H2 - Scrum basics

Ontstaan

  • Gebaseerd op artikel: ‘The New Development Game’

  • 1995: verder verfijnd door Schwaber & Jeff Sutherland

  • Oorspronkelijk

    • methode om software te ontwikkelen

  • Nu

    • Alle sectoren

Waarvoor kan je Scrum gebruiken?

  • Nieuw product bedenken

  • Evenement organiseren

  • Eigen tijd inplannen

  • Voorbereiden examens

  • Huishouden runnen

Bedrijven succesvol volgens Jeff Sutherland

  • Constante interactie van multidisciplinair team

  • Leden werken samen begin → eind

  • Meerdere fasen tegelijk

  • Fases overlopen tot latere fase van ontwikkeling

  • Team speelt elkaar bal toe → beste resultaat

Srum: meest waardevolle product opleveren i.p.v. enkel voldoen aan planning

Scrum = agile methode

  • Mensen & onderlinge interactie > processen & tools

  • Werkende producten > Allesomvattende documentatie

  • Samenwerking > Contractonderhandelingen

  • Inspelen op verandering > Plan volgen

6- basisprincipes voor scrumprojecten

  1. Flexibele scope

    • Traditioneel

      • Focus op controle & voorspelbaarheid

    • Scrum

      • Onzekerheid & creativiteit

    • Uitgangspunt

      • Niet weten hoe product eruit komt te zien

      • Niet zeten hoe product maken

    • Voordeel

      • Voortdurende feedback

      • Prioriteiten stellen tijdens werkproces

  2. Scrum werkt met sprints

    • Hele project in korte werkperiodes of SPRINTS

      • Vaste periodes om gefocust groep taken af te ronden

      • Meestal 1 à 3 weken (nooit meer dan maand)

      • Timeboxed

        • Elke meeting heeft tijdslimiet

        • Alle sprints duren even lang

    • Geen overuren

  3. Elke sprint levert een werkend product op

    • Einde sprint

      • Werkend & concreet resultaat

    • MVP = eerste zicht op eindresultaat

    • Product tonen aan klant of eindgebruiker

      • Brengt nieuwe ideeën

      • Nuttige feedback van klant mogelijk

    • Ideaal

      • MVP is al te gebruiken

  4. Scrumteams gaan dit product in elke sprint iteratief verbeteren

    • Iteratie = herhaling

    • Iteratief = herhalend

  • Product meerdere keren onder loep

  1. Scrumteams zijn zelforganiserend & evalueren constant hoe beter

    • Team = gezamenlijk verantwoordelijk voor resultaat

      • Dus

        • Reflectie

    • Waarom?

      • Snel fouten opmerken = snel herstel

    • Geen geheimen

    • 5 - 9 personen

    • Multidisciplinair

    • Same team, time & place

    • Inspect & adapt

      • Team leert & stuurt bij

  2. Geen verspilling van tijd, mensen en middelen

    • Face-to-face communicatie

    • Voortdurend prioriteiten stellen

Hoe werkt scrum?

3 rollen

  1. Scrumteam

    • Werkt product of project uit

    • Zelfsturend & zelforganiserend

    • Team plant zelf

    • Gezamenlijk verantwoordelijk voor eindresultaat

    • Werkt hele periode samen

    • Multidisciplinair

    • 7-9 personen gemiddeld

    • Geen subteams

  2. Productowner

    • Bewaakt product

    • Tussenpersoon team klant

    • Bepaalt prioriteiten

    • Geeft richting

    • Heeft mandaat voorbeslissingen als team strop loopt

    • 1 persoon

    • Geen lid van scrumteam

  3. Scrum master

    • Coach van team (ook van product owner)

    • Bewaakt scrum-proces

    • Controleert scrum-regels (niet baas van team)

    • Beschermt tegen externe invloeden

    • Kan lid zijn van team maar hoeft niet

Stap 1: Bespreken project

  • Scrum team, scrum master & product owner bespreken samen project

    • Wat wil de klant?

    • Wat is de deadline?

    • Wat is het budget?

    • Wie werkt er aan het project?

    • Wie zijn andere stakeholders?

Stap 2: Opmaak product backlog

  • = Niet gedetailleerde lijst met alle grote onderdelen die voor eht eindproduct moeten uitgewerkt worden

    • ‘Routekaart’ project

    • Elk onderdeel krijgt andere post-it

    • Product owner geeft prioriteiten aan backlog → ook beheerder

    • Hele team kan bijdragen

    • Wordt voortdurend bijgewerkt

Stap 3: Sprint planning

  • Team, scrum master & product owner selecteren onderdelen van backlog die eerst volgende sprint worden gerealiseerd

    • Product backlog → Sprint backlog

  • Team legt vast hoeveel het afkrijgt per sprint

  • Gemiddeld 2 uur per sprint van een week

  • Sprint backlog kan niet aangepast worden tijdens sprint

Stap 4: Definition of Done

  • Checklist om te zien of resultaat zal voldoen voor iedereen

  • Opgemaakt door volledige team samen

    • Gedeeld besef wanneer product ‘klaar’ is

Stap 5: Sprinten maar!

  • Doel van sprint

    • Sprint backlog leegkrijgen

  • To do → Busy → Done

  • To do

    • Alle taken van huidige sprint. Taken verplaatsen naar busy of done

  • Nut

    • Vooruitgang voor iedereen zichtbaar

Wat is de daily stand-up of daily scrum?

  • = bespreken tijdens elke sprint, liefst in de helft, in max. 15 minuten van de voortgang & eventuele knelpunten, volgens 3 vaste vragen

    • Wat heb je tot nu toe om het team te helpen deze sprint te voltooien?

    • Wat ga je vandaag doen?

    • Waar zit je vast? En wie kan je helpen?

  • Altijd staand & zelfde tijdstip

Wat is de sprint retrospective?

  • = Terugkijk op sprint, bijeenkomst aan einde van sprint met hele team

    • Wat ging goed?

    • Wat kan beter voor volgende sprint?

    • Hoe kunnen we sneller & efficiënter samenwerken?

    • Zijn er obstakels die we kunnen wegnemen?

  • Hoef je niet na elke sprint te herhalen, wel na eerste + wanneer het moeilijk gaat

Wat is de sprint review?

  • = Bijeenkomst aan het einde van elke sprint. Laat het hele team aan de product owner & klant zien wat sprint heeft opgeleverd

  • Open bijeenkomst

    • Iedereen welkom

Backlog refinement

  • O.b.v. ervaringen uit vorige sprints wordt product backlog voortduren verbeterd

    • Items lager zetten

    • Items belangrijker maken

    • Items verwijderen

    • Items samenvoegen

  • Taak voor volledige team

Samengevat

  • Wat is de bestgekende Agile methode?

    Scrum

  • Wat zijn de rollen bij scrum?

    • Scrumteam

    • Product owner

    • Scrummaster

  • Wat zijn de bijeenkomsten bij scrum?

    • Daily stand-up

    • Sprint review

    • Sprint retrospective

    • Sprint planning

  • Wat zijn de lijsten/hulpmiddelen bij scrum?

    • Product backlog

    • Scrumbord

    • Sprint backlog

    • Definition of done

  • Wat lever je af op het einde van elke sprint?

    • Alles wat af is (definition of done)

    • Alles wat waarde heeft voor de klant