Frans werkwoorden

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/38

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

39 Terms

1
New cards

gaan

ik ga

jij gaat

hij/zij gaat

wij gaan

jullie gaan/u gaat

zij gaan

aller

je vais

tu vas

il/elle va

nous allons

vous allez

ils/elles vont

2
New cards

ik ga

je vais

3
New cards

jij gaat

tu vas

4
New cards

hij/zij gaat

il/elle va

5
New cards

wij gaan

nous allons

6
New cards

jullie gaan/u gaat

vous allez

7
New cards

zij gaan

ils/elles vont

8
New cards

gaan

aller

9
New cards

zijn

ik ben

jij bent

hij/zij is

wij zijn

jullie zijn/u bent

zij zijn

être

je suis

tu es

il/elle est

nous sommes

vous êtes

ils/elles sont

10
New cards

zijn

être

11
New cards

ik ben

je suis

12
New cards

jij bent

tu es

13
New cards

hij/zij is

il/elle est

14
New cards

wij zijn

nous sommes

15
New cards

jullie zijn/u bent

vous êtes

16
New cards

zij zijn

ils/elles sont

17
New cards

hebben

ik heb

jij hebt

hij/zij heeft

wij hebben

jullie hebben/u heeft

zij hebben

avoir

j’ai

tu as

il/elle a

nous avons

vous avez

ils/elles ont

18
New cards

hebben

avoir

19
New cards

ik heb

j’ai

20
New cards

jij hebt

tu as

21
New cards

hij/zij heeft

il/elle a

22
New cards

wij hebben

nous avons

23
New cards

jullie hebben/ u heeft

vous avez

24
New cards

zij hebben

ils/elles ont

25
New cards

Regelmatige werkwoorden op -ER

Gooi -ER in de vuilbak! Weg ermee!

je +e → let op bij klinker of h word het j’

tu +es

il/elle +e

nous +ons

vous +ez

ils/elles +ent

26
New cards

houden van

aimer

27
New cards

kijken

regarder

28
New cards

zielsveel houden van

adorer

29
New cards

wonen

habiter

30
New cards

spelen

jouer

31
New cards

heten

s’appeler

32
New cards

ik heet

je m’appelle

33
New cards

jij heet

tu t’appelles

34
New cards

hij/zij heet

il/elle s’appelle

35
New cards

wij heten

nous nous appelons

36
New cards

jullie heten/ u heet

vous vous appelez

37
New cards

zij heten

ils / elles s’appelent

38
New cards

eten

manger

39
New cards

doorgeven

passer

Explore top flashcards

100 fautes (1-50)
Updated 713d ago
flashcards Flashcards (161)
English Vocab
Updated 826d ago
flashcards Flashcards (40)
Parents
Updated 424d ago
flashcards Flashcards (28)
lung cancer
Updated 368d ago
flashcards Flashcards (61)
AP Bio - Genetics
Updated 289d ago
flashcards Flashcards (74)
100 fautes (1-50)
Updated 713d ago
flashcards Flashcards (161)
English Vocab
Updated 826d ago
flashcards Flashcards (40)
Parents
Updated 424d ago
flashcards Flashcards (28)
lung cancer
Updated 368d ago
flashcards Flashcards (61)
AP Bio - Genetics
Updated 289d ago
flashcards Flashcards (74)