biologie- HS1: de mens als biologisch organisme

0.0(0)
Studied by 0 people
0%Exam Mastery
Build your Mastery score
multiple choiceAP Practice
Supplemental Materials
call kaiCall Kai
Locked
Card Sorting

1/39

Last updated 8:49 AM on 8/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

40 Terms

1
New cards

anatomie

de bouw van inwendige en uitwendige structuren en fysieke relatie van lichaamsdelen

2
New cards

fysiologie

werking van het lichaam en de verschillende onderdelen

3
New cards

neurofysiologie

werking neurologisch systeem, kan zowel in rust als in actie

4
New cards

pathologie

de studie van ziektes (analyse van de oorzaken, mechanismen en gevolgen van ziektes)

5
New cards
<p>ventraal- dorsaal</p>

ventraal- dorsaal

→ lichaam= ventraal is voorkant (buikkant) en dorsaal (rugkant)

→ brein= bovenkant is dorsaal, onderkant is ventraal (= met het lichaam wanneer hoofd naar achter buigt)

<p>→ lichaam= ventraal is voorkant (buikkant) en dorsaal (rugkant)</p><p>→ brein= bovenkant is dorsaal, onderkant is ventraal (= met het lichaam wanneer hoofd naar achter buigt) </p>
6
New cards
<p>proximaal- distaal</p>

proximaal- distaal

→Proximaal: Dichtbij de romp (of dichtbij het beginpunt van een ledemaat)

→Distaal: Ver weg van de romp (of richting het uiteinde van een ledemaat)


<p><span><strong>→Proximaal</strong>: Dichtbij de romp (of dichtbij het beginpunt van een ledemaat)</span></p><p><span><strong>→Distaal</strong>: Ver weg van de romp (of richting het uiteinde van een ledemaat)</span></p><p></p>
7
New cards
<p>mediaal- lateraal</p>

mediaal- lateraal

→Mediaal: Richting de middellijn (naar binnen gericht)

→Lateraal: Weg van de middellijn, richting de zijkant (naar buiten gericht)


<p><span><strong>→Mediaal</strong>: Richting de middellijn (naar binnen gericht)</span></p><p><span><strong>→Lateraal</strong>: Weg van de middellijn, richting de zijkant (naar buiten gericht)</span></p><p></p>
8
New cards
<p>craniaal- caudaal</p>

craniaal- caudaal

→Craniaal: Richting de schedel of het hoofd (omhoog)

→Caudaal: Richting de staart of de voeten (omlaag)


<p><span><strong>→Craniaal</strong>: Richting de schedel of het hoofd (omhoog)</span></p><p><span><strong>→Caudaal</strong>: Richting de staart of de voeten (omlaag)</span></p><p></p>
9
New cards
<p>sagittale doorsnede</p>

sagittale doorsnede

scheidt linker- en rechterhersenhelft.

<p>scheidt linker- en rechterhersenhelft. </p>
10
New cards

midsagittale snede

scheiding precies in het midden tussen linker- en rechterhersenhelft

11
New cards
<p>coronale of frontale snede</p>

coronale of frontale snede

voorkant (anterieure deel) wordt gesplitst van achterkant (posterieur deel) van de hersenen

<p>voorkant (anterieure deel) wordt gesplitst van achterkant (posterieur deel) van de hersenen</p>
12
New cards
<p>horizontale of transversale snede</p>

horizontale of transversale snede

scheidt bovenste van onderste hersenhelft

<p>scheidt bovenste van onderste hersenhelft</p>
13
New cards

de 6 organisatieniveaus van het mensenlijk lichaam

niv organisme → niv orgaanstelsel → orgaan-niveau → weefsel- niveau → celniveau → moleculair niveau

14
New cards
<p>cytoplasma</p>

cytoplasma

dikke vloeistof uit vooral water, maar ook eiwitten, suikers, vetten en mineralen. nodig voor celfunctioneren

15
New cards
<p>kernplasma</p>

kernplasma

vloeistof waaruit celkern bestaat

16
New cards
<p>celkern</p>

celkern

bestaat uit kernplasma. hier ligt ook het genetisch materiaal in de vorm van DNA. Daarin zit het ‘recept’/ code voor alle onderdelen van de cel.

17
New cards
<p>kernmembraan</p>

kernmembraan

omsluit de celkern. Door kernporiën kan info binnen en buiten geraken.

18
New cards
<p>organellen</p>

organellen

kleine organen van de cel die voorzien in het levensonderhoud ervan. (bv ER, golgi-complex, mitochondriën, …)

19
New cards
<p>mitochondriën </p>

mitochondriën

energiecentrales van de cel. omzetten van voedingstoffen tot bruikbare energie. Hoe meer energie een cel nodig heeft hoe meer mitochondriën.

20
New cards
<p>mitochondriaal DNA</p>

mitochondriaal DNA

DNA dat onveranderd wordt doorgegeven van moeder op kind zowel bij jongen als meisje. Dit stukje DNA is een klein deel van een mitochondria.

21
New cards
<p>endoplasmatisch reticulum (ER) + ribosomen</p>

endoplasmatisch reticulum (ER) + ribosomen

ruw: bevat ribosomen die eiwitten aanmaken. ze zetten genetische instructies in DNA om naar eiwitten. die eiwitten geven structuur aan spieren, huid en botten.

glad: productie van vetten in o.a. levercellen (bv. ontgifting alcohol)

22
New cards
<p>golgi-complex</p>

golgi-complex

ontvangt eiwitten en vetten, verwerkt ze als dat nodig is en verpakt ze voor transport zowel in al uit de cel.

23
New cards
<p>centriolen+ microtubili</p>

centriolen+ microtubili

twee cilindervormige bundeltjes microtubili die loodrecht op elkaar staan.

→ microtubili= holle buisjes uit eiwit die zorgen voor stevigheid van de cel (ook bouwstenen voor centrosoom)

24
New cards
<p>centrosoom</p>

centrosoom

verantwoordelijk organisatie van microtubili en de celdeling

25
New cards
<p>cytoskelet</p>

cytoskelet

dient als een geraamte voor de cel (stevigheid). vergelijkbaar met wegennetwerk van een grote stad waar het transport langs kan.

26
New cards
<p>DNA</p>

DNA

desoxyribonucleïnezuur → opgebouwd uit basiseenheden de chemisch verbonden zijn.

27
New cards
<p>nucleotide</p>

nucleotide

de basiseenheid van DNA. Dit is een verbinding met een base, suiker en fosforzuur.

28
New cards
<p>polynucleotide</p>

polynucleotide

een aaneenschakeling van nucleotiden

29
New cards
30
New cards
31
New cards
32
New cards
33
New cards
34
New cards
35
New cards
36
New cards
37
New cards
38
New cards
39
New cards
40
New cards