1/96
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
l’acheteur (m), l’acheteuse (f)
de koper, de koopster
l’avantage (m)
het voordeel
le consommateur, la consommatrice
de consument, de verbruiker
les déchets (m)
het afval
le désavantage
het nadeel
le gaspillage
de verspilling
avantageux, avantageuse
voordelig
branché(e)
hip, in de mode
confiant(e)
zelfverzekerd, zelfzeker
durable
duurzaam
raissonable
redelijk
comparer
vergelijken
contribuer à
bijdragen tot
dépenser
uitgeven
valoir
waard zijn
l’astuce (f)
het trucje
la friperie
de tweedehandszaak
novateur, novatrice
vernieuwend
bénéficier (de)
genieten (van), profiteren (van)
dénicher
op de kop tikken
échanger
uitwisselen, ruilen
maîtriser
beheersen
saisir
grijpen, vastpakken
le bénéfice
het voordeel, de winst
les biens (m)
de spullen, de goederen
la bonne affaire
het koopje
le circuit court
de korte keten
le comportement d’achat
het koopgedrag
la dépense
de uitgave
l’economie collaborative
de deeleconomie
l’economie de partage (f)
de deeleconomie
l’entrepreneuriat (m)
het ondernemerschap
l’intermédiare (m/f)
de tussenpersoon
la possession
het bezit
économiser
besparen
investir
investeren
marchander
onderhandelen, afdingen
négocier
onderhandelen (over)
valoriser
valoriseren, herwaarderen
de seconde main
tweedehands
en vrac
in bulk
acharné(e)
verbeten
imprévisible
onvoorspelbaar
réfléchi(e)
doordacht
faire confiance à
vertrouwen op
faire une bonne affaire
een goede zaak doen, een koopje doen
résister à la tentation
aan de verleiding weerstaan
en connaissance de cause
met kennis van zaken
être en essor
in opmars zijn
entraîner
met zich meebrengen
metrre l’accent sur
beklemtonen
privilégier
bevoordelen
reposer sur
zich baseren op
l’inconvénient (m)
het nadeel, het ongemak
défectueux, défectueuse
defect, stuk, kapot
environnemental(e)
milieu-, ecologisch-
équitable
eerlijk
par
uit, door
en raison de
wegens
grâce à
dankzij
à cause de
vanwege, door
parce que
omdat
puisque
aangezien
car
want
comme
aangezien
vu que
aangezien
pour
voor
pour / afin de
voor
dans le but de
om te, met het doel te
de peur de
uit vrees dat
donc
dus
alors
bijgevold, dus
ainsi
op die manier, zo
par conséquent
bijgevolg
en conséquence
bijgevolg
c’est pourquoi
daarom
si / tellement (adj.) que
zo … dat
tant (verbe) que
zoveel … dat
tant de (substantif) que
zoveel … dat
de sorte que
zodat
parler bas
stil spreken
sentir bon
goed ruiken
tenir bon
volhouden
coûter cher
duur zijn
payer cher
duur betalen
voir clair
helder zien, begrijpen
travailler dur
hard werken
chanter faux
vals zingen
frapper fort
hard (toe)slaan, hard kloppen
parler haut
luid praten
chanter juste
juist zingen
financer
financieren
financier / financière
financieel
le solde
het saldo
les soldes
de solden
emprunter
lenen van iemand
prêter
lenen aan iemand