1/94
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
maar
aber
dus
also
veranderen
ändern
zich aankleden
sich anziehen
Ik heb me aangekleed.
Ich habe mich angezogen.
de mouw
der Ärmel
de mouwen
die Ärmel
eruitzien
aussehen
Je ziet er goed uit.
Du siehst gut aus.
bijna
fast, beinahe
de vrouw
die Frau
de vrouwen
die Frauen
mevrouw Schulze
Frau Schulze
bevallen
gefallen
Het bevalt me goed.
Es gefällt mir gut.
Het is me niet bevallen.
Es hat mir nicht gefallen.
het overhemd
das Hemd
de overhemden
die Hemden
de heer
der Herr
de heren
die Herren
meneer Schmidt
Herr Schmidt
de broek
die Hose
de jas
die Jacke
de spijkerbroek
die Jeans
iemand
jemand
de jurk
das Kleid
de kleren, de jurken
die Kleider
de kleren
die Kleidung
de lievelingskleur
die Lieblingsfarbe
de man
der Mann
de mannen
die Männer
de muts
die Mütze
de trui
der Pullover
de truien
die Pullover
de rok
der Rock
de schoen
der Schuh
de schoenen
die Schuhe
de laars
der Stiefel
de laarzen
die Stiefel
dragen
tragen
Hij draagt een petje.
Er trägt eine Kappe.
het T-shirt
das T-Shirt
de T-shirts
die T-Shirts
verliefd worden op
sich verlieben in
prachtig
wunderbar
blauw
blau
bruin
braun
geel
gelb
grijs
grau
groen
grün
oranje
orange
paars
lila
rood
rot
roze
rosa
wit
weiß
zwart
schwarz
ophalen
abholen
Let op!
Achtung!
het vertrek
die Abfahrt
de aankomst
die Ankunft
aankomen
ankommen
uitstappen
aussteigen
het perron
der Bahnsteig
op het perron
auf dem Bahnsteig
het bouwterrein
die Baustelle
Dat maakt niets uit.
Das ist egal.
de volwassene
der Erwachsene
het kaartje
die Fahrkarte
de fiets
der Fahrrad
de fietsen
die Fahrräder
de vlucht
der Flug
het vliegveld
der Flughafen
het vliegtuig
das Flugzeug
de gevonden voorwerpen
die Fundsachen
de bagage
das Gepäck
het spoor
das Gleis
stoppen
halten
de halte
die Haltestelle
de jongere
der Jugendliche
nergens
nirgends, nirgendwo
gebeuren
passieren
Wat is er gebeurd?
Was ist passiert?
plotseling
plötzlich
de politie
die Polizei
de agent
der Polizist
de agenten
die Polizisten
op tijd
pünktlich
het verkeersbord
das Schild
de verkeersborden
die Schilder
de stadsplattegrond
der Stadtplan
de straat
die Straße
vooraan
vorn(e)
voorzichtig
vorsichtig
de werkplaats
die Werkstatt
terug
zurück