Hoofdstuk 5. Psychodynamische benadering van psychopathologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/64

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:19 PM on 8/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

65 Terms

1
New cards
Abstinentie
De klassieke psychoanalytische regel dat de analyticus vooral luistert en zichzelf terughoudend opstelt. In de tekst wordt genoemd dat dit in de jaren vijftig soms doorschoot in langdurig zwijgen, wat niet bevorderend en soms hertraumatiserend werkte.
2
New cards
Affecten
Lichamelijke, basale emotionele signalen die vroeg in de ontwikkeling worden ervaren, bijvoorbeeld honger, pijn, onrust, veiligheid of voldaanheid. In een gezonde ontwikkeling krijgen deze affecten via emotieregulatie betekenis als emoties en later als gevoelens.
3
New cards
Aangeboren affecttoestanden
Biologische affectieve systemen die menselijk gedrag motiveren, naast seksuele lust en agressie. De tekst noemt onder meer nieuwsgierigheid, spelbehoefte, veilige hechting, zorg, verlatingsangst en paniek.
4
New cards
Afweermechanismen
Onbewuste psychische processen waarmee iemand bedreigende emoties, verlangens, herinneringen of conflicten hanteerbaar probeert te maken. Ze kunnen adaptief zijn, maar ook leiden tot vervorming, vermijding of onbewust functioneren.
5
New cards
Affect-fobie-therapie (AFT)
Een hedendaagse evidence-based psychodynamische behandelvorm waarin concepten uit de psychoanalyse terugkomen. De tekst noemt AFT als voorbeeld van moderne psychodynamische therapieën.
6
New cards
Ambivalentie
Het gelijktijdig bestaan van tegengestelde gevoelens, bijvoorbeeld liefde voor een broertje of zusje én de wens dat de baby weer weggaat. In normale ontwikkeling is dit begrijpelijk; conflictpathologie ontstaat wanneer zulke tegenstrijdige gevoelens onverdraaglijk worden.
7
New cards
Cliëntgerichte therapie
De door Carl Rogers ontwikkelde therapievorm waarin empathisch reageren centraal staat. In de tekst wordt deze genoemd als reactie op een te afstandelijke analytische houding.
8
New cards
Conflictpathologie
Psychopathologie die ontstaat wanneer gedachten, gevoelens of fantasieën in de ontwikkeling met elkaar botsen en niet samen verdragen kunnen worden. Schaamtevolle of schuldbeladen conflicten worden verdrongen en kunnen terugkeren als spanning, somberheid, angst, lichamelijk ongemak of emotionele vervlakking.
9
New cards
Conflicterende emoties
Tegengestelde emoties, verlangens of impulsen die tegelijk bestaan, zoals autonomie tegenover angst voor afwijzing of afhankelijkheidsverlangen tegenover verlatingsangst. Bij conflictpathologie voelen deze tegenstellingen niet als innerlijke conflicten maar als werkelijkheid.
10
New cards
Disfunctioneel netwerk van emotionele ervaringen
Een opeenstapeling van negatieve, zelfbevestigende emotionele ervaringen die het subjectieve zelf ondermijnen en het huidige functioneren beperken. Psychodynamische behandeling probeert zulke netwerken inzichtelijk te maken en te bewerken.
11
New cards
Dynamic interpersonal therapy (DIT)
Een moderne, evidence-based psychodynamische behandelvorm die voortbouwt op psychoanalytische concepten. De tekst noemt DIT als voorbeeld van hedendaagse psychodynamische therapieën.
12
New cards
Emoties
Affectieve toestanden die betekenis hebben gekregen en bewust ervaren kunnen worden. Volgens de tekst verloopt ontwikkeling van lichamelijke affecten naar emoties en vervolgens naar gevoelens waarover gedacht en gesproken kan worden.
13
New cards
Emotieregulatie
Het proces waarin lichamelijke affecten betekenis krijgen en hanteerbaar worden, vaak in de vroege interactie tussen kind en verzorgers. Goede emotieregulatie helpt iemand emoties te herkennen, verdragen, verwoorden en gebruiken.
14
New cards
Epistemisch vertrouwen
Het basale vertrouwen dat een ander een betrouwbare bron van informatie over het leven kan zijn. Bij ontwikkelingspathologie kan dit vertrouwen onvoldoende tot ontwikkeling zijn gekomen.
15
New cards
Expliciet geheugen
Het geheugen waarin bewuste ervaringen, beelden, verhalen en herinneringen worden opgeslagen en waarover iemand kan nadenken en spreken. Overdracht kan volgens de tekst ontstaan doordat verdrongen herinneringen uit dit geheugen worden geactiveerd.
16
New cards
Fantasieën
Innerlijke voorstellingen of scenario’s die emotioneel betekenisvol zijn en mede bepalen hoe iemand zichzelf, anderen en relaties ervaart. Fantasieën kunnen bewust of onbewust zijn en spelen een rol bij conflictpathologie en het psychisch toevluchtsoord.
17
New cards
Freud
Sigmund Freud wordt in de tekst beschreven als de belangrijkste grondlegger van de psychoanalyse. Hij ontwikkelde het idee dat psychische klachten voortkomen uit onderliggende, onbewuste emotionele conflicten uit de kindertijd.
18
New cards
Gevoelens
Emoties waarover iemand kan denken en spreken. In de ontwikkeling worden lichamelijke affecten eerst betekenisvolle emoties en vervolgens gevoelens die bewust gereflecteerd en verwoord kunnen worden.
19
New cards
Hechting
De emotionele verbondenheid met belangrijke anderen. De tekst benadrukt dat veilige of onveilige hechting bepaalt of zorg, nabijheid en afhankelijkheid als prettig of juist bedreigend worden ervaren.
20
New cards
Hypnotherapeutische methode
Freuds aanvankelijke, actieve behandelmethode waarmee hij verandering in angstig denken nastreefde. Later verving hij deze aanpak door luisteren naar vrije associaties.
21
New cards
Impliciet geheugen
Een onbewuste vorm van geheugen waarin ervaringen worden opgeslagen zonder concrete beelden, verhalen of bewuste herinneringen. Het lichaam kan via impliciete geheugensporen automatisch reageren op prikkels.
22
New cards
Impliciete geheugenprocessen
Onbewuste geheugenprocessen waardoor vroegkinderlijke of stressvolle ervaringen doorwerken zonder dat iemand zich deze bewust herinnert. Ze vormen innerlijke werkmodellen die relaties, emoties en reacties sturen.
23
New cards
Impliciet zelf
De onbewuste blauwdruk van het zelf die ontstaat uit vroegkinderlijke ervaringen die niet bewust konden worden opgeslagen. Dit zelf beïnvloedt voelen, reageren, relaties aangaan en emotieregulatie.
24
New cards
Innerlijke werkmodellen
Onbewuste relationele blauwdrukken die ontstaan uit vroege ervaringen en bepalen hoe iemand relaties vormgeeft, emoties reguleert en zichzelf en anderen verwacht te ervaren.
25
New cards
Intensive short-term dynamic psychotherapy (ISTDP)
Een hedendaagse evidence-based psychodynamische behandelvorm die voortkomt uit psychoanalytische concepten. De tekst noemt ISTDP als voorbeeld van moderne psychodynamische psychotherapie.
26
New cards
Intersubjectieve psychoanalyse
Een stroming binnen de psychoanalyse die benadrukt dat wat in therapie gebeurt ontstaat in de unieke interactie tussen patiënt en therapeut. Niet alleen overdracht van de patiënt is belangrijk; ook het bewuste en onbewuste aandeel van de therapeut beïnvloedt het proces.
27
New cards
Kern van psychodynamische behandeling
Het onderzoeken en bewerken van het onbewuste deel van psychische problemen. De behandeling richt zich op belemmerende emotionele patronen en nieuwe ervaringen binnen de therapeutische relatie.
28
New cards
Kleiniaanse psychoanalyse
Een psychoanalytische stroming rond Melanie Klein waarin agressie, fantasieën en zeer vroege kinderlijke ervaringen een centrale rol spelen. De tekst plaatst deze naast de Freudiaanse nadruk op seksualiteit.
29
New cards
Kortdurende psychoanalytische steungevende psychotherapie (KPSP)
Een moderne evidence-based psychodynamische behandelvorm die in de tekst wordt genoemd als een van de hedendaagse therapieën waarin psychoanalytische concepten terugkomen.
30
New cards
Kwaliteit van de therapeutische relatie
De mate waarin de relatie tussen patiënt en therapeut veilig, werkbaar en betekenisvol is. Volgens de tekst is deze kwaliteit van groot belang voor het slagen van psychotherapie en krijgt zij in psychodynamische therapie veel aandacht.
31
New cards
Leertherapie
Therapie die de therapeut zelf ondergaat om eigen persoonlijkheidsstijl, innerlijke conflicten en persoonlijke problemen beter te leren kennen, zodat deze de therapeutische relatie met patiënten zo min mogelijk verstoren.
32
New cards
Lichamelijke verschijnselen
Fysieke signalen of klachten die kunnen wijzen op affecten die nog geen betekenis als emoties hebben gekregen. Vooral bij traumatisering is aandacht voor lichamelijke ervaringen belangrijk.
33
New cards
Loochenen
Een afweermechanisme waarbij een pijnlijke of schaamtevolle ervaring wordt ontkend of zodanig wordt verdraaid dat de emotionele dreiging minder voelbaar wordt.
34
New cards
Melanie Klein
Psychoanalytica die in de tekst wordt genoemd vanwege haar nadruk op agressieve driften, destructieve fantasieën en zeer vroege kinderlijke ervaringen binnen de psychoanalyse.
35
New cards
Mentaliseren
Het vermogen om eigen en andermans ervaringen, emoties en gedrag te begrijpen in termen van innerlijke toestanden. Bij ontwikkelingspathologie helpt de therapeut de patiënt woorden en betekenis te vinden en hierover te reflecteren.
36
New cards
Mentalization-based therapy (MBT)
Een evidence-based psychodynamische therapie waarin het vermogen tot mentaliseren centraal staat. De tekst noemt MBT als hedendaagse behandelvorm waarin psychoanalytische concepten terugkomen.
37
New cards
Narcistische trekken
Persoonlijkheidskenmerken waarbij sprake kan zijn van disfunctioneel zelfgevoel, disfunctionele emoties en forse interpersoonlijke problemen. In de tekst worden ze gekoppeld aan terugtrekking in een psychisch toevluchtsoord en fantasieën van zelfredzaamheid.
38
New cards
Objectiverend zelf
Het vermogen om met enige afstand naar zichzelf te kijken en over zichzelf te reflecteren. Dit zelf speelt een belangrijke rol bij emoties zoals schaamte, trots en schuld.
39
New cards
Oedipuscomplex
Een klassiek psychoanalytisch concept dat in de tekst wordt genoemd als onderdeel van het populaire beeld van Freuds theorie, waarin kinderen verlangens zouden hebben richting de ouder van het andere geslacht.
40
New cards
Onbewuste conflicten
Emotionele conflicten, verlangens of fantasieën die buiten het bewustzijn blijven maar wel psychische klachten en gedrag beïnvloeden. Volgens Freud vormen zij de verborgen oorzaak onder het zichtbare symptoom.
41
New cards
Onbewust functioneren
Het functioneren waarbij emoties, herinneringen, fantasieën en afweerprocessen iemands handelen beïnvloeden zonder dat die persoon zich daarvan bewust is.
42
New cards
Ontwikkelingsgeschiedenis
Het geheel van vroege ervaringen dat mede bepaalt hoe iemand zichzelf, anderen, relaties, emoties en klachten ervaart. In psychodynamische behandeling is dit een centraal aandachtspunt.
43
New cards
Ontwikkelingspathologie
Psychopathologie waarbij bepaalde psychische functies onvoldoende zijn ontwikkeld, zoals emoties herkennen, verdragen, verwoorden, mentaliseren en vertrouwen op anderen als betrouwbare informatiebron. Het gaat hier niet om DSM-ontwikkelingsstoornissen.
44
New cards
Overdracht
Het verschijnsel waarbij de patiënt de therapeut beleeft op een manier die samenhangt met vroegere ervaringen met belangrijke personen. Overdracht geeft toegang tot onbewust materiaal en is daarom belangrijk therapeutisch materiaal.
45
New cards
Persoonlijkheidsstijl
De karakteristieke manier waarop iemand zichzelf, anderen, emoties en relaties ervaart en hanteert. Volgens de psychodynamische benadering ontstaat deze stijl mede in vroege relaties en kan zij klachten in stand houden.
46
New cards
Projectie
Een afweermechanisme waarbij iemand eigen afgekeurde emoties, verlangens of impulsen aan een ander toeschrijft en die ander vervolgens op grond daarvan beoordeelt.
47
New cards
Pseudo-mentaliseren
Een schijnbare vorm van verklaren of nadenken over innerlijke toestanden die moeilijk te volgen is en niet werkelijk helpt om emoties te begrijpen. De tekst noemt dit bij patiënten met ontwikkelingspathologie.
48
New cards
Psychisch toevluchtsoord
Een innerlijke fantasiewereld of veilige plek waarin iemand zich terugtrekt om pijn, angst, schaamte en relationele teleurstelling te vermijden. Het biedt bescherming, maar belemmert wederkerige relaties en verandering.
49
New cards
Psychodynamiek
Het idee dat psychische krachten, zoals emoties en gedachten, beweeglijk zijn en met elkaar in conflict kunnen komen. Dit vormt de basis van de hedendaagse term psychodynamische psychotherapie.
50
New cards
Psychodynamische psychotherapie
Een vorm van psychotherapie die voortbouwt op psychoanalytische concepten en zich richt op onbewuste processen, emotionele patronen, ontwikkelingsgeschiedenis, overdracht en de therapeutische relatie.
51
New cards
Psychopathologie
Psychisch lijden en klachten zoals depressie, angst, leegte, betekenisloosheid, onzekerheid, relationele problemen of seksuele moeilijkheden. Psychodynamisch wordt psychopathologie begrepen als problematische emotieregulatie en persoonlijke betekenisgeving.
52
New cards
Psychoanalyse
De historische basis van de psychodynamische benadering, gericht op het bewust maken van onbewuste conflicten. Zij wordt in de tekst de grootmoeder van de psychotherapie genoemd.
53
New cards
Rationele reflectie
Het verstandelijk kunnen nadenken over ervaringen, patronen en emoties. Bij ontwikkelingspathologie moet rationele reflectie gekoppeld raken aan emotionele beleving om therapeutisch betekenisvol te worden.
54
New cards
Rouwverwerking
Een belangrijk onderdeel van psychodynamische therapie waarin de patiënt leert accepteren wat er niet was, niet is geweest en niet meer zal komen. Het verleden kan niet worden veranderd, maar de beleving ervan kan wel veranderen.
55
New cards
Subjectief zelf
Het persoonlijke narratief van wie iemand is geworden door wat hij of zij heeft meegemaakt. Dit zelf ontstaat uit bewuster opgeslagen ervaringen vanaf ongeveer het derde of vierde levensjaar.
56
New cards
Symptoomgerichte behandeling
Een behandeling die zich richt op het verminderen van concrete klachten zonder de onderliggende oorzaak uitgebreid te onderzoeken. De tekst erkent dat dit effectief kan zijn, maar contrasteert dit met de psychodynamische focus op onbewuste problematiek.
57
New cards
Tegenoverdracht
De gevoelens en reacties van de therapeut tegenover de patiënt. Deze kunnen informatie geven over wat zich impliciet en onbewust afspeelt in de patiënt of tussen patiënt en therapeut.
58
New cards
Therapeutische relatie
De werkrelatie tussen patiënt en therapeut waarin overdracht, breuken, herstel en nieuwe relationele ervaringen plaatsvinden. In psychodynamische therapie is deze relatie zowel middel als onderwerp van behandeling.
59
New cards
Transference-focused psychotherapy (TFP)
Een evidence-based psychodynamische behandelvorm waarin overdracht centraal staat. De tekst noemt TFP als moderne therapie die voortbouwt op psychoanalytische concepten.
60
New cards
Vermijding
Een afweermechanisme waarbij iemand situaties, herinneringen of prikkels uit de weg gaat die een schaamtevolle, pijnlijke of bedreigende emotionele ervaring kunnen oproepen.
61
New cards
Verdringing
Het onbewust buiten het bewustzijn houden van pijnlijke, schaamtevolle of schuldbeladen herinneringen, emoties of verlangens. Verdrongen materiaal kan later via symptomen, dromen, overdracht of klachten terugkeren.
62
New cards
Vrije associaties
De psychoanalytische techniek waarbij de patiënt vertelt wat spontaan in hem of haar opkomt. Freud gebruikte dit om toegang te krijgen tot onderliggende onbewuste conflicten.
63
New cards
Vroegkinderlijke traumatisering
Vroege ervaringen waarin een kind onvoldoende hulp krijgt om lichamelijke en emotionele signalen betekenis te geven. In de tekst wordt dit gekoppeld aan ontwikkelingspathologie en onvoldoende afstemming tussen ouder en kind.
64
New cards
Weerstand
Onbewuste tegenwerking tegen bewustwording van pijnlijke conflicten, herinneringen of gevoelens. Volgens Freud ontstaat weerstand omdat dreigende herkenning angst, schaamte of schuld oproept.
65
New cards
Zelfpsychologie
Een psychoanalytische stroming van Heinz Kohut waarin empathisch reageren een belangrijke therapeutische techniek werd. De tekst noemt dit als reactie op te terughoudende vormen van abstinentie.