Examen Innovatiemanagement (copy)

studied byStudied by 2 people
0.0(0)
get a hint
hint

Wat is Innoveren?

1 / 106

Tags and Description

Examen Januari 2023

107 Terms

1

Wat is Innoveren?

het introduceren van ‘nuttige’ vernieuwingen

  • Nut = waarde creatie, zowel voor klant als bedrijf

  • Waarde gaat niet enkel over winst en omzet maar ook over efficiënte processen, gebruiksgemak, snelheid …

  • Je kan zowel producten als diensten als processen als bedrijfsmodellen innoveren

New cards
2

Wat is Creativiteit?

vermogen om originele ideeën te bedenken. Dat is onmisbaar voor innoveren -> geen originele oplossingen vinden

New cards
3

Wat is Uitvinden?

het ontdekken van nieuwe methoden, middelen of apparaten

Innoveren

= het proces van omzetten van een uitvinding of een creatief idee in iets dat commercieel bruikbaar of waardevol is. Is dus het toepassen van uitvindingen. Enkel innovatie meten aan de hand van het aantal IP-patenten dat een bedrijf heeft is nutteloos.

New cards
4

Wat is Innovatiemanagement?

het leidinggeven aan innovatieprocessen in organisaties

  • Een goede innovatiemanager:

  • Ontwikkelt innovaties snel, goed & goedkoop

  • Zorgt ervoor dat je als bedrijf steeds weer nieuwe innovaties op de markt brengt en zo relevant en futureproof blijft

  • Innovatie is geen tool maar een job

New cards
5

Waarom moet je innoveren?

  • De enige constante is verandering zowel qua aanbod, klanten, technologie, behoeftes…

  • Je krijgt anders geen nieuwe industrieën

  • Het verandertempo nam de afgelopen jaren enorm toe (in tegenstelling tot de levensduurte van sommige producten zoals je gsm)

  • Het overlevingsvermogen van uw bedrijf hangt af van het tempo waarmee je vernieuwt

  • Globalisering creëert zowel een kans als een noodzaak om te innoveren

New cards
6

Waarom innovaties falen bij bedrijven?

  • ‘Innoveren is niet nodig’: succes is vaak de grootste barrière voor verandering. Soms moet je toch investeren in innovaties die een einde maken aan je huidige werkzaamheden

Vb; zoals Delhaize met thuislevering doet

Vb; automerken met autodelen

  • Angst voor verandering: innovatie is ook creatieve destructie (= vernietiging). Denk aan de filmindustrie die Netflix vreesde, en nu rechtstreeks films maakt voor het platform.

  • Geen risico’s durven nemen: er zijn soms 3000 ideeën nodig om een commercieel succes te produceren.

  • Geregeerd door de waan van de dag: hoeveel middelen wil je vrijmaken om succesvol te zijn?

New cards
7

Loss aversion:

we denken graag in winst en verlies en kijken of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Zo doen mensen niet snel mee aan een weddenschap met 50% kans op 100 euro te winnen of verliezen

New cards
8

Endownment effect:

we waarderen als consument de producten en diensten die we bezitten harder dan de producten die we niet hebben

New cards
9

Status quo bias:

vaak willen we dat nieuwe product niet eens en klampen we vast aan de huidige situatie.

New cards
10

Experiment (Kahneman en Tversky);

  • Zij vroegen een eerste groep studenten te kiezen welk product ze wilden hebben, een koffiemok of een stuk Zwitserse chocola.

  • Een tweede groep kreeg een koffiemok en de derde groep de chocola.

  • De eerste groep kreeg dus niets en moest een keuze maken, de tweede en derde groep waren eigenaar geworden van ofwel een mok ofwel chocola.

  • De keuzes van de eerste groep toont aan dat de mok en de chocola ongeveer even gewild waren. 44% van de respondenten in groep 1 wilde graag de mok hebben, 56% de chocola.

  • Je zou dus kunnen zeggen dat beide producten als even waardevol worden gezien. Maar nu de clou van dit experiment.

  • Aan de tweede groep – de respondenten met de mok – werd gevraagd of ze de mok wilden ruilen tegen een stuk Zwitserse chocola.

  • Aan de derde groep – de respondenten met de chocola – werd gevraagd of ze de chocola wilden ruilen tegen de mok.

  • Slechts 11% van de respondenten met de mok wilde ruilen en 10% van de respondenten met de chocola wilde ruilen.

  • Zodra consumenten een product in hun bezit hebben willen ze dit graag willen houden, zelfs wanneer er een aantrekkelijk alternatief tegenover staat. De Status Quo wint het van vernieuwing.

New cards
11

Toekomst denken:

Toekomst denken: hierbij breng je systematisch in kaart wat in de toekomst zou kunnen gebeuren of nodig is. Die inzichten gebruik je voor je bedrijf of organisatie.

Je doet dit door:

  • In te spelen op het heden: verzamel mogelijke ontwikkelingen en onderzoek de gevolgen hiervan

  • De toekomst zelf vorm te geven: toekomst niet zomaar te bepalen = gevolg van ons eigen handelen. Na vaststellen van een gewenst toekomstbeeld bepaal je wat er nodig is om deze toekomst te realiseren en ontwikkel je een plan dat de brug vormt van het heden naar de gewenste toekomst

New cards
12

Hoe kan je in de toekomst kijken? (= niet voorspellen zoals een dame met een glazen bol)

  • Trendanalyse

  • Scenarioanalyse

  • Literatuuranalyse

  • Patentenanalyse

  • Technologische roadmap

New cards
13

Trendanalyse:

het ontdekken van patronen in het verleden en die doortrekken tot de toekomst

New cards
14

Scenarioanalyse:

het bepalen van de te verwachten gevolgen van diverse mogelijke situaties

New cards
15

Literatuuranalyse:

het in kaart brengen van de kennis over een onderwerp of het bepalen van de onderwerpen waarover veel wordt gepubliceerd.

New cards
16

Patentenanalyse:

vergelijkbare analyse, maar dan gericht op octrooien (exclusief recht op uitvinding)

New cards
17

Technologische roadmap:

het identificeren van noodzakelijke technologieën om gewenste producten of diensten te kunnen aanbieden -> soms wil je innoveren maar is de technologie niet beschikbaar

New cards
18

Traditionele innovatieruimte:

knowt flashcard image
New cards
19

Product/dienst innovatie:

  • Je biedt nieuwe goederen, diensten of producten aan

= kan zowel kernproducten als aanvullende elementen zijn

  • Als de klant geen verschil ziet kan je niet spreken van een succesvolle innovatie

  • Hoe kom je tot product/dienst innovatie?

  • Product goedkoper maken

  • Product beter maken

  • Je maakt een radicaal nieuw product, die totaal nieuwe behoeftes voldoen

New cards
20

Concept – vs technologische productinnovatie:

Conceptinnovatie: je gebruikt bestaande technologieën om een probleem slimmer op te lossen.

Gaat om het bedenken van betere concepten om bestaande problemen op te lossen.

Technologische innovatie: creëren van een technologie die nog nooit eerder door iemand anders is gemaakt. (bv. Drones)

New cards
21

Marketinginnovatie:

  • bied je als organisatie je producten aan, aan nieuwe klantengroepen

  • Denk aan:

  • Nieuwe doelgroepen vb; de elektrische fiets

  • Segmentatie: ontwikkelt productvarianten per soort klant vb; Kinepolis ladies at the movie

  • Vergelijkbare doelgroep in ander gebied vb; Amazon België

New cards
22

Procesinnovatie:

  • Als je je proces innoveert, verbeter je de manier waarop een organisatie producten voortbrengt en aan de doelgroep aanbiedt

Dit kan door:

  • Hetzelfde product tegen lagere kosten te produceren

  • Kwalitatief betere producten maken

  • Processen zodanig te organiseren dat ze sneller kunnen reageren op veranderingen van de vraag

Denk aan:

  • Levering van je online bestelling via drones

  • Automatiseren van je aanvraag voor lening

  • Customer service via chatfunctie Whatsapp

New cards
23

Bedrijfsmodel/organisatorische innovatie:

  • Proces, product en markt tegelijk innoveren (denk aan spotify, uber, Airbnb…)

Manieren om je bedrijfsmodel te innoveren:

  1. Personalisatie of maatwerk tegen lagere prijs: 3D-printing

  2. Gesloten kringloop/circulaire economie: koffiegruis voor paddenstoelenkweek

  3. Delen van bezittingen: Airbnb

  4. Prijs gebaseerd op verbruik: cambio autodelen

  5. Samenwerking met partners: Bol.com verkoop platform

  6. Flexibele organisatie: Uber die prijs aanpast aan het tijdstip van bestelling

New cards
24

Doblin’s 10 vormen van innovatie

= een framework dat kan worden gebruikt om elementen in een bedrijf te identificeren die geïnnoveerd kunnen worden om concurrerend te kunnen blijven of te worden in de bedrijfssector en  om innovatiemogelijkheden te evalueren die het bedrijf duurzaam helpen groeien. Ook kan het gebruikt worden om de prestaties van het bedrijf te beoordelen, de zakelijke prestaties te vergelijken met die van concurrerende bedrijven, en om de sector te analyseren.

Het is ontworpen door Larry Keeley en Ryan Pikkel nadat ze grondig onderzoek hadden gedaan naar hoe innovaties worden afgeleid.

New cards
25

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Winstmodel

= een element van Doblin’s 10 vormen van innovatie dat zich bezighoudt met het continu zoeken naar manieren om de inkomsten van een organisatie te verhogen.

Zelfs als sommige kernactiviteiten de belangrijkste cashflows vormen, is het nog steeds belangrijk om nieuwe geleidelijk geïnnoveerde winstmodellen te evalueren. Het betekent dat bedrijven moeten onderzoeken wat klanten waarderen en wat ze verlangen, zodat bedrijven innovatieve initiatieven kunnen opzetten die de omzet helpen verhogen.

New cards
26

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Netwerk

= Dit element is onderdeel van de samenwerkingsstrategie van een bedrijf. Volgens de Doblin’s 10 vormen van innovatie is in de huidige bedrijfsomgeving elk bedrijf verbonden. Bedrijven werken samen voor wederzijdse belangen, waaronder vaak het verbeteren van beide bedrijven valt.

Als het gaat om innovatie, moeten ondernemingen nadenken over de interne capaciteiten van het bedrijf om te beoordelen of deze in staat zijn om een innovatie succesvol te maken of dat er partners nodig zijn.

De voordelen van collaboratieve innovatie;

  • het delen van risico’s

  • het snel verkrijgen van nieuwe vaardigheden en middelen

  • het verkrijgen van de nodige capaciteiten om een innovatie succesvol te maken.

New cards
27

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Structuur

= heeft volgens Doblin’s 10 vormen van innovatie betrekking op het vermogensbeheer van de onderneming. Volgens het framework moeten bedrijven hun activa structureren om te onderzoeken hoe deze van meer waarde kunnen zijn, inclusief (im)materiële activa.

Vb van dergelijke activa;

  • de afdelingen en merken van het bedrijf,

  • licentieovereenkomsten, maar ook gebouwen, voertuigen, computers, en werknemers.

Wanneer deze activa voortdurend worden geanalyseerd op hoe deze bijvoorbeeld het meest efficiënt worden afgeschreven of hoe medewerkers het best kunnen worden getraind, zal dit extra waarde voor het bedrijf creëren.

New cards
28

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Proces

= innovaties die betrekking hebben op;

Bv; de technieken voor het produceren of vermarkten van goederen of diensten.

Gebaseerd op Doblin’s 10 vormen van innovatie, richt procesinnovatie zich vaak op het verbeteren van de effectiviteit of efficiëntie van het zakendoen.

Innoveren op dit element betekent dat een bedrijf grote positieve effecten zou kunnen ervaren

Bv;  lagere kosten vanwege efficiëntere afhandeling

Bv;  een beter vermogen om op veranderingen te reageren.

Procesinnovaties zijn om deze reden moeilijk te kopiëren en kunnen een direct concurrentievoordeel zijn.

New cards
29

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Productprestatie

= betreft de product- en procesinnovatie. Er wordt vaak gedacht dat innoverende producten en processen duurzame concurrentievoordelen zullen opleveren, maar vaker worden deze innovaties snel gekopieerd door concurrenten.

Het is echter belangrijk om te onderzoeken hoe producten en diensten continu kunnen worden vernieuwd, omdat bedrijven de markttrend moeten volgen voordat ze achterblijven bij de concurrentie.

New cards
30

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Productsysteem

= omvat samengevoegde producten en diensten.

Het doel van dit element van het framework;

= om te onderzoeken hoe producten en diensten gecombineerd kunnen worden. De achterliggende gedachte is dat productaanbiedingen verbonden zijn en gemakkelijker te beheren zullen zijn wanneer ze worden gegroepeerd in plaats van ze afzonderlijk behandelen.

New cards
31

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Service

= Het identificeren en implementeren van innovatieve service-initiatieven zal de organisatie helpen haar klantenbestand te verbeteren en dus ook de omzet van het bedrijf verhogen. Bedrijven proberen tegenwoordig een betere service te bieden dan hun concurrenten, en als gevolg daarvan heeft de service van een bedrijf een grote impact op het succes.

Doblin’s 10 vormen van innovatie hebben vastgesteld dat het belangrijk is om altijd te zoeken naar innovatieve servicemogelijkheden om de klantervaring te verbeteren.

  • Wanneer een klant een goede ervaring heeft gehad in het aankoopproces, is de kans dat hij of zij terugkeert voor hetzelfde of een ander product groot. Hierdoor kunnen bedrijven op deze manier relaties opbouwen met loyale klanten en hun klantenbestand verbeteren.

New cards
32

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Kanaal

= richt zich op hoe bedrijven contact kunnen maken met hun klanten. Het gaat daarom om de zichtbaarheid van de organisatie zowel via online als offline kanalen.

  • Dit kunnen verkooppunten en kranten zijn, maar ook social media kanalen, websites en online advertenties.

Het is voor bedrijven van cruciaal belang om voortdurend nieuwe manieren te vinden om met klanten te communiceren, vooral in dit nieuwe digitale tijdperk. Door de snelle technologische innovaties brengen klanten tegenwoordig veel tijd door op technologische apparaten. Het is aan de hedendaagse organisaties om hun online reis te volgen en vervolgens te bepalen hoe ze voor hen zichtbaar kunnen zijn.

New cards
33

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Merk

= belangrijk om je te onderscheiden van andere merken.

Doel;

  • ervoor te zorgen dat het merk van het bedrijf wordt gekozen in plaats van dat van concurrenten.

  • Het is daarom belangrijk om de klant te begrijpen om zo te kunnen bepalen wat zij waarderen. Op deze manier kan het bedrijf klantwaarden integreren in de marketingstrategieën die de merkpositie bij de consument zullen versterken. Het zal helpen bij het creëren van effectieve marketingcampagnes en promoties, en potentiële klanten zullen het merk herkennen.

New cards
34

Doblin’s 10 vormen van innovatie;

  1. Klantengagement

= een cruciaal element om te evalueren omdat het betrekking heeft op de interactie met (potentiële) klanten. Het is voor bedrijven belangrijk om innovatieve manieren te vinden om met hun klant te communiceren, want zonder interactie kunnen ze niet bepalen hoe het bedrijf wordt ervaren door de consument.

Als een bedrijf in staat is om contact te maken met zijn klanten, kan het bepalen welke elementen van het bedrijf moeten worden verbeterd, zodat het overeenkomt met de klantwaarden.

New cards
35

Marktgedreven innovaties:

  • vormen de klant de bron van de innovatie. Ze geven zelf nieuwe noden aan waardoor bedrijven innoveren om aan deze behoefte te komen.

  • Zijn reactief

Vb; meal prep maaltijdboxen zoals Hellofresh

New cards
36

Technologiegedreven innovaties:

  • zorgt de technologie erachter voor een nuttige vernieuwing

  • Zijn proactief, daarom zijn technologiegedreven ook vaker op mislukken

Vb; cryptomuntenbeurs

New cards
37

Incrementele innovatie:

  • stapsgewijze innovaties die heel klein kunnen zijn (nieuwe verpakking voor je theezakje) Ze gebruiken slechts in beperkte mate nieuwe technologieën en hebben beperkte impact op de markt.

Dit kan door:

  • Nieuwe productlijn (bouillon voor Ramen)

  • Toevoeging bestaande productlijn (veganistische groentebouillon glutenvrij)

  • Verbetering bestaande productlijn (‘verbeterd recept’)

  • Herpositionering: andere manier op de markt zetten (fruitscnacks)

New cards
38

Architecturale innovatie:

  • fundamentele verandering plaatsvindt in de wijze waarop de componenten zich met elkaar verhouden of samenwerken, zonder dat de individuele componenten aanpassen

Vb; van pc naar laptop of van kamerventilator naar persoonlijke portable ventilator

  • Je kan er nieuwe klantsegmenten mee aanboren of bestaande mee houden

New cards
39

Radicale innovatie:

  • ontstaat een nieuwe markt of marktsegment, dankzij de inzet van vernieuwende technologie.

  • Zoals Ipad in 2010

Er bestaat meestal geen ‘soortgelijk’ product van

  • Bieden aanzienlijk betere prestaties dan bestaande producten of diensten.

  • Zoals IKEA de meubelwinkel radicaal vernieuwde door zelfbouwpakketten

New cards
40

Disruptie/verstoring:

  • bijzondere vorm van innovatie. Nieuwe toetreder betreedt de markt op een innovatieve manier waardoor er een geheel nieuwe markt wordt gecreëerd die de bestaande markt volledig kan disrupten.

  • Huidige marketeers en hun ‘bekende’ producten/ diensten worden voorbijgestreefd door de innovator.

New cards
41

Verstoring

  • Verstoring betekent iets radicaal beter en kostenefficiënter doen, zodat de oude manier van werken geen overlevingskans meer heeft. Vaak ontstaat verstoring door een product dat inferieur is aan wat er op de massamarkt wordt aangeboden, maar dat een nichepubliek beter bedient. In het afgelopen decennium zijn er al veel verstorende bedrijven geweest die bouwen op digitalisering en het verwijderen van de tussenpersoon.

  • Muziekwereld al vele malen verstoord;

  • De eerste vinylplaten werden vervangen door CD’s. Het dragen van een cd-speler begon na de introductie van de iPod al een beetje dom te worden. De meest recente golf van verstoring is gekomen in de vorm van streamingdiensten zoals Spotify, waar je overal naar muziek kunt luisteren.

  • hebben allemaal hun industrie verstoord door simpelweg te begrijpen dat het slimmer en efficiënter kan. \n

  • Verstoring kan ook worden bereikt door technische innovatie – zo heeft het bedrijf Beyond Meat bijvoorbeeld daadwerkelijk nieuwe technologie ontwikkeld om hun voedingsmiddelen te maken.

New cards
42

Trends:

Gaan over meer dan alleen mode, ze kunnen ook emotioneel zijn, intellectueel en spiritueel

  • duren vaak minimaal een jaar

  • laten sporen na in onze maatschappij: geven richting aan ons gedrag en veranderen langzaam onze normen en waarden

  • zijn ontwikkelingen en evoluties in de tijd: geven richting aan waarin iets zich beweegt

  • onderscheid is niet eenvoudig: pas met zekerheid zeggen of iets een hype of een trend is geweest als je terugkijkt

Een trend is dus nooit alleen maar..

  • Product

  • Locatie gebonden

  • Opgelegd of een verplichting

  • Persoonlijk

  • Een vorm, een smaak of kleur

Fads kunnen snel vervagen als de nieuwigheid er niet meer is, trends niet;

New cards
43

Hype

is een verschijnsel dat binnen korte tijd razend populair wordt door een middel van veel media-aandacht (en even snel verdwijnt)

  • Bewust in gang gezet of gevoed, door middel van reclamestunts of grote mediacampagnes

  • Aandacht die er meestal aan wordt gegeven, is niet in proportie met de waarde

  • Kan er goed aan verdienen maar je moet er op tijd bij zijn

  • Na 2 tot 4 maanden is iedereen de hype alweer vergeten

New cards
44

Rage/fad

verschijnsel dat binnen korte tijd razend populair wordt ondanks de media-aandacht

  • Er komt nauwelijks tot geen reclame aan te pas

  • Korte duur maar wel enorm groot bij een grote groep

  • Meedoen om dat je er wilt bij horen en omdat je het leuk vind

  • Ontstaan vaak onder invloed van groepsdruk maar soms ook onbewust

New cards
45

Soorten trends:

  1. Megatrends

  2. Macrotrends

  3. Microtrends

Afhankelijk van:

  • Snelheid/duur

  • Impact

  • Samenhang

New cards
46

Megatrends:

  • Maatschappelijke trends: ze veranderen een samenleving en zelfs de hele wereld

  • Gemiddeld: 10-20 jaar

  • Er groeit een generatie op voordat de gevolgen van deze trends zichtbaar en voelbaar zijn

  • Ze hangen samen met elkaar en beïnvloeden mekaar

Vb;

  • Globalisation <-> glocalisation

  • Sustainability

  • Nostalgia <-> digitalisation

  • Feminization <-> hardening of society

  • Mobility

  • Urbanisation

  • Polarisation \n Social networking <-> social notworking

New cards
47

Macro/mesotrends:

  • Consumententrends

  • Doen zich voor in een kortere periode: 5-10 jaar

  • Zijn het gevolg van een maatschappelijke trend

  • Veranderen consumenten: ze zorgen ervoor dat je je bewust wordt van een behoefte

Vb;

  • Big data / smart houses and appliances

  • Autonoom rijden

  • AI

  • Gamification

  • Germophobia

  • Vertical villages

  • Plant based \n Crowdsourcing

New cards
48

Microtrends:

  • Markttrends

  • Trends op product – dienst – of marktniveau

  • Komen plots en verdwijnen snel: succes en duur is moeilijk te voorspellen

Vb;

  • Maaltijdboxen (macrotrend = bezig zijn met oorsprong van je voedsel, minder bewerkt eten)

  • E-step (macrotrend = autonoom rijden)

  • Ecohotels (macrotrend = duurzaam toerisme)

  • De pantytafel (macrotrend = circulaire economie)

New cards
49

Wanneer kan een hype een trend worden?

  • Zijn de verwachtingen realistisch?

  • Is er de afgelopen tijd een enorme toename in aandacht geweest?

  • Zijn de voordelen van de technologie verondersteld of bewezen?

  • Zijn alle relevante stakeholders even enthousiast over de trend?

    Bij realistische verwachtingen, een geleidelijke toename in aandacht, bewezen voordelen en involvement van alle stakeholders is de kans aanzienlijk groter dat de hype een trend wordt.

    • Hoe groter de hype aansluit bij de menselijke behoeftes, hoe groter de kans dat het een trend wordt (als hype ver genoeg van behoefte staat is kans klein dat trend wordt)

New cards
50

Gartner hype cycle:

  • Innovation trigger

  • Peak of inflated expectations

  • Trough of disillusionment

  • Slope of englightenment

  • Plateau of productivity

New cards
51

Innovation trigger:

mogelijke technologische doorbraak bij de start. Veel publiciteit voor het onderwerp. Vaak bestaan er nog geen bruikbare producten, het is nog niet bewezen dat het levensvatbaar is

New cards
52

Peak of inflated expectations:

leest een aantal succesverhalen over, maar ook mislukkingen. Veel bedrijven doen er niks mee

New cards
53

Trough of disillusionment:

interesse neemt af, omdat experimenten nog niet opleveren. Investeringen gaan alleen door als de producten worden verbeterd tot tevredenheid

New cards
54

Slope of englightenment:

steeds duidelijker hoe de techniek van voordeel kan zijn voor bedrijven. Steeds meer bedrijven gaan er mee aan de slag, conservatieve bedrijven blijven terughoudend

New cards
55

Plateau of productivity:

de technologie wordt steeds meer mainstream. De brede toepasbaarheid en relevantie worden duidelijker. Nu is iedereen aan boord

New cards
56

Voorbeeldtrends:

  • Authenticiteit

  • Duuzaamheid/ecologie

  • Bewust consumeren

New cards
57

Innovators:

= eerste kopers van nieuwe product staat gelijk aan 2,5% van het totaal

= mensen die graag als eerste iets nieuws bezitten en bereid zijn om nieuwe ideeën uit te proberen.

  • Vooral jonge mensen

New cards
58

Early adaptors:

= betreft de volgende 13,5% die het product koopt.

= vormen de belangrijkste groep, want zij zijn de opinieleiders en zijn dus het voorbeeldmodel voor volgende kopers.

  • Als zij product kopen zullen de overige groepen product ook kopen

  • Voor marketeer belangrijk de opinieleiders in een bepaald markt te identificeren en te achterhalen hoe zijn kunnen worden bereikt.

New cards
59

Early majority:

= mensen die het product graag willen hebben, maar wat voorzichtiger zijn met een aankoop en wachten eerst af tot de early adopters product hebben aangeschaft

New cards
60

Late majority

= bestaat uit 34% van het totaal

= betreft de kopers die alleen een product aanschaffen wanneer de meerderheid ze al heeft uitgeprobeerd of wanneer ze er niet meer omheen kunnen

New cards
61

Laggards:

= hechten veel waarde aan traditie en houden niet van verandering.

= betreft oudere mensen

= hebben weinig te besteden

New cards
62

Trendwatching:

= de expertise van observeren, verbanden ontdekken en patronen herkennen in een steeds sneller evoluerende samenleving.

  • Trends spelen op alle niveaus van de samenleving en het vereist inzicht om de juiste trends aan de juiste doelgroep te koppelen in functie van de doelstellingen of organisatie van een merk.

New cards
63

Trendwatcher:

  • iemand die in een vroeg stadium kan detecteren of een trend zich ontwikkelt. Ook kan door onderzoek naar trends uit het verleden en het heden een uitspraak doen over een mogelijk komende trend. Het is iemand die weet wat er speelt in de samenleving (futuroloog)

  • Ze rapporteren over hun bevindingen en als alle verkregen informatie is geordend en geanalyseerd, wordt er een betekenis aan gegeven. In het trendrapport of trendboek (een beschrijving van wat er in de samenleving speelt, de stemming in de samenleving)

  • Is combinatie van desk research & field research

New cards
64

Decision theory:

Je kan de toekomst opdelen in 2 grote blokken: de dingen die je weet (knowns) en de dingen die je niet weet (unknowns) die kun je op hun beurt onderverdelen in gekende en ongekende dingen:

<p>Je kan de toekomst opdelen in 2 grote blokken: de dingen die je weet (knowns) en de dingen die je niet weet (unknowns) die kun je op hun beurt onderverdelen in gekende en ongekende dingen:</p>
New cards
65

Know- knowns (feiten):

zaken die je geleerd hebt of ervaren hebt en dus kent. Weet dat het belang van video/beeld niet snel zal verdwijnen

New cards
66

Know-unknowns (veronderstellingen):

zaken waarvan je weet dat je ze niet goed kan voorspellen. Je weet niet hoe een serie zal onthaald worden door de kijker.

New cards
67

Unknown- knows (intuïties, vooroordelen):

deze dacht je te weten, maar dat blijkt niet zo te zijn. Vermoed dat er een concurrent komt die jouw product wegconcurreert.

New cards
68

Unknown-unknowns (verrassingen):

zaken waarvan je nog niet beseft dat je ze niet weet. Voor de komst van Google maps beseften kaartenmakers niet welke impact dit gingen hebben op hun business.

New cards
69

Extrapoleren:

een techniek die vooral rekening houdt met known-knowns, feiten uit het heden of ervaringen uit het verleden. Je gaat dan uit van een ‘redelijk waarschijnlijk’ toekomstbeeld, op basis van wat je uit het verleden in je eigen bedrijf leerde.

  • Twijfelachtige strategie

New cards
70

Wat is een scenario:

Een mogelijk toekomstbeeld voor je merk, uitgaande van bepaalde veronderstellingen.

  • Waar staan we nu

  • Wat gebeurt er nu al rond ons heen

  • Welke impact

  • Waarom moeten we iets ondernemen

New cards
71

Scenariodenken:

  • Probleem: abrupte discontinuïteiten of crises:

Soms komen er crisissen op je pad, die alle scenario’s van daarvoor uitwissen of ontwrichten

Bv;

  • Tsunami in 2004

  • De terreurgolf die in 2016 verschillende Europese steden bedreigde

  • Ook wel black swans genoemd: je ziet ze niet aankopen en kan ze ook niet voorspellen

New cards
72

Cone of plausibility:

= schetst alle mogelijke scenario’s waarin je als merk terecht kan komen;

  • Je kan morgen met je merk zowel in een heel waarschijnlijk scenario belanden (probable) als een aannemelijk scenario (plausible) als een mogelijk scenario (possible)

  • Heb je pech, dan trek je een slechte wildcard (luchtvaartdienst in covid tijden)

  • De middenste cirkel doortrekken (= extrapolatie) -> geprojecteerde toekomst (niet altijd betrouwbaar)

  • Meerdere trends meenemen -> beter zicht op waarschijnlijke toekomst (probable)

  • Hoe meer ongekende je toelaat, hoe onzekerder de mogelijke toekomst: ‘dit zou kunnen gebeuren’ (plausible)

  • De meeste onzekere scenario’s brengen ook Black Swans in rekening (possible)

New cards
73

Hoe bouw je scenario’s uit?:

  1. Denk goed na over de kernvraag:

  • Maak ze niet te breed: hoe zal ik leren in de toekomst?

  • Maar ook niet te specifiek: hoe maak je een goede videoles in de toekomst?

Beter: hoe ziet de job van een docent eruit in 2030? Waarin verschilt die van een docent nu?

Vertrek hierbij zo veel mogelijk van unknown-unknown (outside-in)

New cards
74

Hoe bouw je scenario’s uit?:

  1. Praat met experten en klanten

  • Doel: te weten komen waar de onzekerheid ligt (hoe groot die is)

  • Techniek van de helderziende

  • Stel dat je 3 vragen mag stellen aan een nieuwe helderziende over dit merk/bedrijf, welke vragen zou je dan die stellen

  • Zijn dit voor jou de 3 grootste uitdagingen voor dit merk/bedrijf?

  • Heb je nog iets vergeten dat erbij moet?

  • Stel dat jij nu die helderziende bent en antwoordt op jouw vraag: wat zou je antwoord zijn?

  • Positief scenario (alles gaat goed)

  • Negatief scenario (alles gaat slecht)

New cards
75

Hoe bouw je scenario’s uit?:

  1. Kijk ook naar heden en verleden

  • Tool: DESTEP-of PESTEL-analyse

= een tool om meer inzicht te krijgen in de Macro-economische factoren die je bedrijf omringen. Zo komen belangrijke kansen en bedreigingen naar voren. Je onderzoekt de markt vanuit zes invalshoeken:

  • Demografisch

  • Economisch

  • Sociaal-cultureel

  • Technologisch

  • Ecologisch

  • Politiek-juridisch

De onderneming heeft geen directe invloed op de uitkomsten. Daarom wordt het ook wel een macro-analyse genoemd.

New cards
76

Hoe bouw je scenario’s uit?:

  1. Probeer de kernonzekerheden te bepalen

  • Rangschik ze volgens impact/onzekerheid

New cards
77

Hoe bouw je scenario’s uit?:

  1. Werk voor de meest onzekere krachten een scenario uit

  • Werk voor elke combinatie van de geselecteerde krachten een verhaal uit

  • Wat denk je dat er staat de gebeuren? Hoe ziet de toekomst van de mediasector eruit?

  • Storytelling gebruiken hiervoor: hoe ziet een zoo eruit over 20 jaar?

  • Bepaal de implicaties voor de vraagstelling voor elk van toekomstverhalen

  • Als we enkel mobiel gaan lezen, is A belangrijk

  • Als we allemaal terug op papier gaan lezen, moeten we investeren in B

New cards
78

Context map canvas:

geeft je inzicht in de overkoepelende context van jouw merk: de dingen die je weet (knowns) en nog niet weet/vermoedt (unknowns)

  • Helpt je omgevingsfactoren buiten je merk te ontdekken die een impact zullen hebben op jouw merk (inside-out) en het geeft een inzicht in de belangrijkste kansen en bedreigingen in de omgeving

  • Bevat 7 velden om in te vullen

New cards
79

Demografische trends:

  • Je gaat op zoek naar data over demografie, opleidingsniveau, arbeidsmarktsituatie van je voornaamste doelgroep

  • Wie zijn je gebruikers?

  • Waar wonen ze gemiddeld?

  • Hoe oud zijn ze gemiddeld? Hoe past dit binnen het generatie denken?

  • Welke opleiding hebben ze genoten?

  • Wat is hun job? En hun besteedbaar inkomen per maand?

New cards
80

Regels en voorschriften:

  • Welk beleid, welke regels en voorschriften zullen volgens jou in de toekomst worden toegepast op jouw merk?

  • Is er een nieuwe wetgeving in de maak rond jouw bedrijf?

  • Zijn er wettelijke beperkingen waar je nu al rekening mee moet houden?

  • Zitten er eventueel nieuwe belastingen in de pijplijn?

New cards
81

Economie en omgeving:

  • Wat gebeurt er in de economie/sector waar je bedrijf in actief is? Zijn de producten die dit bedrijf maakt/diensten die het aanbiedt nog populair?

  • Wat gebeurt er in de bredere omgeving?

  • Zijn er economische trends die van invloed zijn op jouw bedrijf?

New cards
82

Concurrentie:

  • Hoe zit het met de concurrenten? Neem de tijd om de onverwachte concurrentie te vinden

  • Zijn er nieuwe uitdagers in deze sector?

  • Concurrentie afkomstig uit onverwachte bronnen?

New cards
83

Technologische trends:

  • Welke nieuwe technologische trends zie je opkomen die van invloed zullen zijn op je bedrijf?

New cards
84

Klantenbehoeften:

  • Hoe zie je de behoeften van de klant in de toekomst veranderen?

  • Zie je nieuwe trends die een invloed hebben op de manier waarop je klant jouw producten of diensten gaan gebruiken,

  • Gaan er nieuwe trends mainstream (van early adopters naar early majority) ?

New cards
85

Onzekerheden:

  • Zie je belangrijke onzekerheden?

  • Dingen die mogelijk impact hebben op je merk, maar niet duidelijk hoe of wanneer?

  • Welke veronderstellingen of vooroordelen heb je over het merk als je dit in de toekomst projecteert?

  • Denk ook aan de voorspellingen en black swans!

New cards
86

Hoe kom je op een innovatief idee

  • 10 tips:

  1. Kijk naar demografische veranderingen:

  2. Onverwachte gebeurtenissen:

  3. probeer om te denken:

  4. Neem de megatrends als uitgangspunt:

  5. Observeer en leer van je klanten:

  6. Pas crowdsourcing & cocreatie toe:

  7. Verbeter je ganse werkproces/flow:

  8. Werk samen met andere merken:

  9. Ga kijken hoe anderen het doen:

  10. Laat je leiden door technologische innovatie:

New cards
87

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. Kijk naar demografische veranderingen:

al lang van tevoren zichtbaar, bieden kansen voor bedrijven die hierop weten in te spelen

New cards
88

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. Onverwachte gebeurtenissen:

maakt een verbinding tussen een onverwachte of historische gebeurtenis en je eigen bedrijf, zie een nieuwe kans in die associatie

New cards
89

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. probeer om te denken:

de oplossing bevindt zich vaak ergens anders dan waar je zoekt

  • van online naar real life

  • van digitaal naar analoog

New cards
90

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. Neem de megatrends als uitgangspunt:

duurzaamheid of duurzaam ondernemen, vergrijzing en big data worden belangrijker voor veel bedrijven

New cards
91

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. Observeer en leer van je klanten:

de voorkeuren van de klanten veranderen naargelang het aanbod van de concurrenten of de structuur van de markt verandert.

  • Gewend aan veel keuzes, vertrouwde producten en een hoogwaardige service

  • Stellen hogere eisen aan merk/bedrijf en willen graag diensten op hun maat

Bedrijven kiezen vaak voor massamaatwerk -> waarbij klanten producten op maat krijgen door de gewenste componenten zelf te kiezen

New cards
92

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. Pas crowdsourcing & cocreatie toe:

  • Crowdsourcing: verzamel je nieuwe ideeën bij grote groepen consumenten en klanten. Zij dienen hun ideeën meestal in als antwoord op online verzoeken via sociale media….

  • Cocreatie: spelen klanten een actieve rol in het innovatieproces door activiteiten uit te voeren die normaal door medewerkers van het bedrijf worden uitgevoerd.

Open innovatie: je gaat er van uit dat je ook externe ideeën gebruikt in je innovatieproces. Je verspreidt nuttige kennis op grote schaal naar de buitenwereld. Je verspreidt daarbij nuttige kennis op grote schaal naar de buitenwereld. Kan ook informatie uit de buitenwereld ophalen.

Open source ontwikkeling: waarbij klanten zelf het ontwerp voor de nieuwe innovatie maken. De mountainbike werd eerst door fietsers in Californië ontwikkeld voor het in massaproductie werd genomen. Het grote verschil met open innovatie is dat je geen rekening houdt met het business model van bij de start.

New cards
93

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. Verbeter je ganse werkproces/flow:

kijk naar alle activiteiten in het hele proces van het maken en verkopen van een product of dienst. Je verbetert het door het sneller uit te voeren, tegen lagere kosten, met meer opbrengst, minder materiaal of minder fouten

New cards
94

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. Werk samen met andere merken:

maak partnerschappen met een bedrijf dat jou kan verbeteren. Kies een partner met een soortgelijke filosofie maar met andere vaardigheden

New cards
95

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. Ga kijken hoe anderen het doen:

  • Cross-industry: leer van andere bedrijven, zelfs in andere bedrijfstakken. HOE ZIJ IETS DOEN IS BELANGRIJK

Vb; wat kan een ziekenhuis leren van een hotel?

New cards
96

Hoe kom je op een innovatief idee (10 tips)

  1. Laat je leiden door technologische innovatie:

welke nieuwe technologieën zou je kunnen toepassen op je eigen merk?

  • Drones worden nu gebruikt door makelaars om huizen in beeld te brengen

  • Moderne auto’s bepalen zelf wanneer de poepverwarming wordt aangezet

New cards
97

Visualiseren:

Wat?:

Het is je ideeën tastbaar maken door ze te tekenen, afbeeldingen bij te zetten, moodboard maken, affiche…

New cards
98

Visualiseren:

Waarom?:

  • Met tekeningen, foto’s, video’s of illustraties kun je complexe dingen in één beeld vertalen. Woorden en vakjargon laten veel ruimte over voor interpretatie, beelden zorgen voor helderheid, richting en inspiratie.

  • Picture Superiority Effect: wanneer je iets hoort, weet je hier drie dagen later nog zo’n 10% van. Als er aan diezelfde informatie beeld toegevoegd wordt, dan zal je hier drie dagen later nog zo’n 65% van onthouden.

  • Na afloop van een brainstormsessie is het vaak onduidelijk wat de écht goede ideeën zijn. Door je ideeën te visualiseren maak je het een stuk makkelijker om individuele ideeën op waarde te schatten en om sterke ideeën met elkaar te vergelijken.

New cards
99

Visualiseren is ook agile:

  • Ipv je creatief concept meteen van A tot Z uit te werken, begin je met een minimale versie van je creatie.

  • Je test de basisversie bij de klanten, als het goed is dan ga je pas verder. Eventuele fouten kan je in deze fase makkelijk uit halen

  • Stapsgewijs uitwerken, en grote stappen opnieuw aan je doelgroep voorstellen

New cards
100

Quick & dirty prototyping:

  • Hiermee ga je een model maken van je idee met tools die meteen beschikbaar zijn; pennen, gom, touw…

  • Ook low-fidelity prototyping genoemd: weinig tijd, middelen en skills voor nodig

  • Doel is niet om indruk te maken op je gebruikers, maar om van hen te leren

New cards

Explore top notes

note Note
studied byStudied by 6 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 164 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 11760 people
Updated ... ago
4.7 Stars(82)
note Note
studied byStudied by 2 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 504 people
Updated ... ago
4.7 Stars(16)
note Note
studied byStudied by 70 people
Updated ... ago
5.0 Stars(2)
note Note
studied byStudied by 9 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 2 people
Updated ... ago
4.0 Stars(1)

Explore top flashcards

flashcards Flashcard89 terms
studied byStudied by 8 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard52 terms
studied byStudied by 10 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard100 terms
studied byStudied by 5 people
Updated ... ago
5.0 Stars(2)
flashcards Flashcard33 terms
studied byStudied by 1 person
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard20 terms
studied byStudied by 11 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard22 terms
studied byStudied by 3 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard40 terms
studied byStudied by 1 person
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard184 terms
studied byStudied by 60 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)