1/55
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
ASS volgens DSM-5
2 grote domeinen waar je symptomen in moet hebben
sociale communicatie → blijvende beperkingen op het gebied vd sociale communicatie en sociale interacties in diverse sit’s zich uitend dor het volgende, recent of in het verleden
restricted, repetitive patterns of behavior and interrsts (RRBIs) → beperkte, herhaalde patronen v gedrag, interesses en activiteiten, zich uitend in ten minste 2 vd volgende zaken, recent of in het verleden
sociale communicatie (A-criterium)
alle 3 nodig voor diagnose
1. Beperkingen in de sociaal-emotionele wederkerigheid; variërend, bv, vh op een afwijkende manier sociaal contact zoeken met beperkingen om een over en weer gesprek te starten en te onderhouden; tot een verminderd vermogen tot het delen van interesses, gevoelens of affect; tot de volledige afwezigheid van initiatief tot sociaal contact of respons op sociale interacties
2. Beperkingen in het non-verbale communicatieve gedrag dat wordt gebruikt in de sociale interactie, variërend, bv, ve slecht geïntegreerde verbale en non-verbale communicatie; tot afwijkend oogcontact en lichaamstaal of beperkingen in het begrijpen en gebruik van gebaren; tot een totaal ontbreken van gezichtsexpressie en non-verbale communicatie
3. Beperkingen in het ontwikkelen, handhaven en begrijpen van relaties, variërend, bv, v moeilijkheden zich aan te passen aan uiteenlopende sociale contexten; tot moeilijkheden om fantasiespel met anderen te delen of moeite met het sluiten v vriendschappen; tot een afwezigheid v belangstelling voor leeftijdgenoten
restricted, repetitive patterns of behavior and interrsts (B-criterium)
2 vd 4 nodig voor diagnose
1. Stereotiepe of zich herhalende motorische bewegingen, gebruik v voorwerpen of spraak (zoals eenvoudige motorische stereotypieën, het op een rij zetten van speelgoed of ronddraaien v voorwerpen, echolalie, idiosyncratische uitdrukkingen)
2. Het vasthouden aan hetzelfde, op een rigide manier vasthouden aan routines of rituele patronen v verbaal of non-verbaal gedrag (bv extreme spanning bij kleine veranderingen, moeilijkheden bij overgangen, rigide gedachtenpatronen, rituelen bij het groeten, de noodzaak om elke dag dezelfde route of hetzelfde voedsel te nemen)
3. Zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal zijn qua intensiteit of aard (zoals een sterke gehechtheid aan of preoccupatie met ongewone voorwerpen, zeer beperkte of verregaande interesses)
4. Over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels of ongewone belangstelling in de sensorische aspecten vd omgeving (zoals kennelijke onverschilligheid voor pijn, temperatuur, een afwerende reactie op specifieke geluiden of structuur v stoffen, overmatig ruiken of aanraken v voorwerpen, visuele fascinatie met licht of beweging)
ASS: specifiers
o Het kan door niet anders verklaard worden
o Moet aanwezig zijn in de vroege ontwikkeling (wil niet zeggen dat iedereen ook op vroege leeftijd een diagnose krijgt)
o Sprake v disfunctioneren (zaken kunnen voorkomen in normale ontwikkeling → als je er geen last v hebt, heeft het ook geen nut om te diagnosticeren)
breder fenotype v autisme
beschrijving ve gedragsbeeld v mensen die verwant zijn aan iemand met autisme (soms alle kenmerken in mindere mate) → afgezwakt beeld
comorbiditeiten ASS (12-13j)
andere ontwikkelingsstoornissen
andere aandoeningen
geen: ongeveer 25%
andere ontwikkelingsstoornissen en ASS
als je hersenen anders ontwikkelen, heb je ook een hogere kans om bijkomende problemen te ontwikkelen
o Verstandelijke beperkingen (30-50%)
o ADHD (±25%)
o Tics en Tourette syndroom, motorische coördinatiestoornis, taalontwikkelingsstoornis, leerstoornissen
andere aandoeningen en ASS
vaak secundaire problemen, bv al langer ASS en niet de juiste ondersteuning
o Voedingsproblemen, slaapproblemen, angst, agressie, stemmingsstoornissen, (reactieve) psychose, PH stoornissen (?)
lage impact factoren
vroeggeboorte → hersenontwikkeling nog niet volledig → grotere kans om later ASS te ontwikkelen (maar geen rechtlijnig verband)
hoge impact factoren
bep genetische afwijkingen → heel hoge kans om ASS te ontwikkelen
vaak voorkomende verschillen op neurocognitief niveau
theory of mind
WCC/EPF
EF
HIPPEA
theory of mind (TOM)
mentaal proces waarbij ind een theorie heeft over wat er zich in het hoofd ve ander ind afspeelt
Deze theorie wordt voortdurend bijgestuurd
Grotendeels geautomatiseerd proces
Kent een eigen ontwikkelingsverloop
Integreert diverse informatiebronnen
1e orde TOM
weten wat de ander denkt/weet/ niet weet
2e orde TOM
o Weten wat de ander denkt over een ander
o Metacognitief weten dat mensen gedachten hebben
centrale coherentie/enhanced perceptual functioning (WCC/EPF)
Centrale coherentie: vermogen/tendens om binnenkomende info als geheel (globaal) en in context te verwerken <> lokale informatieverwerking
Bij ASS:
- Deficit in globale verwerking?
- Of preferentiële lokale verwerking?
→ Anders zijn, maar niet per se in pos of neg zin
executieve functies (EF)
richten, plannen, beoordelen v gedrag, mentale flexibiliteit, WG, impulsinhibitie
Bij ASS: verminderd → planningsvermogen? Flexibiliteit? (varieert wel heel sterk)
high and inflexible precision of prediction errors in autism (HIPPEA)
Elke waarneming wordt begrepen vanuit reeds opgeslagen kennis: predictie
Predictie staat zekere variatie/foutmarge in de waarneming toe
Buiten deze variatie/foutmarge wordt het waargenomene als iets anders/nieuws/nieuwe variantie geïnterpreteerd
De toegestane variatie/foutmarge kan breed en weinig precies zijn (neurotypisch) of smaller en erg precies (autistisch)
Dit gaat gepaard met gemakkelijk generaliseren (typisch) of hoge detailperceptie (ASS)
Ook vermogen om foutmarge bij te stellen kan flexibel (typisch) of rigide (ASS) zijn
Kan leiden tot moeilijkheden in dagelijks leven: heel nauwe verwachting → kans groot dat het toch anders gaat, want leven is niet zo betrouwbaar
herhalingsrisico
- Hoe vaak komt autisme voor in de algemene bevolking → 1-3%
- Hoe vaak komt autisme voor bij een 2e persoon in de familie → ± x 20 (rond de 20%)
hertiabiliteit
vaak wordt hier de term overerfbaarheid gebruikt voor heritabiliteit, deze term is misleidend, want hij suggereert overerfbaarheid v ouders naar kinderen → heritabiliteit is echter een getal voor de mate waarin genen een aandoening meebepalen => hier 70-80%
DNA
overgeërfde materiaal
mRNA
bruikbaar afschrift
eiwit
vertaling in werkzame elementen
chromosoomafwijkingen
Trisomie 21 (Down), XYY, XXY (Klinefelter), X0 (Turner) en hele reek unieke afwijkingen
Veel unieke afwijkingen gepaard met autisme
microdeleties/-duplicaties
copy number variation
microdeleties/-duplicaties
Soms vaker voorkomende afwijkingen: microdeletie op chr22 (velo-cario-faciaal syndroom gaat gepaard met (kenmerken v) autisme)
copy number variation (CNV)
# herhalingen op een bep stuk ve gen, bv Huntington)
Bv chromosoom 16p-microdelectie (0.5-1% ASS-families)
monogene mechanismen
genotypische en fenotypische heterogeniteit
genotypische heterogeniteit
veel genen geassocieerd met ASS
o Tubereuze sclerose (TS1 of TS2 gen)
o Neurofibromatose-1 (NF1 gen)
o Fragiele-X syndroom (FMR1 gen)
o Associatie tss meer dan 200 versch genvarianten of -defecten en ASS werden gevonden, vaak in 1 of enkele ind’en/families
fenotypische heterogeniteit
Bij elk v deze varianten/defecten is er een verhoogde prevalentie v ASS, maar groot % heeft geen ASS of heeft een andere neurobiologische ontwikkelingsstoornis
DNA-methylering
zorgt ervoor dat het eiwit dat normaal gemaakt zou worden niet meer gemaakt wordt → zo wordt de functie vh gen verandert en de genexpressie beïnvloed
methylering van CpG’s
Vastgelegd in vroege ontwikkeling en erg stabiel
immuunsysteem van mensen met ASS
- Personen met autisme hebben meer auto-immuun-antistoffen dan controles
- Post-mortem hersenonderzoek bij personen met autisme toont vaker immuunafwijkingen
- Verbeteringen v gedrag tijden/na koorts (?)
- Meer autisme na ernstige infecties tijdens de vroege zwangerschap
- Immuunstoornissen tijdens de zwangerschap kunnen de ontwikkeling vd foetale hersenen beïnvloeden
toxines prenataal
- Specifieke landbouwpesticiden (G^E): tijdens zwangerschap interactie v pesticide met zwak gen in de leven vd foetus
- Luchtverontreiniging? (NO2 ^ MET (receptor tyrosine kinase gene))
- Ook PCB’s, PBDE’s kunnen interageren met genen en met immuunsysteem foetus
- Bep farmaca: bv Depakine (anti-epilepticum) tijdens zwangerschap
infecties pre- en perinataal
- Mazelen, herpesvirus, CMV, influenza, rubella…
- Toxoplasmose
- En wellicht nog andere
oxytocine bij ASS
knuffelhormoon, belangrijk in hersenen: lijkt een rol te spelen binnen autisme → want komt vrij bij sociaal contact, dus misschien dit toedienen zodat dit contact beter loopt?
spiegelneuronen
motorische en waarnemingsfunctie
- Vuren ook als doel niet te zien is, maar uit de context te begrijpen is (verborgen object)
- Vuren ook bij geluid geassocieerd aan de handeling

motorische functie (spiegelneuronen)
vuren bij uitvoeren handeling
waarnemingsfunctie (spiegelneuronen)
vuren bij het zien uitvoeren v dezelfde handeling, bij doelgerichte handelingen
niet-medicamentauze behandeling ASS
Omgeving: voorspelbaar en duidelijk maken
Stimulatie v ontwikkelingsgebieden
Specifieke behandeldoelen (bekijken per kind)
Secundaire problemen vermijden
Proberen om het leven v iemand met ASS iets makkelijker te maken
ondersteuning van communicatie
Aanpassen aan communicatieniveau vd persoon met ASS: eerst niveau grondig evalueren
Visuele ondersteuning
aangepast taalgebruik
vroeg-interventies
voor kinderen die op zeer jonge leeftijd (1.5/2j) diagnose krijgen → symptomen zijn dan ook heel duidelijk → sensitieve periode waar je iets kan bereiken en stimulatie zinvol kan zijn
gedragsproblemen bij ASS
- Secundair probleem v autisme, maar wel iets dat storend is en waar mensen iets aan willen doen
- Kunnen voortkomen uit versch oorzaken → belangrijk om die oorzaken eerst te begrijpen
- Gerichte interventies pas mogelijk obv gerichte analyse
medicatie is symptoomgericht
- Er is geen medicatie specifiek voor autisme
- Wel voor prikkelbaarheid, angsten, depressie, ADHD, extreme stereotypieën…
antipsychotica (ASS)
Enkele vb’en: Risperdal, Abilify, Zyprexa, Solian, Orap, Dipiperon…
Psychose komt vaak voor bij ASS, maar niet voornaamste reden om deze medicatie op te starten (naam v medicatie is meer historisch), in lagere doses dan voor psychose kan dit een dempend effect hebben op gedrag, affect en cognitie
Zware medicatie
bijwerkingen antipsychotica
sederend
gewichtstoename
motorisch (ernstig)
stofwisseling
hormonaal
bijwerkingen bij ASS
Aangezien de hersenen anders werken bij mensen met ASS, zijn ze ook meer gevoelig voor de neveneffecten → er moeten dus ook goede redenen zijn om medicatie te starten + belangrijk om dit mee te delen aan de ouders, want zij moeten hier ook op letten + ook kijken naar ervaring v kind/jongere
indicaties voor antipsychotica bij ASS
o Psychose
o Ernstige angst, anders niet te verminderen
o Overprikkelbaarheid (irritability)
o Tijdelijk: affect- en gedragsregulatie
opvolging antipsychotica
o Jaar 1: 3-maandelijks nakijken v gewicht, buikomtrek, BMI, bloed (glucose, vetzuren), bloeddruk
o Daarna: jaarlijks deze onderzoeken (tenzij dosis verandert)
o Belangrijk om op den duur af te bouwen als omgeving oké is
stimulantia
- Vb’en: methylfenidaat: Rilatine, Concerta, Medikinet…
- Bij ADHD bij ASS
- Contra-indicatie: niet bij denkstoornissen/ psychotische kenmerken
ADHD bij ASS
aandachtstoornissen bij ASS niet noodzakelijk ADHD!
Soms ernstige aandachtstoornissen gezien zonder ADHD diagnose, aandachtstoornissen kunnen dan verklaard worden door ASS veroorzaakt door iets anders of door kenmerken v ASS die er al zijn?
ASS+ADHD meer gevoelig voor sommige bijwerkingen (???)
Overgefocust, emotionele labiliteit, somatische klachten…
atomoxetine (andere ADHD medicatie)
strattera
intunive
Strattera (antomoxetine)
o Invloed op noradrenaline-systeem
o Werkt 24/7
o Effect vergelijkbaar met methylfenidaat, maar ander profiel v bijwerkingen
Intunive (guanfacine)
o Invloed op noradrenaline-systeem
o Werkt hele dag
o Ander profiel v bijwerkingen
o Trage opbouw nodig
andere middelen bij ASS
anti-epileptica
antidepressiva
off-label
anti-epileptica bij ASS
Meestal voor epilepsie (veel voorkomend)
Epilepsie <> ADHD (in beide groepen komt de andere stoornis meer voor)
Heel soms ook bij kinderen die geen epilepsie hebben, maar zeker niet 1e keus
Moeilijk te combineren met antipsychotica, want kan epilepsie drempel verlagen en dus zorgen voor meer aanvallen
Stemmingsregulerend (Depakine…)
Depakine verlaagd prikkelbaarheid bij autisme
antidepressiva bij ASS
o Vooral SSRI’s (Prozac, Seroxat…)
o Bij depressie: combinatie met depressie (gaat vaak samen met ASS, maar ook breder dan dat)
o Maar ook bij stereotypieën, dwanggedachten en -handelingen, automutilatie
off-label
officieel volgens bijsluiter geen indicatie voor gebruik bij ASS
o Te weinig onderzoek naar medicatie gedaan bij kinderen en zeker bij kinderen met een stoornis
o Dus staat vaak nog niet echt in de bijsluiter