1/19
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
leipoa, paistaa
bakken, bakte, bakten, gebakken (heb)
mädäntyä
bederven, bedierf, bedierven, bedorven (heb/ben)
pettää
bedriegen, bedroog, bedrogen, bedrogen (heb)
aloittaa
beginnen, begon, begonnen, begonnen (ben)
ymmärtää
begrijpen, begreep, begrepen, begrepen (heb)
sopia
bevallen, beviel, bevielen, bevallen (ben)
liikuttaa
bewegen, bewoog, bewogen, bewogen (heb)
vierailla, käydä
bezoeken, bezocht, bezochten, bezocht (heb)
rukoilla
bidden, bad, baden, gebeden (heb)
tarjota
bieden, bood, boden, geboden (heb)
purra
bijten, beet, beten, gebeten (heb)
sitoa
binden, bond, bonden, gebonden (heb)
puhaltaa
blazen, blies, bliezen, geblazen (heb)
käydä ilmi
blijken, bleek, bleken, gebleken (is)
pysyä, jatkua
blijven, bleef, bleven, gebleven (ben)
paistaa, paahtaa
braden, braadde, braadden, gebraden (heb)
rikkoa
breken, brak, braken, gebroken (heb)
tuoda, viedä
brengen, bracht, brachten, gebracht (heb)
taivuttaa, kumartua
buigen, boog, bogen, gebogen (heb)
ajatella, luulla
denken, dacht, dachten, gedacht (heb)