Send a link to your students to track their progress
74 Terms
1
New cards
Cognitieve psychologie
stroming binnen de psychologie die psychische verschijnselen bestudeert met modellen waarin informatieverwerking centraal staat. Zij onderzoekt mentale processen zoals waarneming, interpretatie, geheugen, denken, emoties, motieven, gedrag en lichamelijke gewaarwordingen, en ontstond mede als reactie op het behaviorisme.
2
New cards
Behaviorisme
psychologische stroming die vooral observeerbaar gedrag centraal stelde en verwijzingen naar interne mentale processen buiten het domein van empirische wetenschap plaatste, omdat behavioristen meenden dat mentale processen niet empirisch toetsbaar waren.
3
New cards
Cognitie
kennis die door zintuiglijke ervaring en door het verstand wordt verworven. In de cognitieve psychologie gaat het zowel om verworven kennis als om de manier waarop mensen kennis verwerven en hoe kennis in het geheugen is gerepresenteerd.
4
New cards
Informatieverwerking
verzamelterm voor de processen die betrokken zijn bij het verwerven, opslaan en reproduceren van kennis. In de tekst worden drie globale aspecten onderscheiden
5
New cards
Waarneming
aspect van informatieverwerking waarbij binnenkomende informatie wordt geregistreerd en geselecteerd. Schemaās beĆÆnvloeden welke informatie aandacht krijgt en welke informatie wordt genegeerd.
6
New cards
Verwerking
aspect van informatieverwerking waarbij informatie betekenis krijgt en wordt omgevormd. Schemaās beĆÆnvloeden deze betekenisverlening en kunnen nieuwe betekenissen laten ontstaan door aanvulling en interpretatie van oorspronkelijke informatie.
7
New cards
Geheugen
aspect van informatieverwerking dat betrekking heeft op opslag en reproductie van kennis. Een geactiveerd schema beĆÆnvloedt wat iemand zich herinnert en welke betekenis aan herinneringen wordt gegeven.
8
New cards
Schemaās
georganiseerde structuren van samenhangende kenniselementen over de wereld, over de persoon zelf en over de interactie tussen persoon en buitenwereld. Schemaās bevatten talige kennis, maar ook visuele informatie, handelingen en lichamelijke sensaties, en sturen selectie, interpretatie, transformatie en herinnering van informatie.
9
New cards
Cognitieve schemaās
schemaās die de informatieverwerking sturen en bij psychopathologie disfunctionele emoties, gedachten en gedragingen kunnen veroorzaken of in stand houden. De term benadrukt vooral de rol van schemaās in aandacht, interpretatie en herinnering.
10
New cards
Schema-activering
het proces waarbij een schema door gedachten, gevoelens, percepties of actuele omstandigheden actief wordt en daardoor invloed krijgt op informatieverwerking. Meerdere schemaās kunnen tegelijk in verschillende mate worden geactiveerd; stemming kan mede bepalen welk schema actief wordt.
11
New cards
Interpretatie
betekenisverlening aan informatie. In de cognitieve benadering wordt informatie niet neutraal verwerkt, maar aangevuld en begrepen vanuit bestaande schemaās, waardoor interpretatie kan helpen om informatie te ordenen maar ook tot vertekening kan leiden.
12
New cards
Transformatie
verwerking van informatie tot nieuwe betekenissen. Schemaās maken het mogelijk om losse informatie samen te vatten en om te vormen tot betekenisvolle gehelen, maar kunnen daarbij ook de oorspronkelijke informatie vertekenen.
13
New cards
Bias
vertekening in informatieverwerking waarbij bepaalde aspecten van informatie eenzijdig aandacht, interpretatie of herinnering krijgen. Bias kan optreden in waarneming, interpretatie en geheugen en speelt volgens de cognitieve benadering een rol bij psychopathologie.
14
New cards
Selectiebias
vertekening in de selectie van informatie waarbij schema-bevestigende informatie wel wordt waargenomen en schema-tegensprekende informatie minder of niet wordt opgemerkt. Dit mechanisme draagt bij aan de instandhouding van schemaās en vooroordelen.
15
New cards
Aandachtsbias
vorm van bias waarbij de aandacht zich selectief richt op bepaalde aspecten van aangeboden informatie ten koste van andere aspecten. Bij angststoornissen is vaak een initiƫle aandachtsbias voor bedreigende stimuli aangetoond, soms zelfs wanneer de bedreigende stimulus niet bewust wordt waargenomen.
16
New cards
Initiƫle aandachtsbias
vroege, vaak automatische gerichtheid van aandacht op bedreigende of stoornisspecifieke stimuli. Bij angst kan deze vroege detectie helpen om snel te ontsnappen of te vermijden, maar daardoor blijft onduidelijk of de waargenomen dreiging terecht was.
17
New cards
Aandachtsvermijding
proces waarbij iemand na een initiƫle aandacht voor bedreigende stimuli de aandacht juist snel afwendt. Bij sociaal angstige mensen kan bijvoorbeeld eerst sterke aandacht voor een boze blik ontstaan, gevolgd door vermijding van die bedreigende stimulus.
18
New cards
Stoornisspecifieke informatie
informatie die inhoudelijk aansluit bij de kern van een bepaalde psychische stoornis. Bij paniekstoornis gaat het bijvoorbeeld om lichamelijke sensaties zoals hartkloppingen en duizeligheid; bij sociale angst om sociale signalen zoals afwijzing of negatieve beoordeling.
19
New cards
Bedreigende stimuli
prikkels die door iemand als gevaarlijk of bedreigend worden verwerkt. Bij angststoornissen krijgen zulke stimuli vaak vroegtijdig aandacht en kunnen zij vermijding uitlokken.
20
New cards
Selectieve interpretatie
interpretatieproces waarbij informatie zo wordt uitgelegd dat bestaande schemaās worden bevestigd. Bij psychopathologie kan dit ertoe leiden dat ambigue informatie negatief of bedreigend wordt geĆÆnterpreteerd.
21
New cards
Denkfouten
forse vertekeningen van oorspronkelijke informatie door selectieve interpretatie. De term wordt gebruikt wanneer informatie zodanig wordt geĆÆnterpreteerd dat zij bestaande schemaās bevestigt, ook als andere verklaringen mogelijk zijn.
22
New cards
Heuristiek
automatische en vaak onbewuste strategie of vuistregel die mensen gebruiken bij informatieverwerking en oordeelsvorming. Heuristieken maken snelle en meestal bruikbare oordelen mogelijk, maar kunnen onder bepaalde omstandigheden tot grove vertekeningen leiden.
23
New cards
Beschikbaarheidsheuristiek
vuistregel waarbij mensen conclusies baseren op voorbeelden die gemakkelijk beschikbaar zijn in herinnering of fantasie. Bij paniekstoornis kan iemand hartkloppingen bijvoorbeeld sneller verklaren als teken van een hartaanval wanneer zulke bedreigende verklaringen direct beschikbaar zijn.
24
New cards
Representativiteitsheuristiek
vuistregel waarbij iemand een oorzaak kiest omdat een gebeurtenis of verschijnsel als typisch of representatief gevolg van die oorzaak wordt gezien. Bij paniekstoornis kunnen hartkloppingen bijvoorbeeld als representatief voor hartproblemen worden gezien.
25
New cards
Levendigheid
factor die bepaalt hoeveel gewicht een interpretatie krijgt. Hoe levendiger iemand zich voorbeelden of gevolgen kan voorstellen, hoe sterker die interpretatie kan overtuigen.
26
New cards
Saillantie
opvallendheid van informatie of voorbeelden. Hoe saillanter een verklaring of voorbeeld is, hoe meer gewicht deze in de oordeelsvorming kan krijgen.
27
New cards
Compleetheid van interpretatie
mate waarin een interpretatie de verschijnselen goed en samenhangend lijkt te verklaren. Hoe completer een interpretatie lijkt, hoe meer gewicht eraan wordt toegekend.
28
New cards
Geheugenbias
vertekening in herinnering waarbij vooral informatie wordt opgehaald die past bij geactiveerde schemaās. Deze bias is vooral kenmerkend voor depressieve stoornissen, waarbij negatieve, sombere en globaal-evaluatieve herinneringen gemakkelijker toegankelijk zijn.
29
New cards
Globaal-evaluatieve herinneringen
herinneringen of associaties die geen specifiek concreet voorval beschrijven, maar een algemeen negatief oordeel bevatten. Bij depressie kan iemand bijvoorbeeld niet een concrete reis herinneren, maar reageren met een algemene negatieve evaluatie van reizen en zichzelf.
30
New cards
Gecombineerde-cognitieve-biashypothese
aanname dat de combinatie van meerdere cognitieve vertekeningen, zoals aandachtsbias, interpretatiebias en geheugenbias, meer invloed heeft op psychopathologie dan elke vertekening afzonderlijk. Deze combinatie kan klachten verdiepen en in stand houden.
31
New cards
Impliciete kennis
kennis die in schemaās aanwezig is en in vaardigheden of dagelijks functioneren wordt gebruikt, maar die iemand meestal niet goed in woorden kan benoemen. Het gaat in de cognitieve psychologie om kennis, niet om verdrongen driften of emoties.
32
New cards
Expliciete kennis
kennis die iemand bewust kan benoemen en in woorden kan beschrijven. Het onderscheid met impliciete kennis gaat over de mate waarin kennis verwoordbaar is.
33
New cards
Automatische informatieverwerking
snelle, parallelle en grotendeels onbewuste verwerking van voorspelbare informatie waarbij veel processen tegelijk verlopen. Deze vorm van verwerking heeft een grote capaciteit en vereist weinig bewuste aandacht.
34
New cards
Gecontroleerde informatieverwerking
bewuste, aandachtvragende verwerking van onverwachte of onbekende informatie. Deze verwerking is serieel, kent een sterke capaciteitsbeperking en doet een beroep op het werkgeheugen.
35
New cards
Werkgeheugen
tijdelijk geheugensysteem waarin informatie bewust wordt vastgehouden om gecontroleerd te kunnen worden verwerkt. Volgens de tekst is de capaciteit waarschijnlijk beperkt tot vijf tot zeven kenniselementen tegelijk.
verwerking waarbij mentale transformaties na elkaar worden uitgevoerd. Dit is kenmerkend voor gecontroleerde informatieverwerking.
38
New cards
Parallelle verwerking
verwerking waarbij meerdere cognitieve processen gelijktijdig plaatsvinden. Dit is kenmerkend voor automatische informatieverwerking en maakt het mogelijk om veel informatie tegelijk te verwerken.
39
New cards
Disconfirmerende ervaringen
ervaringen die niet overeenstemmen met de kennis die in een bestaand schema is gerepresenteerd. Zulke ervaringen kunnen, vooral wanneer zij persoonlijk en emotioneel betekenisvol zijn en wanneer er een alternatief schema beschikbaar is, bijdragen aan het verlaten of veranderen van een schema. In de oorspronkelijke begrippenlijst staat dit gespeld als āDiconfirmerende ervaringenā; bedoeld wordt ādisconfirmerende ervaringenā.
40
New cards
Assimilatie
proces waarbij nieuwe informatie wordt vervormd zodat zij alsnog in een bestaand schema past. Het schema blijft behouden en de informatie wordt aangepast aan het schema.
41
New cards
Accommodatie
proces waarbij een bestaand schema wordt aangepast zodat het beter aansluit bij nieuwe informatie. Anders dan bij assimilatie verandert het schema zelf.
42
New cards
Egocentrisch perspectief
ontwikkelingsfase of cognitieve houding waarin een kind gebeurtenissen vooral vanuit zichzelf begrijpt en geneigd is gebeurtenissen op zichzelf te betrekken. Dit kan bijdragen aan de vorming van schemaās rond lage zelfwaardering of verlating.
43
New cards
Vooroordeel
relatief hardnekkige categorisering of overtuiging over mensen of groepen die, net als schemaās, resistent kan zijn tegen tegenbewijs. Vooroordelen tonen hoe selectiebias, interpretatiebias, gedrag naar verwachtingen en geheugenbias schemaās in stand kunnen houden.
44
New cards
Neurotische psychopathologie
verzamelterm in de tekst voor problematiek zoals depressie en angststoornissen, waarbij cognitieve auteurs als Ellis en Beck veronderstelden dat onlogische of irrationele ideeƫn een belangrijke rol spelen.
45
New cards
Beck
grondlegger van de cognitieve psychotherapie die grote invloed had op empirisch onderzoek naar cognitieve modellen van psychopathologie. Beck stelde dat verschillende stoornissen samenhangen met specifieke cognitieve kenmerken en schema-inhoud, zoals depressogene schemaās bij depressie en gevaarschemaās bij angststoornissen. Hij en zijn medewerkers ontwikkelden cognitieve therapieĆ«n voor onder meer depressie, angststoornissen, relatieproblemen, verslaving en persoonlijkheidsstoornissen.
46
New cards
Psychopathologie
psychische stoornissen of psychische problematiek. Binnen de cognitieve benadering worden vormen van psychopathologie verklaard vanuit stoornisspecifieke schema-inhoud en vertekeningen in informatieverwerking.
47
New cards
Depressogene schemaās
schemaās die volgens Beck ten grondslag kunnen liggen aan depressie. Zij worden gekenmerkt door ideeĆ«n over eigen waardeloosheid en schuld, over de onrechtvaardigheid en liefdeloosheid van de wereld en anderen, en over de hopeloosheid van de toekomst.
48
New cards
Cognitieve triade
centrale inhoud van depressogene schemaās volgens Beck
49
New cards
Verlies- en hopeloosheidsgedachten
gedachten die volgens Beck centraal staan bij depressieve stoornissen. Zij richten de aandacht op verlies, tekort, schuld en een toekomst waarin verbetering niet wordt verwacht.
50
New cards
Gevaarschemaās
schemaās die bij angststoornissen centraal staan en worden gekenmerkt door een hoge verwachting van gevaar in combinatie met een lage verwachting van de eigen mogelijkheden om dat gevaar het hoofd te bieden.
51
New cards
Paniekstoornis
angststoornis waarbij volgens de tekst lichamelijke sensaties, zoals hartkloppingen, pijn op de borst, duizeligheid, kortademigheid, derealisatie of depersonalisatie, catastrofaal kunnen worden geĆÆnterpreteerd als signalen van een onmiddellijke persoonlijke ramp.
52
New cards
Sociale angst
angst waarbij het centrale schema draait om mogelijke negatieve sociale evaluatie door anderen. Ambigue sociale signalen, zoals een frons of een afgezegde afspraak, worden sneller geĆÆnterpreteerd als persoonlijke afkeuring of afwijzing.
53
New cards
Negatieve sociale evaluatie
verwachting of vrees dat anderen een afkeurend oordeel zullen geven over iemands gedrag, uiterlijk of sociale prestaties. Dit is volgens de tekst de kern van het schema bij sociale angst.
54
New cards
Derealisatie
vervormde waarneming van de buitenwereld, alsof deze op afstand is of als in een film wordt ervaren, waarbij het gevoel verloren gaat dat de omgeving echt is. Bij paniekstoornis kan derealisatie catastrofaal worden geĆÆnterpreteerd.
55
New cards
Depersonalisatie
verandering in de perceptie van eigen emoties en handelingen waarbij het gevoel van realiteit verloren gaat. Bij paniekstoornis kan depersonalisatie worden geĆÆnterpreteerd als teken dat men āgek wordtā of dat een catastrofe nadert.
56
New cards
Attributies
oorzakelijke verklaringen die mensen geven voor belangrijke gebeurtenissen die hen overkomen. Volgens Seligman kunnen zulke verklaringen een rol spelen bij het ontstaan van depressie.
57
New cards
Zelfspraak
interne spraak die volgens Meichenbaum gedrag mede stuurt. Inadequate of negatieve zelfspraak kan in behandeling worden vervangen door adequate, positieve zelfspraak en worden verwerkt tot zelfinstructies.
58
New cards
Zelfinstructies
adequate en positieve innerlijke aanwijzingen die voortkomen uit aangepaste zelfspraak. Ze kunnen worden toegepast in behandelingen tegen onder meer angst en depressie.
59
New cards
Stress-copingtheorie
theorie van Lazarus waarin mensen bij confrontatie met een potentiƫle stressfactor eerst de bedreiging inschatten en daarna beoordelen welke mogelijkheden zij hebben om deze bedreiging het hoofd te bieden.
60
New cards
Primary appraisal
eerste beoordeling bij confrontatie met een potentiƫle stressfactor, waarin iemand inschat in welke mate de situatie bedreigend is.
61
New cards
Secondary appraisal
tweede beoordeling in de stress-copingtheorie, waarin iemand inschat welke mogelijkheden beschikbaar zijn om de bedreiging succesvol het hoofd te bieden.
62
New cards
Cognitieve therapie
behandelingsvorm gebaseerd op het idee dat psychopathologie voortkomt uit de wijze waarop mensen informatie selecteren, interpreteren en verder verwerken. De therapie maakt automatische selectie en interpretatie bewust en probeert deze via kritische reflectie en toetsing aan de werkelijkheid te beĆÆnvloeden, met uiteindelijk vaak schema verandering als doel.
63
New cards
Cognitieve gedragstherapie
geïntegreerde behandelingsvorm waarin cognitieve therapie en gedragstherapie worden gecombineerd. Cognities worden veranderd via bijvoorbeeld gedragsexperimenten en gedragsverandering, terwijl gedragstherapie cognitieve interventies benut. De tekst noemt deze therapieën bij veel stoornissen effectief en vaak eerste keuze binnen GGZ-standaarden voor angst- en depressieve stoornissen.
64
New cards
Gedragstherapie
behandelingsvorm die zich primair richt op gedragsverandering. In de tekst wordt benadrukt dat gedragstherapie en cognitieve therapie in de praktijk sterk geĆÆntegreerd zijn geraakt.
65
New cards
Gedragsexperimenten
interventies waarin cliƫnten gedragingen uitproberen om disfunctionele cognities te toetsen. Voorbeelden zijn minder vermijden of veiligheidsgedrag achterwege laten, zodat verwachtingen en interpretaties aan de werkelijkheid worden getoetst.
66
New cards
Veiligheidsgedrag
gedrag waarmee iemand probeert gevreesde gevolgen te voorkomen of angst te verminderen. Volgens de tekst kan het achterwege laten van veiligheidsgedrag in gedragsexperimenten helpen om disfunctionele cognities te beĆÆnvloeden.
67
New cards
Vermijding
het uit de weg gaan van gevreesde stimuli, situaties of herinneringen. Bij angst kan vermijding voorkomen dat iemand ontdekt of een waargenomen dreiging werkelijk terecht is, waardoor angst in stand blijft.
68
New cards
Cognitieve interventies
behandeltechnieken die gericht zijn op het herkennen, onderzoeken en veranderen van disfunctionele cognities, interpretaties en schemaās.
69
New cards
Leertheoretici
onderzoekers binnen de leertheorie die gedrag verklaren vanuit leerprocessen. De tekst benadrukt dat leertheoretici tegenwoordig het belang van cognities erkennen, wat bijdroeg aan integratie van cognitieve therapie en gedragstherapie.
70
New cards
Effectonderzoek
onderzoek naar de werkzaamheid van behandelingen. Volgens de tekst liet vergelijkend effectonderzoek zien dat cognitieve therapie en gedragstherapie vaak ongeveer even effectief zijn en dat beide behandelvormen veranderingen in zowel cognities als gedrag kunnen veroorzaken.
71
New cards
Schematherapie
behandelingsmodel waarin vroegkinderlijke onaangepaste schemaās worden gezien als predispositie voor psychopathologie. De tekst noemt schematherapie als voorbeeld van een model dat door de cognitieve theorie en therapie is geĆÆnspireerd.
72
New cards
Vroegkinderlijke onaangepaste schemaās
schemaās die vroeg in de ontwikkeling ontstaan en later een kwetsbaarheid of predispositie voor psychopathologie kunnen vormen, zoals beschreven in de context van schematherapie.
73
New cards
EMDR
eye movement desensitisation reprocessing; behandelingsvorm die in de tekst wordt genoemd omdat schemaās en idiosyncratische kernovertuigingen daarbij vaak een rol spelen.
74
New cards
Idiosyncratische kernovertuigingen
persoonlijke, individu-specifieke kernopvattingen die samenhangen met problematische schemaās. De tekst noemt deze in relatie tot EMDR en schemaās.