Studietaak 2.2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/149

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:11 PM on 7/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

150 Terms

1
New cards
2
New cards
Vijffactorenmodel / Big Five
Psycholexicaal persoonlijkheidsmodel waarin persoonlijkheidsbeschrijvende woorden of trekken worden geordend in vijf brede factoren: Extraversie, Vriendelijkheid, Zorgvuldigheid, Emotionele Stabiliteit en Intellect. Het model is vooral een taxonomie: het ordent de structuur van persoonlijkheidstrekken, maar verklaart niet volledig waarom gedrag ontstaat. Vooral de eerste drie factoren blijken crosscultureel robuust; de vijfde factor varieert sterk tussen talen en culturen.
3
New cards
Five-Factor Model (FFM)
Vragenlijstgebaseerd model van Costa en McCrae dat sterk lijkt op de Big Five, maar een andere oorsprong heeft. Het FFM meet Neuroticisme, Extraversie, Openheid voor Ervaringen, Vriendelijkheid en Consciëntieusheid, vooral via de NEO-inventarissen. In tegenstelling tot de Big Five komt het FFM niet rechtstreeks uit psycholexicaal onderzoek, maar uit factoranalyse van vragenlijstdata. Het FFM is het dominante paradigma in hedendaags persoonlijkheidsonderzoek.
4
New cards
Persoonlijkheidstrek
Relatief stabiele individuele neiging om op consistente wijze te denken, voelen of handelen. Trekken zijn geen losse gedragingen, maar abstracte patronen die zichtbaar worden in terugkerend gedrag over situaties en tijd heen. Ze kunnen op verschillende niveaus worden beschreven: brede factoren, facetten, nuances, gewoontegedragingen en concrete gedragingen.
5
New cards
Persoonlijkheidsfactor
Brede onderliggende dimensie waarin samenhangende persoonlijkheidstrekken statistisch en inhoudelijk worden gegroepeerd. Een factor is geen direct observeerbare eigenschap, maar een samenvattende structuur die wordt afgeleid uit patronen van correlaties tussen kenmerken.
6
New cards
Extraversie
Brede factor die sociale gerichtheid, assertiviteit, energie, activiteit, opgewektheid en positieve emotionaliteit omvat. De tegenpool is introversie of teruggetrokkenheid. Binnen het FFM voorspelt Extraversie onder meer vatbaarheid voor geluk. In Eysencks theorie wordt Extraversie biologisch gekoppeld aan corticale arousal.
7
New cards
Vriendelijkheid / Agreeableness
Factor die verwijst naar prosociaal functioneren: behulpzaamheid, sympathie, mededogen, vertrouwen, vredelievendheid en gerichtheid op harmonieuze relaties. De tegenpool is Antagonisme. In het HEXACO-model wordt een deel van deze inhoud afgesplitst naar Eerlijkheid-Bescheidenheid, waardoor de betekenis van Vriendelijkheid smaller wordt.
8
New cards
Zorgvuldigheid / Consciëntieusheid
Factor die verwijst naar ordelijkheid, zelfdiscipline, betrouwbaarheid, doelgerichtheid, precisie, verantwoordelijkheidsgevoel en volharding. Consciëntieusheid is een belangrijke voorspeller van werkprestaties en vormt in pathologische modellen de positieve tegenpool van Ontremming.
9
New cards
Emotionele Stabiliteit
Factor die verwijst naar stressbestendigheid, kalmte en relatief weinig negatieve emotionaliteit. De tegenpool is Neuroticisme. In psycholexicaal onderzoek verschijnt deze factor vaak, maar de exacte invulling kan per taal en cultuur verschillen.
10
New cards
Neuroticisme
Neiging om snel en intens negatieve emoties te ervaren, zoals angst, somberheid, spanning, prikkelbaarheid en kwetsbaarheid. Neuroticisme hangt samen met veel persoonlijkheidsstoornissen en ongelukkigheid. In Eysencks theorie wordt Neuroticisme gekoppeld aan een lage activeringsdrempel van het sympathische zenuwstelsel of limbisch systeem.
11
New cards
Intellect
Vijfde factor in de Amerikaans-Engelse Big Five, met kenmerken als creativiteit, inventiviteit, artistieke gerichtheid en intelligentie. Deze factor is cultureel het minst stabiel: in andere talen kan de vijfde factor bijvoorbeeld progressiviteit, rebelsheid, integriteit of vaardigheden beschrijven.
12
New cards
Openheid voor Ervaringen
FFM-factor die nieuwsgierigheid, verbeelding, creativiteit, openheid voor ideeën, esthetische gevoeligheid, waarden en nieuwe ervaringen omvat. Openheid lijkt op Intellect, maar is niet hetzelfde: het is breder en wordt vooral in vragenlijstonderzoek gemeten. De factor voorspelt onder meer sociaal en politiek liberalisme.
13
New cards
Antagonisme
Tegenpool van Vriendelijkheid en pathologische dimensie die verwijst naar conflictgerichtheid, dominantie, egocentrisme, hardheid en geringe bereidheid tot samenwerking. In dimensionele modellen van persoonlijkheidspathologie correspondeert Antagonisme met lage Vriendelijkheid.
14
New cards
Lexicale hypothese
Hypothese dat belangrijke en sociaal relevante individuele verschillen tussen mensen uiteindelijk in taal worden vastgelegd. Eigenschappen die vaak worden waargenomen en belangrijk zijn in het dagelijks leven krijgen eerder een naam. De zwakke versie ziet taal als nuttige bron voor persoonlijkheidsstructuur; de sterke versie stelt ten onrechte dat taalstructuur gelijk is aan persoonlijkheidsstructuur.
15
New cards
Psycholexicaal onderzoek
Onderzoeksmethode die persoonlijkheidsbeschrijvende woorden uit een lexicon selecteert, laat beoordelen en met factoranalyse ordent tot persoonlijkheidsfactoren. De methode is emic omdat zij binnen een specifieke taal en cultuur begint. Een beperking is dat zij taalstructuren onderzoekt, waardoor cultuurspecifieke woordenschat invloed heeft op de gevonden factoren.
16
New cards
Taxonomie
Systematische ordening van een groot domein in overzichtelijke categorieën. In dit hoofdstuk verwijst taxonomie naar het ordenen van duizenden persoonlijkheidsbeschrijvende termen tot modellen zoals de Big Five, Big Six, Big Seven of Big Eight. Een taxonomie ordent, maar verklaart gedrag niet volledig.
17
New cards
Factoranalyse
Statistische techniek waarmee patronen van samenhang tussen variabelen worden gereduceerd tot een kleiner aantal onderliggende factoren. In persoonlijkheidsonderzoek laat factoranalyse zien welke trekken samen clusteren. De interpretatie van factoren blijft deels inhoudelijk en theoretisch, waardoor verschillende onderzoekers soms verschillende oplossingen verdedigen.
18
New cards
Correlatie
Statistische maat voor samenhang tussen variabelen. Positieve correlatie betekent dat kenmerken samen toenemen; negatieve correlatie betekent dat hoge scores op het ene kenmerk samengaan met lage scores op het andere. Factoranalyse groepeert variabelen op basis van zulke samenhangspatronen.
19
New cards
Hoofdcomponentenanalyse
Veelgebruikte reductietechniek in lexicaal onderzoek waarbij componenten in volgorde van verklaarde variantie worden geëxtraheerd. Onderzoekers beoordelen per component of die inhoudelijk interpreteerbaar is. De techniek helpt ordenen, maar het aantal te behouden factoren blijft mede afhankelijk van interpretatie.
20
New cards
Interpreteerbare factor
Factor waarvan de hoog ladende kenmerken inhoudelijk voldoende samenhang vertonen om een betekenisvolle naam te krijgen. Een factor die statistisch bestaat maar inhoudelijk niet te duiden is, is voor een persoonlijkheidstaxonomie minder bruikbaar.
21
New cards
16PF
Sixteen Personality Factors-vragenlijst van Cattell. Cattell reduceerde duizenden persoonlijkheidswoorden via beoordelingen en factoranalyse tot zestien factoren. De 16PF is historisch belangrijk, maar latere onderzoekers vonden vaak een robuustere vijffactorstructuur.
22
New cards
NEO-PI-R
Uitgebreide vragenlijst van Costa en McCrae voor het meten van het FFM. De NEO-PI-R meet vijf domeinen en dertig facetten. Het instrument is breed gevalideerd, crosscultureel toegepast en belangrijk in onderzoek, diagnostiek en selectie.
23
New cards
NEO-PI-3
Geactualiseerde variant van de NEO-PI-R waarmee dezelfde vijf domeinen en facetten van het FFM worden gemeten. De update is bedoeld om de bruikbaarheid en begrijpelijkheid van items te verbeteren zonder de onderliggende structuur te wijzigen.
24
New cards
NEO-FFI-3
Korte versie van de NEO-inventarissen die alleen de vijf brede FFM-domeinen meet. Het instrument is efficiënt, maar mist de fijnmazige informatie van de dertig facetten uit de NEO-PI-R.
25
New cards
Big Five Inventory (BFI)
Veelgebruikt, relatief compact meetinstrument voor de vijf FFM-factoren. Het is in veel talen vertaald en gebruikt in crosscultureel onderzoek, maar biedt minder detail dan facetgerichte instrumenten zoals de NEO-PI-R.
26
New cards
Zelfrapportage
Meetmethode waarbij personen hun eigen persoonlijkheid beoordelen. Zelfrapportage is efficiënt en veelgebruikt, maar kan worden beïnvloed door zelfkennis, sociaal wenselijke zelfpresentatie, misinterpretatie van items en antwoordstijlen. Betrouwbaarheid wordt sterker wanneer resultaten overeenkomen met informantbeoordelingen.
27
New cards
Informantbeoordeling / observatorbeoordeling
Persoonlijkheidsbeoordeling door goed geïnformeerde anderen, zoals vrienden, partners, huisgenoten of leeftijdsgenoten. Dit vormt een belangrijk validatiebewijs voor het FFM, omdat de vijf factoren ook buiten zelfrapportage worden teruggevonden.
28
New cards
Q-sortmethode
Methode waarbij uitspraken worden gerangschikt van meest naar minst kenmerkend. Dat dwingt tot relatieve keuzes en biedt een alternatief voor standaardvragenlijsten. Het FFM is ook met Q-sortmethoden teruggevonden.
29
New cards
Zinsaanvultest
Open meetmethode waarbij personen zinnen aanvullen, bijvoorbeeld als antwoord op “Wie ben ik?”. Dat ook in zulke vrije zelfbeschrijvingen FFM-inhoud terugkomt, ondersteunt de brede toepasbaarheid van het model.
30
New cards
Interne consistentie
Mate waarin items binnen een schaal hetzelfde construct meten. Hoge interne consistentie wijst op samenhang tussen items, maar garandeert niet automatisch inhoudelijke breedte. Crosscultureel onderzoek toont vergelijkbare patronen van interne consistentie voor NEO-facetten.
31
New cards
Hertestbetrouwbaarheid
Mate waarin een test bij herhaalde afname vergelijkbare scores oplevert. Bij persoonlijkheidstrekken wijst hertestbetrouwbaarheid op stabiliteit van individuele verschillen, mits het tijdsinterval en de meetomstandigheden passend zijn.
32
New cards
Longitudinale stabiliteit
Mate waarin individuele rangordeverschillen in persoonlijkheid over langere tijd behouden blijven. De tekst benadrukt dat de vijf FFM-factoren opmerkelijk stabiel zijn, hoewel gemiddelde niveaus met leeftijd kunnen veranderen.
33
New cards
Universeel
In dit hoofdstuk: terugkerend over talen, culturen en meetmethoden. Universaliteit moet genuanceerd worden: vragenlijstonderzoek ondersteunt het FFM sterk, terwijl psycholexicaal onderzoek laat zien dat vooral de vijfde factor cultureel instabiel is.
34
New cards
Crosscultureel onderzoek
Onderzoek waarin persoonlijkheidsstructuren, scores of meetinstrumenten tussen culturen worden vergeleken. Belangrijke aandachtspunten zijn vertaling, emic versus etic benadering, scalaire equivalentie en de vraag of vergelijkbare factoren ook dezelfde betekenis hebben.
35
New cards
Emic benadering
Benadering waarbij persoonlijkheid wordt onderzocht vanuit de eigen taal en cultuur, zonder vooraf een buitenlands model op te leggen. Psycholexicaal onderzoek is emic omdat het begint bij cultuureigen woorden. Dit vergroot culturele sensitiviteit, maar kan vergelijkbaarheid tussen culturen bemoeilijken.
36
New cards
Scalaire equivalentie
Voorwaarde dat dezelfde testscore in verschillende culturen hetzelfde niveau van een trek betekent. Zonder scalaire equivalentie kunnen mensen binnen een cultuur wel worden vergeleken, maar zijn gemiddelden tussen culturen moeilijk interpreteerbaar.
37
New cards
Congruentiecoëfficiënt
Statistische maat waarmee wordt beoordeeld of factoren uit verschillende talen of culturen inhoudelijk overeenkomen. Een waarde rond 0,90 of hoger wordt doorgaans gezien als bewijs voor factorovereenkomst. De maat maakt duidelijk dat interpretatieve overeenkomsten soms sterker lijken dan statistisch aantoonbaar is.
38
New cards
Pancultureel model
Model waarvan factoren in veel of vrijwel alle onderzochte talen en culturen terugkeren. In de tekst worden vooral Dynamiek, Affiliatie en Orde als robuuste panculturele factoren genoemd, terwijl Neuroticisme en Intellect minder universeel blijken.
39
New cards
Dynamiek
Panculturele factor gericht op competent handelen, ondernemerschap, effectieve communicatie, activiteit, veelzijdigheid en extraversie. Dynamiek overlapt met Extraversie, maar is abstracter en komt ook terug in begrippen als individualisme, liberalisme en zelfactualisatie.
40
New cards
Affiliatie
Panculturele factor die verbondenheid, sociale binding, hulpvaardigheid, vriendelijkheid, mededogen en solidariteit omvat. Affiliatie overlapt met Vriendelijkheid en sluit aan bij collectivisme, gemeenschap en het streven naar sociale integratie.
41
New cards
Orde
Panculturele factor die structuur, stabiliteit, regulering, precisie, consistentie en georganiseerdheid omvat. Orde overlapt met Zorgvuldigheid en verwijst zowel naar ordening van gedrag als van ideeën, doelen en waarden.
42
New cards
Agency
Zeer abstracte hogere-ordedimensie die overeenkomt met Dynamiek en verwijst naar actief, competent en doelgericht handelen. Agency wordt vaak geplaatst tegenover Communion.
43
New cards
Communion
Zeer abstracte hogere-ordedimensie die overeenkomt met Affiliatie en verwijst naar verbondenheid, zorg, gemeenschap en sociale relaties. Communion vormt samen met Agency een tweefactorstructuur.
44
New cards
Hiërarchie van persoonlijkheid
Ordening waarin persoonlijkheid op meerdere abstractieniveaus wordt beschreven: brede factoren, smallere facetten, nuances, habituele reacties en concrete gedragingen. Een lagere eigenschap is een vorm van een hogere factor, maar de hogere factor is niet simpelweg één lagere eigenschap.
45
New cards
Facet
Smallere trek die deel uitmaakt van een brede factor en inhoudelijke nuance toevoegt. Facetten verklaren waarom twee personen met dezelfde domeinscore toch verschillend kunnen zijn, bijvoorbeeld sociaal maar niet assertief of assertief maar niet sociaal.
46
New cards
Nuance
Zeer smalle trek onder facetniveau, vaak zichtbaar in afzonderlijke items. Nuances hebben volgens de tekst eigen unieke variantie, zijn deels erfelijk, stabiel en door observatoren herkenbaar. Zij laten zien dat persoonlijkheid nog fijner gestructureerd is dan facetten.
47
New cards
Gewoontegedrag / habituele reactie
Terugkerend gedragspatroon dat onder een eigenschap valt. In een hiërarchisch model ligt habitueel gedrag tussen abstracte trekken en concrete gedragingen in.
48
New cards
Concrete gedraging
Specifieke observeerbare handeling op een bepaald moment. Een concrete gedraging vormt pas bewijs voor een trek wanneer zij past binnen een breder patroon van herhaald gedrag.
49
New cards
Big Seven
Alternatief psycholexicaal model met zeven factoren. Het bevat factoren die deels op de Big Five lijken, aangevuld met Positieve Valentie en Negatieve Valentie. Vooral Negatieve Valentie lijkt relatief stabiel; Positieve Valentie vermengt zich soms met Intellect.
50
New cards
Tellegen-Waller-methode
Psycholexicale methode die evaluatieve woorden meeneemt, maar de woordselectie beperkt tot het eerste bruikbare woord van elke vierde woordenboekpagina. De methode verbreedt het domein door evaluatieve termen toe te laten, maar kan door de steekproefprocedure ook relevante termen missen.
51
New cards
Positieve Valentie
Evaluatieve factor met sterk positief waarderende termen zoals uitstekend of bijzonder. De factor kan wijzen op sociaal-evaluatieve beoordeling en is minder stabiel dan Negatieve Valentie, omdat hij soms overlapt met Intellect of Competentie.
52
New cards
Negatieve Valentie
Evaluatieve factor met sterk negatieve persoonsbeschrijvingen zoals slecht, corrupt, jaloers, duivels of onaangenaam. Deze factor komt in meerdere Big-Seven-onderzoeken terug en laat zien dat evaluatieve oordelen een afzonderlijke rol kunnen spelen in persoonlijkheidstaal.
53
New cards
Big Six
Zesfactorenmodel waarin naast vijf bekende factoren Eerlijkheid-Bescheidenheid als extra factor wordt onderscheiden. De toevoeging verandert de betekenis van andere factoren, vooral Vriendelijkheid en Emotionele Stabiliteit, doordat termen opnieuw over zes factoren worden verdeeld.
54
New cards
Eerlijkheid-Bescheidenheid / Honesty-Humility
Factor uit het Big-Six- en HEXACO-model met eigenschappen als oprechtheid, eerlijkheid, bescheidenheid, nederigheid en integriteit. In het FFM wordt deze inhoud meestal beschouwd als onderdeel van Vriendelijkheid, vooral op facetniveau.
55
New cards
HEXACO-model
Zesfactorenmodel bestaande uit Honesty-Humility, Emotionality/Emotional Stability, Extraversion, Agreeableness, Conscientiousness en Openness. Het model splitst inhoud die in het FFM bij Vriendelijkheid hoort deels af naar Eerlijkheid-Bescheidenheid en draait sommige factoren enigszins ten opzichte van het FFM.
56
New cards
Big Eight
Nederlands psycholexicaal model gebaseerd op woorden uit alle woordklassen. Het bevat Deugdzaamheid, Competentie, Extraversie, Mildheid, Zorgvuldigheid, Neuroticisme, Hedonisme en Volgzaamheid. Het model integreert elementen van Big Five, Big Six en Big Seven en voegt Hedonisme als opvallende factor toe.
57
New cards
Deugdzaamheid
Big-Eight-factor gericht op oprechtheid, betrouwbaarheid en vriendelijkheid tegenover oneerlijkheid en onsympathiek gedrag. De factor overlapt met Eerlijkheid-Bescheidenheid en de negatieve kant van Negatieve Valentie.
58
New cards
Competentie
Big-Eight-factor die probleemoplossend vermogen, vastberadenheid en bekwaamheid omvat. De factor overlapt met Positieve Valentie en Intellect, maar bevat ook praktische effectiviteit.
59
New cards
Mildheid
Big-Eight-factor die bescheidenheid, geduld en toegeeflijkheid omvat tegenover veeleisendheid. De factor lijkt op Vriendelijkheid, maar heeft een smallere en zachtere sociale betekenis.
60
New cards
Hedonisme
Big-Eight-factor die verwijst naar genieten, prikkels zoeken, feestelijkheid en sensatiezucht tegenover soberheid en huiselijkheid. Hedonisme wordt in de tekst gezien als nieuwe factor die niet direct uit de Big Five voortkomt.
61
New cards
Volgzaamheid
Big-Eight-factor die veilige keuzes, gehoorzaamheid en conformiteit omvat tegenover creativiteit, rebellie en complexiteit. De factor lijkt deels op de negatieve kant van Intellect/Openheid.
62
New cards
Sensatiezucht / Sensation Seeking
Neiging om spanning, prikkels, risico en nieuwe ervaringen op te zoeken. In de tekst wordt Sensation Seeking verbonden met Hedonisme en met BAS-gerelateerde beloningsgevoeligheid.
63
New cards
PEN-model
Hiërarchisch model van Eysenck met drie supereigenschappen: Psychoticisme, Extraversie en Neuroticisme. Anders dan de Big Five is het PEN-model expliciet theoretisch-biologisch: het probeert trekken te verklaren via onderliggende biologische processen.
64
New cards
Psychoticisme
Supereigenschap uit Eysencks PEN-model die samenhangt met agressiviteit, hardheid en verlies van realiteitszin. Eysenck koppelde Psychoticisme aan testosteronniveau. In latere pathologische modellen heeft Psychoticisme deels overlap met Openheid-facetten zoals Fantasie en Esthetiek.
65
New cards
Supereigenschap
Zeer brede persoonlijkheidsdimensie bovenaan een hiërarchisch model. Supereigenschappen omvatten lagere-orde-eigenschappen, die op hun beurt habituele reacties en concrete gedragingen omvatten.
66
New cards
Corticale arousal
Activatieniveau van de hersenschors of het zenuwstelsel. Eysenck koppelde dit aan Extraversie: introverten zouden relatief hoog geactiveerd zijn en prikkels vermijden, terwijl extraverten relatief laag geactiveerd zijn en stimulatie zoeken.
67
New cards
ARAS
Ascending Reticular Activating System; hersensysteem dat volgens Eysenck betrokken is bij corticale arousal en daarmee bij verschillen tussen introversie en extraversie.
68
New cards
Sympathisch zenuwstelsel
Deel van het autonome zenuwstelsel dat het lichaam activeert bij stress of dreiging. Eysenck koppelde de activeringsdrempel van dit systeem aan Neuroticisme: een lage drempel leidt tot snelle negatieve emotionele reacties.
69
New cards
Limbisch systeem
Hersensysteem dat betrokken is bij emoties en stressreacties. In Eysencks verklaring hangt gevoeligheid van het limbisch systeem samen met Neuroticisme en de neiging snel van slag te raken.
70
New cards
Fight-or-flight-respons
Fysiologische reactie op dreiging waarbij het lichaam zich voorbereidt op vechten of vluchten. In de tekst wordt deze respons gebruikt om Neuroticisme te verklaren: neurotische personen reageren sneller op stressoren.
71
New cards
Biopsychologische persoonlijkheidstheorie van Gray
Theorie waarin persoonlijkheidsverschillen worden verklaard door gevoeligheid voor beloning en straf via BAS en BIS. Gray verschilt van Eysenck in de onderliggende hersensystemen, maar zijn model overlapt sterk met Extraversie en Neuroticisme.
72
New cards
Behavioral Activation System (BAS)
Systeem dat gedrag activeert richting beloning, uitdaging en doelbereiking. Een reactief BAS hangt samen met approach-motivatie, impulsiviteit, beloningsgevoeligheid en aspecten van Extraversie.
73
New cards
Behavioral Inhibition System (BIS)
Systeem dat gedrag remt bij straf, dreiging of onzekerheid. Een reactief BIS hangt samen met avoidance-motivatie, angst, strafgevoeligheid en aspecten van Neuroticisme.
74
New cards
Approach-motivatie
Motivatie om doelen, beloningen en uitdagingen actief te benaderen. In Gray’s theorie is dit verbonden met BAS en impulsiviteit.
75
New cards
Avoidance-motivatie
Motivatie om straf, gevaar, onzekerheid of negatieve ervaringen te vermijden. In Gray’s theorie is dit verbonden met BIS en angst.
76
New cards
Circumplex
Model waarin twee dimensies als assen worden gebruikt en eigenschappen op een cirkel worden geplaatst. Een circumplex laat zien welke eigenschappen primair bij één dimensie horen en welke combinaties van dimensies vormen. Het maakt bijvoorbeeld zichtbaar dat angst Neuroticisme en Introversie combineert.
77
New cards
Atheoretisch
Zonder uitgewerkt verklarend theoretisch kader. De Big Five wordt atheoretisch genoemd omdat het model vooral beschrijft en ordent, maar geen volledige verklaring geeft voor de biologische, ontwikkelingsmatige of sociale oorzaken van gedrag.
78
New cards
Trektheorie
Benadering waarin persoonlijkheid wordt begrepen als patroon van relatief stabiele trekken. De tekst benadrukt dat trektheorie kritiek kreeg van Mischel, maar later werd versterkt doordat trekken voorspellende waarde en stabiliteit bleken te hebben.
79
New cards
Sociaal-cognitieve kritiek
Kritiek dat trekken gedrag vooral beschrijven en niet verklaren hoe gedrag in specifieke situaties tot stand komt. Deze kritiek benadrukt situationele processen, cognities en context boven stabiele disposities.
80
New cards
Netwerk- en functionalistische benadering
Benadering waarin trekken niet worden gezien als directe oorzaken, maar als patronen die voortkomen uit zich ontwikkelende gedragsnetwerken en functies. Trekken zijn dan meer uitkomsten dan verklarende mechanismen.
81
New cards
Persoonsgerichte benadering
Benadering die persoonlijkheid bestudeert via typen of configuraties van personen in plaats van afzonderlijke variabelen. Deze benadering stelt dat persoonspatronen soms psychologisch betekenisvoller zijn dan losse trekscores.
82
New cards
Five-Factor Theory
Bredere theorie van McCrae en Costa die het FFM probeert te plaatsen in een verklarend raamwerk van basisneigingen, karakteristieke aanpassingen, zelfconcept, ontwikkeling en culturele context. De theorie vult het beschrijvende FFM aan, maar blijft onderwerp van discussie.
83
New cards
Hogere-ordefactor
Abstracte factor boven de vijf domeinen, zoals alfa en bèta. Het bestaan van zulke factoren is statistisch aangetoond, maar hun interpretatie is omstreden: ze kunnen echte persoonlijkheidsdimensies zijn of artefacten van evaluatieve vertekening.
84
New cards
Alfa
Hogere-ordefactor van Digman, gedefinieerd door Vriendelijkheid en Consciëntieusheid tegenover Neuroticisme. Alfa wordt vaak geïnterpreteerd als socialisatie, maar kan ook het resultaat zijn van evaluatieve vertekening.
85
New cards
Bèta
Hogere-ordefactor van Digman, gedefinieerd door Extraversie en Openheid. Bèta wordt vaak geïnterpreteerd als persoonlijke groei, maar de tekst benadrukt dat hogere-ordefactoren mogelijk methodische artefacten zijn.
86
New cards
Evaluatieve vertekening
Vertekening waarbij algemene positieve of negatieve waardering invloed heeft op persoonlijkheidsbeoordelingen. Hierdoor kunnen factoren onderling correleren en hogere-ordefactoren lijken te ontstaan zonder dat er echte onderliggende persoonlijkheidsdimensies zijn.
87
New cards
Algemene Persoonlijkheidsfactor
Voorgestelde hoogste factor boven alle persoonlijkheidstrekken. De tekst behandelt deze kritisch en stelt dat zij waarschijnlijk eenvoudiger kan worden verklaard als algemeen evaluatief artefact dan als echte persoonlijkheidsfactor.
88
New cards
Artefact
Schijnbaar onderzoeksresultaat dat voortkomt uit meetmethode, beoordelingsstijl, steekproef of analyse in plaats van uit een werkelijk psychologisch kenmerk. Het begrip is belangrijk bij discussies over hogere-ordefactoren.
89
New cards
Instemmend antwoorden
Responsstijl waarbij iemand geneigd is akkoord te gaan met items ongeacht de inhoud. Dit kan kunstmatige factoren veroorzaken, vooral wanneer schalen eenzijdig positief geformuleerd zijn, zoals bij sommige spiritualiteitsschalen.
90
New cards
Erfelijkheid
Aandeel van individuele verschillen in een trek dat statistisch samenhangt met genetische verschillen tussen personen. Erfelijkheid betekent niet dat een trek onveranderlijk is; het zegt iets over verschillen binnen een populatie. Erfelijkheid vormt belangrijk bewijs voor de biologische basis van het FFM.
91
New cards
Biologische basis van persoonlijkheid
Idee dat persoonlijkheidsfactoren en facetten deels wortelen in genetische, neurohormonale en neuroanatomische processen. De tekst benadrukt dat de biologische basis aannemelijk is, maar dat specifieke genen en hersensystemen voor de meeste FFM-trekken nog onvoldoende bekend zijn.
92
New cards
Ethos
Alomtegenwoordige geest van een cultuur zoals zichtbaar in instituties, gewoonten, waarden en praktijken. Ethos kan met FFM-facetten worden beschreven, bijvoorbeeld prestatiestreven als facet van Consciëntieusheid.
93
New cards
Nationaal karakter
Gedeelde overtuigingen over het typische lid van een natie. In de tekst gaat het vooral om stereotypen, niet om daadwerkelijk gemeten gemiddelde persoonlijkheid. Nationaal karakter moet daarom worden onderscheiden van geaggregeerde persoonlijkheidstrekken.
94
New cards
Autostereotype
Stereotype dat leden van een groep of natie hebben over het typische lid van hun eigen groep. Autostereotypen kunnen onderling betrouwbaar zijn, maar zijn volgens de tekst vaak onnauwkeurig als beschrijving van echte gemiddelde persoonlijkheid.
95
New cards
Heterostereotype
Stereotype dat leden van de ene groep hebben over leden van een andere groep. Heterostereotypen kunnen lijken op autostereotypen, maar weerspiegelen niet noodzakelijk werkelijke persoonlijkheidsverschillen.
96
New cards
Geaggregeerde persoonlijkheidstrekken
Gemiddelde persoonlijkheidsscores van groepen, landen of culturen. Deze scores worden gebruikt om persoonlijkheid op collectief niveau te onderzoeken. Interpretatie vereist voorzichtigheid, vooral vanwege scalaire equivalentie en representativiteit van steekproeven.
97
New cards
Nationaal stereotype
Gedeelde overtuiging over de persoonlijkheid van een typisch lid van een land. De tekst benadrukt dat nationale stereotypen betrouwbaar kunnen zijn als gedeelde opvattingen, maar meestal onnauwkeurig zijn vergeleken met gemeten geaggregeerde persoonlijkheid.
98
New cards
Consensueel nationaal stereotype
Gemiddeld stereotypeprofiel dat ontstaat wanneer veel beoordelaars hetzelfde land of volk beschrijven. Zulke profielen kunnen psychometrisch betrouwbaar zijn, maar betrouwbaarheid betekent niet dat ze accuraat zijn.
99
New cards
Geopolitieke samenhang
Patroon waarbij geaggregeerde persoonlijkheidsprofielen clusteren volgens bredere culturele, etnische of geopolitieke verbanden. Dit ondersteunt deels de validiteit van geaggregeerde persoonlijkheidsscores, maar vraagt grotere en representatievere steekproeven.
100
New cards
Sociale reputatie
Beeld dat anderen van iemands persoonlijkheid, gedrag en kenmerken hebben. Sociale reputatie is relevant omdat persoonlijkheid niet alleen zelfbeeld betreft, maar ook hoe iemand door anderen wordt gezien.