Examen Nederlands juni

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/30

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:36 PM on 6/3/24
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

31 Terms

1
New cards

Captatio benevolentiae

Een retorische techniek bedoeld om het publiek gunstig te stemmen en hun welwillende aandacht te verkrijgen door bijvoorbeeld complimenten te geven of prijzenswaardige gebeurtenissen te noemen.

2
New cards

Exordium

De inleiding van een betoog waarin het onderwerp wordt geïntroduceerd, de spreker zich voorstelt en captatio benevolentiae wordt toegepast.

3
New cards

Allocutio

Een stijlmiddel waarbij het publiek rechtstreeks wordt aangesproken, zoals in de zin "gelovigen, ga heen en bekeer u!"

4
New cards

Vinding (INVENTIO)

Het voorbereidende werk van een redenaar, inclusief onderzoek en het vinden van juist materiaal, ook tegenargumenten.

5
New cards

Geheugen (MEMORIA)

Het van buiten leren van een betoog om een professionele indruk te maken, inclusief het gebruik van kaartjes met sleutelwoorden.

6
New cards

Essay

Een tekst met een stevige titel, inleiding, samenvatting, argumentatie, besluit en aangepast taalgebruik, waarbij verschillende soorten commentaarteksten mogelijk zijn zoals recensies, lezersbrieven en essays.

7
New cards

Michel de Montaigne

Een 16e-eeuwse Franse filosoof die aan de basis ligt van het essay, waarbij zijn centrale idee "Que sais-je?" (Wat weet ik?) is, en die bekend staat om zijn persoonlijke stijl en het argumenteren over actuele onderwerpen.

8
New cards

Mysteriespel

Een religieus toneelstuk dat mysterieuze zaken vertelt over Jezus, Maria en andere Bijbelse figuren, met een episodisch karakter en allegorische personages.

9
New cards

Moraliteit

Toneelstukken waarin gewone mensen op zoek zijn naar het goede, didactisch van aard, met een moraal aan het einde en allegorische personages, zoals Elckerlyck.

10
New cards

Spel van Sinne

Toneelstukken georganiseerd door rederijkskamers met een cultureel thema, genaamd een sin, waarbij discussie en beschouwing centraal staan.

11
New cards

Mirakelspel

Een bekend verhaal over heiligenleven of mirakel waarin een zondaar dankzij tussenkomst van Maria of God wordt gered, zoals in het voorbeeld van Mariken van Nieumeghen.

12
New cards

Abelspel

Toneelstukken uit de 14e eeuw met hoofse sfeer, edele ridderlijke figuren, en thema's als edelheid, liefde, en standenverschillen tussen geliefden.

13
New cards

Klucht / sotternie

Korte, grofkomische toneelstukken met karikaturale overdrijving, seksuele allusies, en personages zoals bedrogen echtgenoten en bazige vrouwen.

14
New cards

Commedia dell’arte

Theatrale vorm uit de late 16e eeuw in Italië met kenmerken als maskers, improvisatie, en terugkerende personages zoals Il Dottore en Arlecchino.

15
New cards

Psycholinguïstiek

Studiegebied dat zich bezighoudt met taalverwerving en taalverwerking in de hersenen, inclusief de gebieden van Broca en Wernicke en taalontwikkeling bij kinderen.

16
New cards

Vroegtalige periode

Periode van taalontwikkeling tussen 12-24 maanden waarin kinderen onbeklemtoonde lettergrepen weglaten, reduplicatie toepassen, fronting en gliding van klanken vertonen, en veel imiteren.

17
New cards

Verrijkings- of differentiatiefase

Fase van taalontwikkeling tussen 24 maanden en 5 jaar waarin kinderen langere zinnen gebruiken, duidelijker klanken produceren en vaak zelfstandige naamwoorden gebruiken.

18
New cards

Voltooiingsfase

Fase van taalontwikkeling vanaf de lagere schoolleeftijd waarin kinderen correcte en vlottere zinnen produceren, basisregels van taal kennen en zwakke en sterke werkwoorden begrijpen.

19
New cards

Sociolinguïstiek

Interdisciplinaire wetenschap die de relatie tussen taal en samenleving bestudeert, waarbij taalvarianten zoals geografische, sociale, stilistische en idiolecten worden onderzocht.

20
New cards

Taalcontinuüm

Het vloeiende spectrum tussen standaardtaal en dialecten, waarbij standaardtaal de officiële taalvariant van een land is en dialecten lokale vormen van taal met typische uitspraak en woordenschat vertegenwoordigen.

21
New cards

Methode

Het onderzoeken van regelmatige klankcorrespondenties bij woorden uit de centrale woordenschat, beschreven als klankwetten.

22
New cards

Taalverwantschap

Wanneer er tussen de woordenschat van twee talen regelmatige overeenkomsten in klank en vorm optreden.

23
New cards

Indo-Europese stamtaal

De hypothetische gemeenschappelijke taalbron waar verschillende talen uit de Indo-Europese taalfamilie van afstammen.

24
New cards

Valse Vrienden

Woorden in verschillende talen die op elkaar lijken maar verschillende betekenissen hebben.

25
New cards

Afrikaans

Een taal die is ontstaan uit de vereenvoudiging van het Nederlands en gesproken wordt in Zuid-Afrika.

26
New cards

Wie

Jan van Riebeeck en zijn bemanning, die een bevoorradingspost stichtten aan Kaap de Goede Hoop.

27
New cards

Doel

Het oprichten van een bevoorradingspost voor Nederlandse schepen op weg naar Indië/het Oosten.

28
New cards

Waar

Vanuit Nederland naar Kaap de Goede Hoop in 1652 met 3 schepen.

29
New cards

Waarom

Om te kunnen communiceren met de inheemse bevolking moesten ze een taal vinden, wat resulteerde in vereenvoudigd Nederlands.

30
New cards

Taalvaardigheid

De bekwaamheid om een taal te begrijpen, spreken, lezen en schrijven.

31
New cards

Kijk bundel

Een verzameling van teksten of oefeningen om taalvaardigheid te verbeteren.