1/62
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Cognitieve psychologie
De tak van de psychologie die zich bezighoudt met het wetenschappelijk bestuderen van de geest.
Geest
Iets dat mentale functies creëert en controleert, zoals perceptie, aandacht, geheugen, emoties, taal, beslissingen maken, denken en redeneren. Of het systeem dat representaties van de wereld creëert.
Simpele reactietijd
Reactietijd om iets waar te nemen.
Keuze reactietijd
Reactietijd om een keuze te maken.
Reactietijd
Tijd tussen de presentatie van de stimulus en de gedragsreactie.
Analytische introspectie
Een methode waarbij men de geest onderzoekt d.m.v. associaties en sensaties bij stimuli.
Empirische benadering
Benadrukt het belang van het uitvoeren van experimenten om kennis te kunnen vergaren over de geest.
Structuralisme
De gedachte dat onze globale ervaring is opgebouwd uit verschillende basiselementen van ervaringen, oftewel dat het bewustzijn bestaat uit gedeeltes.
Savings curve
Laat zien hoe snel iemand ingeprente informatie vergeet.
Savings
De originele tijd die nodig is om de lijst te leren min de tijd die nodig is om de lijst opnieuw te leren na een bepaalde tijd.
Behaviorisme
Reactie op analytische introspectie, waarbij wel objectieve en experimentele metingen konden worden gedaan.
Klassieke conditionering
Gedemonstreerd dat honden konden leren te kwijlen bij het horen van een bel, zonder dat er daadwerkelijk de geur van eten aan te pas kwam.
Operante conditionering
Gefocust op hoe gedrag versterkt of verminderd wordt door de prestatie van positieve of negatieve bekrachtiging.
Cognitieve map
Een soort interne kaart.
Information-processing approach
Een benadering van cognitieve ontwikkelingsstudies die tot doel heeft uit te leggen hoe informatie in het geheugen wordt gecodeerd. Het is gebaseerd op het idee dat mensen niet alleen reageren op prikkels uit de omgeving.
Dichotic listening experiment
Een procedure uit de experimentele psychologie waarbij, meestal door middel van koptelefoons, aan elk van beide oren tegelijkertijd auditieve prikkels (zoals gesproken woorden) worden gepresenteerd.
Flow diagram
Schematische voorstelling van een proces.
Artificial intelligence
'Ervoor zorgen dat een machine zich gedraagt op zo'n manier dat het intelligent genoemd zou worden als een mens zich zo zou gedragen'.
Logic theorist
Een programma dat het menselijk redeneren gebruikte om problemen op te lossen, werd gezien als ware denkmachine.
Structurele modellen
Representaties van fysieke structuren. Doel om een model te simplificeren en verschillende structuren te laten zien, zonder al te veel detail.
Process modellen
Representaties van processen die betrokken zijn bij cognitieve mechanismen.
Episodisch geheugen
Het geheugen voor gebeurtenissen in het leven en heeft een emotioneel component.
Semantisch geheugen
Het geheugen voor feiten.
Procedureel geheugen
Het geheugen voor het uitvoeren van fysieke acties.
The law of specific nerve energies
Elk zintuig blijkt specifieke neuronen te hebben die op de specifieke sensatie reageren, zoals licht, geluid en gevoel.
Pupil
Centrale gedeelte van de iris.
Retina
Netvlies, het achteroppervlak van het oog. Bekleed met visuele receptoren.
Bipolaire cellen
Cellen in het midden van het oog.
Ganglioncellen
Nog verder naar het midden van het oog gelokaliseerd, komen samen en sturen de informatie m.b.v. axonen door naar het brein.
Amacrine cellen
Verfijnen de informatie door de ganglioncellen. Krijgen informatie van bipolaire cellen en sturen de informatie weer door naar ganglionlioncellen, maar ook naar amacriene cellen.
Plaats theorie
Elke frequentie activeert de haarcellen op een specifieke plaats op het basilaire membraan van de cochlea.
Frequentie theorie
Het basale membraan vibreert synchroon met het geluid, waardoor de gehoorzenuw axonen actiepotentialen produceren met dezelfde frequentie.
Volley principe
Neuronen kunnen samen een frequentie vormen.
Amusia
Het niet kunnen horen dat een frequentie verandert, ook wel toondooheid genoemd.
Primaire auditore cortex/A1
Verwerkt zowel echte geluiden als ingebeelde geluiden, afhankelijk van ervaring.
Conductieve doofheid
Ontstaat door ziektes en infecties die ervoor zorgen dat het middenoor geluidsgolven niet meer goed doorstuurt naar de cochlea.
Zenuwdoofheid
Schade aan de cochlea, haarcellen of auditore zenuw.
Tinnitus
Frequente constante rinkelen van oren, kan ontstaan door harde geluiden of andere oorzaken.
Vestibulaire orgaan
Compenseert voor de bewegingen van de ogen en is belangrijk voor balans.
Semicirculaire kanalen
Gevuld met vloeistof en omlijnd met haarcellen, activeren actiepotentialen naar de hersenstam en het cerebellum bij acceleratie.
Somatosensorische systeem
Omvat de sensatie en bewegingen van het lichaam, bestaat uit meerdere zintuigen.
Capsaicin
Chemische stof gevonden in pepers, activeert receptoren voor pijnlijke hitte.
Tastreceptoren
Receptoren voor tastzin, informatie gaat naar de hersenen via craniale zenuwen.
Cranial nerves
Hersenzenuwen met sensorische en motorische varianten.
Dermatoom
Zenuwen die verbonden zijn met een specifiek gebied van het lichaam en elkaar overlappen.
Primaire somatosensorische cortex
Activiteit correspondeert met wat er gevoeld wordt, niet met de stimulatie van de receptoren.
Bare nerve endings
Minst gespecialiseerde receptoren die impulsen langzaam verwerken.
Substance P
Chemische stof die zorgt voor sterkere pijn.
Opioid mechanismen
Systemen die reageren op opioïden en opiaten blokkeren de afgifte van substance P.
Periaqueductal gray
Grijze stof in het midbrain.
Endorfinen
Opaïde-achtige chemicaliën uit het zenuwstelsel zelf.
Gate theorie
Ruggegraat ontvangt berichten van pijn- en tastreceptoren, tastreceptoren kunnen de "gates" voor pijnberichten afsluiten door endorfinen vrij te laten.
Placebo's
Drugs of procedures zonder farmacologisch effect, kunnen pijn verminderen door de afgifte van opiaten en invloed van dopamine.
Labeled-line model
Voorspelt dat individuele smaakreceptoren reageren op slechts één smaakkwaliteit.
Across-fiber pattern model
Geeft aan dat elke receptor kan reageren op een groot aantal smaken en stimuli.
Smaakpapillen
Receptoren op de tong.
Adaptatie
Aanpassing door gewenning.
Cross-adaptatie
Afgenomen reactie op een smaak wanneer de receptoren net blootgesteld zijn aan een andere smaak.
Nucleus van de tractus solitarius (NTS)
Structuur in de medulla waar informatie naar verschillende delen van de hersenen gaat.
Reukcellen
Neuronen verantwoordelijk voor reuk.
Olfactory bulb
Zenuwknoop in de hersenen betrokken bij reuk.
Vemoronaal orgaan (VNO)
Receptoren die alleen reageren op feromonen.
Feromonen
Chemicaliën die effect hebben op soortgenoten.