1/53
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
stereotype
= theorie over een groep
opgeslagen in geheugen, hoeft niet per se te kloppen
opgeslagen, georganiseerd, vereenvoudigd
een stereotype is in geheugen ..,…,… kennisgeheel
spaarzame en efficiënte info.opslag
adaptatie
stereotype evolutionair => goede …
info.verwerking
categorisering is een kenmerk van ..
categorisering
= accentuering verschillen tussen groepen
zelf identificeert positiever voorstellen dan andere groep
identiteit mtsp status quo
2 redenen waarom stereotypes v andere groepen vaak negatief zijn
in-group favoritism
stereotype andere groepen vaak negatief:
identiteit => individuele zelfwaardering en ….
mtsp status quo
stereotype andere groepen vaak negatief:
stereotypen hoger ladder willen daar blijven, eigen status behouden in nadeel andere groepen
misleidend, individueel groepslid
stereotypen problematisch indien:
stereotype … is ten aanzien van ….
variabiliteit rond centrale tendens vaak onderschat
foute of achterhaalde
stereotypen problematisch indien:
…. stereotypes blijven voortbestaan
discriminatie
stereotypen problematisch indien:
als ze leiden tot … (tgv vooroordelen)
denkfouten
stereotypen problematisch indien:
als er … ontstaan
naïef realisme
denkfout door stereotypen
= denken objectieve wklh zoals wij die zien maar is niet zo
polarisatie
gevaar van naïef realisme, kan leiden tot …
framing
denkfout door stereotypen
strategische inzet van …
= obv stereotypen binnen bpld groep die groep op bewust op bpld manier brengen (misleiden)
declaratieve kennis
informatie in stereotypen:
cognitief aspect: ….
centrale tendens en variabiliteit
centrale tendens
cognitief aspect van stereotype
= wat voor de groep ‘normaal’ gedrag is
variabiliteit
cognitief aspect van stereotypes
= verschillen al dan niet minimaliseren in hoofd van andere groepen
normatieve verwachtingen
informatie in stereotypen:
= verwachten dat iemand wel op die manier zal reageren, norm = centrale tendens
affectieve reacties
informatie in stereotypen:
= houdt meer van leden in eigen groep dan andere groep (attitude)
gedeeld, idiosyncratisch
kenmerken van stereotypes:
… binnen sociale groep MAAR zekere hoogte wel …
opvallende groepen
kenmerken van stereotypes:
vooral …. in de MTSP
bv. minderheidsgroepen
asymmetrische stereotypering
= door hoge-statusgroep als deviant gedefinieerde groepen (bv. minderheidsgroepen)
→ centrale tendens van lagere status bepalen
zelfstereotypering
kenmerken van stereotypes:
bv. ik ben een vrouw dus ik kan niet goed autorijden
vooroordeel
= oordeel over groep(slid) obv stereotype ipv individuele kenmerken
oordeel voor contact met persoon
discriminatie
= bejegening obv groepslidmaatschap
negatief vooroordeel in gedrag omzetten
zelfbeschrijvingen, fysiologische metingen
2 manieren van attitudes te meten
APT, impliciete associatietest
2 manieren stereotypes meten
1) affectieve aspect
2) declaratieve/affectieve aspect
impliciete associatietest
1: woorden categoriseren 2 groepen
2: ordenen volgens valentie of betekenis
3/4: taken 1 en 2 door elkaar
→ verschillen vergelijken tussen ronde 3 en 4 uit test
→ stereotype beeld proberen achterhalen
identificatie van gedrag
stap 1: verwerking info over personen
in experiment man/vrouw koppelen met juiste emoties
stereotype bevestigen: ziet zelfde maar anders …
aanvulling gedragsinfo
stap 2: verwerking info over personen
bv. valse herkenning: inconsistente info zal stereotype niet bevestigen maar wel zorgen voor valse herkenning (dingen denken gezien te hebben)
causale attributie v gedrag
stap 3: verwerking info over personen
fundamentele attributiefout
fundamentele attributiefout
voor anderen verklaring zoeken binnen de persoon
anderen: persoon is lui, dom, …karakter
jezelf: niet karakter toeschrijven
assimilatie
= nieuwe info aanpassen aan bestaand schema
=>nieuwe info aan bestaande stereotype
contrast
= extra vergelijkend oordeel tav ‘normatieve verwachting’
→ niet meer assimileren, Rapunzel even dapper als een man
context, waarneembaar, eerder geactiveerd
3 voorwaarden voor activatie van stereotypes
1) identiteit op voorgrond vanuit …
2) groepslidmaatschap persoon …
3) werd stereotype …
groeperingsvorm, chronische toegankelijkheid
stereotype eerder geactiveerd?? afh van:
1): bv. subcultuur
2): bv. geslacht, gender, culturele achtergrond
zelfwaardering
voorwaarden implementatie stereotype:
… + mtsp status quo
bv. zelf beter uitkomen
valide
voorwaarden implementatie stereotype:
geloven dat stereotype … is (psycho-logica)
data-driven, niet
voorwaarden implementatie stereotype:
als … verwerking (wel/niet) mogelijk is
beperkte cognitieve capaciteit, weinig info, stress, …
niet onderdrukken
voorwaarden implementatie stereotype:
als implementatie … kan ….
niet veel info, intellectuele vermoeidheid, moreel krediet
hypothesebevestiging
ambigue info bij stereotypering zorgt voor confirmatorische ….
terugslageffect
gevolg van intellectuele vermoeidheid
te lang onderdrukken, allemaal in 1x uitkomen
moreel krediet
= na moreel wenselijk gedrag ‘recht’ op onwenselijk gedrag
confirmatorische
bpld zoekstrategie
= blijven bevestigen vat je denkt door bv suggestieve vragen stellen die meegaan met stereotype beeld
illusoire correlatie
= schijnbaar verband
→niet echt want gevormd door meegaan in stereotype
stereotype threat
= vrees om stereotype te bevestigen hindert de prestatie
→ vaak bij taken die vaardigheid vereisen
instrumenteel leren
sociale wenselijkheid en sociale norm volgen zorgen dat stereotype gedrag beloont wordt
bv. onbewust mensen imiteren omdat connectie voelt met die persoon
contact
wanneer veranderen stereotypes: bij … MAAR
info vertekend geselecteerd en verwerkt
zelfvervullende voorspellingen, dreigingen identiteit/zelfbeeld
stereotype-inconsistente info
wanneer veranderen stereotypes: bij … MAAR
informatie vertekend verwerkt
individuatie: individu niet als groepslid zien
afwijkende kenmerken
stereotypes veranderen als …
groepsleden genoeg …. vertonen + duidelijke
stereotype-consistente
stereotypes veranderen als …
als groepsleden …. eigenschappen hebben, beperkte afwijkingen, duidelijk groepsleden blijven
aantal
stereotypes veranderen als …
voldoende in …
→ subtypering en individuering ontmoedigen
contrast, stereotype
stereotypes veranderen als …
… maar op sommige kenmerken nog het …. volgen