1/12
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat zijn de drie actoren waarmee je als leraar rekening moet houden binnen het taalbeleid?
Het beleid (overheid/school).
De leerling (achtergrond, vaardigheden).
De leraar (competenties, visie).
Wat is het verschil tussen DAT en CAT?
DAT (Dagelijkse Algemene Taalvaardigheid): Thuistaal, informeel, contextrijk.
CAT (Cognitief Academische Taalvaardigheid): Schooltaal, formeel, abstract, noodzakelijk voor studiesucces.
Welke twee dimensies gebruikt Cummins in zijn kwadrant om taaltaken te ordenen?
Contextuele steun: Veel versus weinig context.
Cognitieve complexiteit: Cognitief niet veeleisend versus cognitief veeleisend.
Wat zijn de drie voorwaarden voor het verwerven van schoolse taalvaardigheid?
Een rijk en ruim taalaanbod (input).
Gelegenheid om taal actief te gebruiken (output/productie).
Voldoende feedback.
Hoeveel stappen omvat de Didactiek van Gibbons voor de leerling en de leraar?
Leerling: 6 stappen (van doen/ervaren naar zelfstandig schrijven/verwerken).
Leraar: 5 stappen om de activiteiten te plannen.
Welke drie soorten context worden onderscheiden binnen TVO?
Bekende context: Aansluiten bij voorkennis en leefwereld.
Nieuwe context: Ervaringen opdoen in de les (kijk- en doe-opdrachten).
Doelcontext: De situatie waarin de leerling de kennis uiteindelijk moet gebruiken (bijv. beroep).
Waarom is het inzetten van context belangrijk ("Waarom?")?
Het verrijkt de leerstof en voorkomt "hokjesdenken".
Het maakt nieuwe inhouden herkenbaar door ze "op te hangen" aan een bestaand kader.
Hoe pas je context toe in de les ("Hoe?")?
Activeer voorkennis (leefwereld, actualiteit).
Gebruik verschillende zintuigen (visueel, tactiel) en concrete materialen.
Waarom is interactie essentieel voor leren ("Waarom?")?
Leren is een sociaal proces van betekenisonderhandeling.
Actieve taalproductie zorgt voor diepere verwerking van de leerstof.
Hoe geef je de pijler interactie vorm in de klas ("Hoe?")?
Zorg voor gerichte interactie (met een duidelijk leerdoel).
Creëer kansen voor productie (spreken en schrijven) en geef constructieve feedback
Wat wordt verstaan onder Macro-scaffolding binnen de pijler Taalsteun?
Het bewust inbouwen van taalsteun in de lesvoorbereiding en materialen (bijv. schrijfkaders, woordenlijsten) om leerlingen te helpen.
Op welke twee vaardigheidsgebieden richt taalsteun zich?
Taalsteun gericht op begrip (lezen en luisteren).
Taalsteun gericht op productie (spreken en schrijven).
Wat is de rol van taaldoelen en metacognitie bij taalsteun?
Taaldoelen: Expliciteer wat je verwacht van leerlingen op taalvlak.
Metacognitie: Leer leerlingen taalleerstrategieën aan zodat ze zelfstandiger worden in hun taalverwerving.