H2 - Scrum basics

0.0(0)
Studied by 5 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:47 PM on 1/21/24
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

30 Terms

1
New cards

Ontstaan

Oorspronkelijk een methode om software te ontwikkelen. Scrum is gebaseerd op het artikel: ‘The New Development Game’. In 1995 werd het verder verfijnd door Schwaber & Jeff Sutherland waardoor het nu in alle sectoren te gebruiken is.

2
New cards

Waarvoor kan je Scrum gebruiken?

  • Nieuw product bedenken

  • Evenement organiseren

  • Eigen tijd inplannen

  • Voorbereiden examens

  • Huishouden runnen

3
New cards

Bedrijven succesvol volgens Jeff Sutherland

  • Constante interactie van multidisciplinair team

  • Leden werken samen begin → eind

  • Meerdere fasen tegelijk

  • Fases overlopen tot latere fase van ontwikkeling

  • Team speelt elkaar bal toe → beste resultaat

Srum: meest waardevolle product opleveren i.p.v. enkel voldoen aan planning

4
New cards

Scrum = agile methode

  • Mensen & onderlinge interactie > processen & tools

  • Werkende producten > Allesomvattende documentatie

  • Samenwerking > Contractonderhandelingen

  • Inspelen op verandering > Plan volgen

5
New cards

6 basisprincipes voor scrumprojecten

  1. Flexibele scope

  2. Scrum werkt met sprints

  3. Elke sprint levert een werkend product op

  4. Scrumteams gaan dit product in elke sprint iteratief verbeteren

  5. Scrumteams zijn zelforganiserend & evalueren constant hoe beter

  6. Geen verspilling van tijd, mensen en middelen

6
New cards

Flexibele scope

  • Traditioneel

    • Focus op controle & voorspelbaarheid

  • Scrum

    • Onzekerheid & creativiteit

  • Uitgangspunt

    • Niet weten hoe product eruit komt te zien

    • Niet zeten hoe product maken

  • Voordeel

    • Voortdurende feedback

    • Prioriteiten stellen tijdens werkproces

7
New cards

Scrum werkt met sprints

  • Hele project in korte werkperiodes of SPRINTS

    • Vaste periodes om gefocust groep taken af te ronden

    • Meestal 1 Ă  3 weken (nooit meer dan maand)

    • Timeboxed

      • Elke meeting heeft tijdslimiet

      • Alle sprints duren even lang

  • Geen overuren

8
New cards

Elke sprint levert een werkend product op

  • Einde sprint

    • Werkend & concreet resultaat

  • MVP = eerste zicht op eindresultaat

  • Product tonen aan klant of eindgebruiker

    • Brengt nieuwe ideeĂ«n

    • Nuttige feedback van klant mogelijk

  • Ideaal

    • MVP is al te gebruiken

9
New cards

Scrumteams gaan dit product in elke sprint iteratief verbeteren

  • Iteratie = herhaling

  • Iteratief = herhalend

  • Product meerdere keren onder loep

10
New cards

Scrumteams zijn zelforganiserend & evalueren constant hoe beter

  • Team = gezamenlijk verantwoordelijk voor resultaat

    • Dus

      • Reflectie

  • Waarom?

    • Snel fouten opmerken = snel herstel

  • Geen geheimen

  • 5 - 9 personen

  • Multidisciplinair

  • Same team, time & place

  • Inspect & adapt

    • Team leert & stuurt bij

11
New cards

Geen verspilling van tijd, mensen en middelen

  • Face-to-face communicatie

  • Voortdurend prioriteiten stellen

12
New cards

3 rollen bij scrum

  1. Scrumteam

  2. Productowner

  3. Scrum master

13
New cards

Scrumteam

  • Werkt product of project uit

  • Zelfsturend & zelforganiserend

  • Team plant zelf

  • Gezamenlijk verantwoordelijk voor eindresultaat

  • Werkt hele periode samen

  • Multidisciplinair

  • 7-9 personen gemiddeld

  • Geen subteams

14
New cards

Productowner

  • Bewaakt product

  • Tussenpersoon team ↔ klant

  • Bepaalt prioriteiten

  • Geeft richting

  • Heeft mandaat voorbeslissingen als team strop loopt

  • 1 persoon

  • Geen lid van scrumteam

15
New cards

Scrummaster

  • Coach van team (ook van product owner)

  • Bewaakt scrum-proces

  • Controleert scrum-regels (niet baas van team)

  • Beschermt tegen externe invloeden

  • Kan lid zijn van team maar hoeft niet

16
New cards

Stappen van scrum

  • Stap 1: Bespreken project

  • Stap 2: Opmaak product backlog

  • Stap 3: Sprint planning

  • Stap 4: Definition of Done

  • Stap 5: Sprinten maar!

17
New cards

Stap 1: Bespreken project

  • Scrum team, scrum master & product owner bespreken samen project

    • Wat wil de klant?

    • Wat is de deadline?

    • Wat is het budget?

    • Wie werkt er aan het project?

    • Wie zijn andere stakeholders?

18
New cards

Stap 2: Opmaak product backlog

  • = Niet gedetailleerde lijst met alle grote onderdelen die voor eht eindproduct moeten uitgewerkt worden

    • ‘Routekaart’ project

    • Elk onderdeel krijgt andere post-it

    • Product owner geeft prioriteiten aan backlog → ook beheerder

    • Hele team kan bijdragen

    • Wordt voortdurend bijgewerkt

19
New cards

Stap 3: Sprint planning

  • Team, scrum master & product owner selecteren onderdelen van backlog die eerst volgende sprint worden gerealiseerd

    • Product backlog → Sprint backlog

  • Team legt vast hoeveel het afkrijgt per sprint

  • Gemiddeld 2 uur per sprint van een week

  • Sprint backlog kan niet aangepast worden tijdens sprint

20
New cards

Stap 4: Definition of Done

  • Checklist om te zien of resultaat zal voldoen voor iedereen

  • Opgemaakt door volledige team samen

    • Gedeeld besef wanneer product ‘klaar’ is

21
New cards

Stap 5: Sprinten maar!

  • Doel van sprint

    • Sprint backlog leegkrijgen

  • To do → Busy → Done

  • To do

    • Alle taken van huidige sprint. Taken verplaatsen naar busy of done

  • Nut

    • Vooruitgang voor iedereen zichtbaar

22
New cards

Wat is de daily stand-up of daily scrum?

  • = bespreken tijdens elke sprint, liefst in de helft, in max. 15 minuten van de voortgang & eventuele knelpunten, volgens 3 vaste vragen

    • Wat heb je tot nu toe om het team te helpen deze sprint te voltooien?

    • Wat ga je vandaag doen?

    • Waar zit je vast? En wie kan je helpen?

  • Altijd staand & zelfde tijdstip

23
New cards

Sprint retrospective

  • = Terugkijk op sprint, bijeenkomst aan einde van sprint met hele team

    • Wat ging goed?

    • Wat kan beter voor volgende sprint?

    • Hoe kunnen we sneller & efficiĂ«nter samenwerken?

    • Zijn er obstakels die we kunnen wegnemen?

  • Hoef je niet na elke sprint te herhalen, wel na eerste + wanneer het moeilijk gaat

24
New cards

Sprint review

  • = Bijeenkomst aan het einde van elke sprint. Laat het hele team aan de product owner & klant zien wat sprint heeft opgeleverd

  • Open bijeenkomst

    • Iedereen welkom

25
New cards

Backlog refinement

O.b.v. ervaringen uit vorige sprints wordt product backlog voortduren verbeterd

  • Items lager zetten

  • Items belangrijker maken

  • Items verwijderen

  • Items samenvoegen

  • Taak voor volledige team

26
New cards

Samengevat: Wat is de bestgekende Agile methode?

Scrum

27
New cards

Samengevat: Wat zijn de rollen bij scrum?

  • Scrumteam

  • Product owner

  • Scrummaster

28
New cards

Samengevat: Wat zijn de bijeenkomsten bij scrum?

  • Daily stand-up

  • Sprint review

  • Sprint retrospective

  • Sprint planning

29
New cards

Samengevat: Wat zijn de lijsten/hulpmiddelen bij scrum?

  • Product backlog

  • Scrumbord

  • Sprint backlog

  • Definition of done

30
New cards

Samengevat: Wat lever je af op het einde van elke sprint?

  • Alles wat af is (definition of done)

  • Alles wat waarde heeft voor de klant