1/42
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Het geheugen kan op basis van 3 aspecten opgedeeld worden in verschillende structuren of systemen & processen (taxonomie). Welke 3? Welke onderverdelingen horen daarbij?
1) Tijd
sensorisch geheugen
KTG (werkgeheugen)
LTG
2) Soort info opgeslagen
declaratief geheugen
niet-declaratief geheugen
3) Wijze waarop het onthouden wordt & hoe herinnering getest wordt
expliciet geheugen
impliciet geheugen
Wat houdt het multimodale model van Atkinson & Shiffrin in? Tip: over welke taxonomie gaat het & van wat voor verwerking gaan ze uit?
Seriële verwerking — taxonomie obv tijd
Sensorisch geheugen
input vanuit de omgeving
zintuigen: zien, horen, smaal, geur…
→ KTG
werkgeheugen + onmiddellijk geheugen
herhalen: actieve bewerking!
7 chunks
15-30s
→ LTG
alle opgeslagen info die momenteel niet actief is in werkgeheugen
onbeperkte capaciteit & duur
Wat is volgens het multimodale model van Atkinson & Shiffrin noodzakelijk om input van het sensorisch geheugen naar het KTG te sturen?
Selectieve aandacht
vb. “wat hoor je?” → aandacht naar geluid, prikkels opgemerkt, anders weggefilterd door overprikkeling/overspoeling

Welke onderverdeling in het KTG maakt Baddeley (3)? Wat houdt elk in?
1) Werkgeheugen
ruimte waarin bewerkingen op info worden uitgevoerd → resultaten tijdelijk bewaard
tijdelijke opslag in modaliteitspecifieke buffers
vb. cijferreeksen achteruit (in omgekeerde volgorde opnoemen: werkgeheugen & centrale executieve — tegelijk onthouden & mentale operaties
→ 2) KTG
onmiddellijk geheugen
info kortdurend vasthouden in slaafsystemen (visuospatieel kladblad & fonologische lus)
vb. cijferreeksen vooruit
→ 3) Episodische buffer
korte representatie van samengevoegde info (multidimensionele code) vanuit verschillende modaliteiten (episode)
KTG → LTG én LTG → KTG
hoe communiceert KTG met LTG, vaak emoties & betekenis mee opgeslagen
Het model van Baddeley is een uitdieping van het KTG & kent 4 aspecten. Met welke aspecten van het LTG komen ze overeen?

Met welke 4 taken kan je het werkgeheugen testen? Wat is een moeilijkheid aan dit onderdeel testen?
1) WAIS: cijferreeksen vooruit & achteruit
vooruit test enkel onmiddellijk KTG
2) Corsi block tapping vooruit & achteruit
3) Hoofdrekentaken
3) Mentale rotatietaken
Vanaf dat centrale executieve in spel komt, eerder EF
werkgeheugen is kern EF
Welke processen vinden plaats van het KTG naar het LTG & omgekeerd volgens het multimodale model van Atkinson & Shiffrin?
KTG → LTG: consolidatie
LTG → KTG: ophalen/oproepen

Ondanks dat het LTG onbeperkt is in capaciteit & duur, lijken we ons toch niet alles te kunnen herinneren. Welke 2 hypothese bieden hiervoor een verklaring? Voor welke is er meer evidentie?
1) Vervalhypothese
dingen worden overschreven → vervallen
2) Interferentiehypothese
nieuwe info gedurende hele leven → oude info moeilijker toegankelijk
meer evidentie hiervoor: bij juiste cues/hints lukt het wel om oude info op te roepen
Wat is een aandachtspunt voor het testen van het LTG? Tip: gaat over consolidatie vs ophalen.
Bij geheugentaak ook herkenningstaak (met cues) afnemen
als je enkel free calls doet (spontaan herhalen), weet je niet of het gaat om consolidatie of retrieval probleem
Het LTG kan opgedeeld worden in 2 delen? Welke & wat houdt elk in?
1) Declaratief geheugen
expliciet
alle herinneringen die bewust opgeroepen & geverbaliseerd kunnen worden
weten wat er is gebeurd
vb. weten wat je hebt ontbeten, wanneer je hebt gedoucht
2) Niet-declaratief geheugen
impliciet
alle herinneringen die moeilijk geverbaliseerd kunnen worden
weten hoe iets gedaan moet worden
vb. hoe speel je piano

Het declaratief geheugen kan opgedeeld worden in 2 delen. Welke 2 & wat houdt elk in?
1) Episodisch geheugen
persoonlijke gebeurtenissen
context waarin we dingen geleerd hebben belangrijk (waar, wanneer, met wie…)
mentaal tijdreizen
vb. wanneer heb je voor het laatst met de fiets gereden
2) Semantisch geheugen
betekenissen & feiten
niet gebonden aan specifieke context
vaak eerst als episodische kennis, dan als semantische
vb. wat is een fiets

Waaronder in het declaratief LTG valt het autobiografisch geheugen?
= Persoonlijk gebeurtenissen
puur obv beschrijving hoort het bij episodisch geheugen, maar meer & meer semantisch omdat je het zo vaak hebt herhaald
→ Onderscheid episodisch & semantisch geheugen meer gradueel bekeken, continuüm
bij ouderen gaat episodisch geheugen achteruit → autobiografisch geheugen zou ook achteruit moeten gaan, maar ze hebben nog kennis van hun eigen leven, vaak over heel belangrijke momenten
vb. wanneer getrouwd
Net zoals het declaratief geheugen, kan het niet-declaratief geheugen onderverdeeld worden in 3 delen. Welke & wat houdt elk in?
1) Procedureel geheugen
vaardigheden
ontstaan na lange training
vb. hoe met fiets rijden?
2) Klassieke conditionering
3) Andere
vb. priming: iets onbewust onthouden dat invloed heeft op later gedrag/oordeel

Wat is de reminiscentiebump? Vergelijk gezonde volwassenen met Alzheimer & Korsakov patiënten. Welk fenomeen zien we bij deze patiënten?
Wat ze het beste onthouden:
Gezonde volwassenen
recente info
reminiscentiebump: (late) adolescentie & vroege volwassenheid
meer semantische kennis geworden
Alzheimer & Korsakov
gradiënt van Ribot: oudere gebeurtenissen beter opgehaald dan recentere

Van welke 3 dingen hangt af hoe goed het declaratief LTG werkt?
1) Diepte van verwerking
elaboratie vs herhalen
2) Retentie-interval
tijd tussen opslag & test
hoe groter interval, hoe meer vergeten
3) Soort test / manier van ophalen
cue: stuk info specifiek geassocieerd met herinnering waarnaar gezocht wordt & dat toegang tot opgeslagen info faciliteert
Welke verwerking is beter voor het declaratief LTG: elaboratie of herhalen?
Elaboratie
nieuw te leren info koppelen aan gekende info → associatie, diepste geheugensporen
Bij het retentie-interval kunnen 2 soorten interferentie optreden: retro-actieve & pro-actieve. Wat is het verschil tussen deze?
Retro-actieve interferentie
tijdens retentie-interval gaat nieuwe info de retrieval van oude info bemoeilijken
vb. lijst B interfereert met ophalen van lijst A (A6 < A5)
Pro-actieve interferentie
storend effect van oude info op het leren van nieuwe info
vb. lijst A interfereert met leren van lijst B (B1 < A1)

Er zijn 3 manieren van ophalen (soort test), welke 3? Welk principe speelt hier een rol?
1) Vrije reproductie
free (delayed) recall
geen enkele cue gegeven
2) Gecuede productie
cue gegeven
vb. beginletter, semantische cue
3) Herkenning
sterkste cue gegeven: stimulus zelf
Encoderingsspecificiteitsprincipe
hoe meer cues & context van leerfase dezelfde zijn als herinneringsfase, hoe beter herinnering
Wat zijn 2 manieren van antwoorden op herkenningstaken?
Herkenning: sterkste cue gegeven (stimulus zelf)
1) Recollectie
bewust nadenken wat stimuli waren
2) Familiariteit
waar heb ik dat eens gehoord, gezien…
vaker
Hoe wordt het episodisch (declaratief) geheugen getest?
Dingen die samen worden aangeboden in deze context van onderzoek
vb. 15 woorden/figuren van Rey, Rivermead Behavioral Memory Test (meer ecologisch valide)
Hoe wordt het semantisch (declaratief) geheugen getest? Geef 2 testen & de valkuil hierbij.
Tests die naar kennis vragen
algemene kennis, betekenis van woorden, foto’s van bekende personen herkennen
WAIS: subtest woordenschat
valkuil: intelligentie
Fluency
snelheid waarmee mensen semantische kennis kunnen reproduceren
zoveel mogelijk dieren, beroepen…opnoemen
valkuil: ook vaak gebruikt voor EF → heeft slechte score te maken met semantisch geheugen of EF?
Waarop duidt een primacy vs recency effect (declaratief LTG)?
Primacy effect
eerst geleerde dingen beter onthouden
LTG
Recency effect
recent geleerde dingen beter onthouden
KTG/werkgeheugen
Alzheimer vooral dit
Waarop duiden problemen bij herkennings- vs uitgestelde vrije herinneringstaken?
Herkenning → consolidatieprobleem
Uitgestelde vrije herinnering → retrieval of consolidatieprobleem
Cued recall helpt ons een beter onderscheid te maken tussen 2 soorten geheugenproblemen, maar daarbij ook de onderliggende mentale problemen die daaraan gekoppeld zijn. Leg uit.
Cued recall → beter onderscheid tussen
Retrieval probleem
geheugenproblemen door depressieve symptomen, aandachtsproblemen, motivatie…
frontaal gestuurd
Consolidatieprobleem
geheugenproblemen door neurodegeneratieve proces van Alzheimer
mediale temporale kwab, hippocampus
Wat is het amnestisch syndroom? Welke delen van het geheugen zijn aangetast/intact? Tip: denk aan casus H.M.
Anterograde amnesie
declaratief geheugen /expliciete kennis aangetast → geen nieuwe herinneringen aanmaken
niet-declaratief geheugen / impliciete kennis intact → visuomotorische vaardigheden kunnen leren
Geen retrograde amnesie
Werkgeheugen intact
Het niet-declaratief LTG lijkt gespaard in het amnestisch syndroom. Over welke 4 processen gaat het?
1) Habituatie
veelvuldige herhaling → afnemende reactie op stimulus (gewenning)
2) Conditionering
nieuwe associaties tussen stimuli onderling (KC) & tussen stimuli & gedrag (OC)
3) Procedureel geheugen
vaardigheden (vaak perceptueel motorische) leren uitvoeren (sequenties van handelingen)
4) Priming
beïnvloedt snelheid van verwerking van stimuli
Met welke 2 taken test men of het niet-declaratief LTG & de daarbij horende 4 processen intact zijn of niet?
1) Seriële reactietijdtaken
RT daalt → sneller antwoorden = leereffect
2) Motorische sequentieel leren

Welke hersengebieden ontbreken & spelen m.a.w. een belangrijke rol bij deze deelaspecten van het geheugen?

Er kunnen verschillende stoornissen optreden in het geheugen, waaronder geheugenklacht. Waaraan kan dit te wijten zijn?
Kan te maken hebben met
geheugen
EF
aandacht, concentratie
abstract denken & logisch redeneren
vermoeidheid
ziekte, medicatie (vb. benzodiazepines)
stemming…
+ Subjectieve klachten vs objectief testonderzoek
matige correlatie tussen geheugenklacht & werkelijke geheugenstoornis
score moet significant afwijken tov leeftijds- & opleidingsgecorrigeerde normen
Er kunnen verschillende stoornissen optreden in het geheugen, waaronder amnesie & amnestisch syndroom. Wat houdt dit in?
Zeer ernstige geheugenstoornis voor nieuwe info (anterograde amnesie) & al opgeslagen info in LTG (retrograde amnesie) met relatief behoud van werkgeheugen, intellectuele (IQ) & communicatiemogelijkheden & impliciet geheugen
Meest centrale kenmerk: anterograde amnesie
retrograde in mindere mate
Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder neurodegeneratieve aandoeningen zoals dementie. Wat houdt dit in (2)?
Centraal: achteruitgang cognitieve functies
stoornissen in geheugen, aandacht & concentratie, EF, oriëntatie, waarneming, denken, aangeleerde vaardigheden (afasie, apraxie, agnosie)
Veranderingen in niet-cognitieve domeinen
emotioneel leven & PH
Wat zijn de 5 criteria voor Mild Cognitive Impairment (MCI)? Vergelijk dit met Alzheimer?
1) Subjectieve geheugenklacht
door patiënt of derde
2) ‘Normale’ algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)
geen interferentie in alledaags leven
3) Normale algemene intelligentie/cognitie
4) Objectieve stoornis in cognitief functioneren
abnormaal neuropsychologisch onderzoek (NPO)
5) Geen dementie
Alzheimer/dementie:
abnormaal ADL → wél interferentie in alledaags leven

Er zijn verschillende soorten dementie met een eigen etiologie, verloop & symptomatologie. Welke grote onderscheid wordt er gemaakt? Welke soorten dementie vallen onder elk (5 in totaal)?
Corticale dementie
dementie van het Alzheimer type
frontotemporale dementie
Lewy Body dementie
Subcorticale dementie
ziekte van Parkinson
Chorea van Huntington
Op welk geheugenonderdeel hebben de 2 soorten dementie betrekking?
Corticale dementie
declaratief geheugen aangetast
niet-declaratief geheugen intact
Subcorticale dementie
declaratief geheugen intact
niet-declaratief geheugen aangetast
motorische problemen

Wat zijn de (DSM-IV) kenmerken van de dementie van het Alzheimertype?
1) Geheugenstoornissen
episodische geheugentaken gaan het eerst achteruit
eerst anterograde, dan ook retrograde amnesie
2) Andere cognitieve stoornissen
afasie, apraxie, agnosie, problemen in uitvoerende functies
3) Geleidelijk begin & progressieve cognitieve achteruitgang
4) Verwardheid, gedragsveranderingen & psychiatrische symptomen
Waar treden er problemen op bij subcorticale dementie? Welk(e) hersengebied(en) zijn hieraan gelinkt?
Meer problemen met procedureel geheugen (niet-declaratief LTG)
Beschadigingen in basale ganglia
Welke 2 connecties/routes hebben de basale ganglia met de cortex (subcorticale dementies)? Link Parkinson & Huntington hieraan.
1) Indirecte route: inhiberend
2) Directe route: activerend
Parkinson: dopaminetekort in striatum
onderactiviteit van directe route
overactivativiteit van indirecte route (hypokinesie)
Huntington: neuronenverlies in striatum
overactiviteit van directe route (onvrijwillige bewegingen)
onderactiviteit van indirecte route

Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder Korsakoff syndroom. Welke 5 kenmerken zien we hierbij?
1) Anterograde & retrograde amnesie
2) Anosognosie
3) Confabulaties
gaten in geheugen opvullen
onbewust
vb. bij 15 woorden van Rey → woorden verzinnen
4) Ook EF-stoornissen
5) Kunnen gebeurtenissen niet op tijdslijn plaatsen
levensverhaal laten vertellen → dingen kloppen niet, maar je kan niet weten wat juist of fout is
heteroanamnese belangrijk
Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder posttraumatische amnesie. Wat houdt dit in?
Voorbijgaande periode waarin men gedesoriënteerd is in tijd, plaats & persoon
hoe langer, hoe slechter prognose
vaak na traumatic brain injury

Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder transient global amnesie (TGA). Wat houdt dit in?
Plotse/acute amnestische periode
verward: steeds dezelfde vragen
persoonlijke identiteit bewaard (semantische autobiografische kennis: naam, geboortedatum…)
mannen > vrouwen
diverse oorzaken (incl. transient epileptic amnesie (TEA))
Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder functionele/psychogene amnesie. Wat houdt dit in? Welke hersendelen spelen een rol
Dissociatieve amnesie/fugue: tijdelijk verlies van eigen identiteit
retrograde amnesie voor autobiografische kennis
herhaalde TGA & TEA → meer kans
vaak uitgelokt door situatie met enorme emotionele arousal
hyperactiviteit amygdala
hypoactiviteit ventromediale PFC
veel eetstoornis patiënten periode van SA gehad → dissociatie prevalent
Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder psychiatrische aandoeningen zoals depressie. Wat maakt het moeilijk om dit te onderscheiden van echte geheugenstoornissen (3)?
1) ‘Zuiver beeld’ komt zelden voor op oudere leeftijd
2) Stemmingsstoornis vaak gemaskeerd door lichamelijke klachten
3) Depressie kan gepaard gaan met cognitieve problemen:
depressieve pseudodementie: cognitieve problemen die secundair voorkomen met primair psychische stoornis
Wat is malignering & hoe spoor je dit op?
Malignering: eigen symptomen overdrijven
vb. om straf te ontlopen
Opsporing door geheugentaak: Rey 15 item Visual Memory Test
“moeilijke taak”
onderpresteren opsporen
mensen met hersenletsels doen het nog goed
mensen die lager dan 8 scoren = aanwijzing voor malignering
