11. Geheugen

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/42

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

43 Terms

1
New cards

Het geheugen kan op basis van 3 aspecten opgedeeld worden in verschillende structuren of systemen & processen (taxonomie). Welke 3? Welke onderverdelingen horen daarbij?

1) Tijd

  • sensorisch geheugen

  • KTG (werkgeheugen)

  • LTG

2) Soort info opgeslagen

  • declaratief geheugen

  • niet-declaratief geheugen

3) Wijze waarop het onthouden wordt & hoe herinnering getest wordt

  • expliciet geheugen

  • impliciet geheugen

2
New cards

Wat houdt het multimodale model van Atkinson & Shiffrin in? Tip: over welke taxonomie gaat het & van wat voor verwerking gaan ze uit?

Seriële verwerking — taxonomie obv tijd

Sensorisch geheugen

  • input vanuit de omgeving

  • zintuigen: zien, horen, smaal, geur…

KTG

  • werkgeheugen + onmiddellijk geheugen

  • herhalen: actieve bewerking!

  • 7 chunks

  • 15-30s

LTG

  • alle opgeslagen info die momenteel niet actief is in werkgeheugen

  • onbeperkte capaciteit & duur

3
New cards

Wat is volgens het multimodale model van Atkinson & Shiffrin noodzakelijk om input van het sensorisch geheugen naar het KTG te sturen?

Selectieve aandacht

  • vb. “wat hoor je?” → aandacht naar geluid, prikkels opgemerkt, anders weggefilterd door overprikkeling/overspoeling

<p>Selectieve aandacht</p><ul><li><p><em>vb. “wat hoor je?” → aandacht naar geluid, prikkels opgemerkt, anders weggefilterd door overprikkeling/overspoeling</em></p></li></ul><p></p>
4
New cards

Welke onderverdeling in het KTG maakt Baddeley (3)? Wat houdt elk in?

1) Werkgeheugen

  • ruimte waarin bewerkingen op info worden uitgevoerd → resultaten tijdelijk bewaard

  • tijdelijke opslag in modaliteitspecifieke buffers

  • vb. cijferreeksen achteruit (in omgekeerde volgorde opnoemen: werkgeheugen & centrale executieve — tegelijk onthouden & mentale operaties

→ 2) KTG

  • onmiddellijk geheugen

  • info kortdurend vasthouden in slaafsystemen (visuospatieel kladblad & fonologische lus)

  • vb. cijferreeksen vooruit

→ 3) Episodische buffer

  • korte representatie van samengevoegde info (multidimensionele code) vanuit verschillende modaliteiten (episode)

  • KTG → LTG én LTG → KTG

    • hoe communiceert KTG met LTG, vaak emoties & betekenis mee opgeslagen

5
New cards

Het model van Baddeley is een uitdieping van het KTG & kent 4 aspecten. Met welke aspecten van het LTG komen ze overeen?

knowt flashcard image
6
New cards

Met welke 4 taken kan je het werkgeheugen testen? Wat is een moeilijkheid aan dit onderdeel testen?

1) WAIS: cijferreeksen vooruit & achteruit

  • vooruit test enkel onmiddellijk KTG

2) Corsi block tapping vooruit & achteruit

3) Hoofdrekentaken

3) Mentale rotatietaken

Vanaf dat centrale executieve in spel komt, eerder EF

  • werkgeheugen is kern EF

7
New cards

Welke processen vinden plaats van het KTG naar het LTG & omgekeerd volgens het multimodale model van Atkinson & Shiffrin?

KTG → LTG: consolidatie

LTG → KTG: ophalen/oproepen

<p>KTG → LTG: consolidatie</p><p>LTG → KTG: ophalen/oproepen</p>
8
New cards

Ondanks dat het LTG onbeperkt is in capaciteit & duur, lijken we ons toch niet alles te kunnen herinneren. Welke 2 hypothese bieden hiervoor een verklaring? Voor welke is er meer evidentie?

1) Vervalhypothese

  • dingen worden overschreven → vervallen

2) Interferentiehypothese

  • nieuwe info gedurende hele leven → oude info moeilijker toegankelijk

  • meer evidentie hiervoor: bij juiste cues/hints lukt het wel om oude info op te roepen

9
New cards

Wat is een aandachtspunt voor het testen van het LTG? Tip: gaat over consolidatie vs ophalen.

Bij geheugentaak ook herkenningstaak (met cues) afnemen

  • als je enkel free calls doet (spontaan herhalen), weet je niet of het gaat om consolidatie of retrieval probleem

10
New cards

Het LTG kan opgedeeld worden in 2 delen? Welke & wat houdt elk in?

1) Declaratief geheugen

  • expliciet

  • alle herinneringen die bewust opgeroepen & geverbaliseerd kunnen worden

  • weten wat er is gebeurd

  • vb. weten wat je hebt ontbeten, wanneer je hebt gedoucht

2) Niet-declaratief geheugen

  • impliciet

  • alle herinneringen die moeilijk geverbaliseerd kunnen worden

  • weten hoe iets gedaan moet worden

  • vb. hoe speel je piano

<p>1) <strong>Declaratief geheugen</strong></p><ul><li><p>expliciet</p></li><li><p>alle herinneringen die bewust opgeroepen &amp; geverbaliseerd kunnen worden</p></li><li><p>weten <strong>wat</strong> er is gebeurd</p></li><li><p><em>vb. weten wat je hebt ontbeten, wanneer je hebt gedoucht</em></p></li></ul><p>2) <strong>Niet-declaratief geheugen</strong></p><ul><li><p>impliciet</p></li><li><p>alle herinneringen die moeilijk geverbaliseerd kunnen worden</p></li><li><p>weten <strong>hoe</strong> iets gedaan moet worden</p></li><li><p><em>vb. hoe speel je piano</em></p></li></ul><p></p>
11
New cards

Het declaratief geheugen kan opgedeeld worden in 2 delen. Welke 2 & wat houdt elk in?

1) Episodisch geheugen

  • persoonlijke gebeurtenissen

  • context waarin we dingen geleerd hebben belangrijk (waar, wanneer, met wie…)

  • mentaal tijdreizen

  • vb. wanneer heb je voor het laatst met de fiets gereden

2) Semantisch geheugen

  • betekenissen & feiten

  • niet gebonden aan specifieke context

  • vaak eerst als episodische kennis, dan als semantische

  • vb. wat is een fiets

<p>1) <strong>Episodisch geheugen</strong></p><ul><li><p>persoonlijke gebeurtenissen</p></li><li><p>context waarin we dingen geleerd hebben belangrijk (waar, wanneer, met wie…)</p></li><li><p>mentaal tijdreizen</p></li><li><p><em>vb. wanneer heb je voor het laatst met de fiets gereden</em></p></li></ul><p>2) <strong>Semantisch geheugen</strong></p><ul><li><p>betekenissen &amp; feiten</p></li><li><p>niet gebonden aan specifieke context</p></li><li><p>vaak eerst als episodische kennis, dan als semantische</p></li><li><p><em>vb. wat is een fiets</em></p></li></ul><p></p>
12
New cards

Waaronder in het declaratief LTG valt het autobiografisch geheugen?

= Persoonlijk gebeurtenissen

  • puur obv beschrijving hoort het bij episodisch geheugen, maar meer & meer semantisch omdat je het zo vaak hebt herhaald

→ Onderscheid episodisch & semantisch geheugen meer gradueel bekeken, continuüm

  • bij ouderen gaat episodisch geheugen achteruit → autobiografisch geheugen zou ook achteruit moeten gaan, maar ze hebben nog kennis van hun eigen leven, vaak over heel belangrijke momenten

  • vb. wanneer getrouwd

13
New cards

Net zoals het declaratief geheugen, kan het niet-declaratief geheugen onderverdeeld worden in 3 delen. Welke & wat houdt elk in?

1) Procedureel geheugen

  • vaardigheden

  • ontstaan na lange training

  • vb. hoe met fiets rijden?

2) Klassieke conditionering

3) Andere

  • vb. priming: iets onbewust onthouden dat invloed heeft op later gedrag/oordeel

<p>1) <strong>Procedureel geheugen</strong></p><ul><li><p>vaardigheden</p></li><li><p>ontstaan na lange training</p></li><li><p><em>vb. hoe met fiets rijden?</em></p></li></ul><p>2) <strong>Klassieke conditionering</strong></p><p>3) <strong>Andere</strong></p><ul><li><p>vb. priming: iets onbewust onthouden dat invloed heeft op later gedrag/oordeel</p></li></ul><p></p>
14
New cards

Wat is de reminiscentiebump? Vergelijk gezonde volwassenen met Alzheimer & Korsakov patiënten. Welk fenomeen zien we bij deze patiënten?

Wat ze het beste onthouden:

Gezonde volwassenen

  • recente info

  • reminiscentiebump: (late) adolescentie & vroege volwassenheid

    • meer semantische kennis geworden

Alzheimer & Korsakov

  • gradiënt van Ribot: oudere gebeurtenissen beter opgehaald dan recentere

<p>Wat ze het beste onthouden:</p><p><u>Gezonde volwassenen</u></p><ul><li><p>recente info</p></li><li><p><strong>reminiscentiebump</strong>: (late) adolescentie &amp; vroege volwassenheid</p><ul><li><p>meer semantische kennis geworden</p></li></ul></li></ul><p><u>Alzheimer &amp; Korsakov</u></p><ul><li><p><strong>gradiënt van Ribot</strong>: oudere gebeurtenissen beter opgehaald dan recentere</p></li></ul><p></p>
15
New cards

Van welke 3 dingen hangt af hoe goed het declaratief LTG werkt?

1) Diepte van verwerking

  • elaboratie vs herhalen

2) Retentie-interval

  • tijd tussen opslag & test

  • hoe groter interval, hoe meer vergeten

3) Soort test / manier van ophalen

  • cue: stuk info specifiek geassocieerd met herinnering waarnaar gezocht wordt & dat toegang tot opgeslagen info faciliteert

16
New cards

Welke verwerking is beter voor het declaratief LTG: elaboratie of herhalen?

Elaboratie

  • nieuw te leren info koppelen aan gekende info → associatie, diepste geheugensporen

17
New cards

Bij het retentie-interval kunnen 2 soorten interferentie optreden: retro-actieve & pro-actieve. Wat is het verschil tussen deze?

Retro-actieve interferentie

  • tijdens retentie-interval gaat nieuwe info de retrieval van oude info bemoeilijken

  • vb. lijst B interfereert met ophalen van lijst A (A6 < A5)

Pro-actieve interferentie

  • storend effect van oude info op het leren van nieuwe info

  • vb. lijst A interfereert met leren van lijst B (B1 < A1)

<p><strong>Retro-actieve interferentie</strong></p><ul><li><p>tijdens retentie-interval gaat nieuwe info de retrieval van oude info bemoeilijken</p></li><li><p><em>vb. lijst B interfereert met ophalen van lijst A (A6 &lt; A5)</em></p></li></ul><p><strong>Pro-actieve interferentie</strong></p><ul><li><p>storend effect van oude info op het leren van nieuwe info</p></li><li><p><em>vb. lijst A interfereert met leren van lijst B (B1 &lt; A1)</em></p></li></ul><p></p>
18
New cards

Er zijn 3 manieren van ophalen (soort test), welke 3? Welk principe speelt hier een rol?

1) Vrije reproductie

  • free (delayed) recall

  • geen enkele cue gegeven

2) Gecuede productie

  • cue gegeven

  • vb. beginletter, semantische cue

3) Herkenning

  • sterkste cue gegeven: stimulus zelf

Encoderingsspecificiteitsprincipe

  • hoe meer cues & context van leerfase dezelfde zijn als herinneringsfase, hoe beter herinnering

19
New cards

Wat zijn 2 manieren van antwoorden op herkenningstaken?

Herkenning: sterkste cue gegeven (stimulus zelf)

1) Recollectie

  • bewust nadenken wat stimuli waren

2) Familiariteit

  • waar heb ik dat eens gehoord, gezien…

  • vaker

20
New cards

Hoe wordt het episodisch (declaratief) geheugen getest?

Dingen die samen worden aangeboden in deze context van onderzoek

  • vb. 15 woorden/figuren van Rey, Rivermead Behavioral Memory Test (meer ecologisch valide)

21
New cards

Hoe wordt het semantisch (declaratief) geheugen getest? Geef 2 testen & de valkuil hierbij.

Tests die naar kennis vragen

  • algemene kennis, betekenis van woorden, foto’s van bekende personen herkennen

WAIS: subtest woordenschat

  • valkuil: intelligentie

Fluency

  • snelheid waarmee mensen semantische kennis kunnen reproduceren

  • zoveel mogelijk dieren, beroepen…opnoemen

  • valkuil: ook vaak gebruikt voor EF → heeft slechte score te maken met semantisch geheugen of EF?

22
New cards

Waarop duidt een primacy vs recency effect (declaratief LTG)?

Primacy effect

  • eerst geleerde dingen beter onthouden

  • LTG

Recency effect

  • recent geleerde dingen beter onthouden

  • KTG/werkgeheugen

  • Alzheimer vooral dit

23
New cards

Waarop duiden problemen bij herkennings- vs uitgestelde vrije herinneringstaken?

Herkenning → consolidatieprobleem

Uitgestelde vrije herinnering → retrieval of consolidatieprobleem

24
New cards

Cued recall helpt ons een beter onderscheid te maken tussen 2 soorten geheugenproblemen, maar daarbij ook de onderliggende mentale problemen die daaraan gekoppeld zijn. Leg uit.

Cued recall → beter onderscheid tussen

Retrieval probleem

  • geheugenproblemen door depressieve symptomen, aandachtsproblemen, motivatie…

  • frontaal gestuurd

Consolidatieprobleem

  • geheugenproblemen door neurodegeneratieve proces van Alzheimer

  • mediale temporale kwab, hippocampus

25
New cards

Wat is het amnestisch syndroom? Welke delen van het geheugen zijn aangetast/intact? Tip: denk aan casus H.M.

Anterograde amnesie

  • declaratief geheugen /expliciete kennis aangetast → geen nieuwe herinneringen aanmaken

  • niet-declaratief geheugen / impliciete kennis intact → visuomotorische vaardigheden kunnen leren

Geen retrograde amnesie

Werkgeheugen intact

26
New cards

Het niet-declaratief LTG lijkt gespaard in het amnestisch syndroom. Over welke 4 processen gaat het?

1) Habituatie

  • veelvuldige herhaling → afnemende reactie op stimulus (gewenning)

2) Conditionering

  • nieuwe associaties tussen stimuli onderling (KC) & tussen stimuli & gedrag (OC)

3) Procedureel geheugen

  • vaardigheden (vaak perceptueel motorische) leren uitvoeren (sequenties van handelingen)

4) Priming

  • beïnvloedt snelheid van verwerking van stimuli

27
New cards

Met welke 2 taken test men of het niet-declaratief LTG & de daarbij horende 4 processen intact zijn of niet?

1) Seriële reactietijdtaken

  • RT daalt → sneller antwoorden = leereffect

2) Motorische sequentieel leren

28
New cards
<p>Welke hersengebieden ontbreken &amp; spelen m.a.w. een belangrijke rol bij deze deelaspecten van het geheugen?</p>

Welke hersengebieden ontbreken & spelen m.a.w. een belangrijke rol bij deze deelaspecten van het geheugen?

<p></p>
29
New cards

Er kunnen verschillende stoornissen optreden in het geheugen, waaronder geheugenklacht. Waaraan kan dit te wijten zijn?

Kan te maken hebben met

  • geheugen

  • EF

  • aandacht, concentratie

  • abstract denken & logisch redeneren

  • vermoeidheid

  • ziekte, medicatie (vb. benzodiazepines)

  • stemming…

+ Subjectieve klachten vs objectief testonderzoek

  • matige correlatie tussen geheugenklacht & werkelijke geheugenstoornis

  • score moet significant afwijken tov leeftijds- & opleidingsgecorrigeerde normen

30
New cards

Er kunnen verschillende stoornissen optreden in het geheugen, waaronder amnesie & amnestisch syndroom. Wat houdt dit in?

Zeer ernstige geheugenstoornis voor nieuwe info (anterograde amnesie) & al opgeslagen info in LTG (retrograde amnesie) met relatief behoud van werkgeheugen, intellectuele (IQ) & communicatiemogelijkheden & impliciet geheugen

Meest centrale kenmerk: anterograde amnesie

  • retrograde in mindere mate

31
New cards

Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder neurodegeneratieve aandoeningen zoals dementie. Wat houdt dit in (2)?

Centraal: achteruitgang cognitieve functies

  • stoornissen in geheugen, aandacht & concentratie, EF, oriëntatie, waarneming, denken, aangeleerde vaardigheden (afasie, apraxie, agnosie)

Veranderingen in niet-cognitieve domeinen

  • emotioneel leven & PH

32
New cards

Wat zijn de 5 criteria voor Mild Cognitive Impairment (MCI)? Vergelijk dit met Alzheimer?

1) Subjectieve geheugenklacht

  • door patiënt of derde

2) ‘Normale’ algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)

  • geen interferentie in alledaags leven

3) Normale algemene intelligentie/cognitie

4) Objectieve stoornis in cognitief functioneren

  • abnormaal neuropsychologisch onderzoek (NPO)

5) Geen dementie

Alzheimer/dementie:

  • abnormaal ADL → wél interferentie in alledaags leven

<p>1) Subjectieve geheugenklacht </p><ul><li><p>door patiënt of derde</p></li></ul><p>2) ‘Normale’ algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)</p><ul><li><p>geen interferentie in alledaags leven</p></li></ul><p>3) Normale algemene intelligentie/cognitie</p><p>4) Objectieve stoornis in cognitief functioneren </p><ul><li><p>abnormaal neuropsychologisch onderzoek (NPO)</p></li></ul><p>5) Geen dementie</p><p><u>Alzheimer/dementie</u>:</p><ul><li><p>abnormaal ADL → wél interferentie in alledaags leven</p></li></ul><p></p>
33
New cards

Er zijn verschillende soorten dementie met een eigen etiologie, verloop & symptomatologie. Welke grote onderscheid wordt er gemaakt? Welke soorten dementie vallen onder elk (5 in totaal)?

Corticale dementie

  • dementie van het Alzheimer type

  • frontotemporale dementie

  • Lewy Body dementie

Subcorticale dementie

  • ziekte van Parkinson

  • Chorea van Huntington

34
New cards

Op welk geheugenonderdeel hebben de 2 soorten dementie betrekking?

Corticale dementie

  • declaratief geheugen aangetast

  • niet-declaratief geheugen intact

Subcorticale dementie

  • declaratief geheugen intact

  • niet-declaratief geheugen aangetast

  • motorische problemen

<p><u>Corticale dementie</u></p><ul><li><p><strong>declaratief geheugen</strong> aangetast</p></li><li><p>niet-declaratief geheugen intact</p></li></ul><p><u>Subcorticale dementie</u></p><ul><li><p>declaratief geheugen intact</p></li><li><p><strong>niet-declaratief geheugen</strong> aangetast</p></li><li><p>motorische problemen</p></li></ul><p></p>
35
New cards

Wat zijn de (DSM-IV) kenmerken van de dementie van het Alzheimertype?

1) Geheugenstoornissen

  • episodische geheugentaken gaan het eerst achteruit

  • eerst anterograde, dan ook retrograde amnesie

2) Andere cognitieve stoornissen

  • afasie, apraxie, agnosie, problemen in uitvoerende functies

3) Geleidelijk begin & progressieve cognitieve achteruitgang

4) Verwardheid, gedragsveranderingen & psychiatrische symptomen

36
New cards

Waar treden er problemen op bij subcorticale dementie? Welk(e) hersengebied(en) zijn hieraan gelinkt?

Meer problemen met procedureel geheugen (niet-declaratief LTG)

Beschadigingen in basale ganglia

37
New cards

Welke 2 connecties/routes hebben de basale ganglia met de cortex (subcorticale dementies)? Link Parkinson & Huntington hieraan.

1) Indirecte route: inhiberend

2) Directe route: activerend

Parkinson: dopaminetekort in striatum

  • onderactiviteit van directe route

  • overactivativiteit van indirecte route (hypokinesie)

Huntington: neuronenverlies in striatum

  • overactiviteit van directe route (onvrijwillige bewegingen)

  • onderactiviteit van indirecte route

<p>1) Indirecte route: <strong>inhiberend</strong></p><p>2) Directe route: <strong>activerend</strong></p><p><strong>Parkinson</strong>: dopaminetekort in striatum</p><ul><li><p>onderactiviteit van directe route</p></li><li><p>overactivativiteit van indirecte route (hypokinesie)</p></li></ul><p><strong>Huntington</strong>: neuronenverlies in striatum</p><ul><li><p>overactiviteit van directe route (onvrijwillige bewegingen)</p></li><li><p>onderactiviteit van indirecte route</p></li></ul><p></p>
38
New cards

Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder Korsakoff syndroom. Welke 5 kenmerken zien we hierbij?

1) Anterograde & retrograde amnesie

2) Anosognosie

3) Confabulaties

  • gaten in geheugen opvullen

  • onbewust

  • vb. bij 15 woorden van Rey → woorden verzinnen

4) Ook EF-stoornissen

5) Kunnen gebeurtenissen niet op tijdslijn plaatsen

  • levensverhaal laten vertellen → dingen kloppen niet, maar je kan niet weten wat juist of fout is

  • heteroanamnese belangrijk

39
New cards

Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder posttraumatische amnesie. Wat houdt dit in?

Voorbijgaande periode waarin men gedesoriënteerd is in tijd, plaats & persoon

  • hoe langer, hoe slechter prognose

  • vaak na traumatic brain injury

<p>Voorbijgaande periode waarin men gedesoriënteerd is in tijd, plaats &amp; persoon</p><ul><li><p>hoe langer, hoe slechter prognose</p></li><li><p>vaak na traumatic brain injury</p></li></ul><p></p>
40
New cards

Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder transient global amnesie (TGA). Wat houdt dit in?

Plotse/acute amnestische periode

  • verward: steeds dezelfde vragen

  • persoonlijke identiteit bewaard (semantische autobiografische kennis: naam, geboortedatum…)

  • mannen > vrouwen

  • diverse oorzaken (incl. transient epileptic amnesie (TEA))

41
New cards

Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder functionele/psychogene amnesie. Wat houdt dit in? Welke hersendelen spelen een rol

Dissociatieve amnesie/fugue: tijdelijk verlies van eigen identiteit

  • retrograde amnesie voor autobiografische kennis

  • herhaalde TGA & TEA → meer kans

  • vaak uitgelokt door situatie met enorme emotionele arousal

  • hyperactiviteit amygdala

  • hypoactiviteit ventromediale PFC

  • veel eetstoornis patiënten periode van SA gehad → dissociatie prevalent

42
New cards

Er zijn verschillende oorzaken voor geheugenstoornissen, waaronder psychiatrische aandoeningen zoals depressie. Wat maakt het moeilijk om dit te onderscheiden van echte geheugenstoornissen (3)?

1) ‘Zuiver beeld’ komt zelden voor op oudere leeftijd

2) Stemmingsstoornis vaak gemaskeerd door lichamelijke klachten

3) Depressie kan gepaard gaan met cognitieve problemen:

  • depressieve pseudodementie: cognitieve problemen die secundair voorkomen met primair psychische stoornis

43
New cards

Wat is malignering & hoe spoor je dit op?

Malignering: eigen symptomen overdrijven

  • vb. om straf te ontlopen

Opsporing door geheugentaak: Rey 15 item Visual Memory Test

  • “moeilijke taak”

  • onderpresteren opsporen

  • mensen met hersenletsels doen het nog goed

  • mensen die lager dan 8 scoren = aanwijzing voor malignering

<p>Malignering: eigen symptomen overdrijven</p><ul><li><p><em>vb. om straf te ontlopen</em></p></li></ul><p>Opsporing door geheugentaak: Rey 15 item Visual Memory Test</p><ul><li><p>“moeilijke taak”</p></li><li><p>onderpresteren opsporen</p></li><li><p>mensen met hersenletsels doen het nog goed</p></li><li><p>mensen die lager dan 8 scoren = aanwijzing voor malignering</p></li></ul><p></p>