens
65
Updated 403d ago
0.0(0)
flashcards
WWI
31
Updated 132d ago
0.0(0)
flashcards
Philosophy Ch. 11-15
50
Updated 726d ago
0.0(0)
flashcards
civics vocab 7th
121
Updated 1066d ago
0.0(0)
flashcards
unit 5
98
Updated 1135d ago
0.0(0)
flashcards
AP gov Unit 5
23
Updated 565d ago
0.0(0)
flashcards
Climate and Weather 1
22
Updated 355d ago
0.0(0)
flashcards
Microscopic Pathogens
65
Updated 403d ago
0.0(0)
flashcards
WWI
31
Updated 132d ago
0.0(0)
flashcards
Philosophy Ch. 11-15
50
Updated 726d ago
0.0(0)