Blz 4 - Basiswoorden

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/56

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

SPQR

Latin

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

57 Terms

1
New cards

sine + abl

zonder

2
New cards

terrere

bang maken

3
New cards

tunc

op dat moment, toen

4
New cards

verbum

woord

5
New cards

vertere

keren, wenden

6
New cards

victor, victores

(over)winnaar

7
New cards

vitare

vermijden

8
New cards

cecidi

pf van cadere

betekent ik viel

9
New cards

cedere

  1. (aan de kant) gaan

  2. toegeven

10
New cards

certamen, certamina

wedstrijd

11
New cards

constiti

pf van consistere

betekent ik bleef staan

12
New cards

dixi

pf van dicere

betekent ik zei

13
New cards

ducere

leiden, brengen

14
New cards

duxi

pf van ducere

betekent ik leidde / ik bracht

15
New cards

feci

pf van facere

betekent ik deed

16
New cards

fui

pf van esse

betekent ik was

17
New cards

heri

gisteren

18
New cards

incepi

pf van incipere

betekent ik begon

19
New cards

iniuria

onrecht

20
New cards

parare

klaarmaken

21
New cards

postquam + pf

nadat

22
New cards

potui

pf van posse

betekent ik kon

23
New cards

regere

besturen, leiden

24
New cards

respondi

pf van respondere

betekent ik antwoordde

25
New cards

rexi

pf van regere

betekent ik bestuurde / leidde

26
New cards

risi

pf van ridere

betekent ik lachte

27
New cards

saepe

vaak

28
New cards

satis

genoeg

29
New cards

tangere

aanraken

30
New cards

tetigi

pf van tangere

betekent ik raakte aan

31
New cards

veni

pf van venire

betekent ik kwam

32
New cards

vici

pf van vincere

betekent ik overwon

33
New cards

aedificum

gebouw

34
New cards

apud + acc

bij

35
New cards

capere, capio

pakken, nemen

36
New cards

credere + dat

geloven

37
New cards

cucurri

pf van currere

betekent ik rende

38
New cards

dedi

pf van dare

betekent ik gaf

39
New cards

dominus

meester, heer des huizes

40
New cards

domus

huis

41
New cards

exemplum

voorbeeld

42
New cards

fabula

verhaal

43
New cards

fugi

pf van fugere

betekent ik vluchtte

44
New cards

habitare

(be)wonen

45
New cards

hospes, hospites

gast

46
New cards

iter, iterinera

reis

47
New cards

ostendi

pf van ostendere

betekent ik toonde

48
New cards

posui

pf van ponere

betekent ik plaatste

49
New cards

pruisquam

voordat

50
New cards

quondam

eens, ooit

51
New cards

Romam

naar Rome

52
New cards

senex, senes

oude man

53
New cards

sermo, sermones

gesprek

54
New cards

sustuli

pf van tollere

betekent ik tilde op

55
New cards

trans + acc

over, aan de overzijde van

56
New cards

vidi

pf van videre

betekent ik zag

57
New cards

vixi

pf van vivere

betekent ik leefde