1/57
Ethologie van de hond
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Evolutie en domesticatie
○ De hond is de eerste diersoort die door de mens werd gedomesticeerd
○ Gedeelde voorvader met wolf
■ Revisie
● Domesticatie van de hond op verschillende plaatsen onafhankelijk van elkaar
■ Aangepast aan periodes van schaarste vs overvloed
● Bij mens regelmatigere voedselbron
Wolven
○ Onregelmatige beschikbaarheid voeding
■ Afwisseling “feast - famine”
■ Feast: tot 22% lichaamsgewicht in 1x eten; voorkeur organen (lever,
longen nieren)
■ Famine: tot 10 weken vasten
○ Tijdens vasten
■ Downregulatie enzymen aminozuur katabolisme
● Opname minderwaardige voeding vb van bot en huid
○ De wolven die best konden aanpassen aan periodes van schaarste, leerden opname menselijke voedselafval (zetmeel) te verteren
■ Hond = omnivoor
■ Mutatie 3 genen: zetmeel vertering en glucose opname
Natuurlijk sociaal gedrag: Wolven ⇔ kennis roeden anno ‘70
Veel onderzoek gedaan
■ Wolven in gevangenschap => alpha dieren
■ In 1970 David Mech: Wolvenmodel
● Roedels in gevangenschap
○ Gebaseerd op niet verwante dieren => lineaire hiërarchie
○ Dominante koppel
■ Eerste toegang tot resources
■ Alleen zij planten zich voort
■ Lichaamstaal voor onderlinge communicatie
● Bewaken status alpha’s
■ Bij gevechten grootste kans dat de alpha wint
● Doel van deze rangorde is bewaken evenwicht en vermijden van conflicten

Natuurlijk sociaal gedrag: Wolven ⇔ kennis roedel anno ‘99
Later wolven onderzoek door Mech 1999 op
■ Wild levende wolven hebben stabiele roedels
● Verwante wolven: nakomelingen van 1 wolvenpaar (=gezin)
● Alleen ouder vrouwtje plant zich voort
○ Schijnzwangerschap: De moeder ging jagen terwijl de "oudere zussen” voor de kleintjes zorgen
● Jongen maximaal 1,5 jaar bij de ouders
○ Nadien gaat naar een nieuw gezin of begint een nieuw gezin
● Geen sprake van alpha leiders
○ Samen leven met hun jongen in gezinsverband
○ Geen rangorde gevechten geobserveerd
● Wel gevechten tussen niet verwante roedels
Natuurlijk sociaal gedrag: Wolf; Familie model
Samenleven op basis van wederzijds affectief gedrag
■ Concept sluit geen hiërarchische / dominante relaties uit maar ouders worden gezien als leiders die door meer ervaring en sterkte meer controle hebben en beslissingen nemen
Natuurlijk sociaal gedrag: Wild levende honden
○ Losse verbanden
■ Geen stabiele roedels of familiebanden
■ Ontmoeting niet verwante honden: WEL begroetingsrituelen en conflict vermijdingssignalen
○ De mannetjes hebben een grotere actieradius dan de vrouwtjes
○ Geen verschil sociale contacten bij mannetjes of vrouwtjes
○ Alle vrouwen planten zich voort
○ Effect of neutering!
■ Intacte vrouwtjes en gecastreerde mannetjes hebben meer sociale contacten dan gecastreerde vrouwtje en intacte mannetje
Evolutie en domesticatie; Sociaal gedrag - Samenvatting verwilderde honden ⇔ wolf
Sociale structuur en sociaal gedrag
● Wolven
○ Groepsverband verwante wolven
○ Tussen roedels zo min mogelijk interactie bij ontmoeting vaak gevechten op leven en dood
● Verwilderde honden
○ In groep levende honden: losse verbanden geen stabiele roedels of familiebanden
○ Ontmoeting niet verwante honden: begroetingsrituelen en conflict vermijding signalen
● Kunnen meestal niet aangeraakt worden?
Evolutie en domesticatie: Wolf => Hond?
Hoeveel lijkt de hond nog op de wolf
■ Kunstmatige selectie door de mens
● Huidige rassen in laatste 300 jaar
○ Grote diversiteit in confirmatie
■ Grootste verschil uiterlijk van alle zoogdieren
○ Nauwelijks variatie in genen
○ Neotenie: Het verschijnsel waarbij een nieuw
ontwikkelde soort lijkt op de juveniele fase van een
voorouder.
■ Verschillen
● Lichaamsbouw, vorm van de snuit; kleur en type vacht enzv
■ Honden kunnen stabiele banden met mensen vormen dat is redelijk
uniek
■ Veel afwijkingen
Wolf ←> Hond
Oplossen complexe problemen
• Wolven => zonder menselijke hulp.
- probleem oplossend vermogen wolf ≈ onafhankelijk van de mens
• Honden => zoeken mens als hulp voor het oplossen
- wanneer ze niet in staat zijn zelf op te lossen => richten hun aandacht op menselijke gezichtsuitdrukkingen en acties ( bv wijzen).
• Wolven ook als gesocialiseerd zijn met mensen, kunnen dat niet
FUNCTIONELE gedomesticeerde honden kunnen:
• hechten + stabiele band met mensen & andere dieren
• spontaan nieuwe sociale contacten te leggen
• gebruik maken van acties / emoties eigenaar als sociaal referentie kader, en eigen acties bij te sturen
- Merken wanneer eigenaar gestresseerd is => eerst eigenaar op gemakt stellen
• Conflict vermijdend laten zien naar mensen en soortgenoten.
Hondenrassen
Rassen ontstaan door selectie van
• Specifieke gedragseigenschappen
- Jagen, waken, hoeden etc
• Uiterlijk
- Kleur, vorm, neotensie
- Type
* Showlijnen vs werklijnen
Huidige Europese rassen
• Laatste 300 jaar
Rasgebonden eigenschappen
Rassen
■ Kunstmatige selectie door de mens
● Eerst specifieke eigenschappen (jagen, waken hoeden)
● Daarna uiterlijk, kleur of type (showlijn vs werklijn)
■ Soms ras gebonden gedragseigenschappen
● Herding: bij border collie
● Pointing: bij pointers
Wat doen dierenartsen
PETSCAN (UU)
• betrouwbare incidentiecijfers erfelijke ziekten per ras
• FairFok project
• Vb kortsnuitige honden
Zintuigen: Zicht
○ Visuele deprivatie
■ Eerste 5 levensweken
● Normale ontwikkeling visuele cortex
● Structurele en fysiologische schade gezichtsvermogen als gedepriveerd
● Irreversibel
○ Gezichtsveld
■ Binoculair zicht, grote variatie tussen de rassen
■ Zoveel verschillende vorm van neus, dit beïnvloedt hun gezichtsveld
○ Zie veterinaire fysiologie
■ Aangepast aan jagen
■ Bijzonder: verziend (hypermetroop)
● Kunnen wel niet zo goed dichtbij zien
● Gevoelig voor beweging herkennen bewegend opbjecten op afsten 810 - 900meter
○ Stilstaande op 585 meter
● Tapetum lucidum
○ Gemiddeld 4 a 5 maal minder lichtsterkte nodig dan menselijk oog om voorwerpen van elkaar te kunnen onderscheiden
○ Dichromaat
■ Minder kleur groen en blauw, geen rood
● Niet iedereen is hier over eens!
○ Honden zien dichtbij minder scherp dan mensen
■ Beweging belangrijker dan scherp beeld waar te nemen
■ Dichtbij geluid, geur en beweging, eerder dan op scherp zien

Zintuigen: Gehoor
○ Geluidswaarneming
■ Gemiddeld 40 Hz tot 60,000 Hz (veel beter dan bij ons)
■ Variatie per ras en leeftijd
■ Ultrageluid
● Hondenfluitjes - antiblafbanden
○ Minder horen
■ Ouderdom
■ Ziekte, trauma, medicatie
○ Aangeboren doofheid
■ Franse bulldog, Dalmatiër
■ Gekoppeld aan de kleur van de iris
■ Diagnose via Brainstem Auditory Evoked Response testing
○ Niet alle oorschelpen even handig of beweeglijk om goed te horen
■ Sommige kunnen het gehoor belemmeren
■ Bij sommige oren zijn die te zwaar en kunne de spieren het oor niet opheffen
● Gevolg: belemmert het gehoor (zie foto)

Zintuigen: Reuk
○ zeer belangrijk bij hond
○ Ontwikkeling
■ Pups in de eerste 15 minuten na de geboorte
○ Uitademen door de zijkant
■ Daardoor wervelingen en ruiken bij zowel uit als inademen
○ Vomersonasaal orgaan (VNO)
■ Orgaan van Jacobson
● Ingang via neusholte achter de incisivi
● lucht in duct dr likken en soort v klapperen
Neusgaten gevolg van selecGeve fok
De verhouding
• gemiddelde neusvleugeldikte tov gemiddelde van de neusgatdiameter (b/a) = neusopening-ratio

Zintuigen: Tast
○ Pups
■ Voelen pijn
● Uiten als vocaliseren, krijsen, onrust
■ Tastzin nodig voor
● Moeder opzoeken
● Voedselopname
● Temperatuur op peil houden
○ Koude oppervlakte zorgt voor onrust
○ Warme oppervlakte gaat rustig worden en inslaap vallen
■ Reflexen (3, verdwijnen na aantal weken)
■ Anogenitale reflex (belangrijkste vd 3)
● Elimineren alleen na likken anogenitale zone —> anders geen ontlasting
○ Tastharen
■ Nodig voor oriëntatie bij weinig zicht / weinig licht
■ Plaats bij alle honden hetzelfde
■ Aanraken haren boven ogen = kipper reflex
■ Tastzin
● Hond - hond signalen reacties bij aanraking verschillen van de mens - hond
Zintuigen: Reflexen
○ Galant reflex
■ Draait zijn lichaam naar de kant die wordt aangeraakt
○ Rooting reflex
■ Draait en drumt met de kop bij aanraking naar een warm object
○ Pups kennen ook scruffing en anogenitale reflex net als katten
○ verdwijnen na 2-3 weken
Communicate hond- hond
○ Vocaal
○ Tactiel
○ Lichaam
■ Honden communiceren met het volledige lichaam

Communicatie mens ⇔ hond
Menselijke interpretatie van hondengedrag
■ Misverstanden in het begrijpen van gedrag vb
● Hond vernield iets
● De eigenaar gaat negatieve reacties tonen
● De hond begrijpt de betekenis niet
○ Dit zorgt voor een conflict vermijdend gedrag
○ Hond vindt de eigenaar niet meer aangenaam
● Eigenaar denkt dat de hond zijn fout begrijpt
■ Als dierenarts
● Weten hoe honden onderling communiceren
● Weten hoe honden mensen kunnen begrijpen
Communicatie: Olfactorisch
○ Wat ruiken honden
■ Omgeving characteristieken
■ Tijds “beleving”
■ Van een andere hond
● Geslacht
● Leeftijd
● Gezondheidstoestand
● Cyclus
● Identiteit
○ Geursignalen: feromonen
■ Talgklieren = sebumklieren
■ Urine
■ Stoelgang
■ Anaalklieren
■ Vaginaal
○ Rollen en wrijven
○ Talgklieren, geruststellend
■ Dog Appeasing Pheromone
● DAP adapters
● Spray om honden gerust te stellen
○ Geursignalen
■ Urine
● Beide mannetje en vrouwtjes doen het
● Mannetjes doen het wel meer
● Markeergedrag uitlokken:
○ Geuren (urine, oestrus)
○ Objecten / hindernissen
● Mannetje
○ Opgeheven poot, verticale object, kleine hoeveelheden,
over-markeren,
○ Hoe hoger hoe zelfzekerder
● Vrouwtje
○ Gehurkt
○ Grote hoeveelheden
○ Frequentie stijgt bij oestrus
■ Voor het aantrekken van mannetjes
● Boodschap
○ Oestrus
○ Competitie
○ Conflict
○ Geursignalen: Feromonen
■ Anaalklieren
● Links en rechts
● Routinematig geledigd
○ Bij einde defecatie (=mesten)
● Bij stress, ongemak, paniek!
● De geur van anaalkliervocht
○ Onrustwekkend effect op soortgenoten en op mensen
● Ledigen zonder defecatie
○ Soms spontaant
○ Als de anaalzakken sterk gevuld zijn
○ Geursignalen
■ Rollen / wrijven
● Hypotheses
○ Camouflage
○ Verspreiden eigen geur
○ Opslaan van een omgevingsgeur
○ Aanbrengen groepsgeur
○ Geur info oppikken
■ Vaginaal (loopse teef)
● Vaginale secreties + urine
● Aankondigen cyclus
○ Vooral vrouwtjes in oestrus
○ Reactie patroon van intacte reu, gecastreerde reu, inacte teef, gecastreerde teef is heel verschillend bij vaginale geuren
■ Geursignalen belangrijk ook angst aangeven
● Telkens praktijk reinigen met enzym houden of specifiek
middel
Communicatief: Auditief
○ Blaffen
■ Honden in het wild blaffen zelden of nooit
■ Wold: context specifiek waarschuwen gevaar en verdediging voor
soortgenoot
■ Blaffen lijkt bijproduct domesticatie
● Selectie: soms trainen jagers honden om naar hun prooi te
leiden, of alarm slaan
■ Blaffen heeft verschillende betekenissen
● Sommige honden blaffen meer dan anderen
○ Zie p 22 als je wilt weten welke
○ Akoestische eigenschappen weerspiegeld innerlijke motivatie / emotie
■ Korte harde geluiden met lage frequentie
● Grom, snauw, blaf
○ Ontvanger moet zich verwijderen van zender
■ Lange geluiden met en hoge frequenties
● Janken, wenen, huilen
○ Ontvanger dichterbij lokken
○ Grommen
■ Verschillende contexten en motivaties
■ Conflict, ongemak, stress, spel, begroeten
○ Hijgen
■ Sollicitatie spel, ongemak (warmte,pijn), opwinding, onrust, stress
○ Tanden toeklappen
■ Spel, conflict (waarschuwing)
○ Geeuwen
■ Spanning (overspronggedrag), stress, conflict
■ Belangrijk in conflictvermijding
Communicatie: Visueel; Uiterlijk anders
○ Expressie nogal beïnvloed door ras / uiterlijk
■ Huidplooien, vacht type en lengte
■ Snuit lengte
■ Couperen oren / staart
● Andere honden moeten eerder betekenis afleiden van afhankelijk van context
Communicatie: Visueel; Houding
○ Lage houding
■ Betekenis afhankelijk van context
○ Meestal submissief
■ Kan actief en passief zijn
○ Als een hond zijn poot op een andere zet betekent dit “ik bende baas en ik toon dit effe”
○ Maar in dit geval is het in de volgende foto duidelijk dat de duitse herder de leider is
○ Combinatie van verschillende visuele aspecten:
Houding ←> Piloerectie ←> Staartpositie ←> Facial expression ←> Oorpositie
• Snelheid bewegen ´onderdelen´ tov elkaar • Waaier van signalen om motivaties en emoties te communiceren
• NIET de status van het dier • Leeftijd
• Expressie van signalen kan verschillen per ras
• Ken de neutrale posities per ras
• Couperen kan ernstige communicatie problemen op leveren
○ CONTEXT
• Is doorslaggevend
Communicatie: Visueel; Oren & Ogen
○ Oor positie
■ Emotie / motivatie uitdrukken
■ Geen status van het dier
■ Communicatie signalen die context afhankelijk worden gebruikt leeftij
■ Erg ras afhankelijk en context afhankelijk
● Kunnen verschillende positief hebben
○ Per ras neutrale positie kennen
○ Ogen
■ Knipperen
■ Dichtknijpen
■ Staren
■ Wegkijken
Communica>e – visueel : brachycephalic vs mesocephalic dogs
• Brachycephalic
- short and wide faces, e.g., French bulldog, pug, boxer
• Mesocephalic
- medium muzzles with intermediate proporjons, e.g., shepherd dogs, retrievers and pointers) = intermediate phenotype
• Dolichocephalic
- long, narrow muzzles, e.g., greyhound, borzoi, collie
→ geen relevante beperking
Communicatie: Visueel; Hele kop
○ Oor positie
○ Pupillen
■ Grote pupil betekent submissief of angst
● Maar het gaat om de combinatie van alles (oog, oor, mond,...)
○ Mondhoek lengte
○ Tanden zichtbaar
○ Neusbrug rimpeling
■ Betekenis in functie van verminderen gespannen situatie tussen
dieren
Communicatie: Visueel; Staart
○ Staartpositie
■ Emotie / motivatie uitdrukken
● Geen status van het dier
■ Communicatie signalen die context afhankelijk worden gebruikt
■ Positie / hoogte geeft richtlijn betekenis
● Speuren
● Bereidheid tot copulatie
● Angst
● Aanvalsbereidheid
● Evenwicht houden
Communicatie: Visueel; Staart kwispelen
○ Opwinding
○ Context
■ Positief ⇔ neutraal ⇔ negatief
■ Stijf of zwabberend
■ Alleen puntje of heel bovenste deel of hele staart of met heupen
■ Naar links of naar rechts
■ Of …
Communicatie: Visueel; Spelboog
○ Spelboog
■ Vastpatroon
■ Verkleinen stand
Communicatie – visueel: besluit
• Betekenis van signalen kan verschillen naargelang de context waarin ze worden gecommuniceerd
• bv. kwispelen
• De meeste signalen hebben meer dan één betekenis
• En kunnen mengvormen zijn (ambivalente info)
sociaal gedrag: Affiliatief gedrag: Allo grooming
○ Elkaar wassen gebeurt tussen honden die samenleven ze likken elkaars
oorbasis of andere regio’s
○ Allogrooming gebeurt ook naar andere diersoorten, mens
○ Allogrooming heeft een sociale betekenis
Agonistisch gedrag: Roedel Model
○ Laatste 50 jaar veel geciteerd
○ Overgenomen in theorieen en praktijk omgang mens ⇔ hond
■ Soms met verkeerde gevolgen
■ Honden kunnen (net zoals wolven) verdedigend optreden
● Bij eten, rustplaatsen of competitie voor een partner
● Aantal signalen uitrusten die de kans op het winnen van een
gevecht vergroten
■ Roedel theorie nu in vraag gesteld
Sociaal gedrag: Agonistisch gedrag
○ Vd Borg et al
■ Dominante dier zal het meest uitdrukken door een hoge houding en het bijten boven de snuit bij een ander
● Is geen eigenschap van het dier maar een expressie in een sociale situatie
■ Submissie vaakst uitgedrukt door 2 houdingen (lage houding of op de rug gaan liggen) en 3 gedragingen (zwabber kwispel, snuit aflikken of onder de kop van tegenstander kruipen)
■ Conclusie van de Borg et al 2015
● Vaste rangorde binnen de groep
● Bij onduidelijke ran gaan ze gevechten
● Er zijn dieren die voornamelijk dominante kenmerken vertonen en dieren die voornamelijk submissieve kenmerken vertonen
○ Geen consensus over rol dominantie mens ⇔ hond
○ Wel consensus
■ Dominant / submissie geen karaktereigenschap of doel
Agonistisch gedrag: Interpretatie
○ Dominantie / submissie
■ Dominantie / submissie is dus geen individuele karakter eigenschap maar de beschrijving van een relatie
● Als deze relatie consistent is over tijd dan heeft 1 dier een hogere “rang” dan de andere
■ Geen bewijs is dat conflicten / agressie naar de mens toe of naar honden zouden voortkomen uit de motivatie om status te willen verwerven tegenover van de mens
● Dominantie geen verklaring voor agressief gedrag
■ Dominant / submissief zorgt voor meer controleerbaarheid en voorspelbaarheid
● = Economie van gedrag
Conflict Vermijdingsladder
○ Honden bezitten een waaier aan signalen die als doel hebben om conflicten te vermijden en dreiging af te weren
○ Alvorens een hond agressie gebruikt probeert hij eerst op andere manieren een conflict te vermijden
○ Hoer reageerts een hond als hij zich gestrest of bedreigd voelt?
■ Rood: Signalen gericht op stoppen van dreiging, actieve signalen in richting van…
■ Geel: Signalen gericht op weggaan, stoppen van interactie
■ Groen: Signalen gericht op oplossen van conflict
○ Filmpje: kleine hond tussen grote honden
■ Wanneer een hond submissief is tussen andere honden en je heft die boven de andere honden op
■ Dan voelt die zich dominant de andere honden gedragen zich ook anders
■ Ook al zet je de hond na enkele minuten terug neer voelt die zich nog altijd groot en dominant
■ Dit effect blijft voor enkele dagen
○ Filmpje:
■ 2 honden ontmoeten elkaar
■ Ze zijn beiden rustig in het begin maar dan trekt een baasje aan de leiband en dan doet de hond zijn mond rond de andere
■ Later 2 andere honden ontmoeten elkaar en er kwamen nadien kinderen langs, de hond springt op de kinderen, leiband wordt strakker en hond wordt daardoor enthousiaster
● Conclusie; leiband heeft ook effect op de hond
○ Filmpje: wil je hond dat je die aait?
■ Aai je hond waar je denkt dat die geaaid wilt worden, stop na een tijdje, als die meer wilt zal die erom vragen
■ De hond heeft meerdere tekens gegeven dat die niet geaaid wilt worden
● Liplikken
● Hoofd draaien
● Lichaam draaien
● Achterhouden
■ Bij een andere hond hetzelfde doen
■ Deze hond (hond op filmpje) had zijn ogen half toe haar spieren waren ontspannen en ze leunde naar de hand toe
○ Filmpje BAT: behaviour adjustment training
■ Laat zien hoe dat honden reageren op andere honden hun acties
■ Het filmpje toonde enkele vb hoe dat honden communiceren

Hoe ziet een relaxte hond eruit?
• Individu (en ras) asankelijk
• Je hebt nood aan een referen9e kader !
• Info mbt context
• Wat, wanneer, waar en hoe vaak en hoe gedraagt het dier zich in andere contexten
• Informaee verzamelen via eigenaar
Signalen met doel veiligheid dichterbij
In sociale context
• Signalen / acees met doel veiligheid dichterbij
• Huilen
• Janken
• Blaffen
• Krabben
Stress tgv niet sociale prikkels
Niet sociale prikkels:
-Vuurwerk, onweer, regen, in bench, vervoer in auto etc.
• Afstand vergroten
• Veiligheid op zoeken
-Fietsen auto’s ballonen stofzuigers controleren • In
• In het oog houden
• Volgen,
• stalken & naar toe schieten
• Happen,
• blaffen
• Vastnemen / Vast houden
Omgaan met conflicten
○ Veel ambivalente gedragingen
○ Milde stress signalen van de hond worden doorgaans door de mens niet (h)erkend
■ Vb foto: de hond is duidelijk ongemakkelijk in deze situatie maar niemand heeft het door
○ Hoe moet je een hond wel begroeten?
■ Zie p 35 hfdst 14
Praktisch begroeting in praktijk
○ Hou rekening met de perceptie van de hond
■ Let op je eigen lichaamstaal
■ Laat de hond naar je toe komen
■ Wanneer hij snuffelt, reageer dan niet, laat hem even doen
■ Kijk wat de hond vervolgens doet
■ Gaat hij terug naar de eigenaar (comfortzone), vraag dan aan de eigenaar om de hond gerust te stellen, en een beloning te geven
■ Kijk naar de interactie tussen hond en eigenaar
○ Dus niet
■ Direct oogcontact; naar hond gaan om strelen; voorover buigen, hurken of handen uitsteken
Reproductie: Sexueel gedrag
Seksuele maturiteit: hond (7-8 maanden) ⇔ wold (22 maanden)
■ Mannetje is heel het jaar vruchtbaar
■ Vrouwtje is 2x per jaar loops, nauwelijks te reguleren
● Pro-oestrus: bloederige uitvloei, rusteloos gedrag, de feromonen van het vrouwtje trekken de mannetjes aan
● Oestrus: teef laat dekking toe
○ Begroeting: neus-neus, neus-genitalien
○ Balts: lijkt op juveniel gedrag (spel)
○ Teef receptieve houding
○ Bestijgen, penetratie, ejaculatie, “hangen” 5-30 min
● Reproductie: Geboorte
○ Dracht = 63 dagen
■ 1-2 dagen voor geboorte: rusteloos, nest maken
■ Geboorteduur 3-6 uur
Socialisatie
○ Socialisatieperiode (3-10 / 12 weken)
■ Periode met meeste impact op latere sociale leven
■ Blootstelling aan aangename sociale, geluids- en omgevingsprikkels
● Bereidt de pup beter voor in de toekomst
● Voorwaarde aangename ervaringen
● Leer drempel van angst reactie
○ Nieuwe prikkels onder drempel houden
■ Milde prikkels
○ Nieuwe prikkels boven drempel kan leiden tot emotionele conditionering
■ Socialisatie proces: ontwikkelen sociale banden met soortgenoten, andere dieren, mens
■ Habituatie proces: wennen aan omgevingsstimuli
● Olfactieve, auditieve, visuelen tactiele
● Omgevingsprikkels: geluiden, voorwerpen, stilstaand, bewegend
■ Tot 4 weken
● Stressysteem => onderontwikkeld, immature HPA as
■ Vanaf 5 weken
● Reageren pipt met stress op sociale prikkels
● Hechting aan de moeder cruciaal voor de gedragsontwikkeling
● Verschillende typen spel objecten
■ Pups met goede sociale vaardigheden kunnen beter conflict vermijdende signalen gebruiken
■ Pups met lage sociale vaardigheden reageren passief (bevriezen)
■ Goede hechting eigenaar is een sociale bugger
● Situaties met sociale stress (mens, hond)
● Exploratie van een nieuwe omgeving
■ Slechte socialisatie kan ernstige en onverwachte gevolgen hebben
● Onomkeerbaar
■ Moeten ook leren omgaan met andere honden
● Leren sociale codes
○ Effect van eigen handelen
○ Begroetingen
■ Beloon goed gedrag!!!!!
■ Begroeting - leiband
● Frontale benaderingen met strakke leiband verlagen de kans op een “normale begroeting”
● Stress en spanning bij eigenaar wordt opgemerkt door hond
● Ruk geven verhoogt spanning bij hond
○ Leerprocessen!!!
Kennelsyndroom
indien geen socialisatie:
○ Deze honden kunnen nauwelijks een normaal leven leiden. Ze zijn bang voor alles omdat ze als pup te weinig prikkels hebben gehad.
○ Kan je niet oplossen
inschatten leeftijd pup
normaal mag pup nestje verlaten na 105 dagen
leeftijd inschatten: hangt per rasgroep en gewicht af
kijken nr wisselen van tanden, 2 weken later nog eens
w opgeschreven in tabel
dag 1-14 kruipen, vanaf week 3: stappen op voorpoten, vanaf week 4-5 ook achterpoten

Eetgedrag - jagen / predatie
○ Het najagen, stalken, vangen en opeten van een prooi
○ Prooi ⇔ sociale partner
○ Het gedrag van de prooi
■ Bewegen, weglopen triggert het gedrag
○ Spelgedrag bevat een aantal sequenties van jachtgedrag
■ Bespringen, in de muil nemen, schidden
■ Soms begint jagen met spel
○ Via selectie heeft de mens bepaalde stadia van jachtgedrag uitvergroot en andere laten verdwijnen
○ De meeste jachthonden worden gehouden als gezelschapshond
Najagen
○ Najagen van fietsen, auto’s, joggers,...
■ Oplossen van situatie die de hond als bedreigend ervaart
○ Dit gedrag maakt geen deel uit van jacht motivatie
○ Najagen
■ Voorkeursstrategie om een situatie op te lossen die de hond als bedreigend ervaart
Elimineren
• Verschillende houdingen mogelijk
• Reuen heffen vaker pootje dan teven
• Stress / opwinding kunnen zorgen voor plots en ter plaatse urineren
• Markeren
- Hoe hoger hoe ‘belangrijker’
• Zindelijkheidstraining = kennis leerprocessen, maar ook inzicht in de anatomie/ fysiologie/
Zelf verzorging
• Belangrijk om na te gaan bij het algemeen klinisch onderzoek
• Orale zelfverzorgingspatronen (de blauwe gebieden) zijn oa betroffen bij gedragsproblemen met als symptoom overdreven zelfverzorging
• Maar deze kunnen ook verstoord zijn bij medische aandoeningen ( bvb atopie)
Gedrags problemen
• Symptomen
• Dier & omgeving
• Gedragsprobleem = risico euthanasie
• Behandelen strekt verder dan dier zelf
• Impliceert welzijn en veiligheid onmiddellijke omgeving & maatschappij.
Positieve trainingsmethoden
• Verbeterd dierenwelzijn en de mens-dierrelatie
• Verbeterd motivatie van mens en dier verbeteren (training wordt leuk)
• Verminderd optreden van gedragsproblemen
- ↓ angst, ↓ agressie
• Verhoogd efficiëntie
Negagatieve Trainingsmethoden
• Verhoogd risico welzijnsproblemen
• Verhoogd risico gedragsproblemen
- angst, stereotypen, intra- en interspecifieke agressie.
• Verminderd leervermogen door chronische stress
• Creëert fysieke schade
• Verhoogd risico dat de straf wordt geassocieerd met iets anders dan het ongewenste gedrag
• Risico voor de eigenaar van re-directie agressie
Keuze trainingsmethode
• Factoren invloed keuze trainingsmethoden:
- Gebrek aan kennis over het risico's van welzijn
- De slechte kwaliteit van veel informatie voor hondeneigenaars
- Gebrek aan opleiding van hondentrainers
- Gebrek aan praktische kennis hondentrainers
• Sensibilisatie van de eigenaars en trainers blijft een noodzaak!
• Kijk naar individu

Acute stress signalen - gedrag

Acute stress: fysiologisch
• Autonoom zenuwstelsel
• Pupildilatatie
• Hijgen
• Kwijlen
• Beven, trillen
• Anorexie
• Braken, diarree
• Urineren
• Anaalklieren
• Bevriezen, inhibitie
• Verhoogde motoriek
Chronische stress: medisch en gedrag
• Degradatie alle basis gedragingen • Eigenlijk bijna 100% overlap medische/ethologisch probleem
• Alarmbellen tav eten / drinken
- Niet eten, extreem traag eten
- Schrokken, water happen
- Polyfagie / polydypsie
- Pica
- ‘s nachts eten
- Eten /drinken alleen in aanwezigheid eigenaar
- Agressie voerbak/eetpot/drinkpot
• Alarmbellen tav slapen
- Overmatig slapen
- s nachts wakker
- Verstoord ritme
- Slapen alleen in aanwezigheid eigenaar
- Agressie tov slaapplek
• Alarmbellen tav eliminatie
- Niet zindelijk willen worden
- Plots onzindelijk
- Urine / faeces in mand/bench
- Urine / faeces lukraak in huis
- Niet op wandeling (meer) willen
- Coprofagie
- Markeren tegen meubilair
• Alarmbellen tav zelf hygiene
- Overmajg likken
- Automujlaje
- Flankzuigen
- Staart jagen
- Agressie eigen lichaam
• Alarmbellen tav zelf exploratie
- Niet exploreren
- Oraal exploreren door volwassen honden
- Zuigen op sloffen ed
- Kauwen / vernielen
- Licht/schaduw jagen
- Vliegen happen
- Compulsief / agressie tav voorwerpen
• Alarmbellen tav zelf sociale interacVe met de mens
- Contact vermijden
- Opspringen / berijden
- Grommen, happen, snauwen
- Uitvallen / aanvallen
- permanent volgen
- compulsief/agressie tav eigen lichaam bv staart jagen
stress signalen tav nt sociale prikkels
Pijn
○ Recent onderzoek
■ Laatste 100 gedragscases van 6 grote universiteitskliniek
● 28-82% van gedragsproblemen onderliggend pijn probleem
● Spier/skelet problemen, spijsverteringsproblemen en dermatologische problemen wel herkent
● Ongewone gang of onduidelijk gedragsprobleem vaak
onderliggend pijn niet herkent
● 4 typen
○ Klacht direct gevolg van pij
○ Niet geïdentificeerde pijn onderliggend aan gedragsprobleem
○ Verergering probleem gedrag ten gevolge van pijn
○ Nieuwe gedragsproblemen ten gevolge van pijn
■ Uitingen
● Defensief gedrag Agressie
● House-soiling
● Onder presteren - Slechter leven
● Aandacht trekken “Compulsive type” behaviour
● Verstoorde dag-nacht ritme - Separation anxiety
● …
■ Onder rapportage pijn geassocieerd met gedragsproblemen
● Bij twijfel eerst pijn behandelen
○ Eventueel met diagnostische analgesie (=verdoving)
Risico Evaluatie
○ Risicofactoren
■ Hond, eigenaars, omgeving
○ Wie loopt er gevaar, wanneer en op welke manier
○ Preventiemaatregelen
■ Om elk van de risicosituaties te voorkomen
■ Afweging van preventie maatregelen daadwerkelijk worden toegepast
■ Veiligheid
○ Verschaf inzicht in aard probleem
■ Helpt perspectief hond te begrijpen