Kaarten: Ontwikkelingspsychologie LES 6 Bars Soenens ugent | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/124

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

125 Terms

1
New cards

welke kritiek was er bij het gehechtheidsonderzoek van Ainsworth

(2) causale verbanden nog niet aangetoondsommige studies bevestigen deze trend niet

2
New cards

Welke verklaring kan er zijn voor de effecten die getoond werden in het gehechtheidsonderzoek

(3) mogelijk continuïteit van opvoeding bepalend of veilige gehechtheid verbonden zal zijn met latere ontwikkelingkinderen zijn weerbaar en kunnen onveilige gehechtheid overkomen, ze kunnen van onveilige hechting naar veilige hechting gaande ouders moeten hun draai nog wat vinden

3
New cards

wat is een oorzaak voor de overgang van onveilige naar veilige hechting

goed functionerende moeders die hun rol onder de knie krijgen

4
New cards

welke conclusie kan er getrokken worden uit de kwaliteit van gehechtheden

veilig gehechte baby's behouden hun status vaker dan niet-veilig gehechte baby'suitzondering: gedesoriënteerd: zeer stabiel

5
New cards

Wat zijn de 5 determinanten van hechtingskwaliteit

Mogelijkheid tot hechting Kwaliteit opvoedingsstijl Materiële omstandigheden van het gezinKenmerken van de ouders Kenmerken van het kind

6
New cards

welke emotionele problemen hebben kinderen in een instelling i.v.m. mogelijkheid tot hechting

problemen met hechting, niet door scheiding van moeder maar doordat ze geen band konden vormen met 1 of enkele volwassenen

7
New cards

wat gebeurt er met kinderen die in een instelling zaten, en later geadopteerd werden

wel goede band met adoptieoudersemotionele en sociale problemen (o.a. weinig vrienden)

8
New cards

waarom noemt men de eerste levensjaren een sensitieve periode ivm hechting

normale ontwikkeling gehechtheid hangt mogelijk af van kunnen vormen van nauwe band met verzorgers in eerste levensjaren

9
New cards

wat is sensitieve opvoeding

snel, consistent en op de juiste manier omgaan met baby's en ze zacht en vol zorg vasthouden (kwaliteit & niet kwantiteit van interactie)

10
New cards

wat is interactie-synchronie

"een nauwkeurig afgestelde ""emotionele dans"" waarbij de verzorger reageert op signalen kind op een goed-getimede, ritmische en gepaste manier. Beide partners stellen ook hun emotionele toestanden op elkaar af, vooral de positieve"

11
New cards

kwaliteit opvoedingsstijl bij vermijdend (2) overstimulerende of intrusieve opvoedingvermijden is ontsnappen daaraan

12
New cards

kwaliteit opvoedingsstijl angstig-ambivalent (5) gebrek aan betrokkenheid op juiste ogenblikinconsistente opvoeding: niet reageren op signalen, maar exploratie onderbrokengebrek objectconstantie van verzorgingsfiguren: geen stabiel beeld van verzorgingsfigurenoverprotective ouders: kind voelt alsof het niet klaar is voor de wereldbaby is zeer sterk afhankelijk + kwaad omwille van gebrekkige betrokkenheid

13
New cards

kenmerken opvoedingsstijl gedisorganiseerd/gedesoriënteerd

(2) vaak mishandeling (maar bij alle 3 onveilige vormen)vaak depressieve moeders

14
New cards

wat zijn negatieve invloeden van (materiële) omstandigheden gezin (3)

stress en instabiliteit (bvb. jobverlies, scheiding, financiële moeilijkheiden, frequent verhuizen...)direct: bvb. discussies en conflictindirect: verminderde sensitieve verzorging door bvb. jobverlies/jobonzekerheid

15
New cards

wat zijn interne werkmodellen van de ouders zelf

eigen ervaringen van de ouders, hun eigen hechtingsstijl doorgeven aan hun kinderen

16
New cards

waardoor zijn de interne werkmodellen van de ouders beïnvloed

(3) gebeurtenissen in de levenslooppersoonlijkheidhuidige levenstevredenheid

17
New cards

hoe kunnen vaders zorgen voor een veilige gehechtheid

sensitieve verzorging

18
New cards

welke verschillende rollen hebben vaders en moeders bij hechting

moeders: verzorgers: gemiddeld zetten mama's meer in op 'safe haven' (veiligheid)vaders: speelkameraad: gemiddeld gaan papa's meer inzetten op secure base (meer exploreren met vader)

19
New cards

wat kunnen we zeggen over vaders die erg betrokken zijn bij opvoeding van de kinderen

(3) ze zijn minder stereotiep in opvatting geslachtsrollenhebben sympathieke, vriendelijke persoonlijkheidzien ouderschap als verrijkende ervaring

20
New cards

waarom zijn voldoeninggevende huwelijksrelaties belangrijk voor vooral vaders

ondersteunt betrokkenheid op kinderen

21
New cards

wat kunnen ouders doen om bij te dragen tot harmonische relaties tussen broers en zussen

(2) speciale momenten voorzien met oudste kind waarbij je de behoeften van het jongste kind uitlegtBij een veilige gehechtheid tussen moeder en kind en dus de aandacht verdeeld wordt naar alle kinderen, zullen ook de band tussen broers/zussen onderling positief zijn

22
New cards

Wat is het 'ik-zelf'

(4) gevoel van zichzelf als handelende instantie ('agent')afgescheiden van de omgeving/de wereldkan eigen gedachten en handelingen onder controle houden=ervaringen van binnen de persoon zelf

23
New cards

wat is het 'mijzelf' (3)

gevoel van zichzelf als object van kennis en evaluatie (bvb. ben ik een goeie vriend, ben ik wel sportief...)welke kwaliteiten heb ik die het zelf uniek maken =buitenstaandersperspectief

24
New cards

welke kwaliteiten maken het zelf uniek

lichamelijke kenmerkenbezittingenhoudingen, overtuigingen, persoonlijkheid

25
New cards

vanaf welke leeftijd hebben baby's voorkeur van filmpjes van hunzelf gefilmd door anderen

(ik-zelf) 3 maanden

26
New cards

vanaf wanneer begint het mij-zelf

2de levensjaar

27
New cards

wat is het spiegelexperiment

kunnen ze zichzelf herkennen in een spiegel? onderzoekers zetten een stip op hun neus en dan worden ze voor een spiegel gezet. gaan ze reiken naar hun neus of naar de spiegel?

28
New cards

vanaf wanneer kunnen kinderen hun eigen schaduw herkennen

vanaf 3 jaar

29
New cards

wat is empathie

het vermogen om de emotionele toestand van iemand anders te begrijpen en mee te voelen of emotioneel op een gelijkaardige manier te reageren (bvb. anderen troosten op manieren waar men zelf troost in vindt)

30
New cards

vanaf wanneer begint het categorisch zelf

tussen 18 en 30 maanden

31
New cards

wat beginnen kinderen te doen bij het categorisch zelf

zichzelf en anderen indelen in categoriën van leeftijd, fysieke kenmerken en goed en slecht

32
New cards

vanaf wanneer verschijnt het vermogen om weerstand te bieden aan impulsen tot sociaal niet-aanvaard gedrag en aan negatieve emoties

verschijnt rond 12 à 18 maanden

33
New cards

op wat is weerstand bieden aan impulsen gebaseerd

(3) inzicht van zichzelf als handelende agentinzicht van zichzelf als iemand die normen kan overtredenherinnering van verzoek

34
New cards

vanaf wanneer verschijnt gehoorzaamheid

tussen 12 en 18 maanden

35
New cards

hoe kan je gehoorzaamheid doen toenemen

met warme, sensitieve zorg

36
New cards

Wat is asynchronie

verschillende lichaamsdelen volgen een verschillend groeipatroon

37
New cards

wanneer eindigt de kleutertijd

bij verlies van babytandjes

38
New cards

Wat is het lymfoïdesysteem

systeem dat zorgt voor immuniteit voor ziektes en bacteriën

39
New cards

waardoor treedt er een versterking van het evenwicht op

(2) hersenontwikkelingverschuiving van zwaartepunt naar beneden

40
New cards

vanaf wanneer kunnen kinderen met een vork eten

3 à 4 jaar

41
New cards

vanaf wanneer kunnen kinderen met mes en vork eten

5 jaar

42
New cards

vanaf wanneer kunnen kinderen hun veters knopen

6 jaar: vergt aandacht en herinnering

43
New cards

Wat zijn de 5 verschillende stadia van tekenen + leeftijd

Krabbelstadium: 2jaar Toevallig realisme (achteraf benoemen figuur): 3-4 jaar Mislukt realisme: 4-5 jaar Verstandelijk realisme: 5-6 jaar Visueel realisme: 8-9 jaar

44
New cards

wat is het krabbelstadium

betekenisloze lijnen zonder verwijzingswaarde

45
New cards

wat zijn 3 kenmerken van toevallig realisme

achteraf benoemen van figuurbetekenis of verwijzingswaarde toekennen = tekenenkopvoeter

46
New cards

mislukt realisme

- = op voorhand bepalen, maar niet in tekening slagen

- je hebt nog niet de motorische skills om het goed te doen, eindresultaat kan er

hetzelfde uitzien als toevallig realisme

47
New cards

verstandelijk realisme

- = tekening is uitdrukking van belevingswereld van kind.

- Niet persé overeenkomstig met realiteit (kinderen hebben veel fantasie)

48
New cards

wat zijn 3 kenmerken van visueel realisme

dingen tekenen zoals ze er werkelijk uitzienmeer aandacht voor diepte-elementenmeer organisatie, geen losse figuren meer

49
New cards

SCHRIJVEN

- Eerst in omgekeerde richting

- Symmetrische letters (vb. d en b) worden door elkaar gehaspeld

50
New cards

wat zijn 4 oorzaken voor individuele verschillen in motorische vaardigheden

geneticageslachtoefeningaanmoediging door omgeving

51
New cards

wat is de 5e fase van de sensori-motorische fase van Piaget

(tertiaire circulaire reacties) systematisch variëren van handelingen om tot een oplossing te komen

52
New cards

wat is de 6e fase van het sensorimotorische stadium van Piaget

(geïnterioriseerd experimenteren) symboolfunctie/semiotische functieloskoppelen van handelen en denkenaccodommodatie van schema's bij overgang

53
New cards

wat zijn de verworvenheden van het pre-operationeel denken

- mentale voorstellingen - tekenen - van make-belive naar socio dramatisch spel (2,5j) - duale representatie

54
New cards

wat is taal volgens Piaget

symboolsysteem om objecten of situaties op te roepen die er niet zijn

55
New cards

in welk opzicht verschillen Vygotsky en Piaget ivm hun visie over taal

Piaget zegt dat taal slechts een minimale rol in cognitieve ontwikkeling speelt, maar Vygotsky beweert juist dat taal de motor is van onze cognitieve ontwikkeling en dat we door te babbelen de wereld ontdekken

56
New cards

welke 3 vereisten zijn er voordat een verbeeldingsspel een socio-dramatisch spel genoemd kan worden

meer los van reële levensomstandighedenminder zelf-gecentreerdmeer complexe plotten (verschillende rollen)

57
New cards

wat is volgens Piaget een voordeel van een socio-dramatisch spel

inoefenen en versterken van schema's

58
New cards

wat is volgens Vygotsky een voordeel van socio-dramatisch spel

draagt bij toe cognitieve vooruitgang: sociale vaardigheden (coöperativiteit)versterken van cognitieve vaardigheden: aandacht, creativiteit en taalontwikkelinginzicht in reële levenssituaties

59
New cards

waardoor krijgen kinderen een duale representatie van de wereld

door pre-operationeel denken

60
New cards

welke denkfouten zijn er in het pre-operationeel niveau volgends Piaget

egocentrisme - conservatie - hiërarchische classificatie

61
New cards

wat is het egocentrisme

Symbolische gezichtspunten van andere mensen niet kunnen onderscheiden van eigen gezichtspunt

- Kinderen kijken door eigen ogen naar de wereld, kunnen zich niet verplaatsen in een ander vb: drie bergen probleem

≠ zintuigelijk egocentrisme in babytijd dat gekenmerkt wordt door adualiteit

62
New cards

egocentrisme: piaget overdreef

als het simêlre voorwerpen waren deden de kleuters het wel goed

63
New cards

welke 4 fenomenen ontstaan er door egocentrisch te denken

animismefinalismefysiognomisch waarnemenmagisch denken

64
New cards

wat is animisme

persoonlijkheid geven aan objecten (bvb. je doet je pijn en bent kwaad op de deur)

65
New cards

wat is finalisme

denken dat alles een finale rede/oorzaak heeft (bvb. je vraagt je af waarom het regent)

66
New cards

wat is fysiognomisch waarnemen

animisme + emotie kunnen zien in het object (bvb. je zegt dat de plant blij is en dat de plant lacht als je ze water geeft)

67
New cards

wat is magisch denken

denken dat als je maar genoeg iets zegt of genoeg aan iets denkt dat het ook echt gaat gebeuren (bvb. je mag vooral niet te veel denken aan dieven en monsters, want dan is de kans groter dat ze komen)

68
New cards

wat is conservatie

idee dat bepaalde fysieke eigenschappen van voorwerpen altijd dezelfde blijven, zelfs wanneer hun uiterlijke verschijningsvorm verandert (bvb. aantal, lengte, hoeveelheid...)

69
New cards

wat zijn de drie uitingen van concervatie

centratie - gebrek aan transfomaties - onomkeerbaarheid of irreversibiliteit

70
New cards

wat is centratie

aandacht richten op 1 aspect en andere verwaarlozen: focus op meest opvallende waarneembare eigenschappen (bvb. de lengte van de rij muntstukken slorpt alles op waardoor ze er een verkeerd beeld van hebben, zijn er meer gele bloemen of bloemen: ze zeggen meer gele bloemen want het feit dat de gele bloemen met veel zijn slorpt alle aandacht op)

71
New cards

wat is gebrek aan transformaties

geen aandacht hebben voor evolutie tussen begin- en eindtoestand (bvb. Ze kijken alleen naar de eindtoestand, het verschuiven van de muntstukken wordt niet voldoende in rekening gebracht)

72
New cards

wat is onomkeerbaarheid of irreversibiliteit

kan een reeks van stappen niet in gedachten omkeren (statistisch denken) (eens ze tot een bepaald besluit zijn gekomen, blijven ze erbij en gaan ze niet meer terug)

73
New cards

wat is hiërarchische classificatie

organiseren van voorwerpen in klassen en subklassen (waar een hiërarchische relatie tussen bestaat) op basis van gelijkenissen en verschillen (bvb. het sorteren van bloemen)

74
New cards

hoe kan je in het pre-operationeel stadium het denken van kinderen beschrijven

(3) intuïtiefrigide (stijf)niet ondersteund door een logisch stabiel georganiseerd systeem

75
New cards

op welke denkfout wijst hiërarchische classificatie

centratie

76
New cards

welke kritiek krijgt Piaget

Piaget beschrijft kleuters in termen van wat ze niet kunnen en niet in termen van wat ze wel kunnen.

77
New cards

Wat is het representatie-probleem bij uiterlijke verschijning vs realiteit

Moeite om reële beeld van voorwerpen voor de geest te halen wanneer geconfronteerd met tweede, contradictorische voorstelling van datzelfde voorwerp

78
New cards

Wat is de conclusie van het pre-operationele stadium

De logische operaties worden geleidelijk verworven. Piaget zijn proeven waren te complex.

79
New cards

welke 3 opvoedkundige principes worden afgeleid uit Piagets theorie

ontdekkingslerengevoeligheid voor bereidheid van kinderen om te lerenaanvaarden van individuele verschillen (zelfde sequentie, maar verschillend tempo)

80
New cards

wat is de socio-culturele theorie van Vygotsky

taalontwikkeling resulteert in toename van - sociale dialoog - private taal

81
New cards

wat is de belangrijke functie van private taal volgens vygotsky

helpt om gedrag te sturen vormt basis voor hogere cognitieve processen

82
New cards

Wat is scaffolding

Het aanpassen van de steun die men geeft tijdens een leersessie in overeenstemming met huidige niveau van presteren van kind.

83
New cards

wat zijn argumenten voor de socio-culturele theorie van vygotsky

(2) belang van onderwijs als sociale contextgrote aandacht voor culturele verschillen

84
New cards

wat zijn argumenten tegen de socio-culturele theorie van vygotsky

(3) westerse theorieverbale communicatie is niet enige middel dat bijdraagt tot cognitieve ontwikkelingVygotsky zei weinig over basale cognitieve processen en over hoe specifieke vaardigheden (aandacht, geheugen, categorisatie en probleem-oplossen) bijdragen tot hogere cognitieve processen

85
New cards

waarom zijn geheugensstrategiën gemakkelijker te bestuderen

(2) kunnen met taal beschrijven wat ze zich herinnerenkunnen instructies volgen in eenvoudige geheugentaken

86
New cards

wat is herkenning

het passief herinneren van stimuli

87
New cards

wat is herinnering

het actief herinneren van stimuli

88
New cards

hoe evolueren scripts hoe ouder de kinderen worden

(2) uitgebreider, meer detailsworden gebruikt om te voorspellen wat er gaat gebeuren in gelijkaardige situaties

89
New cards

wat is het autobiografisch geheugen

voorstellingen van persoonlijke betekenisvolle en eenmalige gebeurtenissen (bvb. naar pretpark gaan, op reis gaan...)

90
New cards

welke 2 stijlen bestaan er om vertellen aan te moedigen

elaboratieve stijlrepetitieve stijl

91
New cards

wat is de elaboratieve stijl

diverse vragen stellen (wat heb je gezien? oh wauw, leeuwen! was je bang? was de juf bang?)

92
New cards

wat is de repetitieve stijl

dezelfde vraag keer op keer opnieuw stellen (en wat heb je nog gezien? en wat nog?)

93
New cards

wat is een gevolg van sterke toename in fijne motorische ontwikkeling

meer zelfredzaamheid

94
New cards

vanaf wanneer is het krabbelstadium (tekenen)

2 jaar

95
New cards

wanneer is het toevallig realisme

3 à 4 jaar

96
New cards

wanneer is het mislukt realisme

4 à 5 jaar

97
New cards

wat is het mislukt realisme

op voorhand bepalen wat je gaat tekenen, maar er niet in slagen

98
New cards

wanneer is het verstandelijk realisme

5 à 6 jaar

99
New cards

wat zijn kenmerken van het verstandelijk realisme

tekening is uitdrukking van belevingswereld van kindniet persé overeenkomstig met realiteitletters omgekeerd schrijven

100
New cards

wanneer is het visueel realisme

8 à 9 jaar