NL: Toetsweek 1 Havo 3

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/39

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Dutch

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

40 Terms

1
New cards

Beschrijf wat tekst verbanden zijn.

De relaties tussen verschillende delen van een tekst. (alinea’s of zinnen)

2
New cards

Wat is de functie van signaalwoorden?

Een signaalwoord maakt de structuur in een tekst duidelijk.

3
New cards

Wat is een ander woord voor structuur?

Houvast.

4
New cards

Teksten hebben een bepaalde structuur. Wat is de functie hiervan?

De structuur van een tekst laat zien hoe de tekst in elkaar zit.

5
New cards

Beschrijf het verband tussen de inleiding van een tekst en tekst structuur.

Aanwijzingen voor de gekozen structuur.

6
New cards

Beschrijf het verband tussen de kern van een tekst en tekst structuur.

Uitwering structuur.

7
New cards

Beschrijf het verband tussen het slot van een tekst en tekst structuur.

Afsluiter.

8
New cards

Beschrijf een opsommingstructuur.

Een tekst met een opsommende structuur.

9
New cards

Beschrijf een middel - doel structuur.

Een tekst waarin diverse middelen worden genoemd om een bepaald doel te bereiken.

10
New cards

Beschrijf een oorzaak - gevolg structuur.

Bij de tekst structuur oorzaak-gevolg kom je de woorden oorzaak en gevolg tegen. Samen met het woord doordat.

11
New cards

Beschrijf een redengevende structuur.

Bij een redengevend verband gebruik je niet het woord doordat, maar het woord omdat.

12
New cards

Wat is het verschil tussen een oorzaak en een reden?

Een oorzaak ontstaat nooit door menselijk handelen, want dat noem je een reden.

13
New cards

Beschrijf een argumentatie structuur.

In de inleiding wordt een standpunt gegeven over een bepaald onderwerp. In het middenstuk volgen de argument(en) (voor en tegen met weerlegging) voor je standpunt. In het slot herhaalt de schrijver zijn standpunt.

14
New cards

Beschrijf een overeenkomst - verschil structuur.

In deze structuur worden twee of meer elementen met elkaar vergeleken. Zowel de verschillen als de overeenkomsten worden in de vergelijking genoemd.

15
New cards

Beschrijf een vraag - antwoord structuur.

In deze structuur wordt bijvoorbeeld een onderzoeksvraag gesteld. Vervolgens worden er antwoorden gegeven en uiteindelijk wordt een conclusie getrokken.

16
New cards

Beschrijf een voor- en nadelen structuur.

In de inleiding wordt een onderwerp genoemd, vaak in de vorm van een vraag. In het middenstuk volgt dan een toelichting op de voordelen en de nadelen. In het slot komen de voor- en nadelen terug in de vorm van een samenvatting.

17
New cards

Beschrijf een vroeger en nu structuur.

In de inleiding wordt het onderwerp genoemd en in het middenstuk wordt uitgelegd hoe de situatie was en hoe de situatie nu is. Vervolgens wordt in het slot dan een toekomstverwachting gedaan.

18
New cards

Beschrijf een aspecten structuur.

Aspectenstructuur is een manier om een onderwerp te behandelen door verschillende aspecten of oogpunten te belichten.

19
New cards

Beschrijf een informatieve tekst.

Deze tekst heeft als doel om informatie te verstrekken, uitleg te geven of feiten te presenteren.

20
New cards

Beschrijf een opiniërende tekst.

Dit soort tekst bevat meningen, standpunten en argumenten van de schrijver over een bepaald onderwerp.

21
New cards

Beschrijf een overtuigende tekst.

Dit soort tekst probeert de lezer te overtuigen van een bepaald standpunt of idee.

22
New cards

Beschrijf een amuserende tekst.

Hierbij gaat het om verhalen, fictief of non-fictief, die gebeurtenissen en karakters bevatten.

23
New cards

Beschrijf een beschouwende tekst.

Deze tekst analyseert en onderzoekt een onderwerp vanuit verschillende perspectieven.

24
New cards

Wat zijn algoritmes?

Een algoritme is een set van regels en factoren die bepalen welke content het meest interessant is voor de gebruiker, op basis van gegevens en machine learning.

25
New cards

Geef een voorbeeld van een algoritme.

Facebook volgt bijvoorbeeld alles wat jij eerder hebt geplaatst, geliket, gedeeld en bekeken.

26
New cards

Heb je alleen te maken met algoritmes bij sociaal media?

Nee, ook zoekmachines en websites volgen en onthouden wat jij eerder hebt gezocht of gekocht.

27
New cards

Wat vormen al je verzamelden gegevens van algoritmes.

Al deze gegevens samen vormen je profiel.

28
New cards

Wat wordt er met zou verzamelden gegevens gedaan online?

Zoekresultaten op zoekmachines, of bijvoorbeeld je nieuwsoverzicht op Facebook worden afgestemd op jou profiel.

29
New cards

Waarom is de informatie die je online voorgeschoteld krijgt haast nooit neutraal.

Omdat de informatie die je voorgeschoteld krijgt gebaseerd is op je profiel (online gegevens die van je verzameld zijn). Als jij en je klasgenoot bijvoorbeeld hetzelfde opzoeken op google, kunnen jullie vanwege dat profiel hele andere resultaten krijgen.

30
New cards

Waarom zijn gegevens van internetgebruikers interessant voor bedrijven die producten willen verkopen?

Hoe meer ze weten van hun klanten, hoe beter ze hun reclames kunnen afstemmen op de doelgroep.

31
New cards

Hoe proberen bedrijven die producten willen verkopen aan de gegevens van internetgebruikers te komen?

Ze proberen je te verleiden om je gegevens af te staan. Bijvoorbeeld door je je voor een nieuwsbrief te laten melden voor 10 euro korting. Voor je het weet hebben ze je Gmail of nummer.

32
New cards

Wat is een phishingmail?

Dit is een e-mail die mensen naar een website lokt die precies lijkt op die van hun bank. Hier wordt hun gevraagd hun inloggegevens in te vullen. Als ze dit doen, hebben de criminelen toegang tot hun bankrekening, die ze vervolgens leegroven.

33
New cards

Kan je er vanuit gaan dat de informatie uit een kwaliteitskrant betrouwbaar is?

Ja, voordat het nieuws de wereld in gaat wordt het door journalisten gecontroleerd. Ze lezen onderzoeksrapporten, interviewen verschillende betrokkenen en als informatie lastig bevestigd kan worden, wordt dat vermeld.

34
New cards

Kan je er vanuit gaan dat de informatie uit een nieuwsbericht op Facebook betrouwbaar is?

Niet altijd, deze nieuwsberichten worden niet gefilterd door een redactie. Hierdoor kan het zijn dat de informatie niet altijd klopt.

35
New cards

Wat doen sommige sociale media om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan.

Ze werken samen met factcheckers.

36
New cards

Waarom is het vaak handig om de actualiteit van informatie onder de loep te nemen?

Een artikel over bijvoorbeeld ongezonde of gezonde voeding van tien jaar geleden bevat andere informatie en geeft andere inzichten dan een artikel dat korter geleden verschenen is.

37
New cards

Waarom is het verstandig om bij het kritisch beoordelen van een tekst te kijken naar het belang van de auteur?

Als het belang van de auteur weet is heet makkelijker in te schatten of de informatie daadwerkelijk klopt of niet. Bijvoorbeeld een verkoper die een tekst schrijft over een product van zichzelf zou er veel aan doen om jou dat product te laten kopen. Wat inhoudt dat hij het product beter zou kunnen lijken dan het eigenlijk is, wat natuurlijk niet heel betrouwbaar is.

38
New cards

Wat kun je doen om te checken of een auteur betrouwbaar is?

Je zou zijn naam even kunnen googelen of zijn professionele profiel kunnen bekijken op LinkedIn.

39
New cards

Waarom kan de deskundigheid van een auteur of mensen die in een artikel worden genoemd ook veel zeggen over de betrouwbaarheid van de informatie die hun geven?

Deskundigheid krijg je door je opleiding, je werkervaring of doordat je iets zelf hebt meegemaakt (dan ben je 'ervaringsdeskundige'). Je weet dan vaak goed waar je over praat, en bent dan redelijk betrouwbaar. Maar iemand zonder deze deskundigheid zal misschien niet zo goed weten waar ze het over hebben, wat de informatie van die persoon niet heel betrouwbaar maakt.

40
New cards

Hoe kom je aan deskundigheid?

Deskundigheid krijg je door je opleiding, je werkervaring of doordat je iets zelf hebt meegemaakt (dan ben je 'ervaringsdeskundige').