1/67
gebaseerd op boek
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Waarom ontstond de behoefte aan 'Taalgericht Vakonderwijs' in de jaren negentig?
Leraren merkten dat leerlingen (vooral uit taalminre rijke gezinnen) vastliepen op het taalgebruik in vakken als biologie of geschiedenis.
Waarom was het verlagen van de eisen (minder lezen, makkelijkere toetsen) geen goede oplossing?
De pioniers zagen dit als een 'schijnoplossing': het ontwijkt het probleem in plaats van het op te lossen.
Wat doen 'taalontwikkelende vakleraren' concreet anders in hun lessen?
Ze laten leerlingen actief praten en schrijven over de leerstof met behulp van nieuwe vakbegrippen.
Hoe werken vakleraren samen met het vak Nederlands binnen deze methode?
De vakleraar focust zich specifiek op de 'schooltaal' die nodig is voor zijn of haar eigen vak.
Waarom wordt de taal van vakken als natuurkunde of geschiedenis vergeleken met een 'nieuwe taal'?
Elke vakdiscipline heeft zijn eigen subtiele manier van taalgebruik die verschilt van andere vakken.
Wat is de kern van de 'taalontwikkelende' aanpak om leerlingen beter te laten presteren?
Het verbinden van de vier vaardigheden: praten, schrijven, lezen en luisteren binnen de vakles.
Wat is de officiële definitie van Taalgericht Vakonderwijs (anno 2020)?
Vakonderwijs waarin relevante vaktaaldoelen expliciet zijn geformuleerd.
Wat zijn de drie 'pijlers' waarop Taalgericht Vakonderwijs rust?
1. Taalsteun: gerichte hulp bij het begrijpen en gebruiken van taal.
Interactie: volop mogelijkheden om met elkaar over de vakinhoud te praten.
Context: het leren vindt plaats in een betekenisvolle, rijke omgeving.
Waarom is een 'leesoffensief' volgens de Onderwijsraad (2019) noodzakelijk?
De verschillen tussen de sterkste en zwakste leerlingen in Nederland worden steeds groter.
Is Taalgericht Vakonderwijs alleen bedoeld voor het reguliere voortgezet onderwijs?
Nee, hoewel daar de basis ligt, zijn de pijlers (steun, interactie, context) in bijna alle onderwijssituaties toepasbaar.
Welke verschillende termen worden in het basisonderwijs gebruikt voor de integratie van taal en vak?
Geïntegreerd taal- en zaakvakonderwijs of functioneel schrijven.
Wat is de gemeenschappelijke veronderstelling bij alle vormen van taalgericht onderwijs (zoals CLIL of English stream)?
Taalverwerving en het leren van een vak gaan altijd hand in hand en kunnen didactisch worden geïntegreerd.
Hoe helpt een leraar leerlingen om van alledaags taalgebruik naar vaktaalgebruik te gaan?
Door hoge verwachtingen te hebben en het taalgebruik in de les op een doordachte manier aan te passen aan het taalniveau van de leerling.
Wat is het alternatief voor leraren die de taal in hun vak als een 'noodzakelijk deel' van het vak zien?
De leerlingen ondersteunen door ze méér te laten praten, schrijven, lezen en luisteren in plaats van de lastige taal te vermijden.
Extra kansen bieden door nauwkeurige feedback te geven op hun taalgebruik en ze te helpen bij het formuleren van vaktaal.
Wat zijn de Drie pijlers van TVO?
taalsteun
interactie
context
Wat houdt de pijler 'Taalsteun' precies in volgens de definitie?
Leerlingen voorzien van goede voorbeelden en gerichte feedback op hun taalgebruik.
Zorgen dat leerlingen zicht krijgen op de specifieke taalmerken van jouw vak om taaldoelen te bereiken.
Wat is de kern van de pijler 'Interactie' binnen een vakles?
Situaties creëren waarin leerlingen actief taal gebruiken om over de vakinhoud na te denken.
Samen praten en lezen zodat leerlingen van en met elkaar leren redeneren in vakwoorden.
Hoe omschrijft de pijler 'Context' de verbinding met nieuwe leerstof?
Nieuwe kennis laten aanhaken bij eerdere voorkennis en gezamenlijke ervaringen van leerlingen.
Zorgen dat leerstof betekenis krijgt door het tastbaar of herkenbaar te maken (zoals de plaatjes in de biologieles).

Bekijk het schema van de "Neerwaartse en opwaartse spiraal". Wat symboliseert de opwaartse spiraal?
De weg naar boven waarbij leerlingen door taalsteun en interactie steeds complexere vakinhoud kunnen beheersen.
Een actieve leerhouding waarbij de leraar de lat hoog houdt maar de leerling helpt daar te komen.
Wat is het hoofddoel van de pijler Taalsteun en op welke taalaspecten richt dit zich?
Het doel is om (nieuwe) vaktaal toegankelijk en hanteerbaar te maken voor leerlingen bij het begrijpen en produceren van teksten.
Waarom zijn 'hoge eisen' essentieel bij het bieden van taalsteun?
zijn alleen reëel als de leraar tegelijkertijd de nodige ondersteuning biedt.
Hoe bevordert de pijler Interactie het denkproces van de leerling?
Interactie dwingt leerlingen om al pratend, schrijvend, luisterend en lezend na te denken over de vakstof.
Wat is de rol van de leraar tijdens 'interactieve' vaklessen?
De leraar geeft niet alleen uitleg, maar lokt ook wederzijdse nieuwsgierigheid uit in natuurlijke gesprekken.
Uit welke twee belangrijke onderdelen bestaat de pijler Context?
1. Het activeren van alledaagse en vakspecifieke voorkennis aan het begin van een les of reeks.
Het aanbieden van een grote variatie aan tekstsoorten en media om de context uit te breiden.
Waarom is taalvaardigheid vaak pas laat in de schoolloopbaan een zichtbaar probleem voor leerlingen?
Bij examens worden leerlingen strenger beoordeeld op het begrijpen van complexe teksten en het nauwkeurig formuleren van antwoorden.
Wat is het fundamentele verschil tussen dagelijkse communicatie en communicatie in de vaklessen?
Dagelijkse communicatie verloopt vooral via spreken, terwijl vakinhoudelijke kennisoverdracht grotendeels via gedrukte of digitale bronnen (lezen en schrijven) gaat.
Waarom is variatie in tekstsoorten en media belangrijk binnen de pijler 'Context'?
Verschillende bronnen (zoals een spannend verhaal of een video over dijkdoorbraken) helpen om abstracte vakbegrippen betekenis te geven.
Waarom is het voor leerlingen niet genoeg om vaktaal alleen te begrijpen?
Leerlingen moeten de taal ook zelf kunnen produceren om grip te krijgen op de leerstof.
Welke rol spelen algemene schooltaalwoorden (zoals functie, proces of bevatten)?
Deze woorden helpen om de relaties tussen vakbegrippen te begrijpen en uit te leggen.
Wat is het verschil tussen DAT en CAT volgens het model van Cummins?
DAT (Dagelijkse Algemene Taalvaardigheid): Contextgebonden en concreet taalgebruik (bijv. "eten" of "kauwen").
CAT (Cognitief Abstracte of Academische Taalvaardigheid): Gedecontextualiseerd en abstract taalgebruik (bijv. "voedingsstelsel" of "functie").
Hoe worden 'schooltaal' en 'vaktaal' ingedeeld binnen het CAT-domein?
Schooltaal: Bevat algemene kenmerken die in veel vakken terugkomen (bijv. gevolgen, proces).
Vaktaal: Bevat specifieke kenmerken en termen die eigen zijn aan één vak (bijv. stelsel, speeksel).
Hoe kan een leraar 'contextuele steun' bieden bij abstracte onderwerpen?
Door abstracte zaken zichtbaar te maken via schema's, video's of proefjes in het lokaal.
Door nieuwe informatie te koppelen aan de eigen ervaringen en voorkennis die leerlingen al hebben.
Welke drie factoren beïnvloeden de 'cognitieve complexiteit' van een taak?
Mate van abstractie: Hoe ver het onderwerp afstaat van de tastbare werkelijkheid.
Verlangde denkoperaties: Moeten leerlingen alleen iets noemen, of moeten ze ook classificeren, concluderen of verklaren?.
Verlangde combinatietaken: Moet een leerling meerdere handelingen tegelijk doen, zoals tekst lezen, stappen eruit halen en dan een conclusie formuleren?.

Hoe worden de moeilijkheidsgraad en taalsteun in een kwadrant weergegeven?
De verticale as loopt van veel steun uit context naar weinig steun uit context.

In welk kwadrant bevinden de meeste theoretische schoolactiviteiten zich?
Deze spelen zich af in het vierde kwadrant: weinig steun uit de context en cognitief zeer veeleisend.
Wat is de relatie tussen mondelinge en schriftelijke taal op school?
Beide vullen elkaar aan: mondelinge interactie in de klas helpt vaak om de stap naar de moeilijke schriftelijke vaktekst te zetten.
Op welke vier aspecten kunnen leerlingen in een klas sterk van elkaar verschillen?
Achtergrond: Eerdere leerervaringen op school en levenservaring buiten school.
Welbevinden & Motivatie: Niet elke leerling voelt zich in elke setting even zeker of geaccepteerd.
Leerstrategieën: Leerlingen pakken taken verschillend aan en hanteren andere manieren om te leren.
Taalvaardigheid: Verschillen in de beheersing van het Nederlands of andere thuistalen.
Wat is de kern van 'inclusief onderwijs' in relatie tot deze verschillen?
Inspelen op de behoeften van leerlingen met uiteenlopende kwaliteiten, zodat iedereen optimaal kan ontwikkelen.
Leerlingen toegang bieden tot leerstof door op verschillende manieren (met taalsteun) te laten leren.
Wat zijn de vier belangrijkste aanwijzingen voor een optimale taalontwikkeling op school?
Bevestig de identiteit en (meertalige) achtergrond van de leerling om een veilig leerklimaat te creëren.
Activeer voorkennis om nieuwe leerstof betekenisvol te maken en help leerlingen bij het zorgvuldig opbouwen van concepten.
Gebruik regelmatig wisselende groepsvormen zodat leerlingen veel van en met elkaar kunnen leren.
Werk gericht aan de ontwikkeling van schooltaal en specifieke vaktaal (de overgang naar de academische taal van wetenschap en beroep).
In welke vier componenten wordt het begrip 'communicatieve competentie' onderverdeeld?
linguïstische
pragmatische
semantische
strategische component.
Wat houden de Linguïstische (vorm) component in?
Betreft de juiste klanken, spelling, woordvormen en zinsbouw (de 'formele' kant van taal).
Wat houden de Pragmatisch (gebruik) component in?
Het vermogen om taalgebruik aan te passen aan de situatie, zoals weten wanneer formeel taalgebruik gewenst is.
Wat houden de Semantisch (betekenis) component in?
Gaat verder dan losse woorden; het gaat om het begrijpen van diepere concepten en onderlinge relaties (bijv. de cultuur rondom 'koffie').
Wat houden de Strategische component in?
Het vermogen om het eigen taalgebruik aan te passen als de boodschap niet overkomt, zoals herformuleren of kritische vragen stellen.
Welke drie factoren zijn volgens onderzoek cruciaal voor een succesvolle taalverwerving in de vakles?
Rijk taalaanbod: Leerlingen moeten veel verschillende en relevante taalvormen horen en zien.
Productie: Leerlingen moeten volop de gelegenheid krijgen om zelf taal actief te gebruiken (praten en schrijven).
Feedback: Leerlingen hebben goede feedback nodig op hun formuleringen om te kunnen groeien.
Wat wordt verstaan onder een "rijk taalaanbod" in de context van een schoolvak?
Het aanbieden van diverse bronnen zoals video's, gastsprekers, internetbestanden, folders en verschillende soorten schoolboekteksten.
De taal hoeft niet "honderd procent begrijpelijk" te zijn, zolang de inhoud maar interessant is en de leerlingen boeit.
Wat is het effect van "actief meedoen aan een gesprek" op de formuleringen van leerlingen?
Het helpt leerlingen om hun vage gedachten om te zetten in heldere taal, wat direct bijdraagt aan hun begrip van de vakinhoud.
Leerlingen leren door de interactie met de leraar en klasgenoten hoe ze dezelfde gedachte in verschillende varianten (van simpel naar vaktaal) kunnen uitdrukken.
Waarom speelt feedback een cruciale rol in het taalontwikkelingsproces van de leerling?
Feedback helpt de leerling om zijn taalgebruik voortdurend aan te passen aan de signalen van gesprekspartners.
Wat houdt het concept van sociaal constructivisme in?
De school heeft de taak om leerlingen in te wijden in wetenschappelijke inzichten door hen sociaal, bewust en duurzaam te laten leren in een interactieve setting.
Waarom is het gezamenlijk herformuleren van omschrijvingen essentieel?
De interactie zorgt voor verheldering en complexe taaluitingen die leerlingen zonder hulp van de leraar of klasgenoten niet zouden bereiken.
Wat is de visie van Vygotski op het leerproces in het onderwijs?
Leren is een coöperatief, sociaal onderhandelingsproces waarbij leerlingen en leraren samen betekenissen construeren.
Taal wordt hierbij gezien als 'gereedschap' om eerst samen over ervaringen te praten en deze later als individueel denkinstrument te gebruiken.
Wat is de 'Zone van de naaste ontwikkeling' en waarom is dit cruciaal voor een leraar? (tweede element concept Vygotski) (p.47)
Het is het niveau van taken of opdrachten die een leerling nog net niet zelfstandig kan, maar met hulp van de leraar of medeleerlingen wél kan volbrengen.
Onderwijs is het meest effectief wanneer het zich in deze zone bevindt, omdat het de leerling uitdaagt zonder tot frustratie te leiden.
Wat is de definitie van 'Scaffolding' in het taalonderwijs?
Het is de tijdelijke hulp van een leraar (of gevorderde medeleerling) die is aangepast aan het niveau van de leerling en afneemt naarmate de leerling zelfstandiger wordt.
Wat zijn de drie kernkenmerken van scaffolding volgens Pauline Gibbons?
Adaptief: De hulp hangt af van wat de leerling op dat moment nodig heeft in de specifieke context van het vak.
Tijdelijk: De steun is alleen aanwezig zolang het nodig is om zelfstandig verder te kunnen.
Toekomstgericht: De hulp richt zich specifiek op de 'Zone van de naaste ontwikkeling' (wat de leerling morgen alleen moet kunnen).
Wat is designed scaffolding?
De taalondersteuning die vooraf door de leraar is ingepland tijdens het ontwerpen van de lessenreeks.
Wat is interactional scaffolding?
De spontane taalsteun die ter plekke in de klas plaatsvindt tijdens de interactie tussen leraar en leerling.
Waarom is het activeren van voorkennis cruciaal bij het aanbieden van nieuwe leerstof?
Het zorgt ervoor dat nieuwe begrippen kunnen 'aanhaken' bij wat de leerling al weet, waardoor de stof betekenis krijgt.
Wat wordt bedoeld met het 'Pygmalioneffect' in het onderwijs?
Het verschijnsel waarbij leerlingen beter gaan presteren simpelweg omdat de leraar hoge verwachtingen van hen heeft.
Hoe kunnen leerstrategieën het beste worden aangeleerd en ingevoerd?
Strategieën moeten expliciet onderwezen en getraind worden, zodat leerlingen ze uiteindelijk automatisch en intuïtief kunnen inzetten.
Wat is de kern van de overgang van DAT naar CAT in een vakleerproces?
Het proces start bij de geleidelijke verkenning van de wereld in dagelijkse algemene taalvaardigheid (DAT) en ontwikkelt zich naar cognitieve academische taalvaardigheid (CAT).

Hoe helpt het kwadrant van Cummins bij het plannen van onderwijs?
Het biedt een visueel kader om de mate van contextuele steun (veel/weinig) af te zetten tegen de cognitieve moeilijkheidsgraad (niet veeleisend/veeleisend).
Welke aanduidingen worden gebruikt om de stijgende cognitieve complexiteit in taken aan te geven?
beschrijven → classificeren → oorzakelijke verbanden → evalueren
Wat zijn de didactische stappen van Gibbons? (p.54-55)
concrete contexten
afstand nemen
gezamelijke conclusies
nieuw taalgebruik
lezen
opschrijven

Hoe worden de didactische stappen van Gibbons weergegeven in het kwadrant van Cummins?
De stappen bewegen van linksboven (veel contextsteun, cognitief minder veeleisend) naar rechtsonder (weinig contextsteun, cognitief veeleisend).

Wat is de rol van de leraar bij het verschuiven van activiteiten binnen dit kwadrant?
De leraar ondersteunt de overgang door lessen te ontwerpen met goed gekozen en geconstrueerde leeractiviteiten.
Tijdens de les biedt de leraar actieve taalsteun in de interactie om leerlingen te helpen hun ervaringen om te zetten in complexe vaktaal.
Wat zijn de vier stappen in de richtlijn voor het (her)ontwerpen van vaklessen?
Doelen vaststellen: Bepaal welke vakinhoudelijke én taaldoelen (begrippen, verbanden) je leerlingen moeten bereiken.
Vastellen hoe je ontwikkeling gaat volgen en beoordelen: Kies hoe je de voortgang monitort (bijv. toetsen, portfolio of mondelinge gesprekken).
Vaststellen vanuit welke context je over het thema gaat praten: Selecteer een concrete situatie die toegang biedt tot het thema en nieuwe ervaringen oproept.
Vaststellen hoe de leerlingen gaat leren: Ontwerp activiteiten die leerlingen stapsgewijs helpen van de context naar het abstracte CAT-niveau.
Welk hulpmiddel is ontwikkeld om leraren te laten reflecteren op taalontwikkeling in hun onderwijs?
De Kijkwijzer voor taalgericht vakonderwijs
Uit welke vier onderdelen bestaat de Kijkwijzer voor taalgericht vakonderwijs?
algemeen pedagogsich-didactisch handelen
context en vakinhoud
interactie
taalsteun