geschiedenis begrippen

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/230

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

h3 tot h8

Last updated 10:52 AM on 2/6/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

231 Terms

1
New cards

calvinisme

stroming binnen het christendom die is gebaseerd op de ideeën van de hervormer johannes calvijn

2
New cards

contrareformatie

de reactie van de katholieke kerk op de reformatie, die enerzijds hervormingen binnen de katholieke kerk inhield en anderzijds een harder optreden tegen protestantisme

3
New cards

humanisme

de cultuur van geleerden uit de tijd van de renaissance. humanisten oriënteerden zich sterk op de literatuur en geschiendenis uit de oudheid

4
New cards

lutheranisme

stroming binnen het christendom die is gebaseerd op de ideeën van de hervormer maarten luther

5
New cards

mensbeeld

de ideeën die mensen hebben over zichzelf en de mensen om hen heen

6
New cards

ontdekkingsreizen

de reizen die europeanen in de 14e , 15e en 16e eeuw maakten om nieuwe wegen naar indië te ontdekken. tijdens deze reizen ontdekten zij gebieden die nog door geen europeaan waren betreden. latere ontdekkingsreizen (17e en 18e eeuw) hadden meer de bedoeling de wereld verder te verkennen

7
New cards

protestantisme

het geheel van stromingen en kerken die zijn ontstaan uit protest tegen misstanden in de katholieke kerk

8
New cards

reformatie

kerkhervorming die uiteindelijk leidde tot een scheuring in de kerk en het ontstaan van protestantisme

9
New cards

renaissance

periode tussen 1300 en 1600. waarin niet langer het hiernamaals centraal stond maar de mensen in het hier en nu

10
New cards

uomo universale

italiaans voor ‘universele mens’ , de ideale mens uit de tijd van de renaissance , die uitblinkt op alle terreinen van het leven, zoals, wetenschap, kunst en literatuur

11
New cards

wereldbeeld

de ideeën die mensen hebben over de hun bekende wereld

12
New cards

handelskapitalisme

economische systeem waarin ondernemers goederen verhandelen om daarmee winst te maken

13
New cards

raadpensionaris

in de tijd van de republiek een hoge ambtenaar van het gewest holland, die namens de gehele republiek de buitenlandse zaken deed

14
New cards

regent

lid van de groep rijke burgers die de republiek bestuurden

15
New cards

soevereiniteit

de hoogste macht in de staat

16
New cards

stadhouder

ooit (in de spaanse tijd) de dienaar van de koning, later (in de republiek) een hoge ambtenaar van de gewesten die voor de gehele republiek optrad als aanvoerder van leger en vloot

17
New cards

statenvergadering

bijeenkomst van de bestuurders van een gewest (provincie) in de republiek

18
New cards

absolutisme

een regeringsvorm waarin de koning alle macht heeft en zelf boven de wet staat

19
New cards

burgerlijke cultuur

een cultuur die wordt bepaald door burgers ( en niet door het hof, adel of kerk)

20
New cards

driot divin

het goddelijke recht op grond waarvan de koning met absolute macht regeert

21
New cards

empirisme

de overtuiging dat je de werkelijkheid het beste leert kennen door waarneming via de zintuigen en door experimenten

22
New cards

hofcultuur

een cultuur die wordt bepaald door een vorst en zijn adelijke hof

23
New cards

mechanistisch wereldbeeld

een kijk op god en de wereld die ervan uitgaat dat de werkelijkheid is te vergelijken met een machine (mechaniek) die door god in werking is gezet en daarna zelfstandig functioneert volgens natuurwetten. volgens deze visie speelt god geen rol meer in het verloop van de dagelijkse gebeurtenissen op aarde

24
New cards

mercantilisme

de economische leer volgens welke de staat de eigen economie kan stimuleren door de export te bevorderen en de import te beperken

25
New cards

rationalisme

de overtuiging dat logische en verstandelijk redeneren de zuiverste bron van kennis is

26
New cards

tolerantie

verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden, met name tegenover mensen met een ander geloof

27
New cards

wetenschappelijke revolutie

de ontwikkeling in de 16e en 17e eeuwse wetenschap waarbij onderzoekers niet langer afgingen op wat de bijbel, de kerk of auteurs in de klassieke oudheid vonden, maar zelf tot een mening kwamen door middel van zelfstandig denken, observeren en redeneren

28
New cards

abolitionisme

beweging die streeft naar de afschaffing van de slavenhandel en slavernij

29
New cards

ancien regime

letterlijk ‘het oude bestuur’. bestuurssysteem van voor de franse revolutie, waarbij de vorst veel macht heeft en er standen zijn met eigen voorrechten

30
New cards

democratische revolutie

revolutie die is gebaseerd op het idee van volkssoevereiniteit en die als belangrijkste doelen heeft alle of een deel van de burgers inspraak te geven in het bestuur en de grondrechten van burgers vast te leggen in een grondwet

31
New cards

driehoekshandel

een door europeanen opgezette handelsroute tussen 3 continenten ( nederland , afrika en america)

32
New cards

grondrechten

fundamentele rechten van individuele burgers tegenover de staat, die worden vastgelegd ibn een grondwet

33
New cards

grondwet

de cerzameling fundamentele wetten van een staat waarin de werking van het politieke systeem en de grondrechten en plichten van de burgers staan beschreven

34
New cards

natuurlijke rechten

de rechten de ieder mens van nature heeft, zoals het recht op leven, bezit en vrijheid

35
New cards

plantagekolonie

overzeese gebiedsdeel van een europees land dat wordt overheerst met als doel zo veel mogelijk geld te verdienen door op grote landbouwbedrijven slaven exportgewassen te laten verbouwen

36
New cards

publieke opinie

mening die door het grootste deel van het volk wordt gedeeld en die tot stand komt door een openbaar debat tussen burgers

37
New cards

representatieve democratie

vorm van bestuur waarbij alle of een groot deel van de burgers het recht hebben om vertegenwoordigers te kiezen die in een volksvergadering (mee) beslissen over het beleid

38
New cards

scheiding der machten

het principe dat er in een staat 3 verschillende machten zijn ( de wetgevende macht , uitvoerende macht en rechtsprekende macht) en dat deze machten nooit in één persoon of instelling samen mogen komen. doel is machtsmisbruik te voorkomen. ook wel aangeduid als trias politica

39
New cards

staatsburger

volwaardig lidmaat van een staat , met alle rechten en verplichtingen

40
New cards

trans-atlantische slavenhandel

slavenhandel van afrika , over de atlantische oceaan, naar amerika : onderdeel van de driehoekshandel

41
New cards

verlicht absolutisme

een bestuursvorm, waarin een absoluut vorst het algemeen belang op een rationele manier zegt te dienen

42
New cards

verlichting

aanduiding van een periode waarin een kritische verhouding ontstond tegenover geloof en traditie en een groot vertrouwen in de mogelijkheid de wereld rationeel te doorgronden

43
New cards

volkssoevereiniteit

het idee dat de hoogste macht in de staat bij het volk ligt

44
New cards

arbeidersklasse

de groep mensen die zelf geen productiemiddelen bezitten en alleen geld kunnen verdienen door hun arbeid te verkopen

45
New cards

cultuurstelsel

economische systeem voor de exploitatie van java : hierbij moest de bevolking een vijfde van haar grond bebouwen met landbouwgewassen voor de europese markt in ruil voor plantloon

46
New cards

direct bestuur

manier van besturen van een kolonie waarbij europese bevolking rechtstreeks besturen, zonder tussenkomst van het inheems bestuur

47
New cards

economische liberalisme

het streven naar een economisch systeem waarbij de staat zich zo min mogelijk bemoeit met de economie en de ondernemer maximale vrijheid heeft

48
New cards

indirect bestuur

manier van besturen van een kolonie waarbij het inheemse bestuur ondergeschikt is aan het koloniale bestuur, maar wel blijft functioneren

49
New cards

industrialisatie

mechanisering van der arbeid

50
New cards

industriele revolutie

grote verandering in de samenleving waarbij industie en verkeer steeds meer worden gemechaniseerd

51
New cards

industriele samenleving

samenleving waarin industrie het voornaamste bestaansmiddel is

52
New cards

modern imperialisme

het verschijnsel vanaf de 19e eeuw waarbij europese landen streven naar een groot koloniaal rijk en de koloniën gebruiken als producenten van grondstoffen en als afzetgebieden

53
New cards

modern kapitalisme

economische systeem waarin particuliere ondernemers met behulp van vrije arbeid goederen en diensten produceren met het doel om zo veel mogelijk winst te maken door ze op de vrije markt te verkopen

54
New cards

nationalisme

sterke voorliefde voor de cultuur van het volk waartoe men zich rekent ten het streven naar de eenheid van dat volk binnen een nationale staat

55
New cards

communisme

stroming binnen het socialisme die het lot van de arbeidersklasse wil verbeteren door middel van een revolutie, die moet leiden tot een klasseloze samenleving en gemeenschappelijk bezit van de productiemiddelen

56
New cards

confessionalisme

politieke stroming waarbij het geloof (rooms-katholiek of protestants ) uitgangspunt is voor het politieke handelen

57
New cards

conservatisme

behoudende politieke stroming die zich keerde tegen de maatschappelijke vernieuwingen van de franse revolutie, het liberalisme en het socialisme

58
New cards

constitutionele monarchie

staatsvorm met aan het hoofd een vorst die zijn of haar functie uitoefent op basis van erfrecht, en waarin die macht wordt beperkt door een grondwet (constitutie)

59
New cards

democratisering

de uitbreiding van het kiesrecht over een steeds grotere groep burgers

60
New cards

eerste feministische golf

de feministische beweging in de periode 1840-1920, waarbij feministes streden voor kiesrecht voor vrouwen

61
New cards

emancipatiebeweging

beweging die streeft naar de juridische en sociale gelijkberechting van achtergestelde groepen als slaven , vrouwen , arbeiders en religieuze minderheden

62
New cards

feminisme

politieke bewegingen die zich ten doel stelt de achtergestelde positie van vrouwen te verbeteren, in de eerste plaats via hervorming van het kiesrecht. zie emancipatiebeweging

63
New cards

kiesrecht

het recht om deel te nemen aan verkiezingen voor bestuurlijke functies

64
New cards

ministeriele verantwoordelijkheid

staatkundige afspraak dat de ministers slechts aan het parlement verantwoording verschuldigd zijn voor hun eigen politieke handelen en dat van de koning

65
New cards

politiek liberalisme

politieke stroming die het opneemt voor de vrijheid van het individu tegenover de macht van de staat

66
New cards

restauratie

het herstel van de maatschappelijke en politieke verhoudingen van voor de franse revolutie

67
New cards

schoolstrijd

strijd voor vrijheid om bijzonder scholen te mogen oprichten en later om het bijzonder onderwijs financieel gelijk te stellen aan het openbaar onderwijs

68
New cards

sociaaldemocratie

de stroming binnen het socialisme die langs parlementaire weg opkomt voor de arbeidersklasse

69
New cards

sociaal kwestie

het vraagstuk van de slechte werken leefomstandigheden van arbeiders

70
New cards

socialisme

politieke stroming die opkomt voor de arbeidersklasse : het zij door een revolutie , het zij door het streven naar kiesrechtuitbreiding en hervormingen langs parlementaire weg

71
New cards

vakbond

organisatie van arbeiders die samen strijden voor betere arbeidsomstndigheden en meer loon

72
New cards

verzuiling

een maatschappelijke en politieke situatie waarin katholieken , protestanten , socialisten en liberalen zich hebben teruggetrokken in hun eigen organisaties en waarin allen de leider van deze organisaties nog onderling contact hebben

73
New cards

vrijheid van onderwijs

het recht van burgers om scholen op terichten

74
New cards

vrijheid van verenigingen van vergadering

het recht van burgers om zich te organiseren

75
New cards

communicatiemiddelen

een medium om op afstand informatie over te brengen aan ( grote groepen) mensen, zoals radio , film en telefoon

76
New cards

consumptiemaatschappij

een samenleving met een hoog percentage middenklassen huishoudens die voldoende inkomen hebben om naast onderdak, voeding en kleding allerlei luxe producten aan te schaffen

77
New cards

economische crisis

periode van economische achteruitgang, waarbij sprake is van grote werkloosheid en een verslechterende levensstandaard

78
New cards

ideologie

stelsel van ideeën over de manier waarop een samenleving zou moeten worden ingericht

79
New cards

massaorganisatie

organisatie waarvan een grote groep mensen deel uitmaakt

80
New cards

propaganda

politieke reclame om mensen te overtuigen van en te laten gehoorzamen aan de ideeën van een bepaalde persoon of partij

81
New cards

totalitarisme

het verschijnsel dat de staat bijna volledige controle heeft over het dagelijkse leven van mensen in politiek, cultureel, godsdienstig , sociaal en economisch opzicht

82
New cards

tweede industriële revolutie

periode vanaf het einde van de 19e eeuw waarin staal, elektriciteit en de verbrandingsmotor werden toegepast in de industrie

83
New cards

wereld kapitalisme

de wereldwijde verwevenheid van markteconomieën

84
New cards

wereldoorlog

gewapend conflict waarbij vele landen in de wereld actief betrokken zijn en waarbij op plaatsen verspreid over de hele wereld wordt gevochten

85
New cards

accommodatie

het zich aanpassen aan een nieuwe situatie ; men spreekt van accommodatie als de bevolking van een bezet land het gewone leven zo veel mogelijk probeert voort te zetten

86
New cards

antisemitisme

haat tegen en/of discriminatie van joden

87
New cards

appeasementpolitiek

letterlijk ‘verzoeningspolitiek “. de buitenlandse politiek van Groot-brittannië en frankrijk in de jaren 30 , die erop was gericht een oorlog met duitsland te voorkomen door steeds toe te geven aan de wensen en eisen van hitler

88
New cards

bezetting

de toestand waarin een land door een ander land is veroverd en het bestuur door dat andereland wodt gecontroleerd

89
New cards

collaboratie

samenwerking met de vijand

90
New cards

discriminatie

het apart beoordelen en behandelen van een bepaalde groep of persoon vanwege bijv. ras, geloof, uiterlijk, geslacht of seksuele voorkeur

91
New cards

facisme

een ideologie dei in de jaren 20 onder leiding van Benito Mussolini :opkwam in Italië; streeft een sterke man en is gericht tegen democratie, kapatilisme en communisme

92
New cards

genocide

stelselmatige uitroeiing van een volk of bevolkingsgroep. ook wel ‘volkenmoord’ genoemd.

93
New cards

holocaust

de systematische vernietiging van 6 miljoen europese joden door de nazi’s in de tweede wereldoorlog. afgeleid van het griekse woord voor ‘brandoffer’ ; ook wel aangeduid als ‘shoah’

94
New cards

massavernietigingswapens

een wapen dat in één keer (tien) duizenden mensen van het leven heeft beroofd

95
New cards

nationaal socialisme

een ideologie die in de jaren 20 onder leiding van Adolf Hitler opkwam in duitsland en die wordt gezien als een variant op het facisme, maar dan aangevuld met racisme en antisemitisme

96
New cards

nazificatie

het streven van de nationaalsocialisten om een vrije samenleving om te vormen tot een maatschappij die is gebaseerd op nationaalsocialistische beginselen, onder meer met behulp van propaganda

97
New cards

racisme

het op grond van fysieke (vaak uiterlijke) kenmerken indelen van de mensheid in rassen, uitgaande van de gedachte dat die een verschillende oorsprong hebben. gaat meestal gepaard met discriminatie

98
New cards

shoah

hebreeuwse voor ‘catastrofe’: zei holocaust

99
New cards

zelfbeschikkingsrecht

het recht van een volk om over zijn eigen toekomst te mogen beslissen

100
New cards

atoomoorlog

een oorlog waarbij de strijdende partijen kernwapens inzetten