1/124
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
welke kritiek was er bij het gehechtheidsonderzoek van Ainsworth
(2) causale verbanden nog niet aangetoondsommige studies bevestigen deze trend niet
Welke verklaring kan er zijn voor de effecten die getoond werden in het gehechtheidsonderzoek
(3) mogelijk continuïteit van opvoeding bepalend of veilige gehechtheid verbonden zal zijn met latere ontwikkelingkinderen zijn weerbaar en kunnen onveilige gehechtheid overkomen, ze kunnen van onveilige hechting naar veilige hechting gaande ouders moeten hun draai nog wat vinden
wat is een oorzaak voor de overgang van onveilige naar veilige hechting
goed functionerende moeders die hun rol onder de knie krijgen
welke conclusie kan er getrokken worden uit de kwaliteit van gehechtheden
veilig gehechte baby's behouden hun status vaker dan niet-veilig gehechte baby'suitzondering: gedesoriënteerd: zeer stabiel
Wat zijn de 5 determinanten van hechtingskwaliteit
Mogelijkheid tot hechting Kwaliteit opvoedingsstijl Materiële omstandigheden van het gezinKenmerken van de ouders Kenmerken van het kind
welke emotionele problemen hebben kinderen in een instelling i.v.m. mogelijkheid tot hechting
problemen met hechting, niet door scheiding van moeder maar doordat ze geen band konden vormen met 1 of enkele volwassenen
wat gebeurt er met kinderen die in een instelling zaten, en later geadopteerd werden
wel goede band met adoptieoudersemotionele en sociale problemen (o.a. weinig vrienden)
waarom noemt men de eerste levensjaren een sensitieve periode ivm hechting
normale ontwikkeling gehechtheid hangt mogelijk af van kunnen vormen van nauwe band met verzorgers in eerste levensjaren
wat is sensitieve opvoeding
snel, consistent en op de juiste manier omgaan met baby's en ze zacht en vol zorg vasthouden (kwaliteit & niet kwantiteit van interactie)
wat is interactie-synchronie
"een nauwkeurig afgestelde ""emotionele dans"" waarbij de verzorger reageert op signalen kind op een goed-getimede, ritmische en gepaste manier. Beide partners stellen ook hun emotionele toestanden op elkaar af, vooral de positieve"
kwaliteit opvoedingsstijl bij vermijdend (2) overstimulerende of intrusieve opvoedingvermijden is ontsnappen daaraan
kwaliteit opvoedingsstijl angstig-ambivalent (5) gebrek aan betrokkenheid op juiste ogenblikinconsistente opvoeding: niet reageren op signalen, maar exploratie onderbrokengebrek objectconstantie van verzorgingsfiguren: geen stabiel beeld van verzorgingsfigurenoverprotective ouders: kind voelt alsof het niet klaar is voor de wereldbaby is zeer sterk afhankelijk + kwaad omwille van gebrekkige betrokkenheid
kenmerken opvoedingsstijl gedisorganiseerd/gedesoriënteerd
(2) vaak mishandeling (maar bij alle 3 onveilige vormen)vaak depressieve moeders
wat zijn negatieve invloeden van (materiële) omstandigheden gezin (3)
stress en instabiliteit (bvb. jobverlies, scheiding, financiële moeilijkheiden, frequent verhuizen...)direct: bvb. discussies en conflictindirect: verminderde sensitieve verzorging door bvb. jobverlies/jobonzekerheid
wat zijn interne werkmodellen van de ouders zelf
eigen ervaringen van de ouders, hun eigen hechtingsstijl doorgeven aan hun kinderen
waardoor zijn de interne werkmodellen van de ouders beïnvloed
(3) gebeurtenissen in de levenslooppersoonlijkheidhuidige levenstevredenheid
hoe kunnen vaders zorgen voor een veilige gehechtheid
sensitieve verzorging
welke verschillende rollen hebben vaders en moeders bij hechting
moeders: verzorgers: gemiddeld zetten mama's meer in op 'safe haven' (veiligheid)vaders: speelkameraad: gemiddeld gaan papa's meer inzetten op secure base (meer exploreren met vader)
wat kunnen we zeggen over vaders die erg betrokken zijn bij opvoeding van de kinderen
(3) ze zijn minder stereotiep in opvatting geslachtsrollenhebben sympathieke, vriendelijke persoonlijkheidzien ouderschap als verrijkende ervaring
waarom zijn voldoeninggevende huwelijksrelaties belangrijk voor vooral vaders
ondersteunt betrokkenheid op kinderen
wat kunnen ouders doen om bij te dragen tot harmonische relaties tussen broers en zussen
(2) speciale momenten voorzien met oudste kind waarbij je de behoeften van het jongste kind uitlegtBij een veilige gehechtheid tussen moeder en kind en dus de aandacht verdeeld wordt naar alle kinderen, zullen ook de band tussen broers/zussen onderling positief zijn
Wat is het 'ik-zelf'
(4) gevoel van zichzelf als handelende instantie ('agent')afgescheiden van de omgeving/de wereldkan eigen gedachten en handelingen onder controle houden=ervaringen van binnen de persoon zelf
wat is het 'mijzelf' (3)
gevoel van zichzelf als object van kennis en evaluatie (bvb. ben ik een goeie vriend, ben ik wel sportief...)welke kwaliteiten heb ik die het zelf uniek maken =buitenstaandersperspectief
welke kwaliteiten maken het zelf uniek
lichamelijke kenmerkenbezittingenhoudingen, overtuigingen, persoonlijkheid
vanaf welke leeftijd hebben baby's voorkeur van filmpjes van hunzelf gefilmd door anderen
(ik-zelf) 3 maanden
vanaf wanneer begint het mij-zelf
2de levensjaar
wat is het spiegelexperiment
kunnen ze zichzelf herkennen in een spiegel? onderzoekers zetten een stip op hun neus en dan worden ze voor een spiegel gezet. gaan ze reiken naar hun neus of naar de spiegel?
vanaf wanneer kunnen kinderen hun eigen schaduw herkennen
vanaf 3 jaar
wat is empathie
het vermogen om de emotionele toestand van iemand anders te begrijpen en mee te voelen of emotioneel op een gelijkaardige manier te reageren (bvb. anderen troosten op manieren waar men zelf troost in vindt)
vanaf wanneer begint het categorisch zelf
tussen 18 en 30 maanden
wat beginnen kinderen te doen bij het categorisch zelf
zichzelf en anderen indelen in categoriën van leeftijd, fysieke kenmerken en goed en slecht
vanaf wanneer verschijnt het vermogen om weerstand te bieden aan impulsen tot sociaal niet-aanvaard gedrag en aan negatieve emoties
verschijnt rond 12 à 18 maanden
op wat is weerstand bieden aan impulsen gebaseerd
(3) inzicht van zichzelf als handelende agentinzicht van zichzelf als iemand die normen kan overtredenherinnering van verzoek
vanaf wanneer verschijnt gehoorzaamheid
tussen 12 en 18 maanden
hoe kan je gehoorzaamheid doen toenemen
met warme, sensitieve zorg
Wat is asynchronie
verschillende lichaamsdelen volgen een verschillend groeipatroon
wanneer eindigt de kleutertijd
bij verlies van babytandjes
Wat is het lymfoïdesysteem
systeem dat zorgt voor immuniteit voor ziektes en bacteriën
waardoor treedt er een versterking van het evenwicht op
(2) hersenontwikkelingverschuiving van zwaartepunt naar beneden
vanaf wanneer kunnen kinderen met een vork eten
3 à 4 jaar
vanaf wanneer kunnen kinderen met mes en vork eten
5 jaar
vanaf wanneer kunnen kinderen hun veters knopen
6 jaar: vergt aandacht en herinnering
Wat zijn de 5 verschillende stadia van tekenen + leeftijd
Krabbelstadium: 2jaar Toevallig realisme (achteraf benoemen figuur): 3-4 jaar Mislukt realisme: 4-5 jaar Verstandelijk realisme: 5-6 jaar Visueel realisme: 8-9 jaar
wat is het krabbelstadium
betekenisloze lijnen zonder verwijzingswaarde
wat zijn 3 kenmerken van toevallig realisme
achteraf benoemen van figuurbetekenis of verwijzingswaarde toekennen = tekenenkopvoeter
mislukt realisme
- = op voorhand bepalen, maar niet in tekening slagen
- je hebt nog niet de motorische skills om het goed te doen, eindresultaat kan er
hetzelfde uitzien als toevallig realisme
verstandelijk realisme
- = tekening is uitdrukking van belevingswereld van kind.
- Niet persé overeenkomstig met realiteit (kinderen hebben veel fantasie)
wat zijn 3 kenmerken van visueel realisme
dingen tekenen zoals ze er werkelijk uitzienmeer aandacht voor diepte-elementenmeer organisatie, geen losse figuren meer
SCHRIJVEN
- Eerst in omgekeerde richting
- Symmetrische letters (vb. d en b) worden door elkaar gehaspeld
wat zijn 4 oorzaken voor individuele verschillen in motorische vaardigheden
geneticageslachtoefeningaanmoediging door omgeving
wat is de 5e fase van de sensori-motorische fase van Piaget
(tertiaire circulaire reacties) systematisch variëren van handelingen om tot een oplossing te komen
wat is de 6e fase van het sensorimotorische stadium van Piaget
(geïnterioriseerd experimenteren) symboolfunctie/semiotische functieloskoppelen van handelen en denkenaccodommodatie van schema's bij overgang
wat zijn de verworvenheden van het pre-operationeel denken
- mentale voorstellingen - tekenen - van make-belive naar socio dramatisch spel (2,5j) - duale representatie
wat is taal volgens Piaget
symboolsysteem om objecten of situaties op te roepen die er niet zijn
in welk opzicht verschillen Vygotsky en Piaget ivm hun visie over taal
Piaget zegt dat taal slechts een minimale rol in cognitieve ontwikkeling speelt, maar Vygotsky beweert juist dat taal de motor is van onze cognitieve ontwikkeling en dat we door te babbelen de wereld ontdekken
welke 3 vereisten zijn er voordat een verbeeldingsspel een socio-dramatisch spel genoemd kan worden
meer los van reële levensomstandighedenminder zelf-gecentreerdmeer complexe plotten (verschillende rollen)
wat is volgens Piaget een voordeel van een socio-dramatisch spel
inoefenen en versterken van schema's
wat is volgens Vygotsky een voordeel van socio-dramatisch spel
draagt bij toe cognitieve vooruitgang: sociale vaardigheden (coöperativiteit)versterken van cognitieve vaardigheden: aandacht, creativiteit en taalontwikkelinginzicht in reële levenssituaties
waardoor krijgen kinderen een duale representatie van de wereld
door pre-operationeel denken
welke denkfouten zijn er in het pre-operationeel niveau volgends Piaget
egocentrisme - conservatie - hiërarchische classificatie
wat is het egocentrisme
Symbolische gezichtspunten van andere mensen niet kunnen onderscheiden van eigen gezichtspunt
- Kinderen kijken door eigen ogen naar de wereld, kunnen zich niet verplaatsen in een ander vb: drie bergen probleem
≠ zintuigelijk egocentrisme in babytijd dat gekenmerkt wordt door adualiteit
egocentrisme: piaget overdreef
als het simêlre voorwerpen waren deden de kleuters het wel goed
welke 4 fenomenen ontstaan er door egocentrisch te denken
animismefinalismefysiognomisch waarnemenmagisch denken
wat is animisme
persoonlijkheid geven aan objecten (bvb. je doet je pijn en bent kwaad op de deur)
wat is finalisme
denken dat alles een finale rede/oorzaak heeft (bvb. je vraagt je af waarom het regent)
wat is fysiognomisch waarnemen
animisme + emotie kunnen zien in het object (bvb. je zegt dat de plant blij is en dat de plant lacht als je ze water geeft)
wat is magisch denken
denken dat als je maar genoeg iets zegt of genoeg aan iets denkt dat het ook echt gaat gebeuren (bvb. je mag vooral niet te veel denken aan dieven en monsters, want dan is de kans groter dat ze komen)
wat is conservatie
idee dat bepaalde fysieke eigenschappen van voorwerpen altijd dezelfde blijven, zelfs wanneer hun uiterlijke verschijningsvorm verandert (bvb. aantal, lengte, hoeveelheid...)
wat zijn de drie uitingen van concervatie
centratie - gebrek aan transfomaties - onomkeerbaarheid of irreversibiliteit
wat is centratie
aandacht richten op 1 aspect en andere verwaarlozen: focus op meest opvallende waarneembare eigenschappen (bvb. de lengte van de rij muntstukken slorpt alles op waardoor ze er een verkeerd beeld van hebben, zijn er meer gele bloemen of bloemen: ze zeggen meer gele bloemen want het feit dat de gele bloemen met veel zijn slorpt alle aandacht op)
wat is gebrek aan transformaties
geen aandacht hebben voor evolutie tussen begin- en eindtoestand (bvb. Ze kijken alleen naar de eindtoestand, het verschuiven van de muntstukken wordt niet voldoende in rekening gebracht)
wat is onomkeerbaarheid of irreversibiliteit
kan een reeks van stappen niet in gedachten omkeren (statistisch denken) (eens ze tot een bepaald besluit zijn gekomen, blijven ze erbij en gaan ze niet meer terug)
wat is hiërarchische classificatie
organiseren van voorwerpen in klassen en subklassen (waar een hiërarchische relatie tussen bestaat) op basis van gelijkenissen en verschillen (bvb. het sorteren van bloemen)
hoe kan je in het pre-operationeel stadium het denken van kinderen beschrijven
(3) intuïtiefrigide (stijf)niet ondersteund door een logisch stabiel georganiseerd systeem
op welke denkfout wijst hiërarchische classificatie
centratie
welke kritiek krijgt Piaget
Piaget beschrijft kleuters in termen van wat ze niet kunnen en niet in termen van wat ze wel kunnen.
Wat is het representatie-probleem bij uiterlijke verschijning vs realiteit
Moeite om reële beeld van voorwerpen voor de geest te halen wanneer geconfronteerd met tweede, contradictorische voorstelling van datzelfde voorwerp
Wat is de conclusie van het pre-operationele stadium
De logische operaties worden geleidelijk verworven. Piaget zijn proeven waren te complex.
welke 3 opvoedkundige principes worden afgeleid uit Piagets theorie
ontdekkingslerengevoeligheid voor bereidheid van kinderen om te lerenaanvaarden van individuele verschillen (zelfde sequentie, maar verschillend tempo)
wat is de socio-culturele theorie van Vygotsky
taalontwikkeling resulteert in toename van - sociale dialoog - private taal
wat is de belangrijke functie van private taal volgens vygotsky
helpt om gedrag te sturen vormt basis voor hogere cognitieve processen
Wat is scaffolding
Het aanpassen van de steun die men geeft tijdens een leersessie in overeenstemming met huidige niveau van presteren van kind.
wat zijn argumenten voor de socio-culturele theorie van vygotsky
(2) belang van onderwijs als sociale contextgrote aandacht voor culturele verschillen
wat zijn argumenten tegen de socio-culturele theorie van vygotsky
(3) westerse theorieverbale communicatie is niet enige middel dat bijdraagt tot cognitieve ontwikkelingVygotsky zei weinig over basale cognitieve processen en over hoe specifieke vaardigheden (aandacht, geheugen, categorisatie en probleem-oplossen) bijdragen tot hogere cognitieve processen
waarom zijn geheugensstrategiën gemakkelijker te bestuderen
(2) kunnen met taal beschrijven wat ze zich herinnerenkunnen instructies volgen in eenvoudige geheugentaken
wat is herkenning
het passief herinneren van stimuli
wat is herinnering
het actief herinneren van stimuli
hoe evolueren scripts hoe ouder de kinderen worden
(2) uitgebreider, meer detailsworden gebruikt om te voorspellen wat er gaat gebeuren in gelijkaardige situaties
wat is het autobiografisch geheugen
voorstellingen van persoonlijke betekenisvolle en eenmalige gebeurtenissen (bvb. naar pretpark gaan, op reis gaan...)
welke 2 stijlen bestaan er om vertellen aan te moedigen
elaboratieve stijlrepetitieve stijl
wat is de elaboratieve stijl
diverse vragen stellen (wat heb je gezien? oh wauw, leeuwen! was je bang? was de juf bang?)
wat is de repetitieve stijl
dezelfde vraag keer op keer opnieuw stellen (en wat heb je nog gezien? en wat nog?)
wat is een gevolg van sterke toename in fijne motorische ontwikkeling
meer zelfredzaamheid
vanaf wanneer is het krabbelstadium (tekenen)
2 jaar
wanneer is het toevallig realisme
3 à 4 jaar
wanneer is het mislukt realisme
4 à 5 jaar
wat is het mislukt realisme
op voorhand bepalen wat je gaat tekenen, maar er niet in slagen
wanneer is het verstandelijk realisme
5 à 6 jaar
wat zijn kenmerken van het verstandelijk realisme
tekening is uitdrukking van belevingswereld van kindniet persé overeenkomstig met realiteitletters omgekeerd schrijven
wanneer is het visueel realisme
8 à 9 jaar