TVO – Samenvatting achtergrond en drie pijlers (6)

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
0.0(0)
call with kaiCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/12

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:17 PM on 1/27/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

13 Terms

1
New cards

Wat zijn de drie actoren waarmee je als leraar rekening moet houden binnen het taalbeleid?

  • Het beleid (overheid/school).

  • De leerling (achtergrond, vaardigheden).

  • De leraar (competenties, visie).

2
New cards

Wat is het verschil tussen DAT en CAT?

  • DAT (Dagelijkse Algemene Taalvaardigheid): Thuistaal, informeel, contextrijk.

  • CAT (Cognitief Academische Taalvaardigheid): Schooltaal, formeel, abstract, noodzakelijk voor studiesucces.

3
New cards

Welke twee dimensies gebruikt Cummins in zijn kwadrant om taaltaken te ordenen?

  • Contextuele steun: Veel versus weinig context.

  • Cognitieve complexiteit: Cognitief niet veeleisend versus cognitief veeleisend.

4
New cards

Wat zijn de drie voorwaarden voor het verwerven van schoolse taalvaardigheid?

  • Een rijk en ruim taalaanbod (input).

  • Gelegenheid om taal actief te gebruiken (output/productie).

  • Voldoende feedback.

5
New cards

Hoeveel stappen omvat de Didactiek van Gibbons voor de leerling en de leraar?

  • Leerling: 6 stappen (van doen/ervaren naar zelfstandig schrijven/verwerken).

  • Leraar: 5 stappen om de activiteiten te plannen.

6
New cards

Welke drie soorten context worden onderscheiden binnen TVO?

  • Bekende context: Aansluiten bij voorkennis en leefwereld.

  • Nieuwe context: Ervaringen opdoen in de les (kijk- en doe-opdrachten).

  • Doelcontext: De situatie waarin de leerling de kennis uiteindelijk moet gebruiken (bijv. beroep).

7
New cards

Waarom is het inzetten van context belangrijk ("Waarom?")?

  • Het verrijkt de leerstof en voorkomt "hokjesdenken".

  • Het maakt nieuwe inhouden herkenbaar door ze "op te hangen" aan een bestaand kader.

8
New cards

Hoe pas je context toe in de les ("Hoe?")?

  • Activeer voorkennis (leefwereld, actualiteit).

  • Gebruik verschillende zintuigen (visueel, tactiel) en concrete materialen.

9
New cards

Waarom is interactie essentieel voor leren ("Waarom?")?

  • Leren is een sociaal proces van betekenisonderhandeling.

  • Actieve taalproductie zorgt voor diepere verwerking van de leerstof.

10
New cards

Hoe geef je de pijler interactie vorm in de klas ("Hoe?")?

  • Zorg voor gerichte interactie (met een duidelijk leerdoel).

  • Creëer kansen voor productie (spreken en schrijven) en geef constructieve feedback

11
New cards

Wat wordt verstaan onder Macro-scaffolding binnen de pijler Taalsteun?

Het bewust inbouwen van taalsteun in de lesvoorbereiding en materialen (bijv. schrijfkaders, woordenlijsten) om leerlingen te helpen.

12
New cards

Op welke twee vaardigheidsgebieden richt taalsteun zich?

  • Taalsteun gericht op begrip (lezen en luisteren).

  • Taalsteun gericht op productie (spreken en schrijven).

13
New cards

Wat is de rol van taaldoelen en metacognitie bij taalsteun?

  • Taaldoelen: Expliciteer wat je verwacht van leerlingen op taalvlak.

  • Metacognitie: Leer leerlingen taalleerstrategieën aan zodat ze zelfstandiger worden in hun taalverwerving.