1/43
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Drie type attitudes inclusief onderwijs
Cognitief (overtuiging) : Ik vind dat … bijv. iedereen recht heeft op inclusief ow
Affectief (gevoelens) : Ik voel me … bijv. competent genoeg om inclusief ow te realiseren
Gedragsintentie : Ik zou … doen … bijv. aanpassingen willen maken in de klas
Cognitief en affectief zijn sterk gerelateerd aan gedragsintentie. Dus als je overtuiging goed is en je een goed gevoel hebt over iets dan bepaald dat wat je uiteindelijk doet; dus je gedragsintentie.
Meestal neutraal/licht positief, ligt ook aan de combinatie en zwaarte van de nodige ondersteuning
Beïnvloedende factoren voor attitude van leerkrachten tegenover inclusief onderwijs
kennis en vaardigheden
Ervaring opdoen met de doelgroep
Ondersteuning
Zelfeffectiviteit
Dus leerkrachten informeren en expertise betrekken bij de ondersteuningsbehoeften om de leerkrachten te informeren. Ondersteuning is heel belangrijk (bijv. steunend schoolbestuur, onderwijsassistent, etc). En ook zelfeffectiviteit (de overtuiging over jezelf dat je het kan, dat je dus dat passend onderwijs juist kan bieden)
Inclusief onderwijs
Dus leerlingen moeten allemaal leren in dezelfde school omgeving = inclusief onderwijs (men leert van en met elkaar)
Salamanca statement
Salamanca is een verdrag en is heel belangrijk geweest. Er staat in dat alle kids unieke talenten, mogelijkheden en leerbehoeften hebben en dat onderwijssystemen ingericht moeten zijn op die verschillende leerbehoeften, inclusief de behoeftes van leerlingen met een beperking.
Gaat over rechten van het kind en roept de regering op om alle onderwijssystemen inclusief in te richten.
MAAR Het gaat uit van een visie (we geloven en bepleiten dat). Maar er staat niet voorgeschreven hoe dat in elk land specifiek moet worden ingericht.
VN-verdrag mbt inclusief onderwijs
Wij hebben dit getekend dus nu hebben we (net als elke lidstaat) actieve verplichting om inclusie te bevorderen. Volledige participatie betekent ook echt in dezelfde leeromgeving, dus niet alleen die kinderen samen laten buitenspelen bijv.
Equality, Equity, Justice (1 van de 17 VN doelen)
Ensure inclusive and equality education and promote lifelong learning oppurtunities for all
De uitleg van deze quote wordt mooi weergeven door dit plaatje. Bij justice wordt de omgeving aangepast in plaats alleen faciliteiten voor de kids zelf. Doordat de omgeving wordt aangepast kan iedereen deelnemen. Je maakt het voor iedereen mogelijk om deel te nemen zonder dat je onderscheid maakt in ondersteuningsbehoeftes. Dat is die volledige participatie.
Soorten van inclusie in het onderwijs - 4 soorten
Kids staan volledig buiten het onderwijs, er is geen plek voor hun
Er is wel toegang tot onderwijs voor deze kids, maar in een apart gebouw, los van regulier
Er is zowel regulier als speciaal onderwijs maar wel onder 1 dak; bijv. apart les maar samen buitenspelen
Alle kids zitten samen in 1 klas en volgen samen onderwijs
In NL nu rond b/c

Weer Samen Naar School (WSNS-akkoord)
Weer samen naar School akkoord had als doel om zoveel mogelijk kinderen met ondersteuningsbehoeften weer naar het regulier onderwijs te laten gaan. Dit was gebasseerd op samenwerkingsverbanden. Dus 1 sbo school, met een aantal reguliere scholen zaten dan in zo'n verband. Die kregen geld van de overheid en daarvan konden ambulante begeleiders betaald worden. Zo konden scholen steeds beter en makkelijker samenwerken omdat ze georganiseerd waren in zo'n samenwerkingsverband en konden ze profiteren van elkaars expertise.
Wet op het Primair Onderwijs (PO)
IOBK, LOM en MLK wordt SBO en het formaliseren samenwerkingsverbanden WSNS (terugdringen omvang speciaal onderwijs)
Samenwerkingsverbanden (smv)
1 of 2 sbo scholen met een groep reguliere basisscholen. Ambulant begeleider SBO geeft zorgstructuur in SWV vorm als continuüm van zorg.
Wet op de Expertise Centra (WEC) & Regeling
Je kreeg leerlinggebonden financiering zodat positie van zorgleerlingen in het regulier werd verbeterd. Maar het sbo bleef groeien. In 2003 kwam de wet op expertise centra. We hadden 17 typen expertise onderwijs. Die werden met deze wet ingedeeld in 4 clusters. Dat had te maken met de leerling gebonden financiering. (het rugzakje). Of het kind ging naar het SO of naar regulier ow maar dan met een rugzakje. En daarmee konden dan begeleiders of training betaald worden als ze in het regulier bleven en een rugzakje kregen. Dan konden ouders kiezen, so of regulier. In de praktijk viel dit tegen, de school bepaalde sneller wat het beste was voor de leerling.
Er was ook geen limiet aan het aantal rugzakjes die aangevraagd mochten worden. Daardoor was er daarna weer bezuinigd worden op onderwijs.
Cluster speciaal basisonderwijs
Cluster 1. visuele handicap (wordt landelijk geregeld)
cluster 2. Auditieve en communicatieve handicap (wordt landelijk geregeld)
Cluster 3. Lichamelijke en mentale/meervoudige handicap (valt nog onder smv, dus kunnen met pot geld eigen onderwijs inrichten)
Cluster 4. Psychiatrische en/of gedragsproblemen (valt nog onder smv, zelfde als 3)
Wet Passend Onderwijs
Doel: alle kids krijgen passend onderwijs, ook bij extra ondersteuning en langer in regulier blijven. In Nederland hebben we nu passend onderwijs. Regulier onderwijs als het kan, speciaal onderwijs als het moet. Dit wilden alle vorige maatregelen ook bewerkstelligen, maar toch gingen toen nog heel veel naar het SO. Maar nogsteeds groeide het aantal kinderen in het SO.
Drie kenmerken van Wet Passen Onderwijs
zorgplicht
De niet vrijblijvende samenwerking tussen schoolbesturen (smv)
Budgetfianciering (Nu dus budgetfinanciering (ipv openeindfinanciering dat je oneindig die rugzakjes kan aanvragen))
Zorgplicht (wanneer wel en niet)
Als een leerling schriftelijk is aangemeld, heeft een school zorgplicht. Als een school geen passende ondersteuning kan bieden moeten zij binnen het samenwerkingsverband een passende plek voor de leerling vinden. Schriftelijke aanmelding is dus de start van de zorgplicht. Ook moet een school een ondersteuningsprofiel opstellen waarin staat vermeld welke ondersteuningsbehoeftes zij kunnen begeleiden.
Niet geldend bij: Dus bij geen plek meer op school (school is vol), of ouders weigeren de grondslag van de school (bijv. door geloofsovertuiging) of als een leerling als niet geschikt wordt bevonden (vastgesteld door onderwijskundig rapport)

schoolondersteuningsprofiel
Staat in wat een school kan bieden, wat valt onder basis en extra ondersteuning en waar liggen de grenzen van een school. Het is belangrijk dat je niet teveel belooft in een schoolondersteuningsprofiel en je krijgt een leerling met bepaalde ondersteuningsbehoeftes die jij in het profiel hebt aangevinkt moet je het ook waar kunnen maken.

OPP
In regulier onderwijs alleen een OPP opstellen wanneer het reguliere aanbod voor een leerling niet meer voldoende is.
Dus alleen als de basisondersteuning niet voldoende is. Wat er onder de basisondersteuning valt bepaald het samenwerkingsverband.
- bevat extra ondersteuning en/of leerlijnen
op overeenstemming met ouders
ouders kunnen hier een klacht over indienen
moet binnen 6 weken na inschrijving opgesteld zijn
tenminste 1 x per jaar evalueren met oduers
Perspectief kan na overleg ouders bijgesteld worden
toelaatbaarheidsverklaring (TLV)
De TLV is een toelaatbaarheidsverklaring die nodig is voordat je naar het S(B)O gaat. De school vraagt die aan!!! In die aanvraag moet de school beschrijven wat die leerling nodig heeft. Als dat dossier compleet is wordt dat door deskundige beoordeeld om te kijken of de leerling toelaatbaar is.
Wie bepaald de criteria voor de clusters
Bij cluster 1 en 2 worden de criteria etc landelijk bepaald. Bij de rest vallen de landelijke criteria en indicatiestelling (van wat is basisondersteuning en wat is aanvullende ondersteuning) weg en dat wordt dan door de SwV geregeld. Je kan dan inspelen op je sterke en zwakke kanten als SwV. Maar dat kan dus onderling wel erg verschillen. Dus dat heeft voor en nadelen. (bijv. verschillen in TLV)
Ondersteuningsplan
In het ondersteuningsplan van het SwV staat allemaal welke scholen uit dat verband bijv. waar expertise in heeft. En dan doen scholen dat ook specifiek voor zichzelf.
De basisondersteuning staat in het schoolondersteuningsprofiel (is dus iets anders). De schoolondersteuningsprofielen staan weer in het ondersteuningsplan
Basisondersteuning
In het SwV wordt ook afgesproken welke basisondersteuning geboden kan worden (aan lln met dyscalculie bijv. etc).
Een hoog niveau van basisondersteuning heeft als gevolg dat er minder leerlingen naar het speciaal (basis) onderwijs moeten.
Kernelementen evaluatierapport Passend OW (2020)
Bekijk in de notities.
Dit is het belangrijkst

Wat is diagnostiek
gestructureerd proces van info verzamelen en analyseren met als doel het nemen van beslissen over de aanpak of interventie
Het is nodig als je nog geen beslissing kan nemen omdat info ontbreekt
Het doel wordt bepaald aan de hand van een hulpvraag van de betrokkene. Diagnositiek alleen nodig wanneer je geen beslissingen kunt maken op basis van wat je nu weet. Niet zomaar en niet alles onderzoeken maar selectief en met een duidelijk doel zodat je het kind en de ouders niet zomaar gaat belasten. Als onderzoek niet per se hoeft maar na het uiteenzetten van alle verkregen info conclusies getrokken kan worden dan kun je direct gaan handelen.
Onderzoek -> info verzamelen -> interventie uitvoeren -> analyseren -> werkt niet, dus weer opnieuw -> onderzoek -> info verzamelen etc
Screening
Oppervlakkig en snelle manier om behoeftes etc in kaart te brengen. Korte versie van diagnostiek. Vanuit verschillende betrokkene een globaal beeld krijgt of de leerling mogelijk wat hoger dan gemiddeld scoort waarbij dat een aanwijzing kan zijn dat er iets aan de hand is op een bepaald terrein. Kijken dus ook naar beschermende en belemmerende factoren. Op basis van alleen screeningsvragenlijsten kun je geen classificatie opstellen.

classificeren voor en nadelen
In nl gebruiken we DSM5. Voordelen:
- helder begrippenkader
- meest voorkomende stoornissen
- geeft antwoord op onderkennende vraag
- geeft grip op beperking/mogelijkheden
Nadelen:
- psychiatrisch beeld ipv onderwijsbehoeften
- subjectief karakter (classific. is geen exacte wetenschap)
- onvoldoende onderbouwd
- biedt geen aanpak
-Selffuffiling prophecy (betekent dat je door het label je verwachtingen van jezelf of de ander worden aangepast naar dat label toe dat je je daar naar gaat gedragen)
HGW cyclus groepsniveau
waarnemen (groepoverzicht, signaleren uitvallers)
begrijpen (benoemen onderwijsbehoeftes)
plannen (opstellen groepsplan, leerlingen clusteren met vergelijkbare onderwijsbehoeftes)
realiseren (plan uitvoeren
Zo kan 85% goed meekomen in de klas
Die andere 15% krijgt een opp en krijgt nog extra ondersteuning. Als dat niet genoeg is kan de hulp bovenschools gaan (zie plaatje)

zeven uitgangspunten van HGW
HGW is doelgericht
HGW gaat om wisselwerking en afstemming
Onderwijsbehoeftes staan centraal
Leerkrachten maken het verschil en ouders ook
Positieve aspecten leerling, leerkracht en ouders van groot belang
de betrokkenen werken goed samen
de werkwijze is systematisch en transperant
HGW doel 1: doelgericht
duidelijke doelen, heldere stapsgewijze aanpak
moet info aanleveren die bijdraagt aan beslissing
in hgd gericht op advisering
HGW doel 2: transactioneel kader
Transactioneel betekent dat een kind nooit alleen staat, maar altijd in een context. Een kind is altijd onderdeel van (meerdere) systemen waarin allerlei transacties plaatsvinden (transacties tussen verschillende situaties). Bijv. door een stabiel thuis, blijven problemen kleiner.
Dus je ziet het kind in interactie met onderwijsleersituatie, opvoedingssituatie, vrij tijd. Breed kijken naar beschermende en risicofactoren
HGW doel 3: onderwijsbehoeftes centraal
Van wat heeft het kind naar wat heeft het kind nodig. Van meer statisch naar meer perspectief, dus handelingsgericht. Wat voor aanpak is passend. Kijken naar de ondersteuningsbehoefte van de leerling i.p.v. naar een classificatie
HGW doel 4: leraren en ouders doen ertoe
Hebben ouders kennis om bijvoorbeeld hun kind met huiswerk te helpen? Ouders kunnen ook ondersteuningsbehoeftes hebben. Dit soort factoren moet je weten als leerkracht
HGW doel 5: Positieve aspecten
Biedt tegenwicht voor problemen.
- gaat over kansen en krachten (talenten kwaliteiten en interesses)
- benutten in advisering!!!!!
HGW doel 6: constructieve samenwerking
samenwerking is belangrijke voorwaarde voor valide diagnostiek en effectieve advisering (leraren, ouders en leerlingen goed zich op situatie en mogelijkheden)
praten MET ipv praten tegen of over
Diagnositcus deelt ervaringskennis en vakkennisDe diagnosticus moet de leerkracht, begeleiders, ouders, etc zien als samenwerkingspartners.
HGW doel 7: systematisch en transparant
richtlijnen mbt het gehele diagnostische proces voorkomt ongewenste variatie in besluitvorming en handelen
Over elke fase wordt gerapporteerd, zodat het transparant is voor betrokkenen wat er is gedaan en wat de uitkomst per fase is
Cyclus van HGD
Intakefase
Strategiefase (kan direct naar integratie/aanbeveling)
Onderzoeksfase
Integratie/aanbevelingsfase
adviesfase
Als je denkt dat je al genoeg info hebt in de strategiefase kan je de onderzoeksfase overslaan en direct de intergratiefase. Sommige pijltjes hebben aan beide kanten een pijl, dan kan je dus ook heen en weer tussen die fases.
Intakefase HGD
beginsituatie beschrijven
verhaal van lln/ouders/leerkracht centraal
positieve en negatieve relavante info beschrijven
inventariseren wat gedaan is en effect
hulpvragen inventariseren
Je geeft aan wat de eigen beleving is: dus niet de interpretatie van jezelf, maar directe ervaring van bijv. het kind of de ouder.
Strategiefase HGD
objectgedrag beschrijven
Clusteren belemmerende en beschermende
Je gaat van die subjectieve info uit de intakefase een vertaalslag maken naar objectieve observaties. Ook belemmerende en beschermende factoren. Wat wil je nog te weten komen?
clustering HGD
Ligt een kind goed in de groep, IQ test gehad, kan het kind goed mee komen met gym, etc; allemaal kenmerken van de leerling. van belemmerende en beschermende factoren.
In de clustering mag geen nieuwe informatie staan!!!! Moet allemaal al genoemd zijn in eerdere fases
type onderzoeksvragen HGD
onderkennend
(is er sprake van een werkhoudingsprobleem bij karel?)
verklarend (Waarom laat jay na het weekend vaak negatief gedrag zien in de klas?)
veranderingsgericht
Als de lk meer 1-1 aandacht geeft, zorgt dat voor betere relatie?
Adviesgericht
Is de kanjertraining een goede interventie om het klasklimaat positief te veranderen?
Evaluerend
Leidt het geven van complimenten tot verbeteren van het zelfbeeld van els? Hier gaat het echt over de evaluatie van iets wat je al een tijdje geprobeerd hebt in plaats van verkennen of een interventie misschien kan helpen.

Onderzoeksfase HGD
Is het wat ik denk? Per onderzoeksvraag/hypothese:
- instrument, toetsingscriterium, resulaten, H0 verwerpen/aannemen
Je kan een instrument gebruiken (bijv. intelligentietest, vragenlijsten voor faalangst, observatie doen, gesprekken voeren). Toetsingcriterium: bij een score van … kan de hypothese aangenomen worden
Integratiefase HGD (in 3 onderdelen)
overzicht (wat is er aan de hand)
inzicht (hoe komt dit, wat is samenhang uitkomsten?
uitzicht (waar moet een aanbeveling zich op richten om effectief te kunnen zijn?
Hoe stel je doelen op voor aanbeveling van integratiefase?
SMART, heel belangrijk.
aanbevelingen HGD
Van doel naar behoeftes, wat kan er nog veranderen. Wie heeft wat nodig om de doelen te behalen? Wie , wat, wanneer, hoe evalueren etc?
Je mag ook kleine interventies adviseren. Verlengde instructies mogen ook gewoon bij wijze van
Adviesfase HGD
Bespreken van integratief beeld, doelen, aanbevelingen op maat, moeten er doelen worden aangepast?, welke afspraken over het vervolgtraject? hoe evalueren?
Denk om de constructieve samenwerking! betrek ook leerlingen en ouders bij deze fase!!!