MCB: HFST 20: vaktermen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/69

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:33 AM on 5/31/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

70 Terms

1
New cards

Extracellulaire matrix (ECM)

Netwerk van eiwitten en koolhydraten buiten de cel dat structuur en ondersteuning biedt aan weefsels.

2
New cards

Epitheel

Laag cellen die lichaamsoppervlakken en -holtes bekleedt en beschermt.

3
New cards

Collageen

Belangrijk structureel eiwit in de ECM, zorgt voor sterkte en flexibiliteit van weefsels.

4
New cards

Scheurbuik

Ziekte veroorzaakt door vitamine C-tekort, leidt tot gebrekkige collageenvorming.

5
New cards

Hydroxyproline

Aminozuur, essentieel voor de stabiliteit van collageen, vereist vitamine C voor aanmaak.

6
New cards

Procollageen

Voorloper van collageen dat in de cel wordt gemaakt en buiten de cel wordt verwerkt tot collageenvezels.

7
New cards

Procollageen peptidase

Enzym dat de uiteinden van procollageen afknipt om collageenvezels te vormen.

8
New cards

Histologie

Studie van weefsels onder de microscoop.

9
New cards

Fibroblast

Cel in bindweefsel die collageen en andere ECM-componenten aanmaakt.

10
New cards

Systeem van Havers

Netwerk van kanalen in compact bot dat bloedvaten en zenuwen bevat.

11
New cards

Osteoblasten

Botvormende cellen die nieuw botweefsel aanmaken.

12
New cards

Osteocyten

Volgroeide osteoblasten die ingesloten zijn in botmatrix; onderhouden het bot.

13
New cards

Osteoclasten

Cellen die botweefsel afbreken bij botvernieuwing.

14
New cards

Fibronectine

Glycoproteïne in ECM dat cellen helpt hechten en bewegen.

15
New cards

Integrine

Celmembraaneiwit dat cel verbindt met ECM en signalen doorgeeft.

16
New cards

Proteoglycanen

Eiwit met lange GAG-ketens, geven weefsel veerkracht en vochtretentie.

17
New cards

Glycosaminoglycanen (GAG)

Lange, onvertakte suikerketens die deel uitmaken van proteoglycanen.

18
New cards

Hyaluronzuur

Niet-gesulfateerde GAG die zorgt voor smeer- en schokdemping in weefsels.

19
New cards

Aggrecan

Groot proteoglycaan in kraakbeen, bindt met hyaluronzuur voor veerkracht.

20
New cards

Kerataansulfaat

GAG in kraakbeen, hoornvlies en tussenwervelschijven.

21
New cards

Chondroitinesulfaat

GAG die stevigheid geeft aan kraakbeen en ander bindweefsel.

22
New cards

Bekercel

Slijmproducerende cel in epitheelweefsel van luchtwegen en darmen.

23
New cards

Absorptiecel

Epitheelcel die voedingsstoffen opneemt, bijvoorbeeld in de darmwand.

24
New cards

Basale lamina

Dunne laag ECM onder epitheelcellen, biedt steun en filterfunctie.

25
New cards

Laminine

Eiwit in de basale lamina dat cellen helpt hechten.

26
New cards

Dichte junctie (tight junction)

Verbindt epitheelcellen strak, voorkomt lekken van stoffen tussen cellen.

27
New cards

Adherens junctie

Verbindt cellen mechanisch via actinefilamenten en cadherines.

28
New cards

Desmosoom

Verbindt cellen via intermediaire filamenten, biedt mechanische sterkte.

29
New cards

Hemidesmosoom

Verbindt epitheelcel met de basale lamina via intermediaire filamenten.

30
New cards

Gap junctie

Kanaaltjes tussen cellen die kleine moleculen en ionen doorlaten.

31
New cards

Claudines

Belangrijke eiwitten in dichte juncties, reguleren doorlaatbaarheid.

32
New cards

Occludines

Eiwitten in dichte juncties, dragen bij aan de barrièrefunctie.

33
New cards

Homofiele binding

Binding tussen dezelfde typen celadhesiemoleculen op aangrenzende cellen.

34
New cards

Cadherine

Calciumafhankelijke adhesiemoleculen, essentieel in cel-celverbindingen.

35
New cards

Adhesieriem (adhesion belt)

Ring van cadherines en actine die cellen stevig verbindt in epitheel.

36
New cards

Connexon

Structuur gevormd door zes connexines die samen een half gap-junctiekanaal vormen.

37
New cards

Connexines

Eiwitten die connexons vormen in gap junctions.

38
New cards

Gap junctie kanaal

Volledig kanaal dat ontstaat door twee connexons, verbindt aangrenzende cellen.

39
New cards

Hemikanaal

Half kanaal gevormd door een connexon, opent naar extracellulaire ruimte.

40
New cards

Stamcellen

Ongedifferentieerde cellen die zich kunnen delen en specialiseren.

41
New cards

Precursorcellen

Voorlopercellen die al een specifieke ontwikkelingsrichting volgen.

42
New cards

Hemopoietische stamcel

Stamcel in beenmerg die bloedcellen vormt.

43
New cards

Beenmergtransplantatie

Overdracht van gezond beenmerg naar een patiënt, vaak bij bloedkanker.

44
New cards

Stamceltransplantatie

Transplantatie van stamcellen om beschadigde of zieke cellen te vervangen.

45
New cards

Wnt pathway

Signaalroute die celgroei, differentiatie en stamcelonderhoud reguleert.

46
New cards

Pluripotent

Eigenschap van een cel om alle celtypen van het lichaam te kunnen vormen.

47
New cards

ESC, embryonale stamcel

Pluripotente stamcel afkomstig uit een vroege embryo.

48
New cards

iPSC, geïnduceerde pluripotente stamcel

Lichaamscel hergeprogrammeerd tot pluripotente stamcel.

49
New cards

Adulte stamcel

Stamcel in volwassen weefsels, beperkt in differentiatiemogelijkheden.

50
New cards

Oct3/4

Transcriptiefactor cruciaal voor pluripotentie en zelfvernieuwing van stamcellen.

51
New cards

Sox2

Transcriptiefactor die samenwerkt met Oct3/4 in stamcelregulatie.

52
New cards

Therapeutisch klonen

Kweek van embryo’s om stamcellen te verkrijgen voor therapie.

53
New cards

Reproductief klonen

Kloon van een volledig organisme via embryo-ontwikkeling.

54
New cards

Kerntransplantatie

Overdracht van de kern van een volwassen cel naar een eicel zonder kern.

55
New cards

Somatische cel nucleaire transfer (SCNT)

Techniek waarbij een lichaamscelkern in een eicel wordt geplaatst voor klonen.

56
New cards

Blastocyst

Vroege embryonale structuur (5-6 dagen), bevat stamcellen.

57
New cards

Metastase

Verspreiding van kankercellen naar andere delen van het lichaam.

58
New cards

Tumor

Abnormale celmassa ontstaan door ongecontroleerde celdeling.

59
New cards

Kanker

Ziekte veroorzaakt door kwaadaardige, ongecontroleerd delende cellen.

60
New cards

Mutageen

Stof of invloed die DNA-mutaties veroorzaakt.

61
New cards

Karyotype

Chromosomenprofiel van een cel, zichtbaar onder de microscoop.

62
New cards

Epidemiologie

Studie van verspreiding en oorzaken van ziekten in populaties.

63
New cards

Papillomavirus

Virus dat wratten en sommige vormen van kanker, zoals baarmoederhalskanker, kan veroorzaken.

64
New cards

c-myc

Proto-oncogen dat celgroei stimuleert; bij mutatie kan het kanker veroorzaken.

65
New cards

Adenomateuze polyposis coli (APC)

Tumor suppressor gen; mutaties kunnen leiden tot darmkanker.

66
New cards

Tumor suppressor gen

Gen dat celdeling remt en mutaties voorkomt; verlies ervan kan leiden tot kanker.

67
New cards

(Proto-)oncogen

Normaal gen dat bij mutatie of overexpressie kanker kan veroorzaken.

68
New cards

Burkitt’s Lymfoom

Vorm van lymfeklierkanker, vaak veroorzaakt door chromosoomtranslocatie.

69
New cards

Chromosoom translocatie

Verplaatsing van een chromosoomstuk naar een ander chromosoom, kan kanker veroorzaken.

70
New cards

Telomerase

Enzym dat telomeren verlengt en cellen in staat stelt onbeperkt te delen, vaak actief in kankercellen.