2.2 Wetenschapsfilosofische achtergrond van kwalitatief onderzoek

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

30 Terms

1
New cards

Wetenschapsfilosofie

Kader voor elke vorm van onderzoek; sterk bepalend voor onderzoeksvragen, doel van onderzoek, keuze methoden en relatie onderzoeker-onderzoeksobject

2
New cards

Dilthey

‘Naturwissenshaften’ (Erklären) en ‘Geisteswissenshaften' (Verstehen)

Hermeneutiek → legde basis van moderne hermeneutiek met focus op begrijpen menselijke ervaring

3
New cards

Bruner

Twee modaliteiten van denken die niet reduceerbaar zijn tot elkaar; logisch-wetenschappelijk of narratief

4
New cards

Logisch-wetenschappelijk

Reflecteert ‘objectieve’, deterministische wereld. Heeft affiniteit met positivistische natuurwetenschappen en abstracte als-dan stellingen. Kwantatieve gevoeligheid

5
New cards

Narratief

Reflecteert ‘geconstrueerde’ wereld waarin menselijke agency dingen kan laten gebeuren. Heeft affiniteit met sociale wetenschappen, humane wetenschappen en verhalen om zin te verlenen aan gebeurtenissen en ervaringen. Kwalitatieve gevoeligheid

6
New cards

Ontologie

Wat is de aard van de realiteit en het zijn? Continuüm van realisme naar relativisme

<p>Wat is de aard van de realiteit en het zijn? Continuüm van realisme naar relativisme</p><img src="https://knowt-user-attachments.s3.amazonaws.com/8bc18822-78cb-4e1c-8081-783889312f2b.png" data-width="100%" data-align="center"><p></p>
7
New cards

Realisme

Eén kenbare, identificeerbare, meetbare realiteit

8
New cards

Relativisme

Meervoudige, geconstrueerde realiteiten

9
New cards

Epistemologie

Kennistheorie; aard, oorsprong, voorwaarden en reikwijdte kennis, relatie tussen participant en onderzoeker. Van objectivisme/dualisme naar subjectivitsisch/transactioneel

<p>Kennistheorie; aard, oorsprong, voorwaarden en reikwijdte kennis, relatie tussen participant en onderzoeker. Van objectivisme/dualisme naar subjectivitsisch/transactioneel</p><img src="https://knowt-user-attachments.s3.amazonaws.com/36c7b6e4-6872-4e02-91b9-6538edd95aad.png" data-width="100%" data-align="center"><p></p>
10
New cards

Objectivisme/dualisme

Onderzoeker en participant onafhankelijk; objectief te bestuderen

11
New cards

Subjectivistisch/transactioneel

Interactie onderzoeker-participant centraal; geco-construeerde bevindingen

12
New cards

Positivisme

Historische wortels in verlichting (Auguste Comte) → Mill

>   Er is één werkelijkheid waar we rechtstreeks toegang tot hebben (= naïef realisme).

>   Werkelijkheid is bevattelijk, identificeerbaar en meetbaar.

>   Alle verschijnselen zijn onderwerpen aan onveranderlijke natuurwetten.

>   Alleen empirische wetenschap levert werkelijke kennis op.

>   Onderzoeker en onderzoeksobject zijn onafhankelijke entiteiten (= dualisme/objectivisme).

>   Onderzoeker kan werkelijkheid objectief waarnemen, heeft geen invloed op die werkelijkheid (= dualisme/objectivisme).

>   Hypothetisch-deductieve methode.

>   Gericht op ontdekken universele wetmatigheden (nomothetische methode).

>   Verificatiecriterium → wetenschappelijke uitspraak kan worden getoetst door na te gaan of deze in overeenstemming is met zintuigelijke (empirische) waarnemingen.

>   Kennis is waardenvrij.

13
New cards

Post-positivisme

Op basis van aantal problemen met positivisme → Popper, Guba en Lincoln

>   Eén ware werkelijkheid, maar slechts gedeeltelijk te bevatten (= kritisch realisme).

>   Van absolute zekerheid naar plausibiliteit → vrij goed mogelijk.

>   Falsificatie in plaats van verificatie.

>   Onderzoeker blijf objectief en onafhankelijk, maar onvolmaakte waarnemer (= aangepast dualisme/objectivisme).

14
New cards

Sociaal-constructivisme/interpretivisme

Binnen postmodernistische traditie → Kant, Dilthey

>   Niet één juiste realiteit maar meerdere geconstrueerde realiteiten (= relativisme).

>   Waarheid en objectieve kennis van de wereld zijn onmogelijk.

>   Realiteit afhankelijk van taal (taal = centraal) → geen eenduidige betekenis van worden en teksten.

>   Context.

>   Sociale realiteit is niet gedetermineerd door fysische krachten en wetten maar wordt actief geco-constueerd door mensen (= transactioneel/subjectivisme).

>   Onderzoeker niet afhankelijk van onderzoeksobject; interactie staat centraal (= reflexiviteit).

>   Methodologie = hermeneutisch en dialogische (= interpretatief).

·       Begrijpen en interpreteren van de mens en diens uitdrukkingsvormen.

·       Interpreteren als uitgangspunt voor kennis en waarheid in dagelijkse leven en wetenschap.

·       Interpretatie als dialectisch en circulair proces → interpretatie geen definitief gegeven.

>   Doel van onderzoek niet predictie en controle van toekomstige gebeurtenissen, maar constructie van krachtigere en meer heldere manieren om geleefde ervaring te begrijpen → iets begrijpen van sociale werkelijkheid en wat mensen ervaren.

>   Accent op idiografische methode (≠ nomothetische methode), kwalitatief onderzoek.

15
New cards

Kritische theorie

Frankfurther Schüle en Marx → niet één realiteit maar realiteit als ‘vastgezet’ binnen politiek-sociaal-historische context (= historisch realisme/relativisme)

>   Accent op geleefde ervaring die gemedieerd wordt door machtsverhoudingen in sociale en historische contexten.

>   Onderzoek in functie van emancipatie en transformatie.

>   (Proactieve) waarden spelen belangrijke rol → niet alleen iets beschrijven maar ook iets willend veranderen.

>   Dialectische verhouding onderzoeker-onderzochte → proberen iets in beweging te zetten in onderzochte (= transactioneel/subjectivisme).

16
New cards

Methodologie

Hoe (met welke procedures) kunnen we kennis verwerven?

<p>Hoe (met welke procedures) kunnen we kennis verwerven?</p><p></p>
17
New cards

Axiologie

De rol van waarden in onderzoek

<p>De rol van waarden in onderzoek</p>
18
New cards

Retorisch niveau

Taal van onderzoek

<p>Taal van onderzoek</p>
19
New cards

Basisassumpties kwalitatief onderzoek

Geformuleerd door Cresswell en Poth:

Ontologie: dé realiteit bestaat niet.

Epistemologie: zo dicht mogelijk bij participanten komen bestuderen subjectieve ervaringen onderzochte individuen.

Methodologie: inductieve benadering → klemtoon vertrekken vanuit de data.

Axiologie: onvermijdelijk waarden binnenbrengen → waarde-geladen.

20
New cards

Consensual qualitative research (CQR)

Uitgebreide beschrijvende methode van kwalitatief onderzoek gecombineerd met consensus over hoe informatie te interpreteren → tussen post-positivistisch en constructivistisch-interpretivistisch in

21
New cards

Grounded theory

Kwantitatieve, systematische, inductieve onderzoeksmethode waarbij een theorie wordt ontwikkeld op basis van verzamelde data waarvan meest populaire benadering de constructivistische-interpretivistische benadering is

22
New cards

Pragmatisme

Focus op praktische uitkomsten van menselijk handelen

23
New cards

Hermeneutiek

Kunst van het interpreteren, begrijpen hoe we betekenis leveren; basis van kwalitatieve traditie

24
New cards

Schleimacher

Hermeneutiek als methodologie om Bijbelse teksten te interpreteren

25
New cards

Heidegger

Ontologische hermeneutiek; begrijpen van de essentie van mens zijn

26
New cards

Gadamer en Giddens

Verder formaliseren en systematiseren hermeneutiek

Gadamer: prejudices en horizon

Giddens: dubbele hermeneutiek

27
New cards

Prejudices

Vooraf gevormde vooroordelen

28
New cards

Horizon

Totale perspectief waarmee iemand de wereld begrijpt; dynamisch perspectief

29
New cards

Dubbele hermeneutiek

Wetenschappers interpreteren interpretaties van participanten; dubbele laag

30
New cards

Hermeneutische cirkel

Van geheel gaan naar een deel en terugkeren; bijv. lezen van een tekst, daar interpretaties van maken en samenvoegen, en weer teruggaan naar tekst