1/36
systeemtheorie en cybernetica
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
systeem
een geïntegreerd geheel waarvan de kenmerkende eigenschappen voortvloeien uit de relaties tussen zijn onderdelen
verzameling objecten samen met relaties tussen de objecten en tussen hun attributen
systeemdenken
de benadering van een verschijnsel als onderdeel van een groter geheel
objecten
componenten of onderdelen van het systeem (vb. mensen)
attributen
eigenschappen van de objecten (vb. hun communicatieve gedrag)
2 uitgangspunten
interactie kan opgevat worden als een systeem
de algemene systemen theorie geeft inzicht in de aard van interactionele systemen
interactie als een systeem
Een systeem bestaat van nature uit een interactie, en dit betekent dat er een opeenvolgend proces van actie en reactie moet plaatsvinden voordat we een toestand v/h systeem of verandering van toestand kunnen beschrijven
→ elk gegeven systeem kan verder worden onderverdeeld in subsystemen
tijd als noodzakelijke voorwaarde (systemen)
Communicatiesequenties zijn het materiaal van een lopend proces waarvan de volgorde en onderlinge relaties, die zich in de loop van de tijd voordoen
interactionele systemen
wanneer twee of meer personen die aan het communiceren zijn, in het proces van of op het niveau van het definiëren van de aard van hun relatie zitten
→ Watzlawick: belang relatieaspect (niet de inhoud)
belang omgeving bij syteem
de verzameling van alle objecten waarvan een verandering in de attributen van invloed is op het systeem en alle objecten waarvan de attributen worden veranderd door het gedrag van het systeem
een open systeem
er wordt materiaal, energie en informatie uitgewisseld met de omgeving
→ vb. organische systemen
een gesloten systeem
als er geen import of export is van energie in welke vorm dan ook, zoals informatie, warmte, fysieke materialen… → geen verandering van componenten
definitie Koestler: (sub)systemen
levend organisme = geïntegreerde hiërarchie van semi-autonome subgehelen, bestaande uit sub-subgehelen
functionele eenheden op elk niveau v/d hiërarchie hebben dubbel gezicht: gedragen zich als een geheel wnr ze naar beneden gericht zijn ((supra-)systeem), als delen wnr ze naar boven gericht zijn ((sub-)subsytemen)
horizontale en verticale relaties
omgeving: invloed op horizontale verbanden (deelname subsystemen) en verticale verbanden (deelname aan grotere gehelen) → geen harde grenzen stellen want systemen lopen over in elkaar!!!
Horizontaal: gezinslid is ook lid van andere groepen (systemen) zoals vriendenkring, klas op school…
Verticaal: gezin is subsysteem v/d familie, familie behoort tot een bepaalde gemeenschap
3 kenmerken van systemen
Wholeness (~ totaliteit)
feedback
equifinaliteit
wholeness (~ totaliteit)
een verandering in 1 deel van het systeem veroorzaakt een verandering in alle andere delen = mate van samenhang v/h systeem
niet-optelbaarheid: het geheel is meer dan de som van zijn delen
niet-eenzijdigheid van relaties (bidirectionaliteit, onderlinge invloed)
definitie totaliteit - Watzlawick
elk deel v/e systeem verhoudt zich zo tot de andere delen, dat een verandering in één deel een verandering in alle delen zal veroorzaken → wil zeggen dat een systeem zich niet gedraagt als een eenvoudige samenvoeging van onafhankelijke elementen, maar als een samenhangend en ondeelbaar geheel
feedback
begrip uit de cybernetica
lineaire causaliteit
circulaire causaliteit (vb. sturen van een boot)
positieve causale invloed
een causale invloed van A of B wordt als positief gedefinieerd als een verandering in A een verandering in B veroorzaakt in dezelfde richting
(vb. toename van B als A toeneemt)
negatief causaal verband
als er een verandering gebeurt in de andere richting
causale verbanden positief of negatief → sturen van een boot
hoe minder de koers afwijkt, hoe kleiner de geschatte koersafwijking, hoe minder er tegenstuur wordt gegeven (positieve causale verbanden)
maar hoe minder tegenstuur wordt gegeven, hoe groter de afwijking v/d koers (negatief causaal verband)
zelf-dempende (negatieve) feedbacklussen
zorgen dat afwijkingen nooit te groot worden
zoals bij fietsen of besturen van een boot wordt ervoor gezorgd dat de afwijking v/d rij- of vaarrichting nooit te groot wordt
Zelfversterkende (of positieve) feedbacklussen
zorgen ervoor dat de afwijking van een norm steeds groter wordt
vb. exoot die geen natuurlijke vijanden heeft, en waarvan de aantallen steeds groter worden
vb. de wapenwedloop
vb. de uitroeiing van dieren
centrifugal governor (regulateur)
probleem stoommachine: zelfversterkende of positieve feedbacklussen → machine ging steeds trager of steeds sneller draaien
oplossing: centrifugaalregulateur
als machine sneller gaat draaien, slingeren de bollen verder naar buiten, waardoor centrale staaf omhoog gaat en stoomtoevoer vermindert
bij te laag toerental zakken de bollen naar beneden en wordt stoomtoevoer vergroot
(A) Snelheid v/d machine → +
(B) Draaisnelheid regulator → +
(C) Afstand ts. de gewichten → -
(D) Stoomtoevoer → +
→ feedbacklus: voor een stabiel systeem, is er nood aan een minnetje
→ stabiele systemen die feedbacklussen hebben met een oneven aantal minnetjes zijn zelfdempende feedbacklussen
toepassing cybernetica op gezinnen
Homeostase en symptoom als minnetje
gezin opgevat als zelfregulerend systeem dat d.m.v. feedbackprocessen (vb. een symptoom) een homeostatisch evenwicht in stand houdt. Zo werken de gezinsleden samen om de stabiliteit v/h gezin te vrijwaren
vb. ruzie ouders & kind buikpijn
de eerste orde cybernetica
de waarnemer vormt zelf geen onderdeel van het systeem!
de tweede orde cybernetica
de therapeut vormt zelf een + of - in het veranderingsproces en de therapeut maakt deel uit van het gezin/het systeem
→ therapeut is geïnvolveerd en heeft geen volledig overzicht
cybernetica v/d 2de orde betekent twee dingen
beperking: je kan maar overzien wat je kan overzien
mogelijkheid: je vormt zelf een + of - dus je kan het systeem positief beïnvloeden (verandering)
equifinaliteit
uit een begintoestand kunnen meerdere eindtoestanden voorkomen en één eindtoestand kan voortkomen uit verschillende begintoestanden
→ verklaring v/d toestand v/h systeem ligt in de beschrijving v/d actuele interacties en relaties: hoe de dingen nu lopen is belangrijker dan hoe de dingen vroeger liepen
verschillende systeemniveaus en emergente eigenschappen ~ equifinaliteit
centraal kenmerk v/h systeemdenken = vermogen om je aandacht beurtelings te richten op verschillende systeemniveaus
systeemeigenschappen op bepaald niveau worden ‘emergente’ eigenschappen genoemd
emergente eigenschap
een nieuwe, onvoorspelbare eigenschap die ontstaat uit de interactie tussen de simpele onderdelen van een systeem, maar niet aanwezig is in de losse delen zelf
twee valkuilen systeemtheorie
verwarren van systeemniveaus: soms worden bepaalde eigenschappen die bij één niveau horen toegeschreven aan een ander niveau
verwarren van contextualistaties: de meest zichtbare context verwarren met de meest verklarende context
Watzlawick: toepassing systeemtheorie op menselijke sociale systemen
vertrekken v/d constatering dat mensen vaak in relaties/systemen blijven die erg onaangenaam zijn.
proberen fenomeen te begrijpen vanuit communicatieve processen die relaties bijeenhouden, maar het verloop communicatie heeft zelf een limiterend effect omdat interacties of communicaties niet alleen recurrent zijn, maar ook recursief!
recurrent vs recursief
recurrent: herhalende karakter van communicatie en gedragingen (vb. koppel dat steeds dezelfde discussies aangaat)
recursief: manier waarop mensen met elkaar communiceren wordt niet enkel herhaald, maar zal ook zichzelf beïnvloeden of versterken door die herhaling
het beperkende effect van communicatie → in een communicatiesequentie beperkt elke uitwisseling van berichten het aantal mogelijke volgende zetten (zie schaakspel)
Context kan meer of minder beperkend zijn, maar bepaalt altijd tot op zekere hoogte de eventualiteiten
Maar context bestaat niet alleen uit institutionele, externe factoren → de manifest uitgewisselde boodschappen worden deel van de specifieke interpersoonlijke context en plaatsen hun beperkingen op de daaropvolgende interactie
recursiviteit: interpersoonlijke interacties creëren een context die interpersoonlijke interacties mogelijk maakt die opnieuw een context vormen die (gelijkaardige of verschillende) interacties mogelijk maken
communicatie is recursief
in een voortdurende beweging veranderen interacties de context die op zijn beurt als het ware terugbuigt op de interacties en daardoor weer voor een nieuwe context zorgt die terugbuigt op de daaropvolgende interacties …
pragmatiek krijgt ruimere betekenis
communicatie beïnvloedt gedrag = de gedragseffecten van communicatie
Vanuit perspectief v/d pragmatiek is alle gedrag communicatie, en alle communicatie beïnvloedt gedrag
de zetten in communicatie vormen RECURSIEF mee de context die mee bepaalt welke de mogelijke volgende zetten zijn → niet alleen gedrag beïnvloedt gedrag, maar gedrag bepaalt mee welk volgend gedrag mogelijk is omdat gedrag een invloed heeft op de context
gezin is een regelgeleid systeem
(vb. limitating effects of communication)
in elke communicatie probeert men de aard v/d relatie te bepalen en men zal antwoorden met eigen relatiedefiniëring die de eerste bevestigt, verwerpt of wijzigt
moet tot stilstand komen zodat het systeem stabiel wordt en de regels vaststaan (= regel v/d relatie → vaak onbewust!! vb. wie zit waar aan de eettafel)
je moet ze waarnemen, observeren om ze te leren kennen
gezinnen = systemen met een hoge mate aan totaliteit