1/54
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Aanbeveling
de schrijver geeft een goede raad; de schrijver geeft een suggestie of tip voor een oplossing.
Aanleiding
de schrijver geeft aan welke gebeurtenis hem ertoe heeft gebracht dit stuk te schrijven.
aanval
de schrijver valt de mening, het standpunt of de opvatting van iemand anders aan.
afweging
Nadenken over wat het beste is - vergelijking
Analyse
de schrijver beschrijft hoe volgens hem een verschijnsel in elkaar zit.
Anekdote
Verhaaltje dat de schrijver vertelt als illustratie bij het onderwerp van de tekst, komt vaak in de inleiding voor.
Argument
de schrijver geeft een of meer redenen voor een bepaalde (subjectieve) mening; hij legt dan uit waarom hij of iemand anders iets denkt of vindt. (Een reeks argumenten noem je een argumentatie.)
Bewering
de schrijver stelt iets, zegt dat iets waar is of klopt (een bewering is te controleren via onderzoek).
Bewijs
de schrijver probeert met feiten (of, bij een mening, minder keihard/feitelijk: met argumenten) aan te tonen dat een theorie of stelling (of mening) klopt.
Commentaar
de schrijver geeft zijn mening of kritiek op/bij een gebeurtenis of verschijnsel.
Conclusie
Resultaat van waarnemingen en overdenkingen van de schrijver
Constatering
Vaststelling van een feit of verschijnsel
definitie
Samenvattende omschrijving van de kenmerken van een begrip
doel
dat wat de schrijver of iemand wil bereiken.
effect
het gevolg of het resultaat van iets.
Gevolg(en)
de schrijver geeft aan wat voortvloeit uit een verschijnsel of maatregel.
Historisch overzicht
de schrijver zet een aantal historische feiten op een rijtje.
Historische achtergrond
de schrijver schetst de historische omgeving waarin een verschijnsel zich heeft voorgedaan.
Hypothese
Een X is een veronderstelling, een aanname: het zal wel zo in elkaar zitten. In de rest van het verhaal onderzoekt de schrijver bijvoorbeeld of die veronderstelling juist is, of probeert te bewijzen dat die veronderstelling juist is.
Inleiding
introductie of aankondiging van een (deel)onderwerp aan het begin van een tekst(gedeelte).
Kritiek
de schrijver geeft aan waar hij of anderen het niet eens mee zijn.
Middel
manier of methode.
Nuancering
Het verduidelijken van iets door meer details te geven en/of de mening iets minder scherp te maken.
Onderbouwing
de schrijver geeft een argumentatie (= een reeks argumenten) bij een standpunt/mening, of een ondersteunende argumentatie bij een argument.
Oordeel
de schrijver geeft zijn of iemand anders mening over een verschijnsel weer.
Oorzaak
de schrijver vertelt waardoor iets is ontstaan, waardoor iets is zoals het is. Dat iets is het gevolg van de oorzaak.
Oplossing(en)
nadat de schrijver een probleem heeft geschetst, vertelt hij hoe het moet worden opgelost.
Opvatting
mening
Opsomming
Wat op een rijtje gezet is.
Overeenkomst
in een tekst betekent dit meestal een ‘gelijkenis’. Er is bijvoorbeeld een overeenkomst tussen de mening van de ene partij en die van de andere partij.
Probleemschets of probleemstelling
de schrijver omschrijft over welk probleem het tekstgedeelte gaat
Probleemstelling
Formulering van een probleem met de bedoeling het te gaan oplossen
Reden
bij een reden speelt de mens wel bewust een rol. Een oorzaak geeft aan waardoor iets zo is. Een reden geeft aan waarom iets zo is, waarbij de mens een beslissende rol speelt.
Relativering
De schrijver laat de betrekkelijkheid van iets zien, zwakt iets af.
Samenvatting
Korte weergave van de belangrijkste inhoud van een tekst
Situatieschets
de schrijver beschrijft een bepaalde toestand, een situatie. Een situatieschets is een uitgebreidere beschrijving van een constatering (vaststelling dat iets zo is).
Standpunt(en)
mening(en)
Stelling
Een bewering over iets of iemand omdat je dat vindt en die bewering probeer je te bewijzen.
Tegenargument(en)
de schrijver geeft een of meer argumenten (= redenen voor een mening) die tegen een bepaald standpunt kunnen worden aangevoerd.
Tegenstelling
een tegenstelling staat altijd tegenover een eerder beschreven verschijnsel of mening. Daarbij worden vaak de volgende signaalwoorden gebruikt: maar, echter, evenwel, daartegenover, (enerzijds ...) anderzijds.
Tegenwerping
Jouw opvatting over iets stellen tegenover de mening van een ander.
Toegeving (inperking/ relativering)
een bewering wordt verbonden met een toegeving, die meestal een inperking of relativering van de bewering is: hoewel, ofschoon, ondanks dat, weliswaar, tenzij.
toelichting
De schrijver geeft uitleg bij een bepaald verschijnsel. Hij probeert de lezer iets duidelijk te maken, iets te laten begrijpen. Let op: X is niet hetzelfde als een voorbeeld!
Toekomstverwachting
de schrijver geeft aan wat hij verwacht dat er gaat gebeuren. Dit is iets anders dan een aanbeveling!
Toepassing
Aangeven wat je aan iets hebt, hoe je het kunt gebruiken.
Uitspraak
de schrijver (of iemand anders) spreekt zich uit over een bepaalde situatie, doet een persoonlijke constatering, of geeft zijn mening erover.
Uitwerking
Extra, nauwkeuriger, uitgebreider omschreven informatie bij een onderwerp
Vaststelling
de schrijver constateert dat iets zo is; hij stelt een verschijnsel of ontwikkeling vast.
Vergelijking
de schrijver vergelijkt twee zaken met elkaar en wijst op overeenkomsten/verschillen.
Verklaring
uitleg (waarom iets is zoals het is, hoe het komt dat het zo is), waardoor een verschijnsel begrijpelijk wordt
Voorbeeld
de schrijver gebruikt een concreet geval om een verschijnsel, mening, stelling te illustreren/verduidelijken.
Voorbehoud
Voorwaarde of beperking bij een toezegging: de schrijver houdt ‘een slag om de arm’. Hij doet een uitspraak, maar geeft aan dat er nog iets kan veranderen, waardoor die uitspraak niet meer (helemaal) klopt.
Voorwaarde
Iets dat nodig is of eerst moet gebeuren voordat iets anders kan gebeuren.
Vraagstelling
de schrijver geeft dan aan op welke vraag of vragen hij in de rest antwoord(en) zal proberen te geven, aan het einde van de inleiding
Weerlegging
Laten zien dat een argument/argumentatie niet juist is.