1/20
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Cognitieve taalfuncties
Functies zoals rapporteren, redeneren en projecteren die betrokken zijn bij taalgebruik.
Rapporteren
Verslag doen van de werkelijkheid.
Redeneren
Gebeurtenissen bewerken op chronologische volgorde, conclusies trekken, oorzaak en gevolg vaststellen.
Projecteren
Zich verplaatsen in een ander.
Luistervaardigheden
Vaardigheden zoals het volgen van beschrijvingen en het begrijpen van gevoelens en meningen.
Spreekdoelen
Doelen zoals informeren, amuseren, instrueren en overtuigen.
Akoestische identiteit
Hoe een woord klinkt.
Articulatorische identiteit
Hoe een woord wordt uitgesproken.
Fonologische identiteit
De combinatie van akoestische en articulatorische identiteit samen.
Morfologische identiteit
De opbouw van een woord, inclusief voor- en achtervoegsels.
Semantische identiteit
De betekenis en gevoelswaarde van een woord.
5 fasen spontane schrijfontwikkeling
De fasen waarin een kind zijn schrijfvaardigheden ontwikkelt, van tekenen tot fonetisch schrijven.
Pseudovoorlezen
Voorlezen met commentaar op plaatjes en het volgen van verhalen.
Fonologisch bewustzijn
Vermogen om te reflecteren op de klankvorm van een taal.
Auditieve objectivicatie
Letten op de klank en niet op de betekenis.
Auditieve discriminatie
Het verschil horen tussen woorden of klanken.
Grafeem
Een lettercombinatie die verwijst naar één foneem.
Elementaire leeshandeling
Het koppelen van fonemen aan grafemen van links naar rechts.
Schrijfstrategieën
Technieken zoals vertellend en denkend schrijven.
Morfologische principes
De opbouw van woorden via samenstellingen, afleidingen en verbuigingen.
Taalbeschouwingsstrategieën
Strategieën voor het analyseren en begrijpen van taal, zoals vergelijken en classificeren.