1/38
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
kinderen met gedrags-en emotionele stoornissen
overkoepelende term voor alle kinderen en jongeren die zich zichtbaar ongewoon of abnormaal gedragen of die zichtbaar ongewone of abnormale emoties vertonen, los van de oorzaak of context.
storend gedrag
bv woedebuien
emotionele problemen
bv angstige kinderen, kinderen die zich depressief voelen
lichte problemen
vertoont kind als reactie op een nieuwe situatie
tijdelijke problemen
bv zeuren omdat er een nieuw zusje is
leeftijdsgebonden problemen
bv puberteit
contextgebonden problemen
bv een drukke plaats
frequentieproblemen
bv kind dat niet wil luisteren naar een bepaalde leerkracht
ernstige problemen
chronisch (langdurig), niet-context gebonden, vaker en intensiever en over meerdere domeinen van het leven, vanaf hier wordt er gesproken over een stoornis
ontwikkelingsstoornis
een aandoening die bij kinderen een belemmering vormen voor een normale ontwikkeling (bv ADHD, ASS)
gedrags- en emotionele stoornis
stoornis in het gedrag of emotie (bv ODD, CD)
elementen waarbij men rekening moet houden bij definiëring
ontwikkelingsperspectief, continuümgedachte, context, informant
ontwikkelingsperspectief
gedrag dat op de ene leeftijd nog adequaat en gepast is, kan dat op een andere leeftijd niet meer zijn, afhankelijk van levensfase
continuümgedachte
Gedragingen die frequenter, intenser, langduriger en in verschillende situaties aan bod komen
context
situatie, de setting, omgeving, pedagogische aanpak
informant
wie beoordeelt het gedrag? de ouder, de opvoeder, …
probleemgedrag
als ouders, leerkrachten en andere personen dit gedrag beschouwen als strijdig met de door hen en door de samenleving gehanteerde normen en regels en deskundige kennis, dit gedrag als problematisch beoordelen op basis van valide kenmerken inzake psychische gezondheid
externaliserend probleemgedrag
storend gedrag, sterke ongeremdheid, voornamelijk op de buitenwereld gericht, agressie, hyperactiviteit, ongehoorzaamheid, impulsiviteit, liegen, stelen, vandalisme, weglopen, oppositioneel-opstandige stoornis, normoverschrijdend-gedragdsstoornis, periodieke explosieve stoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis
internaliserend probleemgedrag
emotionele problemen, sterke geremdheid, gericht op de eigen persoon of weg van de buitenwereld, angstig, teruggetrokken gedrag, verlegenheid, depressie, gevoelens van eenzaamheid, huilen, depressieve stoornis, angststoornis
classificatie
het systematisch ordenen en groeperen van problemen op basis van gelijke eigenschappen en onderlinge relaties (niet gelijk aan diagnostiek)
diagnostiek
het diagnosticeren van problemen en het zoeken naar inzicht in de individuele problematiek van een kind. Men wil niet louter de problemen benoemen, maar ook uitzoeken hoe ze ontstaan en welke ondersteuning nodig is
Klinisch-psychiatrische classificatiesystemen
diagnostische criteria, differentiaal diagnostische criteria, categoriaal, valt te meten met DSM & ICD
diagnostische criteria
criteria waaraan voldaan moet worden van een stoornis voordat de diagnose gegeven kan worden
differentiaal diagnostische criteria
criteria van stoornissen uitsluiten voordat de diagnose gegeven kan worden
categoriaal
men heeft de stoornis of men heeft het niet
DSM
Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (bekendste classificatiesysteem = DSM-5, heeft 22 domeinen, systeem om problematieken van individuen te beschrijven en te classificeren in ‘stoorniscategorieën’)
ICD
International Classification of Disorders
empirisch-statistische classificatiesystemen
rusten op psychometrische invalshoeken, op de uitkomsten van meerdere analyses die werden verzameld in grote steekproeven van kinderen (bv een gedragsvragenlijst), ASEBA
ASEBA
Achenbach System of Empirically Based Assesment, gedragsvragenlijst, dimensioneel classificatiesysteem
doel ASEBA
zo veel mogelijk informatie over gedrag van individuen te verzamelen uit verschillende bronnen, beoordelen op gelijkenissen en verschillen, globale indruk van de problematiek
dimensioneel classificatiesysteem
elk syndroom is een continuüm waarop ieder individu een relatieve plaats inneemt vergeleken met andere individuen (bv op het spectrum zitten van ASS)
klinisch psychiatrisch
(vergelijking) categoriaal, duidelijke diagnostische criteria, problemen beschrijven en classificeren in stoornissen, bv DSM-5 & ICD11
empirisch-statistisch
(vergelijking) dimensioneel, gedragsvragenlijsten, inventaris maken van probleemgedrag en beoordeling door verschillende betrokkenen, bv ASEBA
diagnostiek
proces van aanmelding tot conclusie, hypothesen die worden afgepoetst a.d.h.v instrumenten
ondersteuning
alle methodes die kunnen worden ingezet om een kind concreet te helpen
diagnostiek in enge zin
classificerende (onderkennende) diagnostiek, formele diagnose, informatie over de ernst, het type en de prognose van het probleem (in orthopedagogie nooit de enge zin)
diagnostiek in ruime zin
handelingsgerichte (indicerende) diagnostiek, oorzaken, diagnose + inschatting ondersteuningsmogelijkheden, diagnostisch proces: gegevensverzameling + hypothesevorming- en toetsing + indicatiestelling
nadelen stellen van diagnose
je anders voelen, een label krijgen, label als excuus gebruiken
voordelen stellen van diagnose
jezelf leren kennen, aangepaste hulp krijgen, opluchting, gemeenschappelijke taal