1/160
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
der Name
de naam
der Satz, die Sätze
de zin
die Grenze
de grens
die Hauptstadt
de hoofdstad
die Karte
de kaart / plattegrond
das Land, die Länder
het land
die Niederlande
Nederland
aber
maar
bedeuten
betekenen
beliebt
populair / geliefd
benutzen
gebruiken
bunt
gekleurd / bont
Deutschland
Duitsland
fliegen
vliegen
hören
luisteren / horen
in der Nähe
in de buurt
richtig – falsch
goed – fout
schreiben
schrijven
und
en
wohnen
wonen
die Insel, die Inseln
het eiland
die Ferien
de vakantie
alt – neu
oud – nieuw
ankreuzen
aanvinken
arbeiten
werken
auch
ook
eigentlich
eigenlijk
es gibt
er is / er zijn
fahren
rijden
gehen
lopen / gaan
gucken
kijken
gut – schlecht
goed – slecht
heißen
heten
helfen
helpen
in Urlaub fahren
op vakantie gaan
jedes Jahr
elk jaar
kommen
komen
oder
of
schon
al
sehen
zien
der Freund
de vriend
die Antwort
het antwoord
die Aufgabe
de opdracht
die Frage
de vraag
die Freundin
de vriendin
das Zimmer
de kamer
die Nachrichten
het nieuws / journaal
antworten
antwoorden
fragen
vragen
ja – nein
ja – nee
klein – groß
klein – groot
langweilig
saai
lesen
lezen
lustig
grappig
nett
aardig
oft
vaak
spannend
boeiend / spannend
sprechen
spreken
toll
geweldig
vergleichen
vergelijken
der Buchstabe, die Buchstaben
de letter
der Zwilling, die Zwillinge
de tweeling
die Familie
het gezin
das Hobby
de hobby
die Eltern
de ouders
die Geschwister
de broers en zussen
blöd
stom
Das macht Spaß!
Dat is leuk!
ein bisschen
een beetje
finden
vinden
jetzt
nu
junge Menschen / Jugendliche
jongeren
kein
geen
lieben
houden van
machen
maken
nicht
niet
schicken
sturen
schön
mooi
suchen
zoeken
viel - wenig
veel - weinig
vielleicht
misschien
Guten Morgen / Tag / Abend!
Goedemorgen / Goedendag / Goedenavond!
Wie heißt du?
Hoe heet je?
Wie alt bist du?
Hoe oud ben je?
Woher kommst du?
Vanwaar kom je? / Waar kom je vandaan?
Auf Wiedersehen!
Tot ziens!
Wo wohnst du?
Waar woon jij?
Wie ist deine E-Mail-Adresse?
Wat is je e-mailadres?
Wie ist deine Handynummer?
Wat is je mobiele nummer?
Wo kann ich dich online finden?
Waar kan ik je online vinden?
Lieber Andreas, / Liebe Andrea,
Beste Andreas, / Beste Andrea,
Danke für deine E-Mail / Nachricht.
Bedankt voor je e-mail / bericht.
Wie geht es dir?
Hoe gaat het met je?
Mir geht es gut / so lala.
Met mij gaat het goed / zozo.
Viele / Liebe Grüße
Hartelijke groeten, / Groetjes,
Mein Spitzname ist Bibi / Jonas.
Mijn bijnaam is Bibi / Jonas.
Ich habe braune / lange Haare.
Ik heb bruin / lang haar.
Mein Hobby ist Eislaufen / Singen.
Mijn hobby is schaatsen / zingen.
Mein Lieblingsbuch / Lieblingsfilm ist Fünf Freunde.
Mijn lievelingsboek / lievelingsfilm is Fünf Freunde.
Am liebsten höre ich HipHop / Popmusik.
Het liefst luister ik naar hiphop / popmuziek.