1/96
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
aandoen - deed aan / deden aan - hebben aangedaan
put on - takmak
aankomen - kwam aan / kwamen - zijn aangekomen
arrive - gelmek
aflopen - liep af / liepen af - zijn afgelopen
expire - bitmek
aanvragen - vroeg aan / vroegen aan - hebben aangevraagd
applicate - başvurmak
afwassen - waste af / wasten af - hebben afgewassen
do the dishes
bakken - bakte / bakten - hebben gebakken
pişirmek
beginnen - begon / begonnen - zijn begonnen
begin - başlamak
begrijpen - begreep / begrepen - hebben begrepen
to understand
bewegen - bewoog / bewogen - hebben bewogen
move - hareket etmek
bezoeken - bezocht / bezochten - hebben bezocht
visit
bijten - beet / beten - hebben gebeten
bite - ısırmak
blazen - blies / bliezen - hebben geblazen
blow - üflemek
blijven - bleef / bleven - zijn gbleven
stay - kalmak
breken - brak / braken - hebben gebroken
break - kırmak
brengen - brak / braken - hebben gebroken
bring - getirmek
denken - dacht / dachten - gedronken
think - düşünmek
doen - deed / deden - hebben gedaan
to do
dragen - droeg / droegen - hebben gedragen
wear - giymek
drinken - dronk / dronken - hebben gedronek
drink
eten - at / aten - heben gegeten
yemek
gaan - ging / gingen - zijn gegaan
to go
genezen - genas / genazen - hebben genenzen
heal - iyileşmek
geven - gaf / gaven - hebben gegeven
to give - vermek
gieten - goot / goten - hebben gegoten
pour - dökem
hangen - hing / hingen - hebben gehangen
to hang - asmak
hebben - had / hadden - hebben gehad
to have
helpen - hielp / hielpen - hebben geholpen
to help
houden (van) - hield / hielden - hebben gehouden
to love
innemen - nam in / namen in - hebben ingenomen
to take - almak
kiezen - koos / kozen - hebben gekozen
choose - seçmek
kijken - keek / keken - hebben gekeken
to look
komen - kwam / kwamen - zijn gekomen
to come
kopen - kocht / kochten - hebben gekocht
to buy
krijgen - kreeg / kregen - hebben gekregen
receive - almak
kunnen - kon / konden - hebben gekund
to can
laten - liet / lieten - hebben gelaten
to let - bırakmak
lezen - las / lazen - hebben gelezen
read
liggen - lag / lagen - hebben gelegen
uzanmak
lopen - liep / liepen - hebben/zijn gelopen
walk - yürümek
meenemen - nam mee / namen mee - hebben meegenomen
ake along - takeaway - götürmek, yanına almak - paket yapmak
moeten - moest / moesten - hebben gemoeten
have to
mogen - mocht / mochten - hebben gemogen
may
nakijken - keek na / keken na - hebben nagekeken
check - kontrol etmek
nemen - nam / namen - hebben genomen
to take
onderzoeken - onderzocht / onderzochten - hebben onderzocht
research - araştırmak
ontbijten - ontbeet / ontbeten - hebben ontbeten
to have a breakfast
opkomen - kwam op / kwamen op - zijn opgekomen
appear - ortaya çıkmak
opnemen - nam op / namen op - hebben opgenomen
record - kaydetmek
opstaan - stond op / stonden op - zijn opgestaan
get up
opzoeken - zocht op / zochten op - hebben opgezocht
look up - aramak
oversteken - stak over / staken over - zijn overgestoken
cross - (karşıya) geçmek
rijden - reed / reden - hebben / zijn gereden
drive
roepen - riep / riepen - hebben geroepen
to call - seslenmek - çağırmak
scheiden - scheidde / scheidden - zijn geschenen
divorce - ayrılmak
schijnen - de zon scheen - de zon heeft geschenen
-
slapen - sliep / sliepen - hebben geslapen
sleep
sluiten - sloot / sloten - hebben gesloten
to close
snijden - sneed / sneden - hebben gesneden
cut - kesmek
spreken - sprak / spraken - hebben gesproken
speak
springen - sprong / sprongen - hebben gesprongen
to jump
staan - stond / stonden - hebben gestaan
stand
sterven - stierf / stierven - zijn gestroven
to die - ölmek
strijken - streek / streken - hebben gestreken
ütülemek
treffen - trof / toffen - hebben getroffen
to meet - buluşmak
trekken - trok / trokken - hebben getrokken
pull - çekmek
uitdoen - deed uit / deden uit - hebben uitgedaan
take off - çıkarmak
uitgaan - ging uit / gingen uit - zijn uitgegaan
to go out - dışarı çıkmak
uittrekken - trok uit / trokken uit - hebben uitgetrokken
pull out - çıkarmak
vallen - viel / vielen - zijn gevallen
to fall - düşmek
verbieden - verbood / verboden - hebben verboden
prohibit - yasaklamak
vergeten - vergat / vergaten - hebben / zijn vergeten
forget
verkopen - verkocht / verkochten - hebben verkocht
to sell - satmak
verliezen - verloor / verloren - hebben verloren
to lose - kaybetmek
vermijden - vermeed / vermeden - hebben vermeden
avoid - önlemek
verstaan - verstond / verstonden - hebben verstaan
understand - anlamak
vertrekken - vertrok / vertrokken - zijn vertrokken
to leave
vervangen - verving / vervingen - hebben vervangen
to replace - değiştirmek
vinden - vond / vonden - hebben gevonden
to find
vliegen - vloog / vlogen - hebben / zijn gevlogen
to fly - uçmak
voorkomen - voorkwam / voorkwamen - hebben voorkomen
to prevent - önlemek
vragen - vroeg / vroegen - hebben gevraagd
to ask
vriezen - het vroor - het heeft gevroren
freeze - donmak
wassen - waste / wasten - hebben gewassen
to wash
wegen - woog / wogen - hebben gewogen
to weigh - tartmak - wegen isim olarak yollar demek
weten - wist / wisten - hebben geweten
to know
wijzen - wees / wezen - hebben gewezen
to point - işaret etmek
willen - wou / wilde / wilden - hebben gewild
to want
winnen - won / wonnen - hebben gewonnen
to win
worden - werd / werden - zijn geworden
to become - olmak
zeggen - zei / zeiden - hebben gezegd
to say
zien - zag / zagen - hebben gezien
to see
zijn - was / waren - zijn geweest
to be
zingen - zong / zongen - hebben gezongen
to sing
zitten - zong / zongen - hebben gezeten
oturmak
zoeken - zocht / zochten - hebben gezetten
aramak - bakmak
zullen - zou / zouden -
will gelecek zaman
zwemmen - zwom / zwommen - hebben / zijn gezwommen
to swim