1/29
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Wetenschapsfilosofie
Kader voor elke vorm van onderzoek; sterk bepalend voor onderzoeksvragen, doel van onderzoek, keuze methoden en relatie onderzoeker-onderzoeksobject
Dilthey
‘Naturwissenshaften’ (Erklären) en ‘Geisteswissenshaften' (Verstehen)
Hermeneutiek → legde basis van moderne hermeneutiek met focus op begrijpen menselijke ervaring
Bruner
Twee modaliteiten van denken die niet reduceerbaar zijn tot elkaar; logisch-wetenschappelijk of narratief
Logisch-wetenschappelijk
Reflecteert ‘objectieve’, deterministische wereld. Heeft affiniteit met positivistische natuurwetenschappen en abstracte als-dan stellingen. Kwantatieve gevoeligheid
Narratief
Reflecteert ‘geconstrueerde’ wereld waarin menselijke agency dingen kan laten gebeuren. Heeft affiniteit met sociale wetenschappen, humane wetenschappen en verhalen om zin te verlenen aan gebeurtenissen en ervaringen. Kwalitatieve gevoeligheid
Ontologie
Wat is de aard van de realiteit en het zijn? Continuüm van realisme naar relativisme


Realisme
Eén kenbare, identificeerbare, meetbare realiteit
Relativisme
Meervoudige, geconstrueerde realiteiten
Epistemologie
Kennistheorie; aard, oorsprong, voorwaarden en reikwijdte kennis, relatie tussen participant en onderzoeker. Van objectivisme/dualisme naar subjectivitsisch/transactioneel


Objectivisme/dualisme
Onderzoeker en participant onafhankelijk; objectief te bestuderen
Subjectivistisch/transactioneel
Interactie onderzoeker-participant centraal; geco-construeerde bevindingen
Positivisme
Historische wortels in verlichting (Auguste Comte) → Mill
> Er is één werkelijkheid waar we rechtstreeks toegang tot hebben (= naïef realisme).
> Werkelijkheid is bevattelijk, identificeerbaar en meetbaar.
> Alle verschijnselen zijn onderwerpen aan onveranderlijke natuurwetten.
> Alleen empirische wetenschap levert werkelijke kennis op.
> Onderzoeker en onderzoeksobject zijn onafhankelijke entiteiten (= dualisme/objectivisme).
> Onderzoeker kan werkelijkheid objectief waarnemen, heeft geen invloed op die werkelijkheid (= dualisme/objectivisme).
> Hypothetisch-deductieve methode.
> Gericht op ontdekken universele wetmatigheden (nomothetische methode).
> Verificatiecriterium → wetenschappelijke uitspraak kan worden getoetst door na te gaan of deze in overeenstemming is met zintuigelijke (empirische) waarnemingen.
> Kennis is waardenvrij.
Post-positivisme
Op basis van aantal problemen met positivisme → Popper, Guba en Lincoln
> Eén ware werkelijkheid, maar slechts gedeeltelijk te bevatten (= kritisch realisme).
> Van absolute zekerheid naar plausibiliteit → vrij goed mogelijk.
> Falsificatie in plaats van verificatie.
> Onderzoeker blijf objectief en onafhankelijk, maar onvolmaakte waarnemer (= aangepast dualisme/objectivisme).
Sociaal-constructivisme/interpretivisme
Binnen postmodernistische traditie → Kant, Dilthey
> Niet één juiste realiteit maar meerdere geconstrueerde realiteiten (= relativisme).
> Waarheid en objectieve kennis van de wereld zijn onmogelijk.
> Realiteit afhankelijk van taal (taal = centraal) → geen eenduidige betekenis van worden en teksten.
> Context.
> Sociale realiteit is niet gedetermineerd door fysische krachten en wetten maar wordt actief geco-constueerd door mensen (= transactioneel/subjectivisme).
> Onderzoeker niet afhankelijk van onderzoeksobject; interactie staat centraal (= reflexiviteit).
> Methodologie = hermeneutisch en dialogische (= interpretatief).
· Begrijpen en interpreteren van de mens en diens uitdrukkingsvormen.
· Interpreteren als uitgangspunt voor kennis en waarheid in dagelijkse leven en wetenschap.
· Interpretatie als dialectisch en circulair proces → interpretatie geen definitief gegeven.
> Doel van onderzoek niet predictie en controle van toekomstige gebeurtenissen, maar constructie van krachtigere en meer heldere manieren om geleefde ervaring te begrijpen → iets begrijpen van sociale werkelijkheid en wat mensen ervaren.
> Accent op idiografische methode (≠ nomothetische methode), kwalitatief onderzoek.
Kritische theorie
Frankfurther Schüle en Marx → niet één realiteit maar realiteit als ‘vastgezet’ binnen politiek-sociaal-historische context (= historisch realisme/relativisme)
> Accent op geleefde ervaring die gemedieerd wordt door machtsverhoudingen in sociale en historische contexten.
> Onderzoek in functie van emancipatie en transformatie.
> (Proactieve) waarden spelen belangrijke rol → niet alleen iets beschrijven maar ook iets willend veranderen.
> Dialectische verhouding onderzoeker-onderzochte → proberen iets in beweging te zetten in onderzochte (= transactioneel/subjectivisme).
Methodologie
Hoe (met welke procedures) kunnen we kennis verwerven?

Axiologie
De rol van waarden in onderzoek

Retorisch niveau
Taal van onderzoek

Basisassumpties kwalitatief onderzoek
Geformuleerd door Cresswell en Poth:
Ontologie: dé realiteit bestaat niet.
Epistemologie: zo dicht mogelijk bij participanten komen → bestuderen subjectieve ervaringen onderzochte individuen.
Methodologie: inductieve benadering → klemtoon vertrekken vanuit de data.
Axiologie: onvermijdelijk waarden binnenbrengen → waarde-geladen.
Consensual qualitative research (CQR)
Uitgebreide beschrijvende methode van kwalitatief onderzoek gecombineerd met consensus over hoe informatie te interpreteren → tussen post-positivistisch en constructivistisch-interpretivistisch in
Grounded theory
Kwantitatieve, systematische, inductieve onderzoeksmethode waarbij een theorie wordt ontwikkeld op basis van verzamelde data waarvan meest populaire benadering de constructivistische-interpretivistische benadering is
Pragmatisme
Focus op praktische uitkomsten van menselijk handelen
Hermeneutiek
Kunst van het interpreteren, begrijpen hoe we betekenis leveren; basis van kwalitatieve traditie
Schleimacher
Hermeneutiek als methodologie om Bijbelse teksten te interpreteren
Heidegger
Ontologische hermeneutiek; begrijpen van de essentie van mens zijn
Gadamer en Giddens
Verder formaliseren en systematiseren hermeneutiek
Gadamer: prejudices en horizon
Giddens: dubbele hermeneutiek
Prejudices
Vooraf gevormde vooroordelen
Horizon
Totale perspectief waarmee iemand de wereld begrijpt; dynamisch perspectief
Dubbele hermeneutiek
Wetenschappers interpreteren interpretaties van participanten; dubbele laag
Hermeneutische cirkel
Van geheel gaan naar een deel en terugkeren; bijv. lezen van een tekst, daar interpretaties van maken en samenvoegen, en weer teruggaan naar tekst